1676

8 juli 2018

Om het aan te durven jezelf te zijn, moet je als axioma aannemen dat je een behoorlijk mens bent.
Frida Vogels Dagboek 1970-1971, 72

Let me admonish you, first of all, to go alone (...).
Ralph Waldo Emerson Essays & Lectures, 88

Daaruit bestaat het leven, ben ik bang: uitwissen en uitgewist worden.
Alejandro Zambra Begrijpend lezen, 94

De moderne tijd produceert dermate veel grote woorden dat men nauwelijks te (sic!) tijd krijgt erom te glimlachen.
Bastiaan Bommeljé Deze maand – bijna 60 in: Hollands Maandblad 2018/5, 4

And just as we may wonder if a tree makes a sound when it falls out of earshot, so we may ask, Is an empty bookshelf an oxymoron?
Henry Petroski The Book on the Bookshelf, 22

1675

30 juni 2018

Het is niet gezegd dat je zo moet leven dat je jezelf aangenaam bent. Maar er moet wel een kern zijn waarop je bouwt. Zolang dat zo is, kun je de rotzooi aanvaarden zoals die komt.

Frida Vogels Dagboek 1970-1971, 183

1674

27 juni 2018

Eliphalet Frazer Andrews (1835-1915)
Promenade

1673

25 juni 2018

So long

toen onze tijd nog ging liggen
in zijn groene schaduw, zich warmde
in het bos, toen hij achteruit
tot waar je was, waar je op me
wachtte in dat onverzettelijk wit
van mijn pad en dat zijn kleuren
niet de kleuren zijn maar het licht
dat door de geuren en het
belegen stof zo mimzaam, zo los
tussen de takjes en het mos dwarrelde
over onze gedachten aan ons,
zo dichtbij en toch zo ver, tot
waar ik ben en jij nog bij me
stond om tijd te wissen met
open blik en stilte in de mond.

(...)

Marleen de Crée So long in: Poëziekrant 2018/3, 86

1672

22 juni 2018

Lieve A.,

Je had gelijk en ik wil je bedanken voor je advies. Ik weet niet waarom ik het steeds vergeet en waarom ik mezelf steeds moet overtuigen. Dan is het goed dat iemand mij eraan herinnert en mij de vraag stelt: wat heb je nodig als je weer als een Sisyphus met de rotsblok langzaam naar beneden schuift? Dan moet ik gaan lopen, was mijn antwoord en vanochtend heb ik je advies opgevolgd en ben gaan wandelen, dat had ik al weken niet meer gedaan. Wanneer ik omringd word door het groen en bruin van het bos, de geluiden van de vogels, het koele briesje dat er vanochtend was – dan zeg ik het opnieuw tegen mezelf: dit moet ik vaker doen, eigenlijk elke dag na het opstaan en het ontbijten. Toch doe ik het niet, het is alsof ik het ontwijk.

Ik zou willen dat ik je de magie kon uitleggen, dat ik het je kon laten voelen wat er gebeurd als ik door het bos loop. Eigenlijk let ik helemaal niet zo op de natuur, ik ben niet iemand die voortdurend om zich heen kijkt, ik let meer op de boomwortels in het pad. Bij mij gaat de blik op een gegeven moment naar binnen, ik raak in gesprek met mezelf. Waarom ik daarvoor moet lopen in een omgeving zonder mensen waar ik vooral de bomen, de vogels en de kikkers hoor, dat weet ik niet. Misschien dat het fysieke lopen iets teweeg brengt in mijn hersenen. Zeker wanneer ik langer dan een uur loop, dan kan ik in een dagdroom terecht komen, een trance bijna. Ken je dat effect, dat je zo in gedachten vezonken kan raken dat je achteraf verbaasd bent dat je niet gestruikeld bent, geen ongelukken hebt gemaakt in het verkeer en dat je zelfs even om je heen moet kijken waar je bent? Schijnbaar is er toch een deel dat altijd op één of andere manier waakzaam blijft, terwijl het andere deel in een droomwereld vertoefd. Het is een gewaarwording die ik alleen maar achteraf kan constateren, nooit tijdens.

Vorige week had ik zo'n ervaring. Ik werd afgeleid door een vallende dennenappel die op de grond plofte. De vraag kwam bij me op of een boom de behoefte zou hebben om de val van een dennenappel in een formule te vatten, zoals Newton dat deed. Ik moest glimlachen om die gedachte en prompt bedacht ik verhaal waarin die vraag aan de orde zou kunnen komen. Ik zag het helemaal voor me, ik zag de omgeving waarin het speelde, ik kende de personages, ik wist wat er gezegd ging worden. Heel langzaam maar zeker ontvouwde zich een scène voor mijn roman (je weet, ik schrijf geen roman, ik zal ook nooit een roman schrijven, maar ik gun mezelf zo nu en dan de illusie). Het was alsof het bos mij het verhaal influisterde, ik hoefde het alleen nog maar op te schrijven. Ik vraag me af hoeveel kilometer ik zou moeten lopen om op deze wijze een heel boek te bedenken.

Vandaag overkwam het me weer. Ik liep nagenoeg dezelfde route en na een uur kwam ik bij het paadje dat een dichtbegroeid gedeelte van het bos inliep. Het paadje was duidelijk door mensen gemaakt, want al liep het niet recht het was overal even breed en randen waren overal kaarsrecht. Ditmaal besloot ik het maar eens in te lopen om te kijken waar het naartoe ging. Dat was een teleurstelling, het pad liep in een halve cirkel weer terug naar de weg dat ik net verlaten had. Maar ik had halverwege een afslag gezien die wellicht ooit op dezelfe manier gemaakt was, maar alweer begroeid was. Dat was genoeg om mijn fantasie in werking te stellen en voordat ik het wist had ik een gothic story bedacht. Ook hier was het alsof ik maar in het verhaal hoefde te stappen, het diende zich vanzelf aan. Het maakte zelfs dat ik me ongemakkelijk begon te voelen in het bos alsof er een onzichtbare macht aanwezig was dat mij inkapselde. Zelfs de schapen die ik tegen kwam renden voor me weg, terwijl ze me bij andere wandelingen stoïcijns negeerden.

Het is me een raadsel hoe dit allemaal kan. Schijnbaar creëer ik tijdens lange wandelingen langzaam maar zeker de voorwaarden in mijn hoofd om dergelijke verhalen en gevoelens boven te laten komen. Ik heb dan alleen nog maar een aanleiding nodig. Zijn het de synapsen en neuro­transmitters in mijn hersenen die dan ineens allerlei verbindingen aangaan? Geen erg romantisch beeld natuurlijk. Toch zou het me niet moeten verbazen, gericht als ik ben op lezen, schrijven, denken, muziek, films kijken, het doorvoelen en overdenken van dit alles. Dan is het niet verwonderlijk dat er op een onvoorspelbaar moment iets in de hersenen gebeurd, die bij de geringste aanleiding een nieuwe rang­schikking veroorzaakt waardoor iets begint te werken aan iets nieuws, alsof vele puzzelstukjes als vanzelf in elkaar schuiven. Nietzsche schrijft in Morgenrood §552 over iets vergelijkbaars, maar dan vanuit een actievere houding: Alles wat men doet, te doen in het stille geloof dat het hoe dan ook het wordende in ons ten goede moet komen! Hij noemt dat een vorm van zwangerschap. Verderop in deze tekst: Alles is versluierd, vol voorgevoel, men weet van niets hoe het toegaat, men wacht af en probeert bereid te zijn.

Nu zit mijn hoofd vol gesprekken, zinnen, verhalen en ze moeten er uit, ze willen een vorm krijgen. Zelfs deze brief zat er tussen. Ik voel weer een noodzaak om te gaan schrijven, een urgentie zelfs. Ik heb dat wel eens eerder gehad, een roes, je kunt dan niet meer anders. Alsof er iets voldragen is en er nu echt uit moet. Als ik het resultaat goed genoeg vind, zul je het hier lezen. Nou ja, 'goed', eigenlijk interesseert het me niet meer of mijn stukjes goed zijn of niet. Ik wil het schrijven en ik wil anderen de gelegenheid geven om het te lezen, meer is het niet. Soms valt het schrijven niet te ontwijken en zolang het voor mij betekenis heeft bestaat de mogelijkheid dat het voor een ander ook betekenis kan hebben. Dus, aan de slag, het roezemoest weer in mijn hoofd!

Nogmaals mijn grote dank! Laat snel wat van je horen, ik zie uit naar je volgende brief!

Vaert wel ende levet scone,
jwl