Om de geglobaliseerde wereld, die men evengoed een 'synchrone wereld' zou kunnen noemen, te beschrijven, beroepen we ons op het door Fjodor Dostojevski in zijn roman Aantekeningen uit het dodenhuis (1864) ontwikkelde beeld van het kristalpaleis – een metafoor die verwijst naar de beroemde grote hal (Crystal Palace) van de Londense wereldtentoonstelling van 1851. Daarin meende de Russische schrijver het wezen te herkennen van de westerse beschaving in haar meest geconcentreerde vorm. Voor hem was dit bouwwerk een mensenverslindende structuur, een regelrechte Baäl van de moderne tijd – een cultuscontainer waarin de mensen de demonen van het Westen vereren: de macht van het geld, de pure beweging en de ophitsend-verdovende genotsmiddelen. De kenmerken van de Baälcultus, waarvoor de huidige economen de term 'consumptiemaatschappij' hebben bedacht, laten zich nog steeds het meest overtuigend met behulp van Dostojevski's paleismetafoor verduidelijken (...). (...) De reden waarom we de uitdrukking 'kristalpaleis' weer nieuw leven hebben ingeblazen, is met name om de ervaring onder woorden te brengen hoe weinig de gangbare term 'wereldmarkt' zich leent om de hoedanigheid van het leven te karakteriseren dat onder de ban staat van penetrante geldstromen. De wereldbinnenruimte van het kapitaal is geen agora en geen jaarbeurs in de open lucht, maar een broeikas die alles wat eerst buiten lag naar binnen heeft gehaald. Aan de hand van het beeld van het wereldwijde paleis van de consumptie kunnen we de geprikkelde atmosfeer van een integrale warenbinnenwereld ter sprake brengen. In dit horizontale Babylon verandert het mens-zijn in een kwestie van koopkracht, en vrijheid blijkt niets anders te zijn dan het vermogen een keuze te maken uit de producten op de markt – of zelf zulke producten te produceren.

Peter Sloterdijk Het kristalpaleis, 18-19