De ochtendzon verlicht het duister achter de bomen. Later worden de takken en de stammen zichtbaar in een langzame dans van licht en schaduw. Natte bladeren glinsteren, de randen van bemoste takken iriseren groen. Dan schijnt de zon door de toppen van de bomen mijn woonkamer binnen, recht in mijn gezicht. Vlakken licht worden zichtbaar in mijn kamer en verschuiven in de tijd. De rand van de fruitschaal weerkaatst het felle zonlicht, het reliëf van de muur krijgt diepte. Het wordt me pijnlijk duidelijk dat ik nodig de ramen moet lappen.