Als ambassadeur van de alleenzaamheid mag ik natuurlijk niet klagen. Niet dat iemand dat tegen mij zegt, ik zeg het vooral tegen mezelf. Wie zou het ook anders moeten zeggen? Maar toen de kinderen met hun moeder en vriendin B. gisteren op vakantie gingen – S. was gisteravond al vertrokken, eveneens op vakantie, weer naar Taizé nota bene – overviel me een intens gevoel van eenzaamheid.

De maanden in de zomer zijn moeilijk, iedereen gaat maar op vakantie en deelt zijn avonturen op sociale media. Ik kan me mijn laatste vakantie niet meer herinneren. O, ik kan genieten van het plezier van anderen, begrijp me niet verkeerd, ik gun iedereen zijn mooie vrijheid in de zomer. Soms mis ik het zelf zo, het is de confrontatie die me aangrijpt.

Ik bewonder mensen die alleen op vakantie gaan, dat zij dat kunnen, maar voor mij is dat – nog afgezien van de financieën – een (te) grote drempel. Is het angst? Is het een gebrek aan vertrouwen in mezelf? Is het zien van gelukkige stellen en gezinnen die samen op vakantie zijn nog te moeilijk voor mij? Ik weet maar al te goed dat ik het geluk van anderen niet moet idealiseren.

Ik herinner me nog de week alleen in Bayreuth, ik liep vaak met mijn ziel onder de arm en was zelfs blij om mijn ouders weer te zien na een aantal dagen. Wat ik vooral miste was een maatje met ik wie mijn indrukken, mijn enthousiasme en mijn teleurstellingen kon delen. Ook in die zin ben ik te weinig een schrijver, ik kan heel veel opschrijven, maar alles alleen maar toevertrouwen aan het papier is uiteindelijk toch onbevredigend.

Natuurlijk zijn er mensen die vinden dat het allemaal mijn eigen schuld is. Had ik maar beter mijn best moeten doen, had ik maar andere keuzes moeten maken. En ja, ze hebben gelijk, dus ik mag niet zeuren. Eigen schuld, dikke bult. Voor deze schuld komt geen deurwaarder langs, deze schuld moet je aan jezelf aflossen. Zo gaat dat in een samenleving waar je je eigen dromen moet najagen en waarbij je vooral jezelf moet zijn. Ik vind het moeilijk om 'mij' te zijn.

Ik sta het mezelf toe, die brok in mijn keel als ik mijn kinderen uitzwaai, ze een goede reis en veel plezier toewens. Ik wil ook weer eens op vakantie, met z'n allen.

Ik weet uit ervaring dat de eerste vierentwintig uur het ergste zijn, dat niets me kan troosten, geen boek, geen muziek, geen wandeling, niets. Schrijven leidt me af, maar neemt de gevoelens niet weg. Gevoelens die een eigenaardige combinatie lijken van verliefd-zijn en eenzaamheid. Dezelfde gevoelens die ik lang geleden in Bosch en Duin had na een bezoek aan H. Een leegte die groter is dan het gat in het beeld van Ossip Zadkine.

Het is een kwestie van tijd, lieve lezer, de normale proporties keren weer terug. Ik vind mijn weg wel weer, dat heb ik altijd gedaan, daar vertrouw ik op.