Er was een volledige horizon. Een horizon overal om hem heen en geen enkel punt ervan leek dichterbij dan een ander. Het gaf hem een claustrofobisch gevoel. Hij wist niet of hij zich verplaatste – of hij zich voortbewoog. En niet welke kant op als hij het al deed.

Cynan Jones Inham, 32

Wie gaf ons de spons om de hele horizon uit te vegen? (...) Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, alle kanten op? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets?

Friedrich Nietzsche De vrolijke wetenschap §125