Je moet je tijd investeren, zei zij.

Je moet je tijd investeren, herhaalde ik in gedachten en liet de gedachte rondgaan, probeerde te proeven hoe deze uitspraak zou smaken. Smakeloos dus.

Voor de toekomst, vervolgde zij.

Voor de toekomst, zei ik haar na met een vies gezicht.

O, maar dat kan ook leuk zijn, zei zij met haar gestifte glimlach. Haar stem maakte een huppeltje.

Leuk, leuk! Daar heb je dat woord weer, dat nietszeggende woord dat elk mogelijke negatieve gedachte moet platwalsen zonder verder argumenten aan te dragen. Een vriend gaat naar de film, de film viel tegen, maar ja, hij had er geld in geïnvesteerd voor een leuke avond, dus hij wilde niet teleurgesteld zijn of in ieder geval niet teleurgesteld overkomen, dus hij zei: de film was wel leuk. Geen recensie is dodelijker.

Net als met geld, je investeert in een bedrijf of zoiets en later strijk je je winst op. Prachtig toch!

Zou zij het zelf geloven?

Of je gaat failliet. Ik had meteen spijt van deze uitspraak. Mevrouw zuchtte en sprak de woorden die zij tegelijkertijd aantekende: meneer wil niet investeren in zijn toekomst.

Ach, mevrouw, zei ik toen zo vriendelijk mogelijk, u begrijpt het verkeerd. Ik wil best investeren in het lezen van een roman, in het beluisteren van Bach, in het schrijven van een stukje tekst of het maken van een wandeling. Ja, dat is ook investeren, dat is investeren in mijn welbevinden. Maar die gedachte komt niet bij u op, u kunt alleen maar denken aan één of andere vorm van werkzaamheden die moeten bijdragen aan de moderne god van deze tijd, De Economie. Maar ik ben geen gelovige, ik wil best werken, mijn steentje bijdragen zoals dat heet, maar kom niet bij mij aan met het investeren van tijd in mijn toekomst, want u weet net zo goed als ik dat het helemaal niet om mijn toekomst gaat, maar dat het erom gaat dat ik geen kostenpost ben. Ik moet wat opleveren, ik moet tijd investeren opdat samen met anderen we de economie naar grote hoogte opstuwen zodat we aan het einde van de dag allemaal moe op de bank mogen hangen om te kijken naar die volstrekt idiote programma's op de televisie. En als je pech hebt vertellen ze ook nog op die treurbuis dat je tijd moet investeren in meer bewegen, in gezond eten, dat we meer aan cultuur moeten doen en nog allerlei andere adviezen waarmee ik mijn leven kan vullen tot aan de dag dat ik met pension mag en mag oogsten uit de tijd die ik mijn hele leven heb geïnvesteerd en denk: wauw, wat een winst zal ik opstrijken, laat de vrachtwagen van de postcodeloterij met al die lachende mensen maar voorrijden! Maar nee, niets, nada, niente. Na al die jaren ben je dan afgeschreven en verwijderd van de balans. Dan kan de gedachte opkomen: mijn leven is voltooid. Maar was het mijn leven nog wel?

Onbewogen had ze me aangehoord, alsof het niet de eerste keer was dat ze iemand zo'n nutteloze tirade hoorde afsteken. Ze boog zich weer over het formulier en noteerde: meneer kan goed praten.

Ergens in het universum implodeerde een sterrenstelsel.

Heel leuk, zei ik nog.