«   i   »

1728

2 juni 2019

De tafel. De tafel staat. De tafel is klein en niet bijzonder. Het blad is groter dan mijn schaakbord, in een mooie verhouding. Het verhaal gaat dat mijn grootvader zijn krant las aan deze tafel. Ik heb daar geen herinneringen aan, grootvader overleed toen ik één jaar oud was. Toch heb ik beelden van het huis waarin grootmoeder achterbleef, vage beelden die misschien niet kloppen, beelden die wellicht achteraf zijn geconstrueerd. In dromen. Maar daar staat de tafel. In de achterkamer. Onder de klok. Zo’n klok die tiktakt en zwaar metalig boinkt en geregeld opgewonden moet worden. Met een sleutel. Een gat voor de slinger en een gat voor het slaan. Om de tijd voorbij te laten gaan. Grootvader las vast het conservatieve, protestantse Friesch Dagblad. Mijn grootvader stemde ARP, de Anti-Revolutionaire Partij. Toen mijn vader overleed, zette mijn moeder de tafel in de keuken en ging ze daar de krant lezen. Uitpluizen, zei ze altijd. En de kruiswoordpuzzels. Aan dezelfde tafel als haar vader. Nu is mijn moeder dood, nu staat de tafel bij mij. Er wordt gezegd dat ik op mijn grootvader lijk, al ben ik niet conservatief en zou ik me nooit op een krant als het Friesch Dagblad abonneren. Ik lees de krant niet aan tafel, ik lees de krant online. Het NRC en soms de Volkskrant. Maar, grootvader las tenminste. Al zouden we elkaar politiek en religieus niet begrijpen, ik vermoed dat we op elkaar lijken in onze principiële houding. Dat zou kunnen, ik weet het niet, ik heb hem helaas nooit gesproken. Maar de tafel staat. Met het schaakbord erop. En een schaakklok. Een ouderwetse tafel, getekend door de tijd. Mijn moeder deed er altijd een kleedje op. Ik niet. Bij mij mag je de vergankelijkheid zien, ik wil dat niet bedekken. Wabi-sabi. De barsten in het blad, de slijtage aan de randen, de verkleuringen. Mijn tafel nu. Mijn tafel staat. Totdat