Het pad is breed en kaarsrecht. De bomen ernaast zijn waarschijnlijk door mensenhanden geplant, ze staan in een rechte lijn. Het zijn monumentale bomen geworden, de kruinen strelen elkaar in de wind. Alsof ik door een grote kerk loop met zuilen en gewelven. Ik hoor de de symfonische klanken van Bruckner, zijn symfonieën worden wel kathedralen van muziek genoemd.

Ook al stoort de rechtlijnigheid van het pad mij, ik kies het toch vaak op de terugweg. Ik liep het al toen ik nog niet in Z. woonde, in een roerige en emotionele tijd. De herinneringen eraan lijken nog als een onzichtbare mist onder de takken te hangen. Dit pad is een pad geworden met een persoonlijke geschiedenis.

Wie wandelt tussen bomen ervaart niet de blikken van heiligen en discipelen en loopt niet af op een altaar waarboven een luguber beeld hangt van een man aan een kruis genageld. In het bos hoor je hooguit het knisperen van bladeren, het fluiten van vogels, het ruisen van bomen. Hier is de tijd cyclisch, onder de hoge gewelven van een kerk loopt het pad naar het einde der tijden. Hier wordt niet geoordeeld, maar in een kerk weet je het: op een dag zit die man van het kruis aan de rechterhand van zijn vader om te oordelen over de levenden en de doden.

O, ik bewonder het bouwkundig vernuft, het vakmanschap van de beeld­houwers en zeker ook de polyfone weefsels van de oude toon­kunstenaars. Maar wanneer ik tussen de bomen wandel, betrap ik mezelf er op dat ik de natuur­geluiden muzikaler vind, dat ik de groei en het verval vanzelfsprekender ga vinden dan het maken van eeuwige kunst. Dan ervaar ik de ingewikkelde menselijke cultuur als hopeloos gekunsteld. Het fluiten van een vogel kent geen perfecte uitvoering, de ruis van de bomen komt niet voort uit een partituur, laat staan dat er een interpretatie nodig is. Je kunt eenvoudigweg om je heen kijken, luisteren, stilstaan en weer de ene voet voor de andere zetten. Het is de beleving van een afwezigheid, de afwezigheid van de menselijke cultuur. Ook al verraadt dit pad een menselijke meetlat, al wandelend voel ik me er vrij en thuis en er hoeft geen diepere betekenis gevonden te worden.