'De zon is allang onder,' zei hij ten slotte. 'Het gras is vochtig, vanuit de bossen komt koelte.

Iets onbekends is er om mij heen en het kijkt nadenkend. "Wat! Je leeft nog, Zarathoestra?

Waarom? Waarvoor? Waardoor? Waarheen? Waar? Hoe? Is het geen dwaasheid om nog te leven?" –

Ach, vrienden, het is de avond in mij die dit zo vraagt. Vergeef me mijn droefheid!

Avond is het geworden. Vergeef mij dat het avond is geworden!'

Friedrich Nietzsche Zo sprak Zarathoestra, 101-102