Toen ik onlangs §125 uit de De vrolijke wetenschap weer eens doorlas, bleven mijn gedachten hangen bij de passage God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe moeten wij ons troosten, wij moordenaars aller moordenaars? Die vraag Hoe moeten wij ons troosten? intrigeerde me. Ik stelde me zo voor dat ik Nietzsche uit de telefooncel Tardis haalde en zou rondleiden in deze tijd, dat ik hem zou laten zien hoe mensen zich tegenwoordig troosten. Internet en televisie, pilletjes en popconcerten, goddeloos mediteren en sportevenementen, kroegbezoek en zonaanbidden, winkelstraten en pretparken. Onder andere. Maar dan zou ik mezelf teveel een misantroop vinden, dus toonde ik hem mijn boekenkast en maakten we een wandeling door het bos. Op de vraag naar troost heeft iedereen zijn eigen antwoord.