Bosch en Duin 1986-1989 III (2)

Ik wil verder, verder met het verhaal, maar het is alsof ik in een diepe bron duik en om me heen alleen maar troebel water zie. Wanneer ik mijn dagboek uit die tijd weer opensla en ga lezen, komt het langzaam allemaal weer boven. Kon ik de tijd maar terugdraaien en opnieuw beginnen! Het leven bestaat uit geluk en smart, daaraan valt niet te ontkomen en het zou beter zijn om het te omarmen. Leef zo dat je hetzelfde leven keer op keer opnieuw zou kunnen leven en als ik zo over nadenk, zou ik dat bij nader inzien kunnen, met alle geluk en verdriet vandien. Het was een hogedrukketel aan emoties, ik leefde intens, als ik althans mijn notities mag geloven die natuurlijk altijd maar weer momentopnamen waren.

Op de vooravond van een nieuw collegejaar, op zondag 4 september 1988, schreef ik bladzijdenlang wat ik de weken ervoor allemaal gedaan had. Op woensdag 24 augustus deed ik samen met D. het mondeling tentamen instrumentenkunde. Boogaerts heeft me daarbij enorm gematst, ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn. D. bleef de rest van de dag bij mij, we gingen naar mijn kamer, aten 's avonds in een pizzeria en gingen aansluitend naar de film The unbearable lightness of being, hetgeen erg gezellig was. 's Middags had ik H. nog gebeld of ze mee wilde, maar het werd haar te laat. Donderdag 25 augustus bezocht ik R. in Enschede. Vrijdag 26 augustus at ik 's avonds bij P. en aansluitend gingen we naar het Festival Oude Muziek, we hadden kaartjes voor een koncert van Les Arts Florissants. Twee korte opera's stonden op het programma, Actéon van Marc-Antoine Charpentier en Dido and Aeneas van Henry Purcell. Misschien, zeker het mooiste koncert, dat ik ooit gehoord heb. Na afloop dronken we nog wat in Springhaver. Zaterdag 27 augustus kwam 's middags E. aan, hij zou twee nachtjes blijven. Dezelfde avond gingen we naar Amsterdam voor het openluchtkoncert op het Museumplein, de afsluiting van de Uitmarkt. Zondag 28 augustus stonden we weer vroeg op om naar het koffiekoncert van Les Arts florissant te gaan. Tijdens dat koncert moet er bij E. een vonk zijn overgeslagen, want sindsdien is hij weg van barokmuziek. Schijnbaar was ik twee studiegenoten tegengekomen, want volgens mijn dagboek dronken we met A. en B. koffie bij Il Pozzo aan de Oude Gracht. Daarna overbrugde ik de tijd op de Oude Muziek Markt tot half drie, want om drie uur zat ik met P. in de Stadsschouwburg voor de opera Giascone van Francesco Cavalli. De opvoering was minstens zo mooi als het koncert van vrijdag. Maandag 29 augustus vertrok E. weer en kon ik even op adem komen. Dinsdag 30 augustus zat ik alweer met P. bij een koncert, ditmaal de Verse anthems van Henry Purcell. De uitvoering van het Collegium Vocale viel echter onverwacht nogal tegen. Om het kort te houden: ronduit saai. De avond werd besloten in café 't Neutje. De volgende dag vertrok ik met de trein naar Friesland voor een bezoek aan de tandarts en om de verjaardag van mijn moeder te vieren. Vrijdag 2 september zag ik E. weer in Leeuwarden om samen een avondje te stappen. Zaterdag 3 september bezocht ik met mijn moeder en mijn zus mijn grootmoeder in het verzorgingstehuis. Ik verstilde daar helemaal en liet alles rustig op me inwerken. Is zo'n tehuis nu erg? Ik weet het niet. Zondag 4 september was ik weer in Bosch en Duin en vond er een brief van H.

Wanneer ik het nu deze notities teruglees, komt het allemaal erg kortademig op me over. Waar was ik voor op de vlucht? Eén aspect werd niet genoemd en wellicht consequent ontlopen. Ik had nu twee jaar 'gestudeerd' en men diende in die twee jaar zijn propedeuse te halen. Er ontbrak nog één voldoende, goed voor veertig studiepunten. Het ging om het enige vak dat niets met muziekwetenschappen te maken had, de alfacursus, een cursus over computers voor studenten van alfastudies. Het ontbreken van deze studiepunten maakte, dat ik eigenlijk niet verder kon met mijn studie. Besefte ik dat niet? Wilde ik het niet beseffen? Waarom had ik niets ondernomen? Waar was ik bang voor? Dat het vooralsnog goed gekomen is, heb ik aan P. te danken. Op aanraden van P., gisteravond, heb ik vandaag maar eens mijn studieadviseur, mijnheer F. de Haas opgezocht (dinsdag 6 september). De toon is laconiek, onverschillig, wellicht om de spanning te verbloemen. Uiteindelijk werd er een noodconstructie bedacht. Ik mocht bij de docent alfacursus vervroegd tentamen doen en bij een goed resultaat werd de datum verplaatst naar augustus, zodat ik alsnog mijn propedeusediploma kon aanvragen. Ongeveer twee weken later moet ik dat tentamen gemaakt hebben, maar ik vind er niets over terug in mijn dagboek. Ik had het ongetwijfeld te slecht gemaakt, toch kreeg ik een voldoende. De docent had duidelijk met zijn hand over zijn hart gestreken. Mijn studie was voorlopig gered.

De brief van H. die ik begin september 1988 ontving, ligt hier voor mij. Amsterdam, 29-8-'88, de aanhef luidt Lieve Bos(ch)muis en is ondertekend met (Amsterdamse) Zwerfkat, waarbij in een p.s. wordt vermeld: Ga je niet het hoofd zitten breken over de verborgen betekenis van Boschmuis & Zwerfkat, die is er namelijk niet. See you! Wanneer ik de brief achtentwintig jaar later lees en herlees, valt me opnieuw het mooie handschrift, de sprankelende toon en vooral de milde glimlach op. Ook heb ik de neiging meer tussen de regels te lezen dan ik toen heb gedaan. Wanneer ze over een vriendin verteld, kan ik het nu niet laten toch een heimelijke boodschap voor mij erin te lezen: Volgens mij bedoelde hij ermee, dat ze een beetje meer eigenwaarde aan moet kweken, eerst moet leren van zichzelf te houden. Misschien heeft volwassenheid in positieve zin wel te maken met zelfkennis: weten wat je mogelijkheden en beperkingen zijn. Misschien zou iedereen eens flink verliefd moeten worden op zichzelf. Niet permanent, maar lang en hevig genoeg om een hele reeks verborgen talenten te ontdekken. Wat essentieel is wordt immers slechts met het hart waargenomen? Verliefdheid gaat meestal over, maar er blijft hopelijk wel een levenslange genegenheid over. Vooral die laatste zin blijft maar in mijn hoofd rondtollen.