[ Onderstaand stuk lag al enige maanden op de plank. Ik vond het te goed om weg te gooien, maar te slecht om te plaatsen. Zo nu en dan las ik het over, veranderde hier en daar een detail, maar er bleef iets ontbreken. Het zou moeten gaan over het proces van het schrijven, dat ook bij het schrijven een vorm van Ultreia optreed. Doorgaan, de volgende letter en weer de volgende letter, hoe pijnlijk slecht soms ook, ergens zal er wel iets goeds uit voortkomen. Het lukte me niet om de wending van het pelgrimeren naar het schrijven te maken. Totdat ik onlangs besefte dat juist het mislukken van dit stuk en het blijven proberen, juist een voorbeeld van Ultreia zou kunnen zijn. Daarom plaats ik het toch, op de valreep van de herfst, zodat het slagen van dit stuk in het mislukken ervan zit. ]

 

En als je lang in een afgrond kijkt,
kijkt de afgrond ook bij jou naar binnen.

Friedrich Nietzsche Voorbij goed en kwaad, 81

In de film Compostella, maar ook in vele teksten in de virtuele wereld over pelgrimstochten, kom ik vaak het begrip Ultreia tegen. In deze teksten resoneert een betekenis mee van zelfoverwinning. De pelgrim die fysieke pijn voelt, maar doorgaat, stap voor stap, steeds verder doorgaan. De pelgrim die, wellicht in het verlengde van die fysieke pijn, mentaal aan de grond zit maar tegen zichzelf blijft zeggen dat hij niet wil opgeven. Ultreia, gewoon de volgende stap doen en daarna weer één. Doorzetten, niet opgeven, er is een doel dat gehaald moet worden.

Het woord pelgrim stamt waarschijnlijk af van het Latijnse woord peregrinus wat vreemdeling, iemand uit vreemde oorden kan betekenen. Ook wel: iemand die van voorbij de akkers komt. Maar ik ben ook de uitleg tegengekomen dat het iemand is die grenzen overgaat. Ik kan me daar iets bij voorstellen daar de meeste mensen in de oude tijden vaak niet verder kwamen dan de grens van hun dorp of streek. Tegenwoordig is het niet meer zo ongebruikelijk om te reizen en daarbij grenzen te passeren en tegenwoordig lijkt het er eerder op dat pelgrims persoonlijke grenzen opzoeken.

Elke pelgrim zal zijn eigen motivatie hebben om op reis te gaan. Een sportieve uitdaging, als toeristische attractie, een spirituele zoektocht, het is allemaal mogelijk. Maar een pelgrimage maken als boetedoening voor begane zonden, dat kom ik niet meer tegen in de verhalen. Eerder lees ik dat mensen op een bepaalt punt in hun leven zijn aanbeland. Men heeft zijn baan verloren, een relatie is gebroken of een geliefde verloren en men gaat op pad om zichzelf te zoeken, de zin van het leven of men hoopt op loutering. Men stapt uit de dagelijkse sleur, ontsnapt aan een dwingende agenda, en gaat op pad, hopend wellicht op een levens- of persoonlijkheidsveranderende ervaring. Men hoopt zichzelf tegen te komen of zijn grenzen te verleggen. Er zullen ook nog mensen zijn die zoeken naar God, in de medereizigers, in de natuur, in de stilte, in zichzelf wellicht. Vreemd genoeg kom ik louter positieve verslagen tegen in dit verband, niemand lijkt negatieve ervaringen te hebben met 'zichzelf tegenkomen'.

Het leven tussen geboorte en dood zien als een reis die gegaan moet worden is zolangzamerhand een beeld dat cliché geworden is. In die zin zou het hele leven een pelgrimage kunnen zijn, zoekend naar de oorsprong waar men vandaan gekomen is. (Of die oorsprong er nu wel of niet is, dat laat ik hier in het midden.) Elke fase in het leven zou dan een bepaalde etappe kunnen zijn, waarbij men op de plaats van bestemming sterft, of, zo men wil, wedergeboren wordt in een andere werkelijkheid.

In de verslagen over pelgrimages naar Compostella kom ik bijna altijd een plek tegen die elke pelgrim zou moeten aandoen: Cruz de Ferro. Het is een hoge houten paal die oprijst uit een berg stenen, bovenop de paal het christelijke symbool, een ijzeren kruis. In de loop der tijd is het traditie geworden dat pelgrims hier een steen achter laten, een steen die men de hele reis heeft meegedragen en die symbool staat voor iets dat men achter wil laten. Waarschijnlijk was datgene dat men achter wil laten juist de motivatie om de pelgrimage überhaupt te beginnen. In die zin is Cruz de Ferro een plek van loutering, waar iets in de pelgrim (af)sterft, een moment van transcendentie. De laatste vele kilometers naar Santiago de Compostella is dan een wedergeboorte. Eigenaardig is dat tegenwoordig Cruz de Ferro weliswaar gezien wordt als een plek van loutering, maar juist Compostella de plek waar men symbolisch sterft, daar is immers de reis ten einde. Veel pelgrims lopen dan verder naar de kustplaats Finisterre, alwaar men aan het water symbolisch zijn schoenen of kleren verbrand die men onderweg gedragen heeft en dat nu juist als wedergeboorte zien, een duik in de zee is dan als het ware een (hernieuwde) doop.

Zo is pelgrimeren een manier om in het kort door het leven te gaan en je daarbij jezelf te bevragen, de balans op te maken. Het is een midlifecrisis uitgestrekt in tijd en ruimte, uitgelopen in honderden kilometers, waarbij een goede afloop uiteraard een gegeven is, want we geloven niet meer in een god, maar wel in onszelf.