er is geen weg (2)

Aan de rand van het dorp aarzelde hij. De zuidelijke weg was onverlicht en het zou nog wel even duren voordat de eerste zonnestralen boven de heuvels zichtbaar zouden worden. Was hij te vroeg opgestaan? En dat alleen maar omdat hij in alle rust en stilte wilde vertrekken? Of wilde hij haar ontlopen?

Gisteren was zij voortdurend overal opgedoken. Wanneer hij een plekje had gevonden op het terras om te lezen, bij de avondmaaltijd en toen hij zijn dagboek aan het schrijven was. Zwijgzaam had hij naar haar oninteressante verhalen geluisterd. Over haar moeilijke jeugd, haar mislukte studie en de echtscheiding. Nu was ze op weg naar Santiago di Compostela om te ontdekken wie ze was, om haar geluk te vinden. Hoe vaak had hij niet vergelijkbare redenen gehoord om deze reis te maken? Het leek wel alsof alle pelgrims hun eigen varianten hadden op dezelfde clichés. Maar hij had het geduldig aangehoord, zo nu en dan bemoedigend geknikt en oprecht medeleven geveinsd.

Hij rechtte zijn rug, voelde nog eens of zijn rugzak wel goed op zijn heupen leunde, trok nog wat riempjes aan en waagde het erop. De rugzak voelde zwaarder aan dan gisteren, maar dat kon ook de vermoeidheid zijn. Hopelijk vond hij in het volgende plaatsje een geopende winkel waar hij wat eten kon kopen.

Maar hij was niet enige die in beweging kwam. Ergens ver weg in het landschap starte een motor en flitste een fel licht aan. Een traktor en een combine gingen aan het werk, twee lampen wezen hen de weg.