jwl

341

Over natuurrampen valt weinig zinnigs te zeggen, zeker niet als er zoveel ellende het gevolg is. Mensen proberen wel de ellende te voorkomen door waarschuwingssystemen op te zetten, maar de natuur doet wat zij doet. Het besef dringt door dat de mens geweldige vindingen kan doen, dat de mens geweldige prestaties kan leveren, maar dat aardbevingen, zeebevingen, tornado's en die vele andere natuurverschijnselen niet door de mens te beheersen vallen. Het stelt me ook gerust: de mens kan niet alles in zijn macht krijgen.

Moeder Aarde is boos hoor ik wel eens als variant op het is een straf van God. Mogelijk, maar niet waarschijnlijk. Natuurrampen vinden niet plaats om de mens een lesje te leren. Die gedachte gaat nog steeds te veel uit van het idee dat de mens een speciale historische betekenis en functie heeft. Alsof de mens het centrum van het universum is. Alsof planeet aarde er voor de mens is en de menselijke geschiedenis het belangrijkste evenement in de kosmos is. Deze planeet kon miljoenen jaren zonder mens en als het dier mens is uitgestorven zal de tijd gewoon verder tikken, desnoods miljoenen jaren. De mens is een parasitair beestje dat in de humuslaag van een planeet leeft. Eigenlijk is de aanwezigheid van dit diertje een natuurramp voor de rest van het leven op die planeet. Daar zou eens wat aan moeten gebeuren.

30 december 2004

340

Zo, ingeschreven voor kraamzorg.

Dat moet toch wel op tijd zijn als we onze baby begin juli verwachten.

29 december 2004

339

Maar waarom ben je dan niet gegaan?

Tsja, waarom? Het was toch wel wat onwennig om op dinsdagavond thuis op de bank te zitten. Ik hád naar mijn schaakvereniging kunnen gaan, maar ik heb het niet gedaan. Tussen Kerst en Oud en Nieuw is het altijd oliebollenschaak, een zogenaamde feestelijke afsluiting van het jaar. Er wordt niet gewoon geschaakt, maar er worden allerlei alternatieve vormen van schaak gespeeld. Het bord en de stukken zijn hetzelfde, maar de spelregels anders: weggeefschaak, schietschaak, ik weet niet hoe dat allemaal heet.

Ooit ben ik niets vermoedend op zo'n avond geweest. Ik werd aan iemand gekoppeld en als duo moest je dan de rest van de avond oliebollen eten, feestelijk zijn en andere duo's verslaan. Dat nooit meer!

Maar waarom niet? Want – terwijl ik mijn vrouw uitleg wat voor soorten schaak er dan allemaal gespeeld wordt – mijn ogen schijnen te twinkelen. Schijnbaar vind ik het toch wel leuk.

Ergens weet ik wel waarom ik niet gegaan ben, maar het is zo moeilijk uit te leggen. Als toeschouwer had ik het nog wel volgehouden, alleen maar observeren. Maar deelnemen aan iets wat ik niet overzie: spellen die ik niet beheers, gedrag van schaakclubleden dat ik niet ken, het lawaai, de onrust... Het zijn niet mijn clubgenoten, het is niet het alternatieve schaak, het zijn niet de oliebollen en de drank, maar de combinatie.

De angst voor teveel prikkels? Ik vrees dat ik die vraag met ja moet beantwoorden en soms wil ik er gewoon aan toegeven.

29 december 2004

338

Indien beschaving bestaat – en het is nimmer in de geschiedenis een sinecure geweest zulks voetstoots aan te nemen – dan rust ze op slechts twee pijlers. Ik bedoel het besef van de eigen feilbaarheid, en het besef van de eigen absurditeit. Wie niet twijfelt aan zichzelf en niet om zichzelf glimlacht, kan moeilijk aanspraak maken op een beschaafde geest. Het gaat om deze lakmoesproef, en om geen andere.

Bastiaan Bommeljé
in: Hollands Maandblad november 2004, 2

28 december 2004

337

Veel Nederlanders verlangen terug naar gemeenschapszin. Ze willen geen maatschappij meer zijn waar mensen als autonome atomen tegen elkaar aan botsen waarbij ongewenste reacties optreden. Maar op de vraag wat of wie er dan zou moeten veranderen wijzen ze vooral naar de ander. Met onszelf is immers niets mis, het is de ander die zich niet op de juiste manier wil aanpassen.

Wat denkt u? Bent u bereid om iets van uw autonomie en persoonlijke vrijheid in te leveren als dat de gemeenschapszin ten goede komt? Dat we niet meer alleen een maatschappij zijn, maar ook een samenleving?

27 december 2004

336

"... en als ik nu droom over mijn werk, krijg ik dan bijzonder verlof ...?"

23 december 2004

335

Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.

Gerard Reve De Avonden, ik had vroeger een leraar Nederlands die het altijd trouw ging lezen, elke avond een hoofdstuk. Meestal kom ik niet verder dan de eerste bladzijde.

Ooit toen ik op kamers woonde in een villa in Bosch en Duin, midden in een bos, heb ik tussen Kerst en Oud en Nieuw Kroniek van een Karakter van Jeroen Brouwers gelezen. Dat was geweldig. Die mengeling van chagrijn, bitterheid, tragiek, humor en een geweldige stijl, dat mag ik wel.

Heeft u ook literaire gewoonten of herinneringen rond Kerst?

Ik wens u allen acceptabele kerstdagen en een nieuw jaar toe ...

jwl kom op ...

Ok ok: ik wens u allen gelukkig kerstdagen en een geweldig nieuw jaar toe!

22 december 2004

334

Kerstgedachte:
En? Hoe staat het met uw vrijheid?
Kunt u nog doen wat u wilt?
Kunt u nog zeggen wat u wilt?
En hoe vrij is uw wil eigenlijk?

De donkere dagen. Tijd om weer eens Schopenhauer uit de kast te trekken.

19 december 2004

333

Huiselijke scène:
zoon: mama?
moeder: ja?
zoon: weet jij wat er in het midden van Stockholm ligt?
moeder: nee, geen idee.
zoon: een k
moeder: oh, zucht, ben ik er alweer in getrapt!

18 december 2004

332

Jaren hebben wij gedacht dat het lampje in de oven kapot was. Vandaag kwamen wij erachter dat de stekker er niet in zat. En er was licht in de duisternis!

15 december 2004

331

Het wordt zolangzamerhand weer tijd voor de Winterreise.

Nun ist die Welt so trübe,
Der Weg gehüllt in Schnee.
(...)
Muß selbst den Weg mir weisen
In dieser Dunkelheit.
(...)
Will dich im Traum nicht stören,
Wär schad' um deine Ruh'.
Sollst meinen Tritt nicht hören –
Sacht, sacht die Türe zu!
Schreib im Vorübergehen
Ans Tor dir: Gute Nacht,
Damit du mögest sehen,
An dich hab' ich gedacht.

13 december 2004

330

Natuurlijk is het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastiaan Bach de mooiste kerstmuziek die er bestaat (vooral onder de muzikale leiding van Philippe Herreweghe). Natuurlijk is The Messiah van Georg Friedrich Händel ook niet mis. Maar als u eens wat anders wil dan heeft jwl – en daar wil ik het stilzwijgen wel even voor onderbreken – een tip. Helaas is de kerstmuziek van Marc-Antoine Charpentier nogal onbekend. Houdt u van Franse barokmuziek dan wil ik u de volgende opnames van harte aanbevelen.

Allereerst en bovenal:
Marc-Antoine Charpentier
Un Oratoria de Noel, H. 416
uitgevoerd door Les Arts Florissants onder de muzikale leiding van William Christie.
Opname: Harmonia Mundi 1983.

maar ook
Pastorale sur la naissance de notre Seigneur Jesus-Christ, H. 483
Les Arts Florissants olv William Christie
Harmonia Mundi 1981.

Het is de warmste kerstmuziek die ik ken en ontroerend mooi!

6 december 2004

329

Het bijhouden van een weblog kan een verslaving worden. Het lezen van andere weblogs ook. Ongemerkt gaat er veel tijd en energie in zitten.

Ik ben iemand die snel het idee heeft het erg druk te hebben. Er zijn mensen die het veel drukker hebben en zich niet kunnen voorstellen dat ik het zo druk zou hebben. Objectief gezien heb ik het ook niet druk, maar het idee dat ik het druk heb heeft zich tamelijk vastgezet in mijn hoofd. Misschien ligt de grens van wat ik aan kan lager dan bij anderen.

Nee, ik ga nu niet aankondigen dat ik ga stoppen met webloggen, maar wel dat ik pas op de plaats ga maken. Ik knijp er een tijdje tussenuit.

13 november 2004

328

Sinds enkele weken heb ik rijles. Negentien jaar geleden heb ik ook rijles gehad, maar toen kwam er iets tussen en ik heb het nooit afgemaakt. Iedereen zei tegen mij dat het moeilijker gaat als je al wat ouder bent dus hield ik er rekening mee dat het wel eens lang zou kunnen duren. Tijdens mijn vijfde les zei mijn instructeur (instructrice vind ik geen mooi woord) dat ik wel eens snel mijn diploma kon halen. Schijnbaar had ik de lessen van negentien jaar geleden ergens opgeslagen en was het een kwestie van laatjes openen en weer terughalen. Ik was verbaasd, want ik had het jaren uitgesteld om weer te gaan lessen, ik zag er vreselijk tegenop. Vandaag mocht ik de snelweg op, de rondweg rond Utrecht. 'Haal die vrachtwagens eens in' 'eh?' 'spiegels, dode hoek, richting, naar links, snelheid, toe maar'. En daar ging ik, ineens zat ik op 120 km/u. Voor ervaren autorijders natuurlijk heel normaal, maar ik vond het allemaal heel spannend. Na afloop van zo'n les ben ik zo moe dat er de rest van de dag nog weinig uit mijn handen komt. Maar jwl gaat een keer dat rijbewijs halen, wie had dat ooit gedacht!

12 november 2004

327

Ik heb eerder geschreven over de pianiste Hélène Grimaud. Ze blijkt een boek geschreven te hebben dat vertaald is in het Nederlands: Wildernis Sonate. Ik twijfel of ik het boek wel wil lezen. Dat het een bijzondere vrouw is is mij wel duidelijk, maar of ze goed kan schrijven ... Het vervelende is dat je daar maar op één manier achter kan komen.

11 november 2004

326

Er is een film die ik zo graag weer terug zou zien. Maar die film heb ik nooit op video of dvd kunnen vinden. Niet dat ik nou zo verschrikkelijk intensief gezocht heb, maar toch ... onvindbaar is de film. Niemand lijkt de film ook te kennen.

Ik heb 'm ooit een aantal malen in de bioscoop gezien. In mijn studietijd ging ik vaak meer dan één keer naar een film in de bioscoop als ik de film goed vond. Ik denk dat ik wel 7 of 8 keer naar Mauvais Sang van Leos Carax ben geweest en misschien 5 keer naar Les Amants du Pont-Neuf van dezelfde regisseur.

Maar dat zijn niet de films waar ik op doel. De film waar ik steeds aan moet denken is Du mich auch van Anja Franke en Dani Levy. Er is nog maar één film van hun die ik ook gezien heb en dat was ROBBYKALLEPAUL. Die films zijn me vooral zo bijgebleven omdat ik zo ontzettend heb moeten lachen tijdens de films. Betere komedies heb ik sindsdien nooit meer gezien. Als ik die kop van Dani Levy zie komt er alweer een glimlach op mijn gezicht (behalve regie en tekstschrijver van de film, was hij ook acteur in de film).

Uit Du mich auch desalniettegenstaande herinner ik me vooral één zinnetje. Ik zie ze nog lopen, de hoofdfiguren. Hun relatie had een dieptepunt bereikt en dan stelt zij de vraag, de vraag die soms weer bij mij bovenkomt drijven, ik zie de scène nog voor me, de vraag die zo typerend voor deze tijd en maatschappij lijkt te zijn: 'findest du mich nog erotisch?'

10 november 2004

325

Ik gebruik mijn weblog vaak om herinneringen op te halen. Mijn weblog als genealogie van mijn denkwereld. Toen ik vanochtend in de krant las over de nieuwste waangedachten van meneer Wilders en meneer Spruyt vroeg ik me af hoe het toch zo ver met die meneertjes had kunnen komen. Maar ik vroeg me ook af hoe ik tot mijn principes ben gekomen en ik moest constateren dat ik dat eigenlijk nauwelijks wist.

Natuurlijk herinner ik mijn ouders die altijd trouw stemden wat van hun verwacht werd. Mijn ouders stemden altijd CDA alhoewel mijn vader uit een links PvdA-nest kwam. Mijn vader is nu zo wantrouwig naar de politiek dat hij het echt niet meer weet en niet meer stemt. Mijn moeder blijft CDA stemmen. Ze ziet ze de problemen wel rond dit kabinet, maar ze heeft het gevoel dat het CDA het goed ziet en het juiste doet. Uiteindelijk is je stem uitbrengen ook een intuïtieve keuze, je kunt niet alles overzien en het is een kwestie van vertrouwen.

Wanneer er zoiets als een politiek bewustzijn bij mij is ontwaakt, ik heb geen idee. Eén van de oudste herinneringen is een herinnering aan een verkiezing op school. We mochten nog niet echt stemmen, maar tijdens een godsdienstles deden we alsof en discussieerden. De herinnering is me ongetwijfeld bijgebleven omdat ik toen VVD stemde. Toen de leraar mij vroeg naar mijn motivatie heb ik iets geantwoord in de trant van dat het de partij van de vrijheid was en dat die partij het beste bij mij paste. Ik zie die leraar nog grinniken en toen ik hem vroeg waarom hij moest lachen ging hij er niet op in.

De enige verklaringen die ik voor mijn jeugdzonde kan geven zijn onwetendheid en naieviteit. Bij de geschiedenislessen hadden we iets geleerd over het ontstaan van de partijen en waar ze voor stonden. Ik was een hartstochelijke liefhebber van klassieke muziek en las veel oude literatuur. Het liberale idee dat je het goede uit het verleden moet behouden zal mij wel aangesproken hebben. En natuurlijk vrijheid, zo min mogelijk regels, ik was ook een puber.

Daarnaast zal het ongetwijfeld te maken hebben gehad met de mensen die ik ontmoette. Je wilt graag ergens bijhoren en een gedeelde blik op het leven is dan heel belangrijk. Maar ook het afzetten is bepalend. Zo had ik een hele goede vriend op de middelbare school die ineens een andere weg ging. Hij ging zich ineens in het zwart kleden en klonterde samen met andere vriendjes in het zwart. Ongetwijfeld blowden ze ook stiekem samen, iets wat 25 jaar geleden op een middelbare school in Leeuwarden nog heel stout was. Ik voelde me door mijn vriend in de steek gelaten en dat zal er mede toe bijgedragen hebben dat ik koos voor de andere kant van het politieke spectrum.

Waar is mijn wereldbeeld gekantelt? In de tijd van my beautiful demon was ik al een twijfelaar, ik speelde toen al met de gedachte om militaire dienst te weigeren. De draai naar links was al in volle gang en het kan zijn dat ik door haar het zelfvertrouwen kreeg om de stap definitief te zetten. Bovendien ging ik in die tijd studeren en zou ik mijn middelbare schoolgenoten niet meer zien. Zij zouden geen weet hebben van mijn ommezwaai en ik zou dus geen gezichtsverlies lijden. Enkele jaren later noemde ik mezelf half ironisch half serieus vaak een pacifistisch religieus anarchist. Ik had een theorie uitgedacht voor anarchisten om ook een rol te kunnen spelen in de Tweede Kamer. Centraal daarin stond dat ik vond dat ook niet-stemmers vertegenwoordigd moesten zijn in de Tweede Kamer. Heeft 40% niet gestemd, dan moest ook 40% van de kamerzetels leeg blijven. De overige partijen moesten dan wel heel erg gaan samenwerken om nog een meerderheid in de Tweede Kamer te krijgen. Anarchisten hoefden dan alleen nog maar mensen te stimuleren niet te gaan stemmen. Zodra meer dan 50% van het stemvee niet meer ging stemmen was de Tweede Kamer niet meer in staat om te regeren met een meerderheid en zou decentralisatie naar provincies en gemeenten in gang gezet worden. Daar zou natuurlijk een vergelijkbaar proces moeten plaatsvinden. Ik vond het indertijd wel een aardig idee.

Vanochtend realiseerde ik me dat kleine sporen van het denken uit die tijd bij mij nog steeds aanwezig zijn zodra het rechtse gevaar zich weer gaat roeren.

8 november 2004

324

Ik ben mentaal moe. Doodmoe. Door de afgelopen week. Niet door het extremisme, daar kan ik weinig tegen doen. Maar door de Nederlanders met wie ik in discussie raak. De onmacht als ik merk dat mensen verharden en radicaliseren. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel om steeds maar weer die discussie aan te gaan en te blijven praten. In de hoop dat het iets uitmaakt. Nu mijn toon ook begint te verharden naar die Nederlanders weet ik dat ik even afstand moet nemen. Laat de tijd het maar over nemen. De dood van Van Gogh heeft niet alleen zichtbaar gemaakt dat er extremisme in Nederland bestaat, maar ook dat schijnbaar gewone mensen zo makkelijk afglijden naar bedenkelijk niveau. En het is nog zorgwekkender dat sommigen belangrijke posities innemen in de politiek. Laten we met zijn allen niet inslapen en wakker blijven. Er waart een spook door Nederland.

7 november 2004

323

Kent u het verhaal van Tante Tuimelaar, de duif die verdwaalde? Altijd kon zij de weg terug vinden naar huis, of het nu uit Afrika of Groningen was.

Op een dag ging het mis want ze had van de mensen gehoord hoe het kwam dat ze altijd zonder erbij na te denken vanzelf de weg terugvond. Toen ze weer eens vanuit Groningen naar huis moest vliegen verdwaalde ze. Ze streek neer op een hek en raakte in gesprek met een koe.

'Dáág,' zei de koe, 'hoe maakt u het, Duif?'

'Slecht,' zei tante, 'ik ben in Groningen geweest. Nu moet ik naar Rotterdam. Weet jij de weg?'

'Nee,' zei de koe. 'Ik weet wel de weg naar de stal. Die weet ik dan ook goed.'

'Ik begrijp het niet,' klaagde tanta Tuimelaar. 'Ik weet altijd vanzelf waar ik heen moet, dat is nu eenmaal een hebbelijkheid van ons. Ik ben postduif van mijn vak. En nu hebben ze me aan mijn hoofd gezanikt hoe het komt dat ik de weg weet. Zo erg, dat ik nu de weg niet meer weet, als u me volgen kunt, Koe.'

'Jawel,' zei de koe. 'Als ik het goed heb, hebt u zich door mensen in de war laten brengen. Dat is fout. Ik ga mijn gang. Als het tijd is om gras te eten, dat eet ik gras en als het tijd is om te herkauwen, dan herkauw ik. Weet je wat het beste is? Doe een dutje hier op het hek. Als u wakker wordt gaat u gewoon vliegen. En niet meer denken aan wat de mensen gezegd hebben.'

