Als de bomen in het begin van de herfst hun ware kleuren laten zien, dan is dat het begin van het einde. Geholpen door de wind zullen de bomen hun franje verliezen. Hooguit enkele verfrommelde pakketjes bladeren blijven over aan de verder kale takken. De bomen worden introvert, keren terug in zichzelf, zetten zich schrap voor de winter. De uitbundige wereld van de zomer is definitief voorbij en met de laagstaande zon worden de schaduwen langer. De schoonheid van het najaar wordt maar zelden opgemerkt. Of het geluid, het knisperen van de bladeren onder de schoenen, de akoestiek van een ontkleed bos. De diepte van het bos is niet alleen beter te zien, maar vooral ook te horen. De muziek van de ruisende bladeren is verstomd, soms is het kraken van het hout te horen, het vallen van een tak of het pianissimo van een dwarrelend blad. Bovenal is er meer stilte en waar de stilte heerst, daar valt de eigen stem te beluisteren.