De zon begon net door te komen. Opnieuw is het windstil en ik hoor het geluid van de snelweg en de spoorbaan duidelijker dan anders. Ik vraag me af hoe dat komt, maar ik weet het niet. Het aardige van een vaste route is, dat ik kan vergelijken en de veranderingen in de natuur kan opmerken. Het grootste verschil vandaag is de violette bloei van de heide, daar is geen ontkomen aan. Het is een seizoensgebonden verschil en een hele mooie. Ondertussen kondigen de eerste boleten stilzwijgend de naderende herfst aan, dat is de andere kant die ik opmerk. Het aanstellerige licht van de zomer gaat langzaam maar zeker verdwijnen en ik ben er blij om. Ik weet dat veel mensen van de zomerse zon genieten en ik gun het ze, maar ik kan er niet omheen dat ik opleef wanneer ik de eerste tekenen van het najaar zie.

Meestal blijven de schapen op grote afstand, vandaag grazen ze op en langs het pad. Ik val ze niet lastig en ze kijken me schaapachtig aan, ik hoop dat mijn blik menselijk is. Ik moet opletten dat ik niet teveel door hun uitwerpselen loop en denk onwillekeurig aan het boek over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft. Terwijl ik verder ga komen er zinnen bij me boven, zinnen die ik in een andere tijd zo vaak heb voorgelezen. Wel hier en gunder, heb jij op mijn kop gepoept, vroeg de kleine mol aan de geit. Nee, hoezo, ik doe dat zo! antwoordde de geit en ratatata, daar stuiterden een heleboel kandijkleurige klontjes in het gras. De mol vond ze er eigenlijk wel lekker uitzien.

Bij het ven besluit ik de lange route te nemen. Eerst kwam deze route terug bij het ven waarna ik over de heide terug liep, maar om te voorkomen dat ik in de snikhete zon over de heide zou moeten lopen, heb ik de route gewijzigd. Behalve dat er op het andere pad meer schaduw is van bomen, is het daar ook rustiger. Vandaag zag ik slechts een konijn het pad over schieten. Als ik dan bij het pad richting de schaapskooi uitkom zie ik voor mij een stelletje lopen. Hij gaat gekleed in een pantalon en een gladgestreken overhemd, zij loopt op hoge hakken en benadrukt alles wat haar lang en smal maakt. Ik haat hoge hakken, ik begrijp niet waarom mensen los willen komen van de aarde en zeker niet in een bos. Ik heb geen zin om ze voortdurend voor mij te zien en bedenk dat het voor hen misschien ook prettiger is om niet steeds een klein, dik, kalend mannetje van middelbare leeftijd achter hun te weten terwijl zij verliefderig willen doen. Ik weet een alternatief en sla af. De zon schijnt nu volop, het is nog steeds windstil en ik neem die stilte mee naar huis.