Annie M.G. Schmidt Misschien wel echt gebeurd, 54-55

Dat laatste antwoord van die koe vind ik zo mooi. Het is vast een boeddhistische koe.

Overigens is het goed afgelopen met Tante Tuimelaar.

5 november 2004

322

Bij mijn log van 1 november moest ik steeds aan het volgende fragment uit een gedicht van Hans Lodeizen denken.

neem mij mee
op een lange reis
daar waar de hemel
de populier kust
daar waar de vissers
volle netten ophalen
neem mij mee en ik zal
in je schoot liggen net
als het landschap in
de grijze pij van de
ceremonieuze hemel
neem mij mee ik ben
een rijk iemand

Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, 236

Een gedichtfragment overigens dat mijn vrouw en ik op de uitnodiging voor ons huwelijk hadden gezet.

4 november 2004

321

Gelezen:

Bush heeft veel aan terrorisme gedaan.

3 november 2004

320

'Hadden we Amerika maar nooit ontdekt dan zaten we er nu niet mee opgescheept!'

'Het had wel als voordeel dat die Amerikanen tenmiste uit Europa konden emigreren.'

'Mogen we nog blij zijn dat die Indianen zo'n ruimhartig asielbeleid voerden.'

3 november 2004

319

Met verbijstering lees ik sommige weblogs en commentaren. Is Nederland dan zo naïef? Denken we dan met z'n allen nog steeds dat Nederland zo'n geweldig land is? Kom nou toch, wordt wakker allemaal? Hoe goed hebben jullie Van Gogh gelezen?

Hier en daar lees ik de vraag 'In wat voor wereld leven wij'.

Wel waarde lezer, in een wereld waarin mensen voor mensen voor minder een kopje kleiner worden gemaakt. In een wereld waarin kinderen van honger en dorst omkomen terwijl er eten en drinken genoeg is voor iedereen. In een wereld waarin we toestaan dat onze welvaart systematisch de natuur verprutst! En dan zijn er godverdomme nog mensen die durven te vragen in wat voor een wereld wij leven? Wordt wakker!!! Het is erg dat Van Gogh vermoord is, maar blijf de zaken alstublief in proporties zien. Zo heilig was Van Gogh nu ook weer niet. We mogen met z'n allen blij zijn dat we in Nederland geboren zijn, maar we moeten niet doen alsof het hier altijd zo'n paradijs is geweest. We doen weliswaar erg ons best om zo vriendelijk en tolerant over te komen. Maar in wezen is de Nederlandse samenleving net zo verrot als welk willekeurig land dan ook. Het ziet er van buiten prachtig uit met z'n tulpjes, grachtjes in Amsterdam, z'n kaasjes, klompjes en draaimolentjes, maar het stelt eigenlijk geen ene reet voor.

Zo. En nu over tot de orde van de dag.

2 november 2004

318

Er heerst verslagenheid hier op mijn werk in Amsterdam. Ik deel het met hun, maar ik voel me toch buitenstaander. De een na de ander kwam hetzelfde nieuws brengen: Theo van Gogh is doodgestoken. Er is weer iemand dood die zijn mond open durfde te doen, vindt men.

Wat moet ik ervan vinden?
Ik vind het vreselijk dat er iemand vermoord is. Ik kende Van Gogh niet persoonlijk, maar de dood van een mens heeft voor mij altijd iets tragisch. Of het nu een bekende Nederlander is of niet, het maakt me altijd verdrietig.

Maar er wordt niet alleen getreurd om de persoon Van Gogh, maar ook om het feit dat hij nu niet meer kan vertolken wat vele mensen schijnbaar dachten. Ik mocht zijn onconventionele stijl, zijn humor. Maar sinds hij zich humorloos ging bemoeien met de discussies over de islam, begon er bij mij iets te knagen. Dat hij zijn richting vorm gaf in een film, dat kan ik prijzen, maar zijn harde en fortuyneske opstelling in de media maakte dat ik afstand begon te nemen van Van Gogh. Van Gogh was van zijn voetstuk gevallen. Natuurlijk, je mag je meningen hebben, maar dat kun je op verschillende wijzen over het voetlicht brengen. Van Gogh maakte kapot, het was niet grappig meer, zijn vroegere clownekse houding was doodserieus geworden. Theo van Gogh gaf mensen het gevoel dat ze politiek acceptabele opvattingen hadden als ze ongenuanceerd tegen de islam waren.

Theo van Gogh had ongetwijfeld veel vijanden. Dat schijnt hem nu fataal geworden te zijn. Er is een bijzondere persoonlijkheid vermoord.

Maar ik houd verder even mijn mond, het heeft nu geen zin om te zeggen hoe verschrikkelijk oneens ik het met Theo van Gogh was. Gelukkig heeft hij prachtige films gemaakt en die herinner ik me liever. Maar ik vrees dat Nederland de komende tijd Van Gogh niet zal herinneren als een groot cineast. Ik hoop dat de toekomst dit recht zal zetten.

2 november 2004

317

'Ga je mee?'

Ik draaide me om. 'Pardon?' Ik keek haar aan. Werd mij hier een oneerbaar voorstel gedaan?

'Ga je mee?' zei ze nogmaals glimlachend. 'Op reis?'

Haar glimlach kende ik ergens van. Een glimlach van een demon. Een hele mooie demon, dat wel. Zo'n glimlach die pijlen afschiet, een glimlach die mensen meteen raakt. Innemend en optimistisch, een glimlach van iemand die zich altijd veel te snel in allerlei avonturen stort en weer van de koude kermis thuiskomt. Ik was vaker zo'n glimlach tegengekomen, ik kende die glimlachers. Ze bewegen zich vrolijk en energiek door de ruimte waarbij ze hier en daar een tafeltje met een kostbare vaas omgooien. Pas op dat ze niet in je kast met porselein terecht komen! Ik val als een baksteen voor ze. Uiteindelijk moet je ze altijd troosten omdat ze weer tegen vele lampen gelopen zijn. Het is een mooie, maar tragische glimlach.

Ik aarzelde, ik hield niet van reizen.

'Waar brengt de reis mij?'

'O, dat zie je wel, het zal je niet teleurstellen.'

Kom op, jwl, wees eens voor één keer avontuurlijk, zei ik tegen mezelf. Ik stemde in en we gingen meteen.

Ze stelde me niet teleur, het was een reis waar ik wel van hield. We zagen laagvlakten en hooggebergten. We spraken vele interessante en mooie mensen. Hier en daar bereikte mij een inzicht. We hadden plezier en genoten van onze eindeloze gesprekken. Het was fijn aan haar zijde en de reis had wel veel langer mogen duren, eeuwig misschien wel.

Het was me natuurlijk niet gegund. Op een dag liep ze naar iemand toe en zei 'Ga je mee?'. De persoon keek haar aan alsof hem een oneerbaar voorstel werd gedaan.

Teleurgesteld keek ik om me heen. Ik bleek thuis te zijn. Alles leek veranderd, maar ik besefte dat alleen ik veranderd was. Ik keek anders, ik luisterde anders. De wereld was hetzelfde gebleven.

Zo ongeveer zou je de ervaring van het lezen van een mooi boek kunnen omschrijven.

1 november 2004

316

Enkele jaren geleden vernam ik wat geruchten en verhalen over een poging het schaken tot een olympische sport te maken. Het is een keer een demonstratiesport geweest bij de Olympische Spelen, maar sindsdien heb ik er niets meer van vernomen. Eén van de hilarische discussiepunten was indertijd dat schakers zich dan ook zouden moeten onderwerpen aan dopingcontrole. Na of voor je schaakpartij eerst een plasje doen. Daarbij spitste zich de discussie in de wandelgangen van de gemiddelde schaakclub zich al snel toe op de vraag hoeveel bakjes koffie toegestaan zouden zijn. Alsof je van drie bakken koffie beter zou gaan schaken!

Hoe dan ook, de schaaksport kent al heel lang zijn eigen Olympiade. Dit jaar wordt de 36e olympiade gehouden van 14 t/m 31 oktober in Calvia, Mallorca. 129 mannenteams (een team bestaat uit vier spelers) en 87 vrouwenteams (een team bestaat uit 3 spelers) streden daar om de olympische eer voor hun land. Bij de vrouwen won het steeds sterker wordende China, gevolgd door de Verenigde Staten en Rusland. Nederland werd eervol twaalfde. Bij de mannen won de Oekraïne overtuigend, gevolgd door Rusland en Armenië. Nederland werd bij de mannen achtste, een teken dat Nederland als schaakland nog steeds behoorlijk aan de weg timmert.

In de marge van dat toernooi kwam het voor Nederland aardige bericht dat de Nederlandse Zhaoqin Peng benoemd is tot Internationaal Grootmeester, de hoogste titel voor een schaker. Voor Nederland bijzonder omdat zij eerste Nederlandse vrouw is die deze titel mag dragen. Wereldwijd zijn er maar een tiental vrouwen die deze titel verdiend hebben. Nederland kent nu 16 grootmeesters.

30 oktober 2004

315

U kent die mensen vast wel, die mensen bij wie het in huis altijd een zootje is. Overal ligt wat, niets is opgeruimd. Meestal zijn dat hele gezellige mensen. In ieder geval wordt er duidelijk geleefd in zo'n huis. Ik heb daar geen moeite mee, als het er verder ook maar schoon is. Mijn zus is zo iemand en ik voel me bij haar altijd enorm op mijn gemak. Bij mijn zus kom ik altijd een beetje thuis.

In mijn eigen huis kan ik dat niet. Ik kan niet functioneren in een rommelig huis. De dingen moeten op hun plek zijn. Ik kan er niet tegen als ik eerst moet opruimen als ik ergens wil zitten of als ik gebruik wil maken van een tafel. Als ik thuis wil lezen of iets dergelijks moeten eerst alle prikkels uit de weg, anders heb ik geen rust. In de loop der tijd heb ik geleerd de grens van het acceptabele op te schuiven. Zeker met een kind kun je niet verwachten dat je huiskamer opgeruimd is. Mijn vrouw is een wat opgeruimder huis gaan waarderen, we zijn naar elkaar toe gegroeid.

Er zijn ook mensen die een bijna klinisch leeg en opgeruimd huis hebben. Niet dat het er altijd netjes is, maar als het huishouden gedaan is, ligt er niets teveel. Er komt pas iets aan een lege muur te hangen als er iets gevonden is dat daar precies past. Over de inrichting van het huis is nagedacht, gewikt en gewogen. Het is ruimtelijk, leeg. Als ik daar binnen kom vind ik dat wel prettig, maar ook beangstigend. Je bent voortdurend op je hoede dat je niet iets verpest. Alles heeft waarde in zo'n inrichting en stel je voor dat ik...

Gisteren schreef ik dat ik erachter kwam opvattingen te hebben over opmaak. Die opvattingen had ik altijd al, maar ik werd ze me bewust. Niet dat ik me laat leiden door die opvattingen als ik tijdschriften, boeken, muzieken enz. wil kopen, maar ze gelden vooral als ik zelf iets wil maken. Het heeft natuurlijk te maken met de eeuwige discussie over vorm en inhoud.

Bij deze discussie moet ik altijd denken aan lezingen van de componist Louis Andriessen die ik ooit gevolgd heb in mijn studietijd. Ik zie hem nog voor de zaal heen en weer lopen terwijl hij sprak en ondertussen een peuk aan het draaien was. Kijk, zei hij, terwijl hij een vloeitje omhoog hield, dit is de vorm. De shag is natuurlijk de inhoud. Dat draaien we tot een peuk. Vervolgens brak hij de peuk doormidden met de opmerking: zo rook ik de helft minder.

Vorm en inhoud moeten precies bij elkaar passen. Het vloeitje kan niet zonder shag. Geen vorm zonder inhoud. Maar de shag kan niet zonder het vloeitje en elke roker weet hoe irritant een slecht gedraaid peukje rookt. En je kunt altijd met minder toe.

Louis Andriessen heeft opvattingen die ik deel. Als voorbeeld vertel ik vaak over het eerste deel van zijn theaterstuk De Materie. De Materie is een kunstzinnig onderzoek naar een uitspraak van Karl Marx dat de mens bepaald wordt door de materie.

Het eerste deel speelt zich af op een scheepswerf in de Gouden Eeuw. Als tekst heeft hij oude bronnen genomen waarin wordt vertelt hoe je zo'n VOC-schip bouwt. Zelfs een lijst met gereedschappen en andere benodigdheden heeft hij opgenomen (de tekst is van Nicolaes Witsen uit 1690). Daarnaast gebruikte hij tekstfragmenten over fysica (Gorlaeus, Idae Physicae uit 1651) en fragmenten uit het Plakkaat van Verlatinge uit 1581, waarin de Nederlanden hun trouw aan de Spaanse koning opzegden.

Indrukwekkend vond ik het idee van Andriessen voor de vorm. Hij had prachtige tekstfragmenten, maar welke noten moet je daar als componist bij verzinnen? Hij nam als uitgangspunt het hameren, een geluid dat ongetwijfeld veel op een scheepswerf in de zeventiende eeuw te horen was. U weet vast wel hoe dat gaat wanneer iemand een spijker ergens in slaat. Je begint langzaam en je gaat uiteindelijk steeds sneller slaan. Het stuk begint dan ook met 144 klappen in een tempo dat steeds sneller gaat. Andriessen gebruikte daarvoor een wiskundige reeks waarin de Gulden Snede verborgen zit. Dit wordt dan weer gegoten in een muzikale vorm die populair was in de zeventiende eeuw, de toccata.

Er valt veel meer over dat stuk van Andriessen te vertellen (wellicht doe ik dat nog wel eens een andere keer), maar het gaat me hier om de werkwijze. Niet dat Andriessen niets aan toeval overlaat, maar er is een reden voor de keuze van zijn noten. Zoals hij wel eens zegt: componeren is het vinden van de juiste noten. Die opvatting deel ik met hem.

Bij het opmaken van mijn websites en clubblad hanteer ik de opvatting: niet meer dan nodig is en zorg dat je kunt uitleggen waarom je het doet zoals je het doet. Als ik een tijdschrift lees, gaat het mij om de teksten. Een tijdschrift moet leesbaar zijn. Het valt me op dat opmakers tegenwoordig zeer barok opmaken. Tijdschriften lijken soms wel op die katholieke barokke kerken in Zuid-Duitsland en Oostenrijk: elke vierkante millimeter is benut en gevuld. Het kan – zeker in het begin – zeer indrukwekkend zijn (en dat was natuurlijk ook de bedoeling), maar na verloop van tijd is het effect verloren en word ik er mentaal een beetje misselijk van. Het lijkt wel alsof opmakers van tijdschriften tegenwoordig bang zijn om saai te zijn, bang zijn voor leegte. Een gemiddeld tijdschrift vind ik tegenwoordig moeilijk leesbaar.

Bij het maken van het clubblad heb ik me laten leiden door een streven naar rust in de opmaak. Een schreefloze letter (font 10) voor de basistekst, niet al te grote koppen. Consequent zijn: als je schaakpartijen opneemt, doe ze dan ook allemaal hetzelfde. En het belangrijkste: niet bang zijn voor stukken lege bladzijden. Geen bladzijden opvullen met plaatjes en andere troep. Er mag leegte zijn. Het is aardig gelukt, al kan het nog beter. Het clubblad was ditmaal dan ook onder tijdsdruk ontstaan.

Mijn opvatting is: er moet een spanning zijn tussen minimale middelen en datgene wat je wilt bereiken. Betekenisvolle eenvoud maakt meer indruk dan lege overdaad. Aan de ene kant moet er rust zijn (vorm) en aan de andere kant spanning (inhoud). Ik wil dat als iemand een blad opslaat diegene als vanzelf gaat lezen. Ik wil dat als iemand op mijn weblog komt diegene als vanzelf gaat lezen (en het liefst blijft lezen, maar dat is weer afhankelijk van andere factoren, de inhoud, en daar ben ik slechter in) en niet afgeleid wordt door allerlei lijstjes met linkjes, shoutboxen enzovoort enzovoort. Ik ben daar zelf niet altijd consequent in, maar het is wel de reden waarom ik zo nu en dan weer ga snijden en weglaten.

En als u nu denkt: o, hij vindt mijn website dus niets, want daar is de opmaak onrustig met veel informatie en lijstjes, dan moet u maar weer aan het begin beginnen en het gedeelte lezen over rommelige huishoudens.

29 oktober 2004

314

Het is alweer enkele jaren geleden dat ik redacteur werd van het clubblad van mijn schaakclub. Ik had toen nauwelijks ervaring met computers, laat staan met het programma Word. Ik had thuis wel een computer, maar veel stelde dat niet voor. Geen internetaansluiting en ongeschikt voor het maken van zo'n clubblad. Ik was dan ook blij dat ik het samen met iemand anders kon maken die wel over de apparatuur beschikte. Aanvankelijk ging de samenwerking goed, maar na tweeënhalf jaar gaf ik het redacteurschap op na een ongewild, maar heftig conflict. De andere redacteur ging verder met een andere kompaan.

In de tijd van mijn redacteurschap ontdekte ik dat ik het opmaken van zo'n blad een fascinerende bezigheid vindt. Ik ontdekte ook dat ik opvattingen had over opmaak. Het clubblad gaf me de ruimte om na te denken over de indeling van zo'n blad, de bladzijden waren op A4-formaat en een nummer telde al gauw 40 bladzijden en dat verscheen dan 8 keer per jaar. Er was me veel aan gelegen om er een mooi clubblad van te maken. Ik was voortdurend aan het experimenteren. Er ontstonden vele clubbladen in mijn hoofd die nooit verschenen zijn. Mijn mede-redacteur begreep weinig van al dat geëxperimenteer. Voor mij was het een ontdekking. Als ik nu 18 was, was ik misschien grafische vormgeving gaan studeren.

Na het clubblad ben ik me gaan verdiepen in html en ben ik een website gaan maken voor de schaakclub. Toen kon ik mijn fascinatie voor het opmaken daarin kwijt. Die website bestaat nog steeds en na vele veranderingen heeft die website nu een vorm gekregen die voorlopig wel zo zal blijven: De Oud Zuylen Tamtam. Naast deze website maakte ik een website waar ik vrijelijk van alles uitprobeerde. Het was een soort html-werkplaats voor mij. Toen ik lucht kreeg van het verschijnsel webloggen, kreeg deze website een nieuwe functie. Het gepruts met opmaak bleef, maar dat weten de vaste bezoekers van deze website zolangzamerhand wel.

