Ze zat gehurkt bij een boomstronk. De stronk was geheel overwoekerd door mos en er groeiden paddenstoelen op. Ze hield er een fototoestel bij. Aan het fototoestel een schermpje, waarop ze waarschijnlijk goed kon zien hoe de foto zou worden terwijl ze het toestel in de door haar gewenste positie kon houden.

Dat maakt maar foto's tegenwoordig. Begrijp me goed, ik heb niets tegen fotografen en het maken van foto's, maar tegenwoordig lijkt iedereen wel fotografie te bedrijven. Ik voel die behoefte niet en ik voel me er wel eens schuldig over. Had ik het jonge leven van mijn kinderen niet beter vast moeten leggen? Zullen ze me later verwijten dat ik zo weinig foto's gemaakt heb?

Mijn vader maakte foto's en heel veel dia's. Ik bewaar ze, maar ik kijk er nooit naar. En als ik er naar kijk, zie ik een jongen waarvan ik weet, dat ik het was, in een andere tijd. Tegelijkertijd herken ik hem niet, omdat het slechts een beeld is. Wat hij op dat moment dacht en voelde is verloren gegaan. Wat mij toen tot mij maakte, dat staat niet op de foto of dia. Liever had ik dagboeken en brieven uit die tijd gehad.

Soms maak ik op mijn wandelingen een paar foto's. Op de sociale media worden foto's nu eenmaal meer geleukt dan teksten. Voor een tekst moet je moeite doen, het kost wat tijd om het te lezen en te herkauwen, maar een foto zie je in een oogopslag en klik, wat leuk.

Zou zij de foto van de paddenstoelen en het mos op de boomstronk straks op facebook zetten? Of instagram, flickr, tumblr of hoe heten al die virtuele fotoboeken tegenwoordig? Tussen al die honderden, duizenden, miljoenen andere foto's? Zou zij dan vele malen per dag gaan kijken hoeveel mensen het geleukt hebben? Of zou ze de foto's voor haarzelf houden om er zo nu en dan eens naar te kijken?

Ik wandel verder, luister en kijk om me heen. Inderdaad, ik zou zoveel mooie foto's kunnen maken van het landschap, maar liever schrijf ik straks, wanneer ik thuis kom, wat gedachten op. Zoals over een vrouw die gehurkt zat bij een boomstronk.