Sommige lezers schrijven in hun boeken. Commentaar, aanvullingen, verwijzingen of eenvoudig een streep of kruis om een bepaalde passage later makkelijker terug te kunnen vinden. Het is een manier om een boek persoonlijk te maken, door jouw gedachten een plaats te geven in het boek, maak je het exemplaar tot jouw exemplaar. Het getuigt van jouw lezing.

Ik kan dat niet. Ik ervaar schrijven in een boek als het beschadigen ervan, het verliest zijn oorspronkelijke staat. Ik wil de ruimte om de tekst en tussen de zinnen de ruimte laten, ik voel geen behoefte om daar iets neer te krabbelen. Daarom heb ik altijd een schrift in de buurt om aantekeningen te maken. Niet dat ik vaak iets doe met die aantekeningen, maar alleen het opschrijven al maakt, dat ik de plek en het gelezene beter kan onthouden. Toch moet ik soms eindeloos zoeken in het schriftje of in het boek om iets terug te vinden, dat is een consequentie die ik maar aanvaard. Het voordeel daarbij is, dat ik tijdens zo'n zoektocht weer op andere aantekeningen en passages stuit die ik al lang vergeten was. Efficiënt is het niet, dat geef ik ogenblikkelijk toe.

In de nagelaten aantekeningen van Nietzsche kan ik maar weinig vinden over zijn lectuur. Of ik herken het niet. Of het heeft geleid tot zijn eigen gedachten, zonder dat het verband met het gelezene meteen duidelijk is. Zijn schriften zijn een denklaboratorium en de aantekeningen houden eerder verband met zijn eigen gepubliceerde teksten. Een hele klus om al die verbanden te leggen, welke teksten waar terecht gekomen zijn, wat er verandert is aan die teksten en waarom Nietzsche dat gedaan heeft (of niet).

Soms staan er zinnen tussen die ik niet kan plaatsen en waarvan de betekenis me ontgaat. Soms zijn ze ook grappig en komen ze toch uit een boek dat hij schijnbaar las. Noteerde Nietzsche onderstaande zin, omdat hij het kon gebruiken in zijn ondermijning van de christelijke moraal? Of moest hij erom lachen? Of beide? We zullen het nooit weten.

'Mest doet meer wonderen dan de heiligen' – Sicilië.

Friedrich Nietzsche Nagelaten fragmenten. Deel 3, 191

Op de hogere berghellingen is nog altijd de olijfboom, de johannesbroodboom en de manna-es aan te treffen. Hun akkerbouw kent ook het drieslagstelsel. Bonen, graan en een jaar braak, waarbij gezegd wordt: mest doet meer wonderen dan de heiligen. De wijnstok wordt erg laag gehouden.

Johann Wolfgang von Goethe Italiaanse reis, 271