Veel over jezelf praten kan ook een manier zijn om je te verbergen.
Friedrich Nietzsche Voorbij goed en kwaad §169

Gezonde spanning noemt men dat. Spanning die scherp maakt, die zorgt dat je helder gaat denken. Vooral als je iets wilt bereiken, bijvoorbeeld bij een sollicitatiegesprek of een sportwedstrijd. Daartegenover staat natuurlijk ongezonde spanning. Spanning die je de adem beneemt, spanning die belemmerd, die je laat struikelen over je woorden, die een waas voor je ogen tovert.

Ongezonde spanning kan ook optreden zonder duidelijke oorzaak. Je hebt die spanning maar je weet eigenlijk niet waarom. Het maakt je klein, somber en moedeloos. Ik vergelijk het met hoogtevrees: je weet dat het irreëel is, je weet niet goed waar het vandaan komt, wellicht is het aangeleerd gedrag of heb je ooit een ingrijpende, negatieve ervaring met hoogte gehad. Maar hoezeer je ook voor jezelf kunt beredeneren dat je geen angst hoeft te hebben, je hebt die angst toch, je hele lichaam is in een alarmfase en is in opperste staat van paraatheid, code rood!

Levensvrees: een irreële en vooral ongewilde vrees om je in het dagelijkse leven te begeven. Je voelt spanning, maar je weet niet waarom. Je bent eindeloos met jezelf in gesprek om jezelf te overtuigen dat het onzin is. Je hebt jezelf zo vaak een trap onder de kont gegeven, dat het er beurs van is. Het is dodelijk vermoeiend en je begrijpt er niets van. Je dwingt jezelf onder de mensen te komen, je gaat naar de winkel, bezoekt een verjaardagsfeest, schaakt desnoods een toernooi waarbij je je uiterste best doet te doen alsof er niets aan de hand is, alsof je blaakt van de energie. Je bent vriendelijk en je probeert een positieve uitstraling te hebben, je mengt je in gesprekken en je vindt het zelfs prettig, maar het is een gevecht, een hopeloos gevecht met soms een pyrrusoverwinning. Want alhoewel je je elke dag weer oppept voor je dierbaarsten, voel je een vermoeidheid die je neerslaat. Het liefste wil je je verstoppen in bed, maar dat heb je jezelf verboden. Als de telefoon gaat knijpt je keel al dicht. Je voelt je schuldig, maar je weet niet wat je jezelf ten laste moet leggen. Ergo: waar K. nog de energie en moed had om te proberen te achterhalen waarvan hij beschuldigd werd, weet jij dat het geen enkele zin heeft. Soms – gelukkig niet elke dag – ben je alleen nog maar bezig met mentaal overleven. Tegelijkertijd verzet je je tegen de gedachten dat alles wat je doet toch alleen maar stuit op de kritische blik en de gedachten van anderen en dat het allemaal geen enkele zin heeft. Mensen zeggen aardige woorden tegen je en je wilt ze wel geloven, maar ergens zeurt en knaagt het ongeloof. Je bent niks, je kunt niks en het zal nooit wat worden. Toch wil je nog van alles, vind je het leven mooi en boeiend, sta je ondanks alles toch nog postief in het leven. Niet je humor verliezen, niet toegeven aan het ondermijnende gevoel volstrekt te falen. Je moet altijd weer opnieuw beginnen, doorgaan, hoe intens vermoeiend ook. Immers, ook Sisyphus houdt nog steeds vol. Denk aan de woorden van Beckett: Ever tried. Ever failed. No matter. Try Again. Fail again. Fail better. Maar de vrees wijkt niet, het dient zich keer op keer aan, net als je denkt weer een beetje bijgekomen te zijn. Soms trilt je lichaam ervan, schieten je ogen vol en voel je louter wanhoop. Het enige wat je nog wil is rust en stilte. Muziek is te emotioneel, lezen lukt soms nog, maar bij het schrijven willen de woorden niet komen.

En dan, op een dag, overwin je jezelf en schrijf je het op.