We deelden belangstelling voor muziek, literatuur en filosofie, we konden er eindeloos over spreken. Trots vertelde hij over zijn bibliotheek, hij was een verwoed verzamelaar, liep veilingen af, liet boeken opnieuw inbinden. Zover ging mijn liefde voor het boek niet, ik ben geen bibliofiel, alhoewel ook ik met een zekere trots naar mijn verzameling kan kijken. Maar ondanks onze gemeenschappelijke belangstelling, begon er toch iets te wringen, er trad een asymmetrie op in onze gesprekken. Waar hij in zijn lezen voortdurend zocht naar bevestiging, naar autoriteit om zijn opvattingen vorm te geven en kracht bij te zetten ('zoals Plato al zei...'), daar zocht ik voortdurend de aarzeling, de twijfel, de omtrekkende beweging ('zoals Nietzsche al zei...'). Waar hij star was in zijn opvattingen, daar was ik star in mijn twijfel. Zo konden twee liefhebbers van boeken en lezen uit elkaar gaan, elkaar beschuldigend van arrogantie. Ik moet er nog vaak aan terug denken en ik heb ervan geleerd. Achter twijfel kan een angst schuilen, de angst iets te vinden, standpunten in te nemen, omdat het je kwetsbaar kan maken. En wellicht is dat dezelfde kwetsbaarheid van de bibliofiel die zich verschanst achter muren van boeken met Grote Namen en zich beschermd denkt te weten door hun Autoriteit.