«   i   »

1731

8 juni 2019

Schrijven vrouwen anders? Ik weet het niet, deze vraag heeft niet mijn aandacht. Mijn intuïtie zegt me, dat er verschillen zijn, maar of de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke schrijvers groter zijn dan tussen vrouwen onderling of mannen onderling, dat zou ik niet met zekerheid kunnen zeggen. Het kan zijn dat vrouwen andere accenten leggen dan mannen, dat vrouwen meer over relaties schrijven (om voor de gelegenheid maar een cliché van stal te halen) en mannen meer over uitgebluste midlife mannen die een vrouw in hun leven missen, eenzaam aan de drank pakjes sigaretten wegpaffen. Kan allemaal.

Laten we dan maar zeggen dat het uiteindelijk om de stijl draait, de wijze waarop je een verhaal vertelt. Ik heb het nooit onderzocht, maar mogelijk dat daar de verschillen liggen. Dat vrouwen per definitie een slechtere stijl hebben dan mannen, dat geloof ik niet. Overigens vind ik de kwalificaties goed of slecht niet van toepassing, liever spreek ik over mooi en minder mooi, eventueel stijlvol of stijlloos. Of een indeling in mannen en vrouwen hierbij vruchtbaar is, dat betwijfel ik. Ik heb het liever over boeken die me boeien, me raken, me verontrusten, boeken die mij bij het lezen ervan in meer of mindere mate herijken en verrijken. Of de naam op de kaft mannelijk of vrouwelijk is, dat zal me uiteindelijk worst wezen.

Maria Barnas is schrijfster. Haar romans Engelen van ijs en De baadster heb ik met plezier gelezen, dat herinner ik me, maar verder gaan mijn herinneringen niet (het is sowieso opzienbarend hoe weinig een lezer onthoudt van een boek). Ik kende haar werk dus al enigszins toen ik ontdekte dat ze columns schreef voor de culturele bijlage van het NRC. Algauw keek ik naar die wekelijkse bijdragen uit. Ze schreef voornamelijk over beeldende kunst met een toon die me zeer sympathiek was. Eenvoudig verhalend zonder pretenties, knoopte ze een alledaagse ervaring aan een ervaring van een kunstwerk. Of plaatste zij die ervaringen eenvoudigweg naast elkaar en moest je als lezer zelf het verband maar ontdekken. Soms kwam het geforceerd over, soms als een invuloefening van een sjabloon, maar doorgaans vond ik het zeer verhelderend. Bovendien, zo zou ik ook wel over boeken willen schrijven. Een boek analyseren en er een oordeel over vellen, ik heb daar geen talent voor, ik beschik niet over het gereedschap om dat goed te kunnen. Liever schrijf ik over mijn relatie met het boek dat al of niet ontstaat en plaats ik het in mijn verhaal, soms expliciet, vaker impliciet (dus onzichtbaar voor de lezer).

Maria Barnas stopte met het schrijven van haar columns en ik vond dat vreselijk jammer. Jaren later zag ik de bundeling ervan in de ramsj liggen bij de Slegte. Fantastisch heet het boek, met de dubbele verwijzing naar geweldig en fantasierijk. De aankoop heeft ondertussen jarenlang geduldig staan wachten in de kast, maar nu heb ik het dan toch gelezen en het viel me op dat ze misschien geen bijzonder mooie stijl heeft, maar wel één die doeltreffend is in het bestek van een column. Ik houd van schrijven op de korte afstand, je moet karig zijn met woorden, in een paar zinnen vertellen. Barnas lijkt in de meeste columns een schema aan te houden: eerst de alledaags anekdote, dan het kunstwerk of boek of gedicht of een ontmoeting met een kunstenaar, dan een slot dat je verder laat mijmeren en laat verlangen naar de volgende bladzijde. Het is altijd haar blik en het is deze blik die me steeds doet verwonderen hoe je ook naar kunst kunt kijken, hoe je ook een gedicht kunt lezen, een manier van kijken die de wereld van de kunst in de alledaagse wereld plaatst. En vice versa, zodat de grenzen lijken te vervagen.

Je bent zoveel ikken als je verdragen kunt.
Maria Barnas Fantastisch, 88

De mooiste route die ik ken, is er een waarlangs de tijd stilstaat.
Maria Barnas Fantastisch, 98

Terwijl ik het liefst alles zou willen onthouden, is het alsof ruitenwissers stroef over de voorruit van mijn geheugen trekken om steeds wisselende sporen achter te laten.
Maria Barnas Fantastisch, 106

Wat je leest, vormt een ruimte om je heen tot het een onvermijdelijke wereld is geworden waarin je kunt bestaan.
Maria Barnas Fantastisch, 162

Ik geloof dat mijn levensgeluk in grote mate afhankelijk is van het vermogen om delen van mijn omgeving te negeren.
Maria Barnas Fantastisch, 280