Ze wilden niet, maar ze moesten. Gelukkig had ik het plan goed voorbereid, zodat de chaos niet te lang zou duren. Het was een idee dat ik al jaren had, het was nu voldoende gerijpt. Ik zette de oudste, de zeer bejaarde meneer Gilgamesj, aan de ene kant en de jongste, juffrouw Marsman met haar eerste letter aan de andere kant. Zo werd de alpha de omega en was de cirkel rond.

Alleen Eckermann mopperde nog wat, hij wilde wat dichter bij Goethe. Ik honoreerde zijn wens en nu voeren ze hele gesprekken. Hannah daarentegen kon haar blijdschap niet onderdrukken dat ze wat verder van Martin mocht staan en ze rookt nu prompt een stuk minder. Nou ja, de Grieken klagen, omdat Plato de hele tijd met nieuwe ideeën aan komt zetten, maar Hieronymus is eenvoudig blij dat hij naast de Bijbel mag staan.

Er zijn vele goede vriendschappen ontstaan. Dante, Boccaccio en Chaucer vertellen elkaar de hele tijd verhalen. De tweeling Essays en De essays Montaigne spelen het spel 'zoek de eindeloze hoeveelheid verschillen'. Hegel grinnikt steeds dat hij boven de grijze hemel van Hölderin mag uittorenen. De zusjes Brontë drinken oeverloze hoeveelheden thee met Jane na hun wandelingen over de Woeste hoogten. Henry Thoreau is wat ongehoorzaam, maar kan redelijk overweg met Alfred Russel Wallace, terwijl Multatuli verdiept is geraakt in Dostojevski, ze discussiëren over misdaad, straf en het recht. Anna Karenina leest stiekem in het dagboek van de gebroeders Goncourt. Gogols Dode zielen zijn tot leven gekomen nu ze de verhalen horen van Edgar Allen Poe. Mevrouw Dalloway laat haar gedachten gaan en deelt ze met Joyce, terwijl Carry van Bruggen een spelletje schaak speelt met Stefan Zweig. Nou ja, Moravia is nog wat onverschillig voor zijn landgenoot Pavese, maar dat zal wel goed komen. Jan Arends was onlangs ontroostbaar toen ik Wat is politiek? van Lefort tussen hem en Foucaults geschiedenis van de waanzin zette, maar later kwam hij tot de slotsom dat politiek en waanzin op hetzelfde neerkomen. Reve en Lodeizen praten al tien avonden eindeloos over hemelse mannen. Brouwers biedt de zwijgzame Coetzee een borrel aan en als deze blijft weigeren, gaat hij aan de andere kant In de bovenkooi een boom opzetten met Biesheuvel. Geannimeerd en sophisticated zijn de gesprekken over landschappen en herinneringen tussen Sebald en Schama. Van Dixhoorn en Rothko hebben aan weinig woorden genoeg om elkaar te begrijpen. László Krashznahorkai en Donald Ray Pollock fluisteren voortdurend over duistere zaken. Jelle Brandt Corstius maakt in zak en as fietstochten met Kira Wuck en bewondert de Finse meisjes, terwijl Jaap Robben verlegen krekelt in de nacht tussen de dames Svetlikova, Van Wieringen, Van Gasse, Luiselli, Marie, Hofstede en Marsman.

Alleen mijn goede vriend Friedrich, hem heb ik apart gezet en hij lijkt er volmaakt tevreden mee. Hij staat naast mijn leesstoel zodat ik hem zo nu en dan gezelschap kan houden. Soms lees ik hem voor, dicteert hij mij teksten over een eeuwige terugkeer of maken we lange wandelingen en bezoeken onze vrienden. Dan spreken we met de Politicus zonder partij Menno ter Braak of we raken in aardse Sferen met Peter Sloterdijk. Ik luister dan alleen maar, zoals ik naar al die stemmen luister. Soms wordt het gekrakeel me wat al te veel en dan leg ik ze tijdelijk het zwijgen op, zodat ik mezelf weer even kan horen.

Ze hebben mij één verzoek gedaan en daar geef ik graag gehoor aan: mijn beste lezers, ik wens u allemaal fijne kerstdagen en een lezenswaardig nieuw jaar toe! Ook namens mijn boeken!