Afgelopen zomer ontstond er een vacature voor het clubblad. Ik gaf vrij snel aan dat ik wel belangstelling had om het weer op me te nemen, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Herinneringen aan de conflicten waarmee ik mijn vorige redacteurschap beëindigde maakten dat het bestuur daar niet aan wilde. Ik vond dat jammer, maar ik kon me erbij neerleggen. Er waren enkele clubgenoten die wel aan het clubblad wilden werken, maar niet in het bestuur wilden. Het clubblad moest anders, er moest een nieuw elan komen. Alhoewel de inzet van de vorige redacteuren werd gewaardeerd, vond men toch dat het clubblad nieuw leven ingeblazen moest worden.

Uiteindelijk werd er iemand gevonden die wel in het bestuur wilde. Hij ging nu samen met twee anderen het clubblad maken. Eén iemand ging de tekstredactie doen, want het oude clubblad werd erg ontsierd door veel spelfouten en slecht Nederlands (nog erger dan op deze weblog). Een ander wilde zich inzetten voor de copij, het maken van interviews. Vlak voor de herfstvakantie werd ik gevraagd of ik de opmaak wilde doen. Na een korte aarzeling heb ik 'ja' gezegd, met als voorwaarde dat alle copij bij terugkomst van vakantie in mijn digitale postbak zou liggen.

Afgelopen weekend heb ik dus weer een clubblad in elkaar geprutst. Op een veel betere computer, met veel meer vrijheid en ik kon me nu louter op de opmaak concentreren. Spannend was het wel, want in Word en in pdf ziet alles er mooi uit, maar hoe het er uiteindelijk op papier gaat uitzien blijft spannend. Eergisteren werd het clubblad uitgedeeld op de clubavond. Het was een opluchting om te zien dat het gelukt was. Ondanks vele details die in de drukte waren blijven zitten zag het er prachtig uit. Het kan altijd beter, het kan nog mooier, maar voor mij was het belangrijkste om te merken dat ik het werken aan zo'n clubblad nog steeds geweldig vind. Het blijf amateurwerk, dat wel, maar daar maal ik niet om. Nu moet ik ook maar eens gaan lezen wat er eigenlijk in dat clubblad staat.

28 oktober 2004

313

Het is een jaarlijks terugkerend ritueel. Men weet dat ik van boeken houd, maar men durft mij nauwelijks boeken cadeau te doen op mijn verjaardag. Dus krijg ik geld. Tenzij men vindt dat ik maar eens wat anders moet kopen dan boeken. Dan krijg ik een cd-bon.

Maar ik zou natuurlijk ook eens wat anders voor dat geld kunnen kopen dan boeken. Wát weet ik niet, maar het zou kunnen. Per slot heb ik alle boeken die ik vorig jaar kocht nog niet eens uit.

Zucht. Wat zeur ik, verwende westerling die ik ben.

Vanochtend betrapte ik me op de volgende gedachte. Aanleiding was een mevrouw die chagrijnig een mevrouw te woord stond die om geld voor eten vroeg. Toen de chagrijn de trap opliep naar het perron zag ik dat ze zeer dure merkschoenen droeg. Merkschoenen die ongetwijfeld in een of andere belanstingvrije handelszone in Azië zijn gefabriceerd door werknemers die nauwelijk genoeg verdienen om eten te kopen. Die merkschoenen die door het logootje en het gevoel dat zo'n logootje bij ons moet opwekken met gigantische winst in onze winkels verkocht worden aan mensen die nog geen cent over hebben voor de mensen die zij toevalligerwijs op straat tegenkomen en die het toevalligerwijs wat minder getroffen hebben in het leven. Toen dacht ik: zou dat stuk chagrijn nu ook gedemonstreerd hebben tegen het kabinet Balkenende?

En vervolgens durf ik u bijna niet meer te vertellen welke boeken ik gekocht heb voor mijn verjaardagsgeld.

Zucht.

Welaan, de oogst van dit jaar:
Simen Agdestein Schaakwonder. Hoe Magnus Carlsen de jongste grootmeester ter wereld werd
Ad Verbrugge Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift
Rüdiger Safranski Arthur Schopenhauer. De woelige jaren van de filosofie

27 oktober 2004

312

Door religie te beschouwen als iets van vroeger, iets wat door de wetenschap was achterhaald en dat hooguit kan helpen bij hoogstpersoonlijke zingevingsvraagstukken, is het lockeaanse evenwicht tussen geloof en politiek, tussen heil en macht verloren gegaan. Alles is een kwestie van politiek, van macht, van economische en militaire belangen. Hierdoor is de politiek zelf een geloofsartikel geworden, en geloofsartikelen worden door fanatici niet zelden aangegrepen om anderen mee te lijf te gaan. Zodoende is er een vacuüm gecreëerd dat in toenemende mate dreigt te worden opgevuld door fundamentalisten van allerlei pluimage. Of die zich nu beroepen op de koran, de bijbel, de grote Verlichtingsfilosofen, of op het werk van Friedrich von Hayek, het is niet denkbeeldig dat dit zal resulteren in een strijd waarbij vergeleken de godsdienstoorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw kinderspel waren.

Rob Hartmans De stamvaders der tolerantie
in: De Groene Amsterdammer 128/41, 27

26 oktober 2004

311

Vanuit Oost-Vlieland kan men met de bus naar het westen. Het eindpunt is bij 't Posthuys.

Na een versnapering liepen we nog twee kilometer westwaarts tot aan de kazerne. Gedurende die twee kilometer loop je langs een broed- en rustgebied voor vogels, een gebied dat vooral in de zomermaanden afgesloten is voor het publiek. Het voelt als een zeer groot contrast: eerst lopen langs een groot natuurgebied en dan niet verder kunnen omdat er bij de kazerne een militair oefenterrein begint.

Het waaide vreselijk hard afgelopen donderdag. We waren dan ook blij dat we naar rechts konden afbuigen naar de duinen waarachter het strand van de Noordzee lag.

Bovenop de duinen heeft men een mooi uitzicht over de Vliehors, een enorme zandvlakte dat het uiterste westen van Vlieland uitmaakt. Ik zag de borden in de verte staan, de borden met rode vlaggen: 'verboden toegang', 'militair oefenterrein' of 'levensgevaarlijk' zou er wel opstaan. Ik had zin om er naartoe te lopen, om naar de uiterste grens te gaan en even om de borden heen te lopen, even kijken wat er op de achterkant staat (PAS OP: BURGERS wellicht?). Op het strand echter heerste een zandstorm die verder lopen naar het westen onmogelijk maakte.

Met de wind in de rug liepen we terug langs het strand. We waren de enigen. Het was een surrealistische ervaring: de enorme branding van de zee, het zand dat als wolken over de bodem voortjoeg en het lawaai van de wind! Het was geweldig! Ik had er uren naar kunnen kijken.

Ik vond het jammer dat we weer terug over de duinen het binnenland in moesten, terug naar 't Posthuys (zou een mooie titel voor een weblog zijn), terug naar de wereld met de mensen.

Het was de mooiste wandeling die we ooit gemaakt hebben.

25 oktober 2004

310

Stelt u zich eens voor dat uw kind elke dag op school de volgende gelofte zou moeten afleggen:

Ik beloof trouw aan de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden en het land dat ervoor staat; één land onder God, ondeelbaar, met vrijheid en rechtvaardigheid voor allen.

Wat zou u dan doen?

11 oktober 2004

309

Ik heb mijn verjaardag dit jaar wederom niet uitgebreid gevierd. Mijn ouders zijn altijd welkom en een goede vriend die een paar straten verderop woont natuurlijk ook. Verder had ik niemand uitgenodigd.

Mijn vrouw en kind hadden afgelopen donderdag wel acht cadeautjes verstopt in het huis waar ik met 'je bent warm' en 'je bent ijskoud' door mijn zoon naartoe geleid werd. Dat werd vooral een spannende expeditie toen mijn zoon op een gegeven ogenblik niet meer wist waar het laatste cadeau verstopt was. Uiteindelijk werden alle pakjes gevonden. Onder de cadeautjes een kaartspel Animal party dat ongetwijfeld nog voor hilarische momenten zal gaan zorgen. Een schaakboek voor jonge kinderen dat ik samen met mijn zoon kan gaan lezen. Verder mag ik de dichtbundel Twee zonnen van Maria Barnas als cadeau niet ongenoemd laten, want wie krijgt er tegenwoordig nog poëzie op zijn verjaardag?

Mijn ouders kwamen traditiegetrouw met een geldbedrag en de goede vriend met IJzeren tijd van Coetzee! Met een andere vriend ga ik binnenkort nog naar de bioscoop, iets wat zo rond mijn verjaardag een traditie begint te worden. Hij zorgt ervoor dat mijn liefde voor de film geregeld nieuw leven wordt ingeblazen.

Weet u, ik vind dat ik daarmee mijn verjaardag wel weer genoeg gevierd heb. Ik heb met een glimlach gelezen dat sommigen van u geprobeerd hebben mijn vrienden en familie te verleiden een boek van Hesse voor mij aan te schaffen. Er is echter bijna geen vriend of familielid die hier komt lezen. Weest u gerust, Hesse staat op De Lijst (naast nog heel veel andere boeken) en dus komt dat ooit wel goed.

Nogmaals dank voor al uw goede wensen en felicitaties!

11 oktober 2004

308

Iedereen verjaart maar tegenwoordig: eergisteren nog mijn zoon; gisteren mijn goeie vriend Prins Otto Mobiel, morgen Elsje Lameire, de schat, en vandaag – vandaag zou ik precies achttien jaar getrouwd zijn geweest ware ik niet, elf jaar geleden, en omstreeks deze tijd van het jaar, naar Praag gevlucht, zogezegd op zoek naar alle huizen waarin Kafka had gewoond, maar eigenlijk of vooral op de vlucht en weg, weg uit het huis waarin ik een paar weken tevoren en samen met mijn zoon en mijn toenmalige huisgenote mijn intrek had genomen – het zogenaamde 'eigen huis' als je begrijpt wat ik bedoel en bij de eerste oogopslag waarvan ik al zeker wist dat ik er mij niet zou laten kisten. Ze bekijken het maar, dacht ik, met hun hypotheken en hun zondagse familievisites en niet eens een geheim martelkamertje waarin ik langskomende nichtjes zou kunnen martelen tot ze spartelend aan mijn ontuchtige handelingen zouden toegeven, waarna er een Grote Rust over de aarde zou nederdalen, met muziek uit de hemel, en iedereen zou er lichtjes beschonken bij lopen, enzoverder, want ik dwaal weer af.

Gisteravond heb ik het boekje maar weer eens uit de kast getrokken, dat doe ik altijd in deze tijd van het jaar. (Doet u dat wel eens, een al gelezen boek weer eens uit de kast pakken om er weer eens in te lezen? En welk boek dan wel?) Iedereen verjaart maar tegenwoordig ..., de openingszin. Ik heb dit boekje aan vele vrienden cadeau gedaan: Luuk Gruwez en Eriek Verpale Onder vier ogen. Siamees dagboek. In de tijd dat ik het boekje (najaar 1995) kocht was ik al jaren grote fan van Eriek Verpale. Al leek mijn leven in niets op dat van Verpale, toch voelde ik verwantschap in de wijze waarop hij tegen het leven aankeek. Het Grote Zoeken en de Hunkering naar dat wat achter de horizon ligt. Maar ook:

Waarom niet? Laat ons zeggen: het raam is mijn lens. Want zie, dat is wat ik me op avonden als deze, net voor een reis, altijd weer afvraag: waarom was, als kind al, mijn geliefkoosde plek die voor het raam? Of correcter uitgedrukt: áchter het raam? Want zo voelde ik het: dáár is buiten, en híér is binnen, maar zolang dat glas er is, kan mij niets gebeuren.

Geen reiziger in de meetbare ruimte ben ik, het liefst reis ik ver weg in mijn eigen gedachten. Najaar 1995. Natuurlijk! De mooiste boeken lees je in het najaar. De tijd van inderdaad Verpale, maar ook Jeroen Brouwers (Zonder trommels en trompetten en Krekelbosse Klaagzangen!), Toergenjew, Nietzsche ... Waar zijn die tijden gebleven?

Tegenwoordig zit ik me te verdiepen in zouteloze lectuur over boeddhisme. Iedereen verjaart maar tegenwoordig. Inderdaad, ik word ouder. Het zoeken is er nog steeds, maar keurig na de werktijden, de afwas en het kind naar bed.

Vandaag ben ik dan 37 geworden. Weer een jaar dichter bij De Grote Onbekende Houdbaarheidsdatum.

7 oktober 2004

307

Soms moet ik wel eens terugdenken aan het opstaan in mijn studententijd. Meestal stond ik nog wel voor de middag op. Ik sliep met mijn hoofd tegen de koelkast (die ik dan ook 's nachts uit had). Op de koelkast stond een koffiezetapparaat. 's Avonds werd één en ander vast klaar gezet zodat mijn eerste handeling 's ochtends altijd het aanzetten van het koffiezetapparaat was. Vervolgens ging ik op de rand van het bed zitten om een peuk te draaien. De dag kon je niet beter beginnen met een lekkere Samson. Ook goed voor de stofwisseling en voor het uit de hand lopen van een ochtendhumeur.

Zou het kunnen zijn dat een ochtendhumeur verband houdt met roken en koffie? Dat je als het ware afgekickt de ochtend ingaat? Sinds ik nog maar zelden rook heb ik namelijk niet meer zo'n last van een ochtendhumeur. Wie kan deze theorie bevestigen?

6 oktober 2004

306

Het komt door Anne-Floor. Zij schreef een wishlist met onder andere en ondermeer Dido and Aeneas (1689) van Henry Purcell (1659-1695). Dat is lang geleden, dacht ik nog. Dus nam ik vanochtend de opname die ik bezit mee naar mijn werk. Ik ben gezegend met de mogelijkheid muziek te beluisteren op mijn werk. Voor mij is het muziek die meteen een rilling veroorzaakt als ik de eerste klanken al hoor.

De opera duurt nauwelijks een uur en is van een ongelofelijke schoonheid. Er zijn weinig opera's die van begin tot eind getuigen van zo'n muzikale perfectie. Daarbij klinkt het nergens zwaar, al is het verhaal zo droevig. Purcell heeft de muziek licht gehouden en wellicht is de muziek daardoor nog aangrijpender.

Ik koester nog steeds de uitvoering van het ensemble Les Arts Florissants van William Christie uit 1986. Ik ben nog steeds fan van dat ensemble. Hun uitvoeringen zijn niet altijd perfect, maar het leeft en is theatraal. Hier en daar hoor ik weer die stem van Agnes Mellon, een stem die ik vroeger altijd typeerde als een typisch geile stem. De hoofdrol wordt gezongen door Jill Feldman (gil-Jill noemde ik haar altijd). Zij zingt het slot zo prachtig. Dat slot wordt te vaak te larmoyant gezongen, maar zij zingt met een juiste dosis aan dramatiek en kloten. De liefhebbers en kenners weten vast wel welk slot ik bedoel:

(Cupids appear in the clouds o're her tomb)
Thy hand, Belinda, darkness shades me,
On thy bosom let me rest,
More I would, but Death invades me;
Death is now a welcome guest.
When I am laid in earth, May my wrongs create
No trouble in thy breast;
Remember me, but ah! forget my fate.

En dan heb ik weer tranen in mijn ogen omdat er zulke mooie muziek bestaat.

5 oktober 2004

305

KRO wil Anne Frank tot Nederlander naturaliseren, het zal u niet ontgaan zijn. Hoe lang is het geleden dat Anne Frank werd afgevoerd? Komt er een idiote en kinderachtige verkiezing van De Grootste Nederlander (Spongebob: HAHAHAHAHA) en dus denken die schijnheilige katholieken dat ze maar even Nederlandse moet worden. Omdat het de KRO nu even goed uitkomt. Straks willen ze haar nog posthuum dopen tot christen!

Ik heb zo'n verschrikkelijke hekel aan dat denken in superlatieven: de grootste, de beste, de moooiste enz. enz. Veronica-denken is dat. Als ik beelden terugzie van Veronica dan zou ik willen dat ze dat schip posthuum naar de bodem van de oceaan hadden getorpedeerd.

Wie interesseert dat toch wie de grootste Nederlander zou zijn? Waarom moet zoiets tot competitie verheven worden? Waarom moeten er altijd winnaars zijn? Waarom willen zo veel mensen een winnaar zijn? Waarom, waarom, waarom? Waarom is het belangrlijk dat iets het mooiste, grootste, beste, geweldigste, sterkste, het meest ware ... vult u maar aan ... is?

En als Anne Frank De Grootste Nederlander zou worden volgens de lieve kijkbuiskindertjes van de KRO, wat verandert dat dan aan de betekenis van Anne Frank, een betekenis die de grenzen van ons landje verre overschrijdt? Wie zal die uitslag van de KRO überhaupt serieus nemen?

BESTE KRO, SODEMIETER OP MET JE VERKIEZING, VAN MIJN PART STOPPEN JULLIE DIE HELE UITSLAG IN JE REET!

Zo ... goedemorgen allemaal ...

5 oktober 2004

304

Waarom nemen die mensen nou niet eens gewoon de tijd om zich te haasten?

4 oktober 2004

303

De voordeurbel gaat. Ik strompel in mijn ochtendjas en met een kop koffie in mijn hand naar de voordeur. Ik doe het luikje in de deur open. "Goedemorgen meneer L!!!! Ik kom u vertellen hoe afschuwelijk de wereld is." "Pardon?" "Ja, ja, daar heeft u zich vrijwillig voor opgegeven. We komen nu elke ochtend bij u langs. Behalve op zondag." "Huh?" "Laten we beginnen, want ik heb het druk, ik moet nog vele andere deuren langs." "Maar ..." "Eens kijken ... 34 Iraakse kinderen gedood, zullen we daar maar mee beginnen? Kijk ik heb er nog een mooie foto bij van meneer Reuters. Ziet u wel, een Iraakse meneer draagt zijn dode zoon." Ik zie hoe een man het zonder geluid uitschreeuwd van verdriet en zijn met bloed besmeurde kind in zijn armen houdt. Ik voel boosheid en tranen. "Sodemieter op! Ik wil dit niet! Ik weet zonder u ook wel dat de wereld een hel kan zijn!" "Maar wilt u dan niets weten van het treinongeluk in Roosendaal? Viel wel mee hoor met al die gewonden ..." "Nee, ik ..." "Dode agenten in Enschede misschien?" "NEE!" "Of wilt u liever wat positief nieuws?" Ik moet mezelf beheersen om niet die kop van die kerel door het luikje van de deur heen te trekken. Trillend van woede doe ik beheerst het luikje dicht nadat ik hem bezworen heb niet meer langs te komen. "En ik moet u nog uitnodigen namens meneer Bos om morgen te komen demonstreren ..." hoor ik hem nog achter de deur roepen ...

Ik ga die krant echt eens opzeggen. Ik kan er soms niet meer tegen.

1 oktober 2004

302

Het was ons al opgevallen toen mijn zoon nog peuter was: hij was een stuk onrustiger als de televisie aanstond. We hebben verschillende malen de proef op de som genomen en het klopte. Ik vond het ook niet zo vreemd, ik heb ook liever de televisie, radio (muziek) uit als ik met iets anders bezig ben.

