Klei wordt gebakken om een pot te maken,
maar de functie van de pot zit in zijn lege capaciteit.

Lao Zi Het boek van de Tao §11

Als ik een koffiemok uit de kast neem, moet ik er wel eens aan denken. Het is één van de charmes van het taoïsme, de beelden die deze levensvisie gebruikt zijn eenvoudig en staan dicht bij het dagelijkse leven. Het gaat ook niet om die mok die ik uit de kast pak, maar om de leegte in de beker die ik nodig heb. Deze leegte is geen eigenschap van de mok, toch geeft het een functie aan het object. Het is de ruimte die ik gebruik, door er bijvoorbeeld koffie in te schenken (taoïsten geven waarschijnlijk de voorkeur aan thee). Natuurlijk gebruikte Lao Zi de uit klei gebakken pot als een metafoor. Tao is geen eigenschap van de materiële wereld, maar Tao maakt de wereld mogelijk, zoals de leegte van de mok de mok mogelijk maakt, het tot een mok maakt. Zodat ik koffie kan drinken.

Is de mens een gevangene van zijn behoefte om achter de zintuiglijke werkelijkheid een andere werkelijkheid te denken, zoals ik dat in 1521 opperde? Kunnen we ons ontrekken aan een bewustzijn dat altijd in tegenstellingen wil denken? Dat als er een wereld is die altijd maar voortgaat en verandert, zoals de rivier van Heraclitus, er ook een wereld moet zijn voorbij de waarneembare veranderlijkheid, een werkelijkheid die verbindt en eenheid schept door middel van een eeuwige God, of een principe, of een oerstof, een archetype. Een werkelijkheid waarin de antwoorden verborgen liggen op onze vragen naar het waarom van deze wereld en het leven erop. Een werkelijkheid wellicht die als ijkpunt kan dienen voor wat goed of fout is, of wat constructief of destructief is, hoe we horen te leven, wat we kunnen denken, wat we mogen hopen. Of een werkelijkheid waarvan we niets weten en waarvan we kunnen zeggen dat deze niet bestaat, er niet is, een onhoorbare stilte.

Dat laatste schuurt zeer dicht langs het taoïsme en is één van de redenen waarom die levensvisie mij zo boeit. Ik noem het taoïsme expres geen godsdienst, want het kent geen god of goden, het kent geen officiële leer (geen dogma's, geen theologie), het is niet geïnstitutionaliseerd, het kent geen opperste spirituele leider, het kent ook geen heilig boek zoals de Bijbel en de Koran (al komen de Laozi en de Zhuangzi wel erg dichtbij). Het taoïsme kent ideeën en gedachten die je filosofisch of religieus zou kunnen noemen, maar de gemiddelde taoïst zal daar zijn hoofd niet over breken. Mogelijk dat het in praktijk wel als godsdienst functioneert. Het zal in de loop van de geschiedenis ongetwijfeld zijn gebruiken en rituelen hebben ontwikkeld die al of niet dwingend zijn. Ook zullen er wel gedragsregels zijn en zal er wellicht een moraal zijn gevormd. Natuurlijk kent het ook wijze mannen en vrouwen die gerespecteerd worden. Maar er is geen autoriteit die het laatste woord heeft en er is nergens geformuleerd hoe iemand taoïst kan worden. Iedereen mag zichzelf taoïst noemen en tegelijkertijd christen, agnost of atheïst zijn. Het gaat de taoïst niet om de klei waarvan de pot gemaakt is, maar om de ruimte die erin schuilt.

Het gaat om Tao, dat is het enige zekere wat ik over het taoïsme zou kunnen zeggen. Maar wat dat precies is, dat weet niemand. Althans, het begrip onttrekt zich aan de taal, omdat taal slechts in tegenstellingen kan denken en Tao juist daaraan voorbij wil gaan. Ik kan eindeloos proberen te beschrijven wat Tao is en dit zal misschien Tao dichterbij brengen, maar ondertussen zou ik nooit zo veraf zijn. Daar waar begrippen en concepten zwijgen, daar waar het denken in tegenstellingen verstomt, daar zou ik Tao kunnen ervaren. Ik zou het niets kunnen noemen, leegte, stilte, maar dan niet volgens ons concept van wat niets, leegte en stilte is. Taoïsten zoeken Tao niet in een andere werkelijkheid, eerder in de voortdurende veranderende realiteit zelf (taoïsten gebruiken graag het beeld van stromend water). Hoe alles bijelkaar komt en uitelkaar gaat en weer opnieuw transformeert. Zoals ik het zelf altijd probeer te omschrijven: hoe alles zijn natuurlijke gang gaat wanneer er geen bepalende begrippen en concepten zijn, wanneer er niet geforceerd, gestuurd of afgedwongen wordt. Het is een realiteit van mogelijkheden, van potentie. Het is een werkelijkheid van ruimte in een vorm. Het is spontaniteit zonder dat die spontaniteit gewild wordt. Tao is wellicht nog het beste te benaderen door elk begrip dat als toelichting gebruikt zou kunnen worden meteen weer te ondermijnen. Ik zou kunnen zeggen, dat Tao paradoxaal is om er meteen aan toe te voegen: zonder dat het paradoxaal is. Kunt u me nog volgen? Een centraal idee in het taoïsme is wu wei, hetgeen zoiets betekent als doen door niet te doen, als een blaadje dat meegevoerd wordt op een stroompje.

Tao verwijst naar een werkelijkheid achter de werkelijkheid en is in die zin transcendentaal, maar blijft tegelijkertijd zo versmolten met onze zintuigelijke werkelijkheid, dat het eveneens immanent is. Die versmelting is zo volledig dat ik me ga afvragen of het onderscheid tussen transcendent en immanent hier nog zinvol is, ergo, of die begrippen nog wel betekenis hebben. (Ik denk het niet, dat moge duidelijk zijn.) Vooral de geschriften van Zhuang Zi leert ons dat wie Tao wil uitleggen eigenlijk alleen maar verhalen kan vertellen, verhalen uit het dagelijkse leven. Daarbij wordt er met het voertuig van het verhaal, de taal, gespeeld en vaak op humoristische wijze onderuit gehaald. Het is een manier om ons bewust te maken dat we niet gevangen zitten in een behoefte aan een transcendente wereld, een wereld achter een wereld, maar dat we gevangen zitten in onze begrippen en concepten waarmee we onze werkelijkheid construeren. De taoïstische verteller van verhalen zoekt hier als het ware de ruimte in de taal op en daarmee de ruimte in onze wereld. Hier wordt onze verstarde rationele wereld opengetrokken en toont het ons een wereld van mogelijkheden, een wereld die creativiteit en fantasie aan ons ontlokt. Hier wordt geluid niet terug gebracht tot golven, maar is er de mogelijkheid om er muziek van te maken. (Kunst leidt ook niet tot transcendentie of immanentie, het is hooguit een andere manier van kijken en luisteren. Kunst verandert mensen niet, mensen veranderen, ze gaan beter luisteren en kijken, zodat zij kunst kunnen maken en ervaren.)

Het taoïsme verwijst niet naar een werkelijkheid achter de werkelijkheid. Het taoïsme vertelt ons dat wij voortdurend een werkelijkheid over de werkelijkheid heen leggen door middel van onze zintuigen en onze taal. Het taoïsme wil ons beter leren ruiken, proeven, voelen, kijken en luisteren. Leven met open zinnen. Misschien dat je dan een eenheid en verbondenheid ervaart. Op de vraag 'waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe' zou je dan kunnen zeggen: kijk naar de natuur, hoe alles ontstaat en weer vergaat, meer is er niet. Op de vraag naar de zin van dit alles, zou je kunnen denken aan een antwoord als: er is geen zin, er is evenmin zinloos. En op de vraag waarom er überhaupt iets is en niet niets zou de taoïst waarschijnlijk in lachen uitbarsten en de vraag stellen: wat ís er dan?

Nadat ik de beker uit de kast gepakt heb en de ruimte gevuld heb met koffie, loop ik naar mijn bureau en neem plaats achter de laptop. Terwijl ik de eerste slok koffie neem, open ik een leeg document. Daar is ruimte voor gedachten, associëren, verbinden en uit elkaar halen. Ik vul de zwijgzame ruimte met mijn woorden en merk dat ze hun eigen gang gaan. Ik verbaas me over mijn eigen tekst, ik wist niet dat ik dit in me had. Zo komt iets uit niets voort.