'Ik zeg niet dat jouw manier van leven verkeerd is,' zei hij, 'ik zou misschien ook wel zo willen leven. Maar het is egoïstisch, dat wel. Er zit geen toekomst in, het is steriel. Het is de realiteit niet. Een individu moet zich meten met de maatschappij, hij moet zichzelf beoordelen naar de eisen die de maatschappij aan hem stelt en omgekeerd de maatschappij beoordelen naar wat hij van haar verwacht. Hij moet compromissen sluiten. Zo neem je deel aan het leven. Jij houdt je afzijdig. Jij hebt geen problemen. Daar protesteerde E. tegen (terwijl ik zei: 'Precies! wij hebben geen problemen!'): 'Ik heb wel degelijk problemen,' zei hij, 'ik kan me bijvoorbeeld genoopt zien om ruzie te maken met een vriend. Dat kan me maanden bezighouden. Een crisis in zoiets belangrijks als vriendschap, noem je dat geen probleem?' Voor Aldo was dit uiteraard het meest overtuigende bewijs van zijn stelling dat E. géén problemen heeft, en hij lachte dus.

Frida Vogels Dagboek 1962-1963, 375