Dat mijn zoon zich snel ontwikkelde op bepaalde gebieden, daar heb ik hier al eens over geschreven. Uiteindelijk kreeg hij het etiket 'hoogbegaafd'. Voor de ouders van een hoogbegaafd kind kan het een grote zorg zijn.

Zo nu en dan voelt mijn zoon zich niet gelukkig op school. Soms gaat het maanden goed, maar dan begint de onrust weer. Dat gaat natuurlijk niet onopgemerkt. Verwonderlijk was het wel dat in korte tijd twee mensen mijn vrouw erop wezen dat mijn zoon wel eens hoog sensitief zou kunnen zijn. Daar wisten we weinig van af. We hadden er eerder een associatie bij met de zogenaamde nieuwetijdskinderen. Deze kinderen zouden op een meer paranormale manier hoog sensitief zijn. Daarover gaat het hier dus niet.

Hoog sensitiviteit bleek vooral een theorie die ontwikkelt was door psychologe Elaine N. Aron. Overal waar je informatie zoekt krijg je het advies haar boeken te lezen. Mijn belangstelling werd pas echt gestimuleerd toen ik in de beschrijvingen mezelf begon te herkennen. In de testen had ik steeds hoge scores. Bij deze vorm van hoog sensitief gaat het om intensere gevoeligheid voor zintuigelijke prikkels.

Toch ben ik nog sceptisch over dit onderwerp. Bij dit soort psychologische typeringen heb ik hetzelfde gevoel als bij al te simplistische astrologische typeringen: je herkent er altijd wel iets in. Mijn scepsis werd nog groter toen ik de boeken van Aron bij de psychologische zelfhulpboeken zag staan met een vreselijke omslag. Haar boeken zijn bestsellers, zeventien drukken in een paar jaar tijd zegt genoeg over de populariteit. Ik moest zowaar mezelf overwinnen om een boek te kopen.

Het onderwerp fascineert me, maar het boek is in een vreselijke stijl geschreven (cq vertaald). Het laat zich nog het beste omschrijven als een stijl dat in een rap tempo de Libelle- en Margriet-stijl nadert. Het vertalen van het Engelse 'you' in 'je' in plaats van 'u' heeft daar ongetwijfeld mee te maken. Dat maakt het voor mij moeilijk om de inhoud op waarde te schatten. Vijfentwintig jaar onderzoek wordt hier door hoogleraar Aron in een populair wetenschappelijk boek gepresenteerd waarbij haar een zo groot mogelijke doelgroep voor ogen moet hebben gestaan. Toch, als je om de stijl heen weet te lezen, bespeur je dat er een integer ondezoek en theorievorming aan ten grondslag moet liggen.

Maar ondanks de bijna onverteerbare schrijfstijl ga ik me er toch doorheen worstelen. Het onderwerp raakt me.

30 september 2004

301

Gekocht:

Elaine N. Aron
Hoog Sensitieve Personen
Amsterdam/Antwerpen 2004

Alberto Manguel
Kunstlezen
Amsterdam 2003

29 september 2004

300

Politieke tegenstanders lopen de kans nooit meer iets goed te kunnen doen. Wat ze ook doen, het wordt dermate kritisch bekeken dat er altijd wel iets niet goed aan is. En als het niet iets is wat gezegd of beweerd wordt, dan is het wel een kapsel of kledingstuk dat aanleiding geeft tot spot. Zelf probeer ik zo min mogelijk iemand te kleineren met zijn naam of uiterlijk. Om het goede voorbeeld te geven aan mijn zoon, maar ook omdat ik zelf vroeger veel last heb gehad van de spot van anderen. Het ziekelijke getreiter rond het kapsel van Balkenende komt me al een tijdje mijn strot uit. Het zegt meer over diegene die de 'grappen' maakt dan over Balkenende. Maar goed, dit kabinet maakt het me soms wel moeilijk om me in te houden.

Zo verbaasde ik me gisteravond over de felicitaties van Zalm aan de Pakistaanse president Musharraf met het doden van een topterrorist. Kun je dat zo wel doen, vroeg ik me af. Je kunt toch niet iemand feliciteren omdat hij iemand heeft laten doden? Zeker niet als het iemand is als Musharraf die zelf geen schone handen heeft. Dat de Verenigde Staten die klootzak nodig heeft voor hun strijd tegen het terrorisme (zoals ze ooit Saddam Hoesein nodig hadden), wil nog niet zeggen dat de Nederlandse regering maar complimentjes moet gaan maken met het doden (lees: vermoorden) van een topterrorist? Niet dat ik medelijden heb met die terrorist, maar het doden van een mens is niet iets waar je luchtig over doet, ook al is het een terrorist, ook al deed die terrorist zelf waarschijnlijk luchtig over het doden van andere mensen. Het is misschien naief van mij, maar ik blijf uiteindelijk altijd de mens achter de misdadiger zien. Hoe is iemand zo geworden zoals hij is geworden.

Of kan Zalm gewoonweg niets meer goed doen in mijn ogen?

28 september 2004

299

Vrijdag 17 september schreef ik dat mijn zoon en ik een schaaktoernooi gingen spelen. Voor mijn zoon was dat de eerste keer. Voor die kleintjes gaat dat allemaal heel informeel. Weliswaar horen ze ook te noteren en met de klok te spelen, maar in praktijk schrijft de helft niet op en drukken ze trouw op die klok maar ze zijn toch ruim op tijd klaar (soms gebruiken ze per persoon maar 3 minuten van de 20 minuten!). Mijn zoon won twee partijen en speelde er één remise, waarmee hij dus winnaar van zijn groepje werd. Ik ben reuze trots op hem (maar dat was ik ook geweest als hij ze alle drie verloren had hoor!). Hij zal zelf ongetwijfeld heel trots zijn als hij komende vrijdag zijn beker krijgt.

Zelf speelde ik een matig toernooi. Ik had ook weinig verwachtingen aangezien ik qua rating de underdog was. De eerste ronde werd na zeventien zetten een bloedeloze remise. Weliswaar stond ik iets beter, maar het zou nog een lange zit worden om dat om te zetten in winst. Daar was ik te moe voor, vrijdagavond is geen avond om te schaken. De tweede ronde had ik moeten verliezen. Mijn tegenstander was duidelijk niet in vorm, want het enige wat hij deed was zijn kansen verminderen en uiteindelijk bood hij nog remise aan ook, wat ik gretig aannam.

De laatste ronde zal ik niet licht vergeten. Door een fout van mijn tegenstander kon ik een winnende stelling opbouwen. Hij verdedigde scherp en ik moest veel geduld hebben. Uiteindelijk werd er afgewikkeld naar een eindspel. Dat speelde ik niet goed, ik verprutste een aantal belangrijke tempi. Gebrek aan vertrouwen aan mijn inzicht in het eindspel maakte dat ik op zet 51 in plaats van de winnende zet (51.f5!!) een zet deed die alleen maar remise opleverde. Daar kwam ik vandaag pas achter en eigenlijk was het niet moeilijk te vinden. Met drie remises werd ik toch tweede van het viertal en mocht een beker mee naar huis nemen. Mijn eerste beker overigens. Niet dat ik nooit eerder wat gewonnen heb, maar je krijgt tegenwoordig maar zelden meer bekers of medailles. Ik heb er dus dertig jaar langer over gedaan om een beker te winnen dan mijn zoon!

25 september 2004

298

Ach, weet u waar ik vaak aan moet denken als ik nieuws lees over de Nederlandse regering. Aan die psychiater in het volgende verhaal. Dan stel ik me voor dat een jongetje of meisje uit het kabinet die psychiater is en dat ik dan lekker tekeer mag gaan.

Vriend, Hoe vaak heb ik je al niet gezegd dat ik mij geheel wil inzetten voor de psychiatrisch gestoorde mens. En dan zit jij maar te lullen en met je hand over je kin te wrijven. Dat is zeker een tik van je? Altijd dat gepluk aan die kin. En dan de smoesjes die je verkoopt. Dat ik niet geschikt zou zijn voor de verpleging van psychisch of psychiatrisch gestoorde mensen omdat ik geen mulo-diploma zou hebben. Alsof dat ter zake doet of je diploma's hebt. Natuurlijk doet dat ter zake. Dat weet ik ook wel. Mijn hele leven is verpest door die rotdiploma's. Want zeg nou zelf vriend. Waarom hebben anderen wel diploma's en ik niet. Daar zit wat achter. En wat is nou iemand met een mulo-diploma. Ik ben er zeker van dat ik dat werk net zo goed doe als iemand met een diploma. En jij bent dokter. Dus je kan het weten. (...)

U weet toch wel van wie dat verhaal is? Nee?

24 september 2004

297

Ze stonden te folderen bij de uitgangen van het Centraal Station, de FNV-ers. Ik betrapte mezelf erop dat ik probeerde ze te ontlopen. Het zal wel uitleg zijn over de staking van het openbaar vervoer maandag (hoe komen al die fans in de Arena maandag?). Ik hoef daarover geen uitleg, ik begrijp het zo ook wel. Ik heb een grote hekel aan folders.

Staken en demonstreren zit niet in mij. Ik heb vroeger wel eens gedemonstreerd tegen kernwapens, maar echt prettig vond ik het niet in die massa. Bovendien vind ik dat ik niet de aangewezen persoon ben om te demonstreren. Ik heb op een partij gestemd die nu in de oppositie zit in de Tweede Kamer, die partij moet mijn stem laten horen. Het zijn de stemmers die op de regeringspartijen gestemd hebben die moeten aangeven dat zij hier niet voor gekozen hebben. Dat de oppositie demonstreert is niet echt verrassend.

Hoezeer ik ook achter de demonstraties sta, hoezeer ik ook twijfel aan dit kabinetsbeleid, er blijft bij mij een gevoel achter dat zegt dat deze regering een gevolg is van onze zo bejubelde democratie. Er zijn mensen die dit gewild hebben en als zij een meerderheid vormen dan doet deze regering uiteindelijk zijn taak. Niet dat de minderheid dan maar moet zwijgen, maar een ieder die democraat is moet uiteindelijk niet zeuren.

Of moeten we de democratie ter discussie stellen? Werkt het wel? Is het eigenlijk niet meer dan een paardenmiddel? Is democratie wel de best mogelijke staatsvorm? Zijn er niet vormen mogelijk waar we nog niet aan gedacht hebben?

Hoe democratisch is het om éénmaal in de vier jaar je stem uit te brengen op een partij en de volksvergenwoordigers vervolgens een vrijbrief te geven een regering samen te stellen die maar zijn gang gaat? In hoeverre is dit nog de wil van het volk? Of willen we helemaal niet dat het volk regeert? En wie zijn dat dan: het volk? Zijn dat die mensen die maandag in de Arena treuren om Volkszanger Nummer Eén? Of zijn het alle onderdanen van de koningin? Wie wil er nog onderdaan zijn?

Waarom gaan er zo weinig mensen nog stemmen? Is dat dan die perfecte democratie? Zijn we allen niet stiekem een beetje teleurgesteld in die democratie?

Vragen, vragen, vragen! Ik weet het ook niet. Misschien dat ik daarom niet demonstreer. Hoe kan ik nu weten of ik gelijk heb? Ik weet alleen dat ík andere keuzes zou maken, maar of ze beter zouden zijn ...? Ach, ik loop maandag gewoon naar mijn werk.

24 september 2004

296

Gisteren was ik weer eens bij de psych. 'Ga maar vast naar mijn kamer, ik kom zo'. Hij is verhuisd naar een andere kamer, maar ik kan controleren of het de goede kamer is door op het bordje naast de deur te kijken. Het bordje is een houdertje waar papier met tekst in geschoven kan worden. Daar is over nagedacht. Schijnbaar is het de bedoeling dat er in de toekomst nog meer stoelendansen plaatsvinden. Dan hoeft men maar eenvoudig het papiertje eruit te halen en het te vervangen door een nieuwe. Zo handig!

Ik betreed zijn kamer en neem plaats in de stoel. De psych laat op zich wachten, wellicht moest hij het dossier nog halen. Ik kijk wat rond. Zie ik daar nog zo'n bordje. Naast de inbouwkast. 'Kast' staat er op het papiertje in het houdertje. En een nummer dat correspondeert met een nummer op de kast. Tsja, je zou je maar eens kunnen vergissen en de deur van de kast openen in plaats van de deur naar de gang. Ik word accuut vrolijk van dit soort beheerszucht en werkverschaffing. Sarcastisch vrolijk, maar dat had u natuurlijk al begrepen. Ik zie het helemaal voor me: 'Ja met F., mijn kastdeur is stuk'. ... 'Nummer?' ... 'Even kijken hoor' ... '(noemt het nummer)'. Een paar weken later de klusjesman. Hij komt de kamer binnen. Waar is hier de kast. O gelukkig, daar is het bordje. Nu eerst even kijken of het nummer wel klopt. Het klopt! Wat zou er met de kastdeur aan de hand zijn? Hé, er zit een groot gat in. Dat gaan we maken ...

Ondertussen is de psych binnen gekomen. Ik vertel hem van mijn observatie en we kunnen er samen om lachen.

Wie is hier nou gek, denk je dan.

23 september 2004

295

Soms denk ik wel eens dat ouder worden weinig met ontwikkeling te maken heeft. Er komt alleen maar een laagje bij, meer niet. Zo geloof ik ook niet dat de wereld beter of slechter wordt, het is een eeuwige terugkeer van een wezenlijk dezelfde wereld.

Zo zou je je persoonlijke geschiedens als een grote taart kunnen voorstellen: tussen bodem en slagroom komen er alleen maar laagjes bij. Het leven als een alsmaar groeiende slagroomtaart.

Wel aardig als je ervan mag snoepen.

20 september 2004

294

Mijn zoon heeft les op een andere schaakclub dan waar ik speel. Vrijdagavond kwam gewoon beter uit. Vanavond begint daar een toernooi en ik heb me ook maar eens ingeschreven. Het aardige is dat ook 'de kleintjes' mee kunnen doen. Natuurlijk gaat dat anders dan bij de volwassenen, het zal vooral minder lang duren (een kwartier schat ik). Ze worden op eigen sterkte ingedeeld. Voor Sebastiaan is het de eerste keer dat hij meedoet aan een toernooi. Wel lekker veilig zo op de eigen club. Vanavond ronde 1 en volgende week twee potjes. Ik ben benieuwd. Ikzelf ben nogal hoog ingedeeld en reken mezelf tot de underdog. Dat maakt niet uit, ik heb gewoon weer zin in schaken. Afgelopen dinsdag wist ik mijn partij ook te winnen. Gisteravond heb ik 'm aan Sebastiaan laten zien, omdat het een mooie partij is om te laten wat wit allemaal strategisch verkeerd kan doen.

17 september 2004

293

Het doet pijn om één van mijn favoriete boeken bij de boekhandel in de ramsj te zien liggen. Het is treurig dat zo'n mooi boek slecht verkocht wordt en dat het dan in de ramsj moet eindigen. Dus doe jwl een plezier en ren nu allemaal naar de boekhandel (ik zag het bij Scheltema in Amsterdam). Zorg dat die stapels zo spoedig mogelijk weggewerkt zijn. Alberto Manguel Een geschiedenis van het lezen. Ik zal u eeuwig dankbaar zijn.

16 september 2004

292

Waarom toch die haast?
Waarom die onrust?
Gaat er iets niet goed?

16 september 2004

291

Wat voor een achterlijke gladiolen werken er eigenlijk bij het NOS Journaal? Hebben ze eigenlijk nog wel een grijntje journalistiek eergevoel?

Ik weet het, het kan nog erger, maar gisteravond was ik weer eens zo dom om naar een nieuwsuitzending op televisie te kijken. Dom, dom, dom! Minutenlang gratis reclame voor een bekend Nederlands electronicabedrijf. En waarom? Hadden ze een geweldige revolutionaire ontdekking gedaan? Een nieuw communicatie-apparaatje? Een nieuw beeld- of geluidsdrager uitgevonden waar niemand op zit te wachten? Nee, nee, nee, driewerf nee! Ze hadden hun leus veranderd. Hun leus veranderd, u leest het goed. Dat was het nieuws waar wij allemaal op zaten te wachten. Niet te geloven dat er mensen in Hilversum zijn die denken dat dit wereldschokkende nieuws ander veel belangwekkender nieuws in de schaduw stelt. Minutenlang gratis reclame! Waarom? Heeft het NOS-Journaal soms nieuw materiaal nodig in de studio. Zijn de beeldschermpjes in de regiekamer aan vervanging toe? Wat voor belangen spelen hier een rol? Nonsens en idiotie!

Dacht ik daarmee alles gehad te hebben, komt er een item over een Nederlandse auteur. Hij is vijfenzeventig jaar geworden en geeft een feestje. Lekker koekhappen en limonade drinken met allerlei andere prominenten in De Kleine Komedie. Minutenlang geouwehoer over dat heugelijke feit dat mijnheer Campert vijfenzeventig jaar geworden is en dat hij wat mijnheer Van Kooten betreft wel honderd mag worden. Ik val van mijn stoel! Van mijnheer Van Kooten mag Campert wel honderd jaar worden! Wereldnieuws mensen. Waar was het NOS Journaal bij elke nieuwe publicatie van mijnheer Campert? Zijn we ooit een graadje wijzer geworden van de literaire betekenis van mijnheer Campert door het NOS Journaal? Is er één idioot bij de redactie van het NOS Journaal te vinden die ooit een boek van Campert gelezen heeft? Hebben ze überhaupt ooit een boek gelezen dat het literaire niveau van een streekrommannetje overstijgt? Nee, dames en heren. De makers van het NOS Journaal overstijgen het niveau van spreekkoren van voetbalsupporters maar nauwelijks.

Here God in de Hemel, verlos mij van de hel die Nederlandse televisie heet.

Alhoewel, die documentaire op Nederland 3 tussen half negen en tien was wel erg goed ... Het ging over hele gewone mensen die ooit voor Baghwan gevallen waren, maar ze hadden in luttele minuten meer te vertellen dan mijnheer Campert, de stropdassen van dat bekende Nederlandse electronicabedrijf en de spreekkoren van die voetbalkwallen.

En toen kwam vanochtend de krant. En wat stond er op de voorkant? Gdvrdmm!!!!!

14 september 2004

290

Ik weet niet meer precies wanneer het begonnen is, maar het zal ongetwijfeld in één van de laatste jaren van mijn middelbare schooltijd geweest zijn. Toen ik één pocket gelezen had toen wilde ik ze allemaal! Het verzamelen begon. Dat wilde zeggen: alleen de genummerde exemplaren. Het verzamelen was ook niet moeilijk, want de pockets waren gewoon verkrijgbaar in de winkel. Na verloop van enkele jaren had ik de hele serie compleet en was het nog maar een kwestie van bijhouden als er weer een nieuwe aflevering in de winkel lag.

Ik zal niet ontkennen dat ik indertijd verwantschap voelde met de hoofdpersoon. Zijn luiheid, zijn eetlust, zijn cynische humor ... het was alsof ik in een spiegel keek. Bovenal zijn liefde voor koffie en de Italiaanse keuken. En niet te vergeten: zijn haat voor maandag, vooral maandag de dertiende.

Mijn zoon ontdekte die pockets ook en dat hebben we geweten. Hij las ze niet, hij verslond ze. Er ging geen dag voorbij of er werd uit het hoofd wel één of meer Garfields vertelt. Mijn vrouw en ik werden er gek van. We moesten uiteindelijk zelfs een Garfield-vertellen-verbod instellen. Nog één dan papa?! Please?! Ok. Komt er een spin bij Garfield. Vraagt die spin aan Garfield: heb jij mijn vrouw vermoord? Zegt Garfield: ja! Zegt de spin: dank je. Hahahahaha, hij is goed hè! Ja zoon, hij is errug goed. Nog een stuk pizza?

En toen was er Garfield De Film. Daar moesten vader en zoon natuurlijk naartoe. Dit was de gelegenheid om mijn zoon te leren na een film te zeggen: het boek was beter (wel eerst even checken of er een boek van bestaat).

Voor alle zekerheid werden er kaartjes gereserveerd. Dat bleek achteraf niet nodig, als er in die grote zaal twintig bezoekers waren geweest dan was het veel. Algauw bleek dat ik er wijs aan had gedaan om mijn zoon tijdig in aanraking te brengen met deze unieke Literatuur. Wij konden er tenminste om lachen, al vonden we wel dat de makers zich al te veel vrijheden hadden veroorloofd. John was niet dom genoeg en dat hij uiteindelijk een relatie aangaat met de dierenarts klopt natuurlijk van geen kant. Maar het leek wel alsof wij de enigen waren die zaten te gniffelen en te lachen. Waren wij de enigen die deze subtiele humor in deze film snapten?

Hoe dan ook: Garfield kan niet stuk. Het wachten is nu op Garfield II. En ondertussen vraag ik me af waar toch die onstilbare behoefte aan lasagna vandaan komt.

13 september 2004

289

Er is een kant aan het boeddhisme waar ik moeite mee heb. Ik kan dat het beste illustreren aan een passage uit mijn favoriete boek, een boek waaruit ik hier wel vaker citeer. Ik noem dat boek dan ook wel eens gekscherend mijn bijbel. Toch is het frappant dat ik boekenkasten vol heb met zogenaamde grote literatuur en filosofie, maar dat ik – als het erop aan komt – altijd weer teruggrijp naar dit boek als ik een moeilijke tijd heb. Ik ken het boek zo goed dat ik het niet eens meer hoef te pakken, het zit – weliswaar niet letterlijk – in mijn hoofd.

We zien drie mannen rond een vat azijn staan. Ze hebben elk een vinger in de azijn gedoopt en geproefd. Uit de gezichtsuitdrukking van ieder van hen blijkt hun individuele reaktie. Aangezien het een allegorische voorstelling is, wordt ons te verstaan gegeven dat dit geen gewone azijnproevers zijn, maar vertegenwoordigers van de drie geestelijke stromingen in China en dat de azijn die zijn proeven de Essentie van het Leven is. De drie meesters zijn K'oeng Foe-tse (Confucius), Boeddha en Lao-tse, auteur van het oudste bestaande boek over het Taoïsme. De eerste kijk zuur, de tweede heeft een bittere uitdrukking op zijn gezicht, maar de derde man glimlacht.

Voor K'oeng Foe-tse deed het leven nogal zuur aan. Hij geloofde dat het heden niet in de pas liep met het verleden en dat het menselijke bestuur op aarde niet in harmonie was met de Hemelse Weg, het bestuur van het universum. Daarom legde hij de nadruk op eerbied voor zowel de Voorouders als voor de oude rituelen en ceremonieën waarin de keizer, als Zoon des Hemels, optrad als tussenpersoon tussen grenzeloze hemel en begrensde aarde. Het gebruik van strikt afgemeten hofmuziek, voorgeschreven passen, handelingen en frasen, dat alles vormde tesamen onder het Confucianisme een buitengewoon ingewikkeld stelsel van rituelen, die elk op een bepaald tijdstip voor een bepaald doel dienden. Over K'oeng Foe-tse werd dit gezegde opgetekend: 'Als de mat niet recht lag, wilde de Meester niet zitten.' Dat moet wel een aanwijzing geven voor de mate waarin men dingen doorvoerde onder het Confucianisme.

Voor Boeddha, de tweede figuur op de voorstelling, was het leven op aarde bitter, vervuld van gehechtheid en begeerten die lijden voortbrachten. De wereld werd beschouwd als een vallenzetter, een voortbrenger van illusies, een rondwentelend wiel van pijn voor alle schepselen. Teneinde vrede te verwerven vonden de Boeddhisten het noodzakelijk boven de 'wereld van het stof' uit te stijgen en het Nirvana te bereiken, letterlijk een toestand van 'geen wind'. Ofschoon de in wezen optimistische houding van de Chinezen het Boeddhisme aanzienlijk veranderde, nadat het werd ingevoerd uit zijn land van herkomst India, zag de vrome Boeddhist zijn weg naar het Nirvana toch vaak belemmerd door de bittere wind van het alledaagse bestaan.

Volgens Lao-tse kon de natuurlijke harmonie die vanaf het eerste begin bestond tussen hemel en aarde door iedereen worden gevonden, op ieder willekeurig tijdstip, maar niet door de regels van het Confucianisme te volgen. Zoals hij stelde in zijn Tao Te Tsjing, het 'Tao-boek der Deugd', was de aarde in wezen een afspiegeling van de hemel, geregeerd door dezelfde wetten – niet de wetten der mensen. Deze wetten beïnvloedden niet alleen de omwenteling van verre planeten, maar ook het doen en laten van de vogels in het woud en de vissen in de zee. Lao-tse meende dat hoe meer de mens ingreep in het natuurlijk evenwicht dat werd voortgebracht en geregeerd door de universele wetten, hoe meer de harmonie zich terugtrok in de verte. Hoe meer hij forceerde, hoe meer moeilijkheden. Zwaar of licht, nat of droog, snel of langzaam, alles droeg zijn eigen aard al in zich en deze kon men geen geweld aandoen zonder problemen te veroorzaken. Wanneer er van buitenaf abstracte en willekeurige regels werden opgelegd, was strijd onvermijdelijk. Pas dan werd het leven zuur.

Voor Lao-tse was de wereld geen vallenzetter, maar een leermeester die waardevolle lessen leerde. Zijn lessen moesten worden geleerd, precies zoals zijn wetten moesten worden nagevolgd; dan zou alles goed gaan. In plaats van anderen te adviseren 'de wereld van het stof' de rug toe te keren, raadde hij hen 'zich te voegen bij het stof van de wereld'. De werkzame kracht die hij zag achter alles in hemel en aarde noemde hij Tao, 'de Weg'. Een grondprincipe van Lao-tse's leer was dat deze Weg van het Universum niet adekwaat in woorden kon worden beschreven en dat het zowel voor zijn onbeperkte macht als voor de intelligente menselijke geest een belediging zou zijn daartoe een poging te doen. Toch kon men zijn aard bevatten en zij die de Weg, en het leven waarvan hij niet te scheiden is, het meest aan het hart lag, begrepen die het beste.

Benjamin Hoff Tao van Poeh
Den Haag 1988, 12-15

Ik vermoed dat er veel van het Taoïsme een weg gevonden heeft in het zen-boeddhisme. Maar, ik denk dat ik het maar houd bij het Poehisme. Al vind ik het leven vaak bitter en zuur, toch moet ik ook glimlachen. Per slot ben ik ook maar een mens met een klein beetje verstand.

12 september 2004

288

S. zingt steeds hetzelfde liedje:

Er was eens een koe uit Coevorden
die wilde zo graag soapster worden.
Hij kwam op tv,
bij GTST.
Daar lag hij als vlees op de borden.

12 september 2004

287

Politiek?
Ik wo-ord daa-aar zo-o moe-oe va-an.....!!!

11 september 2004

286

Veel mensen associëren afstand doen met het opgeven van materiële bezittingen en betrekkingen en het leiden van een onthecht en teruggetrokken leven. Maar waarlijk afstand doen betekent dat je een innerlijke (in plaats van een uiterlijke) beweging of gebaar maakt, hoewel je het ook naar buiten toe tot uitdrukking kunt brengen. In veel tradities betekent boeddhist worden dat je onderkent dat een samsarisch bestaan (...), de wereld van geld verwerven en uitgeven, ambities hebben en prestaties leveren, liefhebben en haten, uiteindelijk geen bevrediging schenkt of veiligheid biedt.

Met andere woorden, als je het pad van het boeddhisme serieus wilt volgen, geef je je familie of je carrière niet op; maar je doet wel afstand van de gangbare opvatting dat je het ware geluk in wereldse zaken kunt vinden. Je doet afstand van de onophoudelijke boodschap van de consumptiemaatschappij dat de volgende auto, woning, vakantie of prestatie je uiteindelijk je onvrede zal verlossen en je de bevrediging zal schenken waar je zo wanhopig naar op zoek bent.

In plaats daarvan neem je het radicale uitgangspunt over dat je duurzaam innerlijke rust en geluk kunt vinden door je hoofd en hart te zuiveren van negatieve opvattingen en emoties en daarmee tot de waarheid van de werkelijkheid doordringt, je openstelt voor je inherente waakzaamheid en vreugde, en ervaart wat Boeddha de 'verlossing van het zekere hart' noemde.

Jonathan Landaw & Stephan Bodian Boeddhisme voor dummies, 142-143

West-Europa kan wel wat Boeddhisme gebruiken lijkt mij zo. Toch wordt er in het bovenstaande een grote vergissing gemaakt. Het kopen van boeken geeft uiteindelijk heel veel bevrediging! Toch ...?

10 september 2004

285

Onder het kopje: huiselijk geluk.

Mijn zoontje – S. (7) – krijgt op school samen met een andere bolleboos uit zijn klas zo nu en dan lessen Engels. Bij de afwas oefenen we soms:

What's your name?

My name is jwl. What's your name?

My name is S.

... en dan gaat hij tellen in het Engels om uiteindelijk weer te vragen:

What's your name?

No, my name is jwl! S. is your name, isn't it?

...?! Nee papa, ik vroeg wat je naam was!

En dit alles onder de Duitse klanken van de nieuwe cd van Nena. Op de cd staan songs die door een willekeurige ander niet te pruimen zou zijn, maar het Duits van Nena is lekker geil. Ideaal voor onder de afwas.

Gisteravond weer naar The Powers that be gekeken. Van mij mogen ze deze comedy iedere keer herhalen tijdens de aanloop naar de presidentsverkiezingen in Amerika. Het is één van de weinige series waar ik nog echt van in de lach schiet.

9 september 2004

284

Het voordeel van woensdag was altijd dat het na dinsdag kwam. Vooral: na dinsdagavond. Woensdag was mijn vaste vrije dag, dinsdagavond is mijn schaakavond. Dit was een perfecte combinatie. Helaas. Vrijdag – de naam zegt het al – is nu mijn vrije dag en woensdag is een dag geworden die nu steeds vaker te vroeg begint. Drie uren slaap is echt te weinig. 'Brak' is het woord. 'Automatische piloot' is de modus. Ik ben er niet. Als u mij zoekt dan sta ik bij de koffie-automaat een infuus aan te leggen.

8 september 2004

283

Terug naar de bron. Is dat een Romantisch ideaal? De behoefte om terug te gaan naar het punt waar het allemaal begon om dan vervolgens te kijken waar de reis verkeerd ging. Hebben we een verkeerde afslag genomen? Of hebben we een afslag gemist?

Eén van de aardige kanten van het volgen van de geschiedenis van de filosofie zijn de momenten waarop je denkt: aha, dus daar komt het vandaan. Om het maar even simpel uit te drukken.

Het is een cliché-beeld, maar ik vind het een mooi beeld: de geschiedenis als een weg. Wat betreft de filosofiegeschiedenis zie ik op die weg allemaal mannetjes druk in gesprek met elkaar. Eindeloos duren hun gesprekken. Soms keren ze op hun schreden terug, sommigen vragen zich af of ze daar niet al eerder geweest zijn. Weer anderen gaan op een bankje zitten om van een prachtig panaroma te genieten. Anderen schrijven hun gedachten snel op, stel je voor dat je ze vergeet. Sommigen houden van het platteland, anderen van bergen. Sommigen houden van een wolkeloze hemels, anderen zien het liever stormen en onweren. Vaststaat dat al die wegen naar elkaar toe leiden, de wereld is immers rond. Dat sommigen zo nu en dan de borden verkeerd draaien of verplaatsen maakt dan ook niet uit: het brengt je op paden waar je anders misschien nooit gekomen was.

Er zijn vele bibliotheken langs die weg waarin boeken staan met reisverslagen van anderen. Vele reizen beginnen met een zoektocht naar het begin, wanneer, waar en wie was het ooit allemaal begonnen? Een fout die daarbij nogal eens gemaakt wordt is te veronderstellen dat de bron altijd zuiver is. Amderen vinden de bron ondrinkbaar en onverteerbaar.

Ik had al een tijdje de behoefte om terug te gaan naar de bronnen van het boeddhisme. Gelukkig is uitgeverij Asoka begonnen met het uitbrengen van de Pali-canon in het Nederlands. Het is prachtig! Maar eerst mijn kennis van het boeddhisme een beetje vast vorm geven. Dus lees ik nu Boeddhisme voor dummies. Je moet toch een nieuwe reis beginnen met een goede reisgids, nietwaar? U ziet, ik ben een toerist in eigen hersenpan.

Nog even om misverstanden te voorkomen: dat ik over boeddhisme leest, wil nog niet zeggen dat ik boeddhist wil worden. Je wordt ook geen christen door de Bijbel te lezen. Overigens: zou het een goed idee zijn om in het kerstpakket van alle Nederlanders dit jaar Islam voor dummies te doen?

7 september 2004

282

Zoontje

Hij sluit de ogen en de wereld
opent zich. Hij valt
terwijl geen ding op diepte duidt

begeven wanden het, verzakt
de vloer, stormt lucht naar binnen.
Stort hij er in, maatloos.

Elk slaapliedje is een proloog,
een hoge stem die gaten
in zijn hoofd zingt. Slaap

bolt de rokken van het huis.
Het nest zwalkt als een schip.
Hij beeft, hij hangt aan aarde

die zijn handen, grijpmachientjes,
vogelklauwtjes, kneden
uit de takken van de lakens.

Esther Jansma Hier is de tijd, 33

5 september 2004

281

Wat staat er op de cd?
John Corigliano (1938). Fantasia on an ostinato for solo piano (1985)
Ludwig van Beethoven (1770-1827). Pianosonate nr 17 "Sturm" in d, op. 31 nr.2 (1802)
Ludwig van Beethoven. Fantasie voor piano, koor en orkest in c, op. 80 (1808/09)
Arvo Pärt (1935). Credo voor piano, gemengd koor en orkest (1968)
Hélène Grimaud – piano; het Swedish Radio Choir en het Swedish Radio Symphony Orchestra onder leiding van Esa-Pekka Salonen

Voorwaar, een origineel programma. Tweemaal Beethoven geflankeerd door twee 20e eeuwse componisten. Twee stukken voor piano-solo en twee stukken met koor en orkest.

Het spel van Grimaud is uitstekend, ze is natuurlijk niet voor niets een gevierd pianiste. Technisch is het allemaal in orde en ze heeft een eigen stijl van spelen. Je zou haar stijl als beheerst en helder kunnen typeren. Alle noten krijgen de aandacht die ze verdienen, Grimaud speelt ritmisch mooi en ze fraseert erg goed.

En toch boeit het me niet. Het is mij té beheerst, te licht. Het is alsof Grimaud iets in die muziek zoekt die er niet is. Kan Corigliano die lichtheid – bijna etherisch – nog wel aan, Beethoven wordt in de pianosoante op deze manier zijn karakter ontnomen. Het was noodzakelijk om dat romantische, woeste beeld van Beethoven te nuanceren - Beethoven is klassieker dan we wel eens denken –, maar op deze wijze wordt zo'n sonate saai. De klank is prachtig, alles is keurig, maar het verhaal ontbreekt. Grimaud zoekt bij Beethoven een spirituele dimensie die er niet is. Beethoven is aards, hij experimenteert met harmonie en dynamiek en dat mogen we horen. Grimaud vlakt het uit.

Wel moet ik toegeven dat ik de Fantasie voor piano, koor en orkest zelden zo mooi gehoord heb. Het blijft echter een raar stuk in Beethovens oeuvre. Het klinkt alsof hij al schrijvende voortdurend veranderde van idee. Het stuk begint als een lange piano-solo en dan begint er ineens een orkest. Net als je denkt 'het lijkt nu wel een pianokoncert' begint er ook nog – kiekeboe! – een koor te zingen. Niet mijn favoriete stuk van Beethoven. Het koor is goed, het orkest prachtig en ik vind dat Esa-Pekka Salonen hier een magnifieke interpretatie laat horen. Het spel van Grimaud is hier wat steviger, maar mijn bezwaar blijft.

En dan dat ranzige kitscherige stuk van Pärt. Hij schreef het in een tijd (1968) dat hij met een stijlwisseling bezig was. Componeerde hij in de seriële (de muzikale parameters zijn veel mogelijk gedeterminerd) en aleatorische (de muzikale parameters zijn juist niet gedetermineerd en worden aan het toeval overgelaten) modes van zijn tijd, langzaam maar zeker ontwikkelde hij een stijl die gebaseerd was op de pre-moderne polyfone stijl (denk aan de religieuze muziek uit de Middeleeuwen en de Renaissance). Het Credo uit 1968 gebruikt de klassieke en moderne stijlen als contrast. Pärt wilde muzikaal uitdrukking geven aan het Christelijke 'heb uw vijanden lief'. Hij gebruike daarvoor (schaamteloos) de eerste prelude uit Bachs Wohltemperierte Klavier als muzikale basis.

Het zou een mooi uitgangspunt kunnen zijn, maar wat ik hoor is een aaneenschakeling van cliché's. Voortdurend betrap ik me op associaties: dat is Schubert, dat is Bach, dat is Penderecki, zelfs een beetje Stockhausen. Alsof je een blokkendoos met componisten omgooit, alleen Pärt zelf ontbreekt. Soms hoor ik de componist denken: 'zo, nu ben ik hier aanbeland, wat zal ik nu eens doen'. Ik ontwaar bij Pärt geen innerlijke noodzaak, het is effectbejag. Zoals in die foute Hollywood-films: de hele film moet je denken dat ze elkaar dus niet kunnen krijgen, maar aan het eind komt alles weer goed. Zij draait zich aan het einde van de film om en ja hoor daar staat hij, zou hij toch terug komen, zou hij toch van haar houden? En dan zie je in slow-motion hoe haar voeten loskomen van de grond en hoe zij op hem toe rent. Je ziet hoe haar tranen en haar glimlach vechten om voorrang (trillende lippen natuurlijk). Op de achtergrond veel, romantische strijkmuziek, waarbij op de climax het paar elkaar om de hals vliegt. Het kan prachtig smakeloos zijn. Ik zie ze zitten op de bank met de tissuedoos naast zich: o, wat mooi ze krijgen elkaar!!! Maar het is ... kitsch, kitsch en nog eens kitsch! Pärt doet in dit stuk wezenlijk hetzelfde. Later zal hij een zeer spirituele benadering kiezen van componeren, waarbij hij soms over de grens van de kitsch en soms binnen de grenzen van het smaakvolle blijft.

Geen cd om te hebben. Mocht u door mijn recensie juist belangstelling gekregen hebben, laat u zich vooral niet weerhouden. Ik heb liever dat u wel van deze cd kunt genieten. Misschien dat ik die pianosonate stiekem copieer, want het is wel heel anders dan ik gewend ben. Wie weet valt het muntje nog ...

4 september 2004

280

Ach wat schrijf ik toch allemaal! Moet ik niet schrijven dat het me eigenlijk zwaar te moede wordt als ik de laatste dagen nieuwsuitzendingen zie of kranten lees. Ik kan niet meer met droge ogen naar het journaal kijken. Soms is het gewoon te erg en alles wat ik hier verder schrijf lijkt mij zo zinloos. Verdomme.

4 september 2004

279

Uit!

Shunryu Suzuki Zen-begin
Deventer 2003

Na een paar gesprekken over zen werd mij dit boek aangeraden. Zen is een onderwerp waarvan ik nog niet weet wat ik ermee zal doen. Ik vind het heerlijk om over zen te lezen, maar ik ben nog als de professor uit een eerdere log [zie ]. Maar de Zen-literatuur boeit me enorm, daar kan ik niet omheen. De tijd zal het leren wat ik ermee ga doen. Overigens vond ik de afbeelding op de voorzijde al erg mooi.

1 september 2004

278

Arvo Pärt is een componist die prachtige muziek kan schrijven (bijv. zijn Johannes-Passion of zijn In memoriam Benjamin Britten), maar ook de meest waanzinnige ranzige kitsch. Gisteren heb ik per ongeluk iets gehoord uit de laatste categorie. Dan moet ik zo snel mogelijk wat tegengif tot me nemen. Gelukkig had ik wat Cantates van Hem – Johann Sebastiaan God – bij me.

31 augustus 2004

277

Er werd me nooit op maandagochtend gevraagd of ik nog zomergasten had gezien. Na Felix Rottenberg heb ik nog een halve uitzending van Theo Maassen gezien (aardig) en tien minuten van Tijs Goldschmid (jammer, ik had graag de hele uitzending gezien). Joost Zwagerman blijft voor mij een problematische interviewer. De gast moet zoveel goed maken wil een uitzending nog gered worden.

Gisteravond heb ik bewust niet gekeken. Ik vertrouw Hirsi Ali niet meer. Natuurlijk had ineens iedereen wel zomergasten gekeken. Programmeer een vrouw die nu eens de Islam aanpakt en ja hoor, iedereen kijkt. Behalve ik. En natuurlijk was Hirsi Ali best genuanceeerd, natuurlijk kon ze ook positief zijn over de Islam en natuurlijk was het fillempie met Theo van Gogh best mooi. Maar laat ik niet teveel over de uitzending van gisteravond zeggen: ik heb niet gekeken, bewust niet.

Doelstelling van Hirsi Ali is de emancipatie van de moslimvrouw. Daar is niets mis mee en het mag gesteund worden. Daarbinnen kun je nog van mening verschillen, Hirsi Ali zit niet voor niets bij de VVD. Ik heb niets tegen provocatie. Soms is het nodig om bolwerken met stormrammen te lijf te gaan. Maar provoceren moet je intelligent en beheerst doen en Hirsi Ali begon haar doel dermate onbesuisd voorbij te schieten dat ik begon te twijfelen aan de oprechtheid van haar doelstellingen. Het werd steeds gemakkelijker te denken dat ze in wezen met een rancuneuze kruistocht bezig was tegen de Islam. Ook niets mis mee, maar gevaarlijk als je kamerlid bent. Hirsi Ali begon zo langzamerhand op een rascistische islamofoob te lijken dat ze bij mij alleen nog maar irritatie en walging opriep en ik was niet eens islamiet. Het was alsof Hirsi Ali wilde zeggen dat een moslimvrouw alleen maar zou kunnen emanciperen als ze ophield moslim te zijn.

Ik heb begrepen dat Hirsi Ali haar best heeft gedaan om over te komen als een rustige intelligente en genuanceerde vrouw. Dat zou mooi zijn. Wellicht kan ze dan echt bereiken wat ze wil bereiken. Misschien kan ze het vertrouwen terug winnen wat ze onderweg verloren heeft. Provoceren prima, maar je moet niet vergeten dat je uiteindelijk met je tegenstanders om de tafel moet zitten om iets voor elkaar te krijgen en dat je dan ook moet kunnen luisteren. Je bent tegen bepaalde excessen binnen een godsdienst, je geeft aan dat die excessen ook niet binnen die godsdienst passen, maar de godsdienst moet je buiten de discussie houden. (Laten we het eens over de Verenigde Staten en hun vorm van christendom hebben.) En als jij niet meer de aangewezen persoon bent om die gesprekken te voeren omdat je jezelf onmogelijk hebt gemaakt, dan moet je het aan anderen overlaten. Misschien zou Hirsi Ali eerst eens de VVD moeten verlaten om in ieder geval de schijn te verliezen dat ze daar zit om stemmetjes te trekken bij bruin rechts.

Binnen de islamitische gemeenschap moet zelfkritiek ontstaan. (Zij vormen tenminste nog een gemeenschap, dat kan ik als blanke geseculariseerde Nederlander niet zeggen.) De Nederlandse (grond)wet geldt achter elke voordeur. De Nederlandse overheid hoort duidelijk, consequent en rechtvaardig de Nederlandse wet toe te passen. Daarnaast moet de Nederlandse bevolking eens ophouden met dat zielige gezeur en geprovoceer. Ik erger me in het dagelijkse leven meer aan de onbehouwen en onbeschofte gedrag van de AH-cassière met haar ge-jij en ge-jou, het niet aankijken als ze tegen mij spreekt, het niet beantwoorden van mijn groet ... dan aan de vriendelijke jonge Turkse jongen in de snackbar die mij met u en mijnheer aanspreekt. We hebben meer aan dialoog dan aan domineesvingertjes. We hebben meer aan heldere probleemstellingen dan aan vertroebelingen door rascisme en vreemdelingenhaat. Ik ben van mening dat we veel kunnen leren van bepaalde kanten van de Islam.

En wat Hirsi Ali betreft: ik zal proberen haar nog het voordeel van de twijfel te geven. Maar daar ligt ze vast niet van wakker.

30 augustus 2004

276

Er was eens een jongetje dat al fluitend de tijd doorkwam op de veranda van zijn huisje. Op een dag komt er een rijke advocaat uit Philadelphia langs in een rijtuigje. Hij roept naar de jongen dat hij op weg naar Little Rock verdwaald is en vraagt hem naar de snelste weg. De jongen legt een hand tegen zijn kin en kijkt ingespannen links en rechts de weg af. Dan kijkt hij op naar de man en zegt: 'M'neer, van hieraf kom je d'r niet.' 'Dat moet mij weer overkomen', mompelt de man in zichzelf. 'Die ene keer dat ik verdwaald raak, is er alleen een idioot om de weg te vragen.' Hij wijst naar de weg voor hem en vraagt: 'Goed, maar kun je me dan tenminste vertellen waar déze weg naartoe gaat?' 'Die gaat nergens naar toe', zegt de jongen, 'als ik 's ochtends opsta, dan ligt ie er gewoon.' Daarop roept de rood aangelopen man uit: 'Jij weet ook niets – je bent de stomste jongen zijn die ik ooit ontmoet heb!' Waarop de jongen antwoordt: 'Dat kan wel zijn, m'neer, maar ik ben de weg niet kwijt.'

Melissande Lips en Paula Borsboom Westerse zen is lekenzen
in: Kwartaalblad boeddhisme 9/4, 13

27 augustus 2004

275

Vanavond begint het nieuwe schaakseizoen voor mij. Tijd dus voor enkele voorbeschouwingen.

Ik ben geen groot schaker – dat wist u al – maar ik ben wel erg bezig met dat rare spel. Lees boeken en tijdschriften over schaken en volg het nieuws rond het schaken.

Soms gaat het snel in de schaakwereld. Het is al lange tijd duidelijk dat het vrouwenschaak een inhaalslag aan het maken is. Ook in Nederland wordt schaken steeds populairder bij meisjes. Daar is niets mis mee, juist bij schaken zou geen verchil in prestaties hoeven te zijn, omdat schaken nauwelijks aanspraak maakt op de fysieke bouw. Of je nu 8 of 88, man of vrouw bent, het maakt geen verschil. Eerlijk gezegd vind ik dat ook een van de charmes van schaken: het is van alle leeftijden, alles loopt door elkaar. Menig volwassen clubschaker is ingemaakt door een fanatiek pubertje en dat kan tegenwoordig ook een meisje zijn.

Bij het topschaak is de fysieke kant wel belangrijker geworden. Steeds meer topschakers doen aan krachttraining om fitter te zijn aan het bord. Een goede fysieke conditie kan een positief effect hebben op de prestaties.

Maar er schijnt nog een fysiek element steeds belangrijker te worden bij het schaken, iets waar we met een grote glimlach wat meer vraagtekens bij kunnen zetten. Hier komt het vrouwenschaak om de hoek kijken. Steeds meer vrouwen druppelen door in het mannencircuit. Vrouwentoernooien zijn gesloten voor mannen, maar vrouwen mogen wel degelijk aan 'mannen'-toernooien meedoen. Judit Polgar doet al jaren met succes aan de top van het mannencircuit mee.

Maria Manakova schijnt overigens een centje bij te verdienen met poseren in een russisch bloottijdschrift. En mocht u nog niet overtuigd zijn van de nieuwe fysieke kant van het schaken: kijkt u dan maar naar onderstaande foto van Almira Skripchenko en u begrijpt dat mannen het steeds moeilijker zullen krijgen in de schaaksport

24 augustus 2004

274

Bayreuth 1990 (4)

De dagen na Das Rheingold verliepen in een vergelijkbaar patroon. 's Ochtends veel lezen, 's middags het stadje in en op tijd bij het Festspielhaus zijn. De voorstellingen van Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung begonnen om 16.00 u. Die stukken bestonden uit drie delen en dus had elke voorstelling twee ruime pauzes. Elke stuk duurt ongeveer vier tot viereneenhalf uur, dus voor zangers en zeker voor dirigent en orkest zijn deze pauzes absoluut noodzakelijk. Tussen de derde en de vierde voorstelling was sowieso nog een rustdag gepland.

De pauzes waren zeker ook de moeite waard. Ik vind er weinig over terug in mijn dagboeken, maar ik herinner me een groepje Spanjaarden die steeds druk pratend en gesticulerend met de tekstboekjes in de hand stonden te discuzeuren over – naar ik vermoed – de betekenis van één en ander. Eén van de onhebbelijkheden van Wagnerianen is dat ze de neiging hebben Wagner als een soort grootmoefti van de muziek te zien en voor hun is het Festspielhaus dan een soort tempel. De teksten van Wagner zouden dan vol diepere betekenissen zitten en die Wagnerianen hebben dan ook boekenkasten vol geschreven over de enige ware en juiste Wagnerinterpretatie. Laat ik eerlijk zijn: zo'n Wagneriaan ben ik ook geweest, maar in die tijd was ik al redelijk over mijn Wagnermanie heen. Ergo: zoals Taizé mij geholpen heeft me van mijn christelijke geloof af te helpen, zo heeft Bayreuth me geholpen snel en definitief het verzadigingspunt te bereiken wat de muziek van Wagner betreft. Ik kende de partituren van binnen en buiten, hele tekstgedeelten kende ik uit mijn hoofd en de mijn verzameling boeken bestond voor een te groot gedeelte uit Wagnerinterpretaties. U laat mij een paar seconden uit een stuk van Wagner horen en ik zeg u uit welk stuk, welke akte, welk moment en soms ook nog wie. Het is door studiegenoten getest indertijd en de resultaten verbaasden mij zelfs. Ik herinner mij dan ook dat mijn interesse voor die Spanjaarden niet zozeer de gedrevenheid van de deelnamers aan de discussie betrof, maar eerder het Spaanse meisje dat duidelijk de balen had van al die poeha. Het andere meisje wat steeds mijn aandacht trok stond achter een bar met veel te dure drankjes. Ook zij had een blik van 'geef mij maar disco'.

Van de vier voorstellingen vond ik Die Walküre het meest geslaagd. De eerste twee akten van Siegfried die naar mijn mening met veel humor gespeeld moeten worden, waren het minst geslaagd. De dirigent Barenboim overtuigde mij steeds meer, hij wist noten uit de partituur te halen die ik niet eerder gehoord had. Ik vind ook dat het orkest bij Wagner ook de mooiste rol heeft.

Het laatste stuk, Götterdämmerung, vind ik van de vier delen het mooiste en het boeiendste. Muzikaal moet het een worsteling voor Wagner geweest zijn. Tussen de tweede en de derde akte van Siegfried zit een cesuur. In die tijd heeft Wagner aan andere opera's gewerkt (Tristan und Isolde en Die Meistersinger) en een stevige ontwikkeling in zijn componeren doorgemaakt. Toen hij verder ging werken aan de Ring moest hij iets afmaken met muzikaal materiaal die eigenlijk niet meer paste bij zijn muzikaal idioom. Dat geeft vooral in Götterdämmerung een spanning die wellicht onbedoeld is geweest. In het verhaal wordt een climax bereikt en in het orkest kan de geoefende luisteraar horen dat er een strijd gaande is die niet alleen bij het vooral hoort. Wagner is een componist van contrasten – hij is één van de beste componisten die in staat is om in één enkele maat muzikaal de sfeer honderdtachtig graden om te draaien – en in Götterdämmerung verkent hij grenzen. De laatste scenes van de tweede akte waarin de vloek van de ring zijn ultieme werk doet, waarin bedrog en verraad de boventoon voert, die scenes grenzen aan waanzin zo nu en dan. De muziek wordt daar steeds heftiger, alle houvast wordt voortdurend weggenomen tot het ultieme moment waar de efgenaaam van Alberichs vloek, zijn zoon Hagen uitschreeuwt: 'Dir hilft kein Hirn, / dir hilft keine Hand: / dir hilft nur – Siegfrieds Tod!' Wagner benadrukte deze conclusie met een totaal onverwacht akkoord, dat even snel te voorschijn komt als het verdwijnt. De regisseur Harry Kupfer liet een stuk podium inzakken tijdens de voorstelling wat het effect nog eens versterkte. De held Siegried moet sterven, dat is waar het Wagner van het begin af aan om ging en met Siegfried gaat in de laatste akte de hele godenwereld in vlammen op. De vloek van Alberich is gebroken (Wagner breekt het muzikale leitmotiv ook af) en een nieuwe wereld komt tot stand. Harry Kupfer illustreerde dat heel cynisch in het slotbeeld: de bevrijde mensheid kijkt met een glas champagne in de hand naar de televisie, kortom: het publiek dat in de zaal zit. Ik verliet het Festspielhaus voor de laatste maal met een grote glimlach, maar vroeg me af wie in het publiek deze sarcastische boodschap van Kupfer ter harte zou nemen.

Mijn ouders haalden mij weer op uit Bayreuth. De muur was in 1990 al gevallen en we reden door Oost-Duitsland terug naar Nederland. Onderweg deden we het plaatsje Eisenach aan, de geboorteplaats van Johann Sebastiaan Bach. Achteraf symbolisch, want in de jaren na Bayreuth zou ik me steeds minder gaan interesseren voor Wagner en de 19e eeuw. Vooral de Oude Muziek had nu mijn interesse en de 20e eeuwse reactie op de Romantiek. Wagner, de muzikale hypnotiseur, werd steeds meer een typische fase in mijn pubertijd en adolescente jaren, de jaren van my beautiful demon. Ik ben nog éénmaal naar de Festspiele geweest, want ik stuurde nog steeds trouw de bestelformulieren elk jaar op. In 1997 kreeg ik kaartjes voor Parsifal en Tristan und Isolde. Meteen belde ik vrienden op om te vragen of ze eventueel belangstelling hadden voor beide voorstellingen, ik hoefde niet zonodig. Uiteindelijk zijn we samen gegaan, mijn vrouw en ik naar Parsifal en mijn vrienden naar Tristan und Isolde. Dat was de laatste keer, ik bestel al jaren geen kaartjes meer.

22 augustus 2004

273

Bayreuth 1990 (3)

Op de ochtend van de grote dag, de dag dat ik voor de eerste keer een uitvoering in het Festspielhaus zou meemaken, had mijn hospita een overzicht uit de regionale krant geknipt met de lijst van alle uitvoerenden voor de komende avond. In de kantlijn stond: Einen schönen, aufregenden Tag für Sie! Herzliche Grüße. I. Br. De meeste namen op de lijst waren bekend voor mij: Daniel Barenboim als dirigent, Harry Kupfer de regisseur, John Tomlinson als Wotan, Matthias Hölle als de reus Fasolt, Günter von Kannen als Alberich, Anne Gjevang als Erda enz. enz.

Maar, zoals alle grote dagen, ze blijken uiteindelijk toch heel gewoon te zijn. Ik was gespannen, de klok kon niet zo snel genoeg richting 18.00 u tikken en wat duurt een dag dan lang als je niet meer kunt wachten. De mensen in Bayreuth hadden daar natuurlijk geen last van. Het weer werkte niet mee, het motregende. Ik dwaalde wat door Bayreuth na eerst wat gelezen te hebben in de Hofgarten, een park dat grensde aan Haus Wahnfried. Uiteindelijk het Königliche Operntheater nog bekeken met een prachtige barokke zaal uit 1748, geen groter contrast denkbaar met het Festspielhaus.

Het zal in of na 1849 geweest zijn dat Richard Wagner (1813-1883) het idee kreeg voor een nieuw operatheater. Hij was toen Kapellmeister aan het hof van de koning van Saxen in Dresden. Wagner was ontevreden over de mogelijkheden die hij had. Hij wilde vernieuwen, hij was idealist. Toen er in Dresden een volksopstand uitbrak bevond hij zich in een spagaat: hij steunde de anarchisten (hij had zelfs contact met Bakoenin), maar werkte anderzijds aan het hof. Wagner hield een rede waaruit blijkt dat hij zichzelf in een onmogelijke positie had gemanoevreerd. In die rede namelijk riep hij de koning op het voortouw te nemen in de socialistische revolutie! Wellicht was het slechts eigenbelang dat Wagner de revolutie deed steunen. Hij hoopte na de omwenteling wél zijn ideeën in praktijk te kunnen brengen, het ging hem niet om het volk, maar om zijn kunst. De opstand werd neergeslagen, Bakoenin werd gevangen genomen en tegen Wagner werd een arrestatiebevel uitgevaardigd, hij zou granaten hebben geleverd aan de opstandelingen. Wagner wist met hulp van Franz Liszt te onvluchten naar Zwitserland en moest jarenlang in ballingschap leven.

In 1849 had hij ook de eerste teksten voor Siegfrieds Tod geschreven (Wagner schreef zijn teksten zelf voor zijn opera's). Siegfrieds Tod zou uiteindelijk, 25 jaar later, uitgroeien tot het vierdelig werk Der Ring des Nibelungen. De complete Ring zou voor het eerst in première gaan in 1876 in het Festspielhaus in Bayreuth.

Wat was het nieuwe theater dat Wagner wilde? Wagner wilde muziek, tekst, toneel, decor, alle elementen van het muziektheater laten samensmelten tot het Gesamtkunstwerk. Niet de muziek, niet de tekst, niet de mooie kleding van de zangers is het doel van dit theater, maar slechts middel om het klassieke Griekse drama (althans, zoals Wagner dat interpreteerde) opnieuw tot leven te wekken. Ook het theatergebouw moest daartoe aangepast worden. Het was uiteindelijk de Beierese koning Ludwig II die de staatskas gebruikte om Wagner dat theater te laten bouwen, in Bayreuth.

Geen loges aan de zijkanten van de zaal, maar een democratische opbouw van de zaal. Zoals in een Grieks theater lopen de rijen met zitplaatsen in een halve cirkel omhoog. Het orkest werd uit het zicht onder het podium geplaatst (dat was nieuw in die tijd), zodat de dalende lijn van de zaal werd voorgezet onder het podium. De dirigent staat bovenaan en het slagwerk staat beneden. De orkestbak is zo afgeschermd dat het geluid eerst naar het podium gaat, zich daar vermengd met de zang en dan pas de zaal in gaat. Samen met een van de allermooiste akoestieken ter wereld levert dat een prachtig geluid op (ik herken zo wanneer een cd in die zaal is opgenomen). Ook uniek voor die tijd was dat het licht uitging tijdens een voorstelling. Was de voorstelling begonnen, dan kon men niet meer naar binnen. Het publiek moest totaal opgaan in de voorstelling. Er mocht niet gesproken worden, de illusie moest compleet zijn. Het Festspielhaus kreeg één van de modernste belichtingen in die tijd. Dit alles heeft Wagner voor elkaar gekregen. En als klap op de vuurpijl: de voorstellingen moesten gratis zijn, het diende ter verheffing van het volk! Dit laatste heeft Wagner nooit voor elkaar gekregen. De enige tijd dat de Festspiele gratis waren was tijdens het Derde Rijk, ter verheffing van de gewonde oostfrontsoldaten.

Ik was natuurlijk veel te vroeg bij het Festspielhaus, al was het erg leuk om al die andere gelukkigen te zien aankomen. Sommigen lieten zich de afstand van wel vijfhonderd meter van het hotel naar het theater met de taxi brengen. Alhoewel galakleding domineerde waren er ook veel mensen gewoon netjes. Ik ontwaarde zelfs een stel geheel gekleed in punk, ze hadden natuurlijk ogenblikkelijk mijn sympathie. Een kwartier voor de voorstelling komt er een selectie van het koper op het balcon een muzikaal motief uit de voorstelling spelen, dit ten teken dat de deuren open gaan en het publiek naar binnen kan. Ik was nerveus, maar kon mijn plekje (Balkon Mitte links, Reihe 4, Platz 7) gemakkelijk vinden. Stelt u zich geen luxe voor in dit theater. Overal zijn veel te kleine houten stoelen, een hele voorstelling uitzitten op dergelijke stoelen is een marteling. Ervaren Bayreuthgangers waren al snel te herkennen aan de meegebrachte kussentjes. Mijn relatief goedkope plaats bestond uit een bankje tegen een achterwand, waarbij de plaatsen door houten schotten van elkaar waren gescheiden.

Het doek ging open. Geen muziek. Alle hoofdrolspelers stonden op het podium, ze lopen het podium af en dan begint de Rijn in het orkest te stromen. Zo mooi kan het alleen daar klinken. Dat een orkest zo mooi kan klinken! Ik zat aan mijn houten bankje genageld. Dit moment zou ik de rest van mijn leven nooit meer vergeten.

Tweeënhalf uur duurt Das Rheingold, de Vorabend van de Ring, zonder pauze, van het begin tot het eind doorgecomponeert. Ik moet het als in een droom aan mij voorbij hebben laten gaan. De akoestiek was zelfs op mijn plekje ongelofelijk mooi. Harry Kupfer had een zeer dynamische personenregie gemaakt met overdonderende effecten in het decor: laserlicht. De relatief langzame tempi van Barenboim waren uitdagend, misten hier en daar wat kracht, was eerder lyrisch.

Rillingen bij het moment dat Alberich de liefde vervloekt. Rillingen bij het prachtige orkestrale intermezzo met de geluiden van aambeelden. Lachen om de humoristiche Loge die samen met Wotan de ring gaat stelen bij Alberich. Afgrijzen wanneer de reus Fafner zijn broer Fasolt dood. Het was een geslaagde uitvoering, ik had van het begin tot het eind als in een trance de voorstelling bekeken.

Maar wat er na de voorstelling gebeurde, zal ik ook nooit vergeten ... ik schreef het een paar dagen later op in mijn dagboek en soms vraag ik me nog af wat er in die surrealistische uren gebeurd is.

Bayreuth, donderdag 23 augustus 1990

(...) Toen ik terugliep naar huis richting binnenstad kon ik met mijn indrukken geen kant op. Op een gegeven moment liep er een mijnheer naast mij en begon een praatje met mij. Hij was ook voor het eerst naar de Festspiele. Een vriend van hem kon die avond niet en had de kaart aan hem gegeven. Hij nodigde mij uit om ergens wat te gaan drinken en we kwamen uiteindelijk in de Gästestube van zijn hotel uit. Het was me al snel duidelijk dat het een tamelijk welgestelde mijnheer was. Eberhard Kirsch was directeur van een schoorsteenvegerij in West-Berlijn. Hij was op doorreis naar Zuid-Duitsland en vertelde over zijn vele reizen, vooral cruises en met het vliegtuig naar Rio de Janeiro of Korea. Hij wilde wat eten en nodigde mij daartoe ook uit en ik mocht niet weigeren. Wel, ik begreep dat hij dan dus zou betalen en ook al voelde ik mij niet zo op mijn gemak, ik besloot maar te blijven en het vol te houden tot een juist moment zich zou aandienen om me te excuseren. Ondertussen at ik Sauerkraut met Würstchen. Gelukkig was hij erg vertels. Op een gegeven moment had ik de indruk dat hij het wel zat was en dus kondigde ik aan dat ik mijn bed wel wilde opzoeken. Eberhard rekenende af (DM 61) en keek me toen een tijdje strak aan waarop ik bewust niet terugkeek. Of ik nog een drankje wilde op zijn hotelkamer. Ik weigerde en gaf aan moe te zijn. Ik moest hem maar eens opzoeken in Berlijn en gaf me zijn adres. Twaalf uur was ik zeer vermoeid thuis. Achteraf denk ik dat Eberhard best eens op zoek had kunnen zijn naar een jongen voor de nacht. Stel je voor ...

De rekening met op de achterzijde het adres van mijnheer Kirsch heb ik nog steeds tussen alles wat ik van die week bewaard heb. Ik heb hem nooit opgezocht ...

19 augustus 2004

272

Bayreuth 1990 (2)

In december 1989 kreeg ik bericht dat ik kaarten had voor de Festspiele in augustus 1990. Tijd genoeg om één en ander te regelen. Ik had slechts kaartjes voor één persoon en de voorstellingen begonnen 's middags om 18.00 of om 16.00 u. Iemand meenemen naar Bayreuth zou kunnen, maar echt gezellig zou het niet zijn. Ik was nog nooit alleen op vakantie geweest. Een jaar eerder was ik met een vriend naar Taizé gelift, maar om nu alleen te liften en het risico te lopen te laat aan te komen, daar had ik geen zin in. Uiteindelijk boden mijn ouders aan om hun vakantie aan te passen. Ze zouden me naar Bayreuth brengen en dan doorreizen om ergens in de buurt hun eigen vakantie te houden. Het zou mij tevens reiskosten schelen (als student had ik niet echt een eigen inkomen). Via de Fremdenverkehrsverein Bayreuth und Umgebung kon ik bij een particulier Pension regelen. Ik kon overnachten bij een zekere Frau Isolde Brückner.

Zondagochtend 19 augustus 1990 om tien voor zes stonden mijn ouders voor de studentenflat in Zeist om mij op te halen. We hadden de reis 8 jaar eerder ook al eens gemaakt. Toen hadden we op mijn verzoek onderweg naar Wenen een omweg via Bayreuth gemaakt. Toen kon ik het Festspielhaus niet in met een rondleiding, omdat er Proben waren. Maar de stad was dus niet helemaal onbekend voor mij. In de namiddag waren we er weer.

Bayreuth, zondag 19 augustus 1990

(...) Het onvangst van mevr. Brückner was zeer enthousiast en ik krijg de indruk dat ze het zo gezellig mogelijk voor me wil maken. De kamer is ruim en leuk ingericht, waarschijnlijk van haar dochter. Overal staan boeken, vooral ook oude met de Duitse klassieken en een balcon staat tot mijn beschikking. Ik heb het weer eens getroffen. (...)

Mevrouw Brückner moest vaak vroeg weg naar haar werk. Ik vond het ontbijt dan in de keuken met een briefje erbij: Schönen guten Morgen, Herr Lubbers, ich hoffe Ihr Frühstück schmeckt. Bitte vergessen Sie nicht, die Wurst/Käse Dose aus dem Kühlschrank zu nehmen. Einen schönen Tag für Sie und Grüße. I. Br. Duits broodjes, thermoskan met koffie, een eitje en lekkers uit de koelkast, het ideale begin van een dag.

Op de eerste dag in Bayreuth had ik nog geen voorstelling. Eerst wilde ik natuurlijk een bezoek brengen aan Haus Wahnfried, het huis waar Wagner zijn laatste jaren gewoond heeft en dat nu een museum is.

Bayreuth, maandag 20 augustus 1990

(...) Bij het graf van Wagner in de tuin van Wahnfried te staan is toch een bijzonder gevoel. Daaronder die steen liggen de resten van iemand die meer dan honderd jaar geleden op deze aarde rondliep en fantastische muziek schreef (...). Het huis Wahnfried zelf is nu helemaal een museum met een permanente expositie over Wagners leven, de geschiedenis van de voorstellingen in het Festspielhaus (vooral foto's van uitvoerenden) en de geschiedenis van het huis zelf. Erg leuk en relativerend is een kleine kamer met Wagnercuriosa met o.a. ook een reiskoffer en kleding van Wagner en Cosima. In de kelder kan men toneeldecors zien in verlichte vitrines en een donkere ruimte. In de centrale hal staan nog oude vleugels waaraan Wagner nog gecomponeerd heeft. In de aangrenzende grote kamer wordt regelmatig muziek gedraaid waarnaar men kan gaan zitten luisteren. Tegen de muren in deze ruimte is in kasten de oude bibliotheek van Wagner te bewonderen. Ik heb daar bijna drie uur doorgebracht.

De middag bracht ik door in het stadje. Nu zou men verwachten dat in zo'n stad de middenstand flink verdient aan de Festspiele, maar eigenlijk viel dat tegen. Natuurlijk, de boekhandels hadden meer boeken over Wagner en de muziekhandel verkocht meer cd's en lp's (toen nog) van Wagner. Maar verder was nauwelijks Wagner-kitsch, geen souvenirs te koop. Afgezien van wat vlaggen merkt men ook nauwelijks dat men in een stad is waar Festspiele gehouden wordt. Eigenlijk ook niet zo vreemd. Men komt in de regel voor één voorstelling en vertrekt weer. De meeste bezoekers zijn ook zeer rijk, komen met een vliegtuig van de andere kant van de wereld, blijven één nachtje in een veel te duur hotel en vertrekken de volgende dag weer.

Aan de einde van de middag liep ik naar het Festspielhaus om foto's te maken van het publiek dat wachtte op een voorstelling van Parsifal. De volgende dag wilde ik geen fototoestel meenemen omdat dat maar onhandig zou zijn. Tussen publiek herkende ik ineens prof. Op de Coul en zijn vrouw, een docent van mijn studie. De wereld is klein en zeker de muziekwereld.

Helaas mocht ik niet naar binnen, ik moest nog een dagje wachten.

18 augustus 2004

271

Bayreuth 1990 (1)

Iedere liefhebber van de muziek van Richard Wagner (1813-1883) moet minstens éénmaal in zijn leven naar Bayreuth, een plaatsje tussen Neurenberg en de oude grens van Oost-Duitsland. Daar wordt ieder jaar in augustus de Bayreuther Festspiele gehouden. Wagnerianen uit de hele wereld komen daar naartoe om in het Festspielhaus auf den grünen Hügel een muzikale eredienst mee te maken. Dat Festspielhaus opent zijn poorten een aantal weken per jaar om alleen maar de muziektheaterwerken van Richard Wagner uit te voeren.

De vaste bezoekers van deze weblog weten het ondertussen: ik was zo'n Wagneriaan. Toen ik een jaar of vijftien, zestien was trok ik de stoute schoenen aan en stuurde een briefje in onhandig Duits naar Bayreuth. Ik wilde graag kaartjes. Nagedacht over de reis ernaar toe had ik niet. Ik had ook niet overlegd met mijn ouders. Ze zouden zich ook niet verbazen, want ze keken al enkele jaren met verwondering naar mijn eigenaardige hobby: het verzamelen van zoveel mogelijk uitvoeringen van de opera's van Wagner.

Natuurlijk kwam er niet meteen antwoord. Maar na een aantal weken begon ik wat onrustig te worden. De brief zou toch wel aangekomen zijn? Moest ik toch maar bellen?

Er kwam antwoord. Ik werd natuurlijk bedankt voor mijn interesse, maar de kaartjes waren uitverkocht. Als de verkoop voor het nieuwe jaar zou beginnen zou ik bestelformuleren ontvangen. De jaren erna zou het een vast ritueel worden: in oktober kwam het bestelformuleer dat je dan voor een bepaalde datum in november verstuurd moest hebben. Ergens in januari, soms zelfs februari kreeg in dan antwoord. Dat antwoord was jaar in, jaar uit: leider nicht. De belangstelling voor de Festspiele was zo groot – drie tot vijf maal meer aanvragen dan voorhanden kaarten – dat ze een systeem hadden ingevoerd om een eerlijke afhandeling voor elkaar te krijgen. Alleen zeer, zeer rijke mensen die de Festspiele met hun miljoenen steunden waren verzekerd van een jaarlijks plekje. Ik kon alleen maar stug volhouden, ooit zou het wel lukken. En het lukte, na vijf jaar – ik studeerde ondertussen muziekwetenschappen – zou een droom in vervulling gaan! Ik was aan de beurt en nog wel voor de gehele Ring des Nibelungen, een immens werk dat vier avonden omvat.

17 augustus 2004

270

Zijn als een kikker: stil zitten, met aandacht de omgeving waarnemen, op het juiste moment een tong uitsteken en een maaltijd tot zich nemen.

17 augustus 2004

269

Ik voel me erg gelukkig vanochtend, ik begin me zorgen te maken. Straks huppel ik nog op een pleintje met een tamboerijntje. Dát moeten we niet hebben!

Schat, waar lagen die handboeien ook al weer?

14 augustus 2004

268

Man bestraft eigentlich die Freiheit des Willens – weil man Gebundenheit durch Gesetz und Moral verlangt? Aber da wäre nichts zu loben, nichts moralisches – aucht die Welt muß gänzlich willkürlich, grundlos sein.

Friedrich Nietzsche Nachgelassene Fragmente
KSA 8, 608

14 augustus 2004

267

Weet je, je bent best een aardige man. Je kan vrolijk zijn en van de dingen die je dierbaar zijn genieten. Je bent lief en zorgzaam als het nodig is. Dan heb je energie en kun je de wereld aan.

Maar soms kan het stormen als op een herfstavond. Dan ben je chagrijnig, je slaat met de deuren, je schreeuwt en uiteindelijk loop je de deur uit om een blokje om te lopen. Dan ben je ineens niet meer zo aardig. De aanleiding is vaak maar heel klein. Wat is dat toch?

Als de storm is gaan liggen ben je somber en misantropisch. Je wilt alleen zijn, met rust gelaten worden. Flikker toch op met die wereld, ik hoef de mensheid niet! Dan zit je alleen maar in een stoel in de verte te staren. Waarom toch?

Wel, mijn beste schaduw, ik weet het niet. Echt niet.

13 augustus 2004

266

Sommige mensen kunnen met weinig slaap toe. Ik ken mensen die er geregeld een behoorlijke alcoholconsumptie op na houden, maar toch met een minimale nachtrust toe kunnen. Ik begrijp daar niets van en ik ben er soms wel een beetje jaloers op.

Op een werkdag gaat mijn wekker in de regel om 5.20 u en sta ik meestal uiterlijk 6.00 u op. Wil ik 8 uren slapen dan moet ik toch wel om 22.00 u. in slaap zijn. Dat gebeurt nooit, maar is geen probleem: het weekend komt meestal net op tijd. De tijden dat ik 's avonds acuut instort zijn lang geleden.

Mijn vrouw en mijn zoon zijn twee weken op vakantie en ik werk een dagje extra in de week (5 in plaats van 4). Het is ook razend druk, dus dat komt ook wel goed uit. In mijn studietijd had ik de laatste jaren wanneer ik niet meer 's ochtends naar college hoefde een ritme van 2.00 u naar bed en ongeveer 10.00 u. op. Ik vond de stilte van de nacht altijd heerlijk om te studeren en te lezen. Ik denk ook dat dat ritme goed bij mij past, want ik merk dat ik zo zonder huisgenoten weer langzaam maar zeker naar dat ritme terug wil. Maar ja, die wekker 's ochtends ...

Vanochtend heb ik me dus behoorlijk verslapen. De wekker heb ik eenmaal gehoord, maar daarna niet meer. Het is alsof de vermoeidheid met geen koffie uit mijn lijf te krijgen is en mijn ogen blijven zwaar. Het wordt tijd dat mijn vrouw en mijn zoon thuiskomen om weer ordentelijk als burgermannetje op tijd naar bed te gaan. Dat het nog zover met mij moest komen!

12 augustus 2004

265

Liefste,

Van harte gefeliciteerd!!!

Misschien toch maar in een volgend leven in andere maand geboren worden?

Zodat je niet meer in je vakantie jarig bent?

Zodat je ook eens thuis bent als je jarig bent?

Want dan kan ik een ontbijt op bed maken om samen wakker te worden op je verjaardag.

Liefste, maak er een mooie dag van! Dat onbijt houd je nog te goed ... en de taart ... en de cadeaus ... en ...

xxx
je jwl

10 augustus 2004

264

Afgelopen vrijdag stond er in het Cultureel Supplement van het NRC Handelsblad een interview met de pianiste Hélène Grimaud. Ik had wel van haar gehoord, ook wel cd's gezien met opnamen van haar spel, maar ik had haar nog nooit horen spelen. Waarom niet? Nou, de reden is eigenlijk niet iets om trots op te zijn, het berust op een vooroordeel.

Ik ben opgevoed met de regel: je mag mensen niet op hun uiterlijk beoordelen. En: ware schoonheid zit van binnen. U kent deze 'regels' vast wel. Maar als er een reclamespotje op tv komt met een meneer van ongeveer 45 jaar, pak + stropdas, die een hypotheek of wat dan ook aanprijst, dan komt automatisch de gedachte: ja ventje, je denkt toch niet dat ik van jou iets koop. Iemand met een stropdas is niet te vertrouwen. (Nee, ik heb echt nog nooit een stopdas gedragen. U denkt toch niet dat ik ooit zo'n zielig stukje stof om mijn hals ga aanbrengen?)

Iets dergelijks had ik met Hélène Grimaud. Zag ik een foto van haar op een cd-hoes dan was mijn eerste gedachte: daar heb je weer zo'n rijkeluis tuthola die toevallig een beetje kan pingelen op een piano. Zo'n klassiek tutje, nee dat kan nooit veel zijn. Het valt dan nog wel mee dat ze pianiste is: sopranen, violisten en – o gruwel – harpmeisjes zijn natuurlijk veel erger. (GRIJNS)

Voordat ik de bladzijde van de krant omsloeg zag ik nog net naast de obligate foto van Grimaud als een Frau wie aus dem OTTO-Katalog een foto van haar die het andere beeld aan flarden sloeg: Grimaud met een wolf, daar moest ik meer van weten.

Uit het interview bleek algauw wat voor een vreselijk vooroordeel ik er soms gemakzuchtig op na houd.

Grimaud was een moeilijk kind geweest dat alleen tot rust kwam achter een piano. Het bleek een groot talent. Ze baarde opzien met haar nadruk op structuur en harmonie in plaats van de romantiek in de pianoliteratuur te benadrukken. Ze is nuchter, maar eigenzinnig. Ergens zegt ze in het interview (woorden waar ik het zeer mee eens ben):

"Als ik speel, bestaat voor mij alleen het moment; wat voor of achter me ligt vergeet ik. Dat is opwindend en angstaanjagend, maar het is de enige integere manier. Interpretaties van pianisten die niet volledig in de muziek opgaan, klinken als plastic. Alles klopt, maar niets maakt de indruk persoonlijk doorvoeld te zijn. Daar val ik over. Maar wie ben ik?"

In de Verenigde Staten kwam ze in aanraking met een dier dat een kruising tussen een hond en een wolf was. Het was liefde op het eerste gezicht. Uiteindelijk richtte ze het Wolf Conservation Center op. Daar vangt ze wolven op en laat ze stadskinderen kennis maken met deze dieren. Zomogelijk probeert ze de wolven terug te laten keren in de natuur. En dan ineens dit:

"Het is me niet duidelijk wat het doel is van het menselijke ras, maar ik heb sterk het gevoel dat we de oorspronkelijke balans kwijt zijn (...) We gedragen ons ten opzichte van de ons omringende wereld als een soort allesverslindende reuzentumor. Dat is één van de redenen dat ik me inzet voor de wolven. Honden zijn er om mensen te dienen, wolven zijn vrije geesten. Wanneer je zo'n wilde diersoort beschermt, herstel je iets in de oorspronkelijke natuur."

Ze draait er niet om heen, ik mag dat wel. Wat betreft haar uistraling als pianomeisje verraste deze passage ook wel even:

Naar verluidt moet zij haar concertkleding onder milde dwang aanschaffen, omdat ze anders voor een comfortabele vrijetijdsoutfit zou opteren. Ook een platenmaatschappij werd vijf jaar geleden door die karaktertrek verrast, toen Grimaud haar representatieve blonde lokken in een opwelling millimeterde tot een crewcut.

Ik heb me behoorlijk vergist in het imago Grimaud dat op cd's en in tijdschriften moet verkopen. Eerlijk gezegd geloofde ik niet meer in je moet mensen niet op hun uiterlijk beoordelen .... In onze tijd kreeg ik alleen maar de indruk dat mensen juist op hun uiterlijk beoordeeld wilden worden. Waarom zouden zij zich anders zo kleden naar hun groep? De moderne mens is toch voortdurend bezig met uiterlijk en uitstraling om maar op een bepaalde manier op een ander over te komen? Zie ik hoor bij links of rechts, zie ik hoor bij die inkomensgroep, zie eens hoe vlot en leuk ik ben, zie ik hou van die muziek, zie ik doe nu ook golf maar het is niet meer elitair hoor, zie zie zie ZIEN JULLIE HET WEL!

Hoe kon ik zo dom zijn! Zoals alles in onze 21e eeuwse maatschappij: het gaat erom hoe je iets verkoopt, al is het maar het aanprijzen en verkopen van een aangemeten persoonlijkheid. Maar, achter die façades kunnen nog best hele interessante en verstandige mensen zitten. Daar werd ik even met mijn neus opgedrukt. Op mensen als Grimaud kan ik verliefd worden. Nu wil ik ook weten hoe ze piano speelt.

9 augustus 2004

263

Ik kijk heel weinig televisie. Het is dan ook lastig als er dan twee programma's tegelijk komen die ik wil zien. Ja natuurlijk, ik kan één van de programma's op video opnemen maar de ervaring is dat ik mezelf nooit de tijd gun om het dan later te gaan bekijken.

Vanavond is de zomergast Theo Maassen en ik denk dat ik ditmaal maar een video laat meelopen. Het zal ongetwijfeld een leuke avond worden, maar mijn vrouw is er niet vanavond en dit lijkt me nu juist een zomergast die je met z'n tweeën moet gaan kijken. Cabaret in je eentje is minder leuk. Ik hoop dat Theo Maassen de ruimte krijgt om over zijn vak te praten.

Waar ik wel naar ga kijken is Kruispunt op Nederland 1 om 21.33 u. Vanavond een unieke aflevering over het Kartuizer klooster La Grande Chartreuse. Het wordt wel het strengste klooster ter wereld genoemd. Maar met streng wordt hier misschien bedoeld dat de Kartuizers zich zeer afkeren van de wereld. Kartuizers ontvangen geen bezoekers, laat staan een filmteam (daarom zijn deze beelden ook uniek). Eigenlijk zijn Kartuizers kluizenaars die bijelkaar wonen om zo nu en dan iets samen te doen. Ze bidden slechts drie maal per dag samen en brengen de rest van de dag door in stilte met hun eigen werk en gebeden. Zelfs eten doen ze geloof ik alleen op zon- en feestdagen gezamenlijk.

Ik heb de kloosterwereld van stilte en meditatie altijd fascinerend gevonden, zonder overigens zelf een roeping te voelen.

8 augustus 2004

262

I was sick ...

Wel, zo begin je toch geen verhaal?

Eerste zinnen van boeken, sommige mensen kunnen er eindeloos veel oplepelen. Ik zal een boek niet om de kwaliteit van de eerste zin aanschaffen, maar ook niet afkeuren. Toch is een eerste zin belangrijk, het moet staan als een huis. Na een goede eerste zin weet je meteen waar je aan toe bent, het brengt je in een fractie van een seconde naar een totaal andere wereld.

De eerste zin hierboven is typerend voor de schrijver. De zin gaat verder ...

... sick unto death with that long agony; and when they at length unbound me, and I was permitted to sit, I felt that my senses were leaving me.

Weet u al wie deze zin geschreven heeft en welk verhaal met deze zin begint? (Nee, vriend JW, jij mag niet meeraden, want we hebben het er onlangs nog over gehad).

Ik zal u helpen met nog een citaat, een eerste zin uit één van zijn andere verhalen, een beroemd verhaal. En wat is de Engelse taal toch mooi! Daar kan geen Nederlandse vertaling tegen op. Na de volgende zin weet u vast wel op welke schrijver ik doel ...

During the whole of a dull, dark, and soundless day in the autumn of the year, when the clouds hung oppressively low in the heavens, I had been passing alone, on horseback, through a singularly dreary tract of country, and at length found myself, as the shades of the evening drew on, within view of the melancholy House of Usher.

5 augustus 2004

261

Het moet in de tijd geweest zijn dat ik dertien of veertien jaar oud was, de eerste keer dat F. langs kwam. F. kwam uit een gezin met acht kinderen: drie jongens en een meisje en nog eens drie jongens en een meisje. Onze ouders waren bevriend. Van de laatste drie jongens was F. de oudste. Alle drie waren het zeer intelligente jongens, ze haalden met gemak hoge cijfers op de middelbare school. Maar bij alle drie ging het in de pubertijd mis. F. kwam in een instituut, liep weg, werd soms uit de trein gehaald bij de Belgische grens. Schizofrenie luidde later de diagnose.

F. was vreemd, raar. Hij was stil en giechelde meisjesachtig. In het dorp werd om hem gelachen: heb je F. nog gezien, wat zag hij er weer niet uit hè?

Hij was veel ouder dan ik. Toen hij de eerste keer op een avond bij mij thuis kwam was hij kort geleden opgepakt door de politie omdat hij in een bibliotheek geprobeerd had boeken te verbranden. F. was pacifist, die boeken riepen op tot geweld en dus moesten die boeken vernietigd worden. F. was de eerste idealist die ik tegenkwam. Ergens mocht ik hem wel.

We hadden de liefde voor de klassieke muziek gemeen en hij kon ook schaken. Hij had wel zin om eens langs te komen om een potje te schaken en om over muziek te praten. We spraken af op een avond dat mijn ouders bij zijn ouders op bezoek waren.

F. hield vreselijk veel van de muziek van Mozart. Hij verzamelde alle muziek van Mozart en las er veel boeken over. Hij was de eerste bij wie ik een obsessie voor een bepaalde kunstenaar tegenkwam. Alles wilde hij weten, alle muziek wilde hij op lp hebben in de beste uitvoeringen. Natuurlijk besloot ik vrij snel om zoiets ook te gaan doen, het was dé manier om in ieder geval van één componist alles te weten te komen. Aaanvankelijk koos ik voor Johannes Brahms, maar toen ik eenmaal de muziek van Richard Wagner had gehoord veranderde dat snel ten gunste van de laatste. In mijn studietijd heb ik een dergelijke verzamelwoede nog een tijdje gehad met de muziek van Benjamin Britten, maar toen was ik al niet meer echt overtuigd verzamelaar. Zo'n obsessie ging ten koste van een bredere belangstelling, daar had ik lang voor nodig om dat in te zien. F. zag het eerder: enkele jaren na het eerste bezoek kreeg ik alle lp's van hem met muziek van Mozart. F. was altijd heel radicaal in zijn beslissingen. Ineens moest het anders en was er toch iets niet goed aan Mozart.

Maar er is ook een andere herinnering aan F. die ik niet gemakkelijk zal vergeten. Ik mopperde op een avond tegen hem over de moderne muziek (en daar bedoelde ik toen nog niet de pop of jazz mee, maar de 20e eeuwse 'klassieke' muziek). Ik had op een koncert muziek van Igor Strawinsky gehoord en ik vond dat geen muziek: het was chaotisch en lelijk. F. nam het voor Strawinsky op. Hij vroeg me of ik iets van Mozart op de piano wilde spelen. Ik speelde een deel van een sonate. Toen ging hij achter de piano zitten en begon in het wilde weg maar wat te spelen, hij sloeg als een kleuter op het klavier. Toen hij ophield keek hij mij aan en vroeg: leg jij me nu eens uit waarom dit minder poëtisch zou zijn dan Mozart. Ik was met stomheid geslagen. Meende hij dat nu echt?

Onbewust had hij een barst geslagen in mijn 'klassieke' ideeën over muziek en had hij mij geholpen op een andere manier naar muziek te luisteren. Soms moet ik nog wel eens aan F. denken als ik weer van die moderne 'plingplangplong'-muziek hoor. Waarom zou dat minder poëtisch zijn. Bedankt F. Ik weet nu dat muziek van Pierre Boulez of Karl-Heinz Stockhausen net zo poëtisch kan zijn als Mozart.

Soms hoor ik via mijn ouders nog wel eens iets over F. Het gaat wel goed met hem, zolang hij zijn medicijnen maar neemt. Ik vond dat er veel wijsheid in zijn gekte zat.

4 augustus 2004

260

Het heeft voor- en nadelen dat mijn vrouw in het onderwijs werkt en ook nog op dezelfde school waar mijn zoon naartoe gaat. Het grote voordeel is vooral dat wij als werkende ouders weinig getob kennen over de schoolvakanties. Bij andere ouders zie ik vaak problemen: wie neemt er vrij en als dat niet kan, toch maar weer naar oma en opa?

Daar staat tegenover dat mijn vrouw niet haar vrije dagen niet zelf kan invullen, ze staan vast. Ikzelf werk vier dagen en ik heb niet veel vakantiedagen. Is mijn zoontje ziek, dan begint het getob bij ons. Vaak moet ik dan wel vrij nemen. Gelukkig heb ik een hele flexibele chef. Ik kan 's ochtends opbellen dat ik vrij neem omdat ...

De grote vakantie duurt zes weken. We zijn twee weken samen op vakantie geweest en dat was heel lang geleden dat we samen twee weken op vakantie waren geweest. Vorig jaar was ik het zat om na één week alweer achter mijn bureau te zitten, ik wilde per se weer eens twee weken weg. Dat is dit jaar gebeurd en het was heerlijk.

Mijn vrouw en zoon hebben dan nog vier weken over. Vier weken thuis zitten is niks, zeker niet in zo'n stad als Utrecht. Dus ben ik nu ongeveer twee weken alleen. Mijn vrouw is zeilen op de Waddenzee en mijn zoon is bij mijn ouders in Friesland. Vrijdagavond komen ze terug. Dan mag ik zaterdag de was doen en dan vertrekken ze zondag naar een zeilschool in Balk. Mijn vrouw gaat haar zeilkennis bijwerken en mijn zoontje gaat naar zijn eerste zeillessen.

Twee weken zonder vrouw en kind. Thuiskomen in een leeg huis. Naar bed gaan in een leeg huis. Opstaan in een leeg huis. Allemaal vreemd onwennig. Ik moet oppassen dat ik niet verval in het ritme van mijn studietijd (zeer laat naar bed), want ik moet toch weer vroeg op naar mijn werk. Het is traditioneel in de zomermaanden vreselijk druk (de schoolboeken voor het nieuwe seizoen stromen nog steeds binnen) en ik werk vijf dagen om wat later in het jaar wat extra vrij dagen te hebben.

Het is vreemd onwennig, maar stiekem ook wel ... als het maar niet te lang duurt.

3 augustus 2004

259

Felix Rottenberg

het was geweldig

bedankt!

2 augustus 2004

258

Op het frontispies van dit boek staat een intrigerend werk, olieverf op doek, van Salvador Dalí, Il Divino. Hij heeft het gemaakt in 1951, het jaar waarin ook zijn Mystiek manifest is verschenen. Aan de constructie gaat wat destructie vooraf. Dalí 'citeert' een Madonna van Rafaël. Ze is nog te herkennen, maar ze is, zegt de Meester, geëxplodeerd. Vervolgens is er een tweede citaat, een ets, waarschijnlijk van Piranesi, waarin men gemakkelijk de koepel van het Pantheon in Rome herkent, niet geëxplodeerd maar opmerkelijk gaaf, met de opening waardoor zon en regen binnenvallen. In de surrealistische constructie van Dalï, die thuishoort in wat naar aanleiding van het Mystiek manifest zijn mystiek-nucleaire periode wordt genoemd, is de zwierige dynamiek van de figuurtjes in en om het gezicht van de Madonna verenigd met de harde steen van de koepel van het Pantheon en zon en regen hebben vrij spel. Het Madonnakopje is open naar of voor de wereld, weltoffen zou Scheler zeggen – maar dat komt later.

Zo zijn alle beelden van de mens in dit boek misschien geen deconstructies, maar wel constructies, waaraan vaak explosie en destructie zijn voorafgegaan. De ene constructie is geloofwaardiger dan de andere, maar in alle zullen wij iets herkennen van wat wij zijn.

J. Sperna Weiland De mens in de filosofie van de twintigste eeuw, 14

29 juli 2004

257

Ik heb geen lichaam.
Ik ben een lichaam.

28 juli 2004

256

Nee, nee, nee, u begrijpt het niet!
Niet ík schrijf deze weblog,
deze weblog schrijft mij!

27 juli 2004

255

Eén van mijn favoriete programma's is Zomergasten van de VPRO. Ik kijk er al jaren naar. Vorig jaar heb ik er geregeld over geschreven.

Gisteravond was de eerste aflevering van deze zomer. Ik zat er klaar voor. Joost Zwagerman is opnieuw de interviewer, als dat maar goed gaat. Vorig jaar kwam ik tot de conclusie dat de afleveringen met vrouwen goed gingen, maar die met mannen moeizaam waren. Dus moest de eerste aflevering met Heleen van Rooyen wel een goede binnenkomer zijn.

Niet dus. Na een half uur hield ik het voor gezien. Wat een teleurstelling.

Het kan zo mooi zijn, een gast die zijn ideale televisieavond mag samenstellen. Zomergasten is geslaagd als iemand iets heeft te vertellen met zijn keuze. Dat kan heel persoonlijk zijn, het kan met zijn of haar vak te maken hebben of met een bepaalde belangstelling. De interviewer moet de boel op gang houden en proberen de rode draad vast te houden die zich al improviserend aandiend. Dat kan prachtige televisie opleveren.

Ik geef het niet zomaar op. Ik weet dat Zomergasten soms op gang moet komen. Gast en interviewer moeten even aan elkaar wennen. Volhouden, het mooie komt nog.

Gisteravond gunde ik mevrouw Van Rooyen na een half uur niet meer mijn aandacht. Joost Zwagerman ook niet trouwens.

Tekenend was een fragment van een voetballer (Mackaay) die in een programma na de finale van het EK voetballen bekende niet gekeken te hebben maar liever was gaan eten met vrouw en kind. Van Rooyen vond dit zo onprofessioneel dat ze de moeite nam dit voor de televisie af te katten. Ze had gelijk. Maar de wijze waarop zij in dat half uur de fragmenten van commentaar voorