Er had wel wat meer orde in zijn boeken mogen zitten. Nu is het een speurtocht naar allerlei verbanden. Alsof elk genummerd fragment een systeemkaartje is en alle systeemkaartjes bij een ongeluk door elkaar op de grond gevallen zijn.

Hij zal antwoorden dat er geen systeem is, dat hij dat juist heeft willen voorkomen, om uit te sluiten dat iemand een leer uit zijn filosofie zou kunnen peuren. Alleen de suggestie dat er enige coherentie in zijn geschriften zit is genoeg. Hij wil de lezer uitnodigen zelf na te denken.

Als lezer voel ik een behoefte aan overzicht. Ik wil aan de hand genomen worden: kijk, nu beweer ik dit, dan beweer ik dat, om uiteindelijk tot deze conclusie te komen. Maar hij laat dat na, hij wil verwarren en ontmoedigen. Hij laat mij eindeloos wandelen zonder richting aan te geven, zodat ik verdwaal en voortdurend op mijn schreden moet terugkeren om de draad weer op te pakken. Het zoeken naar waarheid heeft meer waarde dan de waarheid zelf, zou hij zeggen.

Toch heb ik niet de indruk louter met chaos van doen te hebben. Ik voel de onweerstaanbare neiging om op zoek te gaan naar een verborgen systeem, maar dan stuit ik op allerlei vreemde tegenstellingen. Had hij bijvoorbeeld niet beweerd dat de vrije wil niet bestaat? Even later spoort hij de lezer aan om zichzelf vorm te geven! Misschien is dat één van zijn doelstellingen, de lezer verleiden tot het zoeken naar samenhang (die er zeker is), om hem vervolgens te laten ontdekken dat het daar niet om gaat, maar om het lezen en teruglezen en het denken erover.

Hij maakt op deze wijze een langzame lezer van mij. Soms vind ik dat gepuzzel ergerniswekkend en dan wil ik hem toeroepen: wees wat duidelijker, schrijf nou eens ordelijk op wat je wil vertellen! Maar dan lees ik een passage die mij doet glimlachen en vergeef ik hem alles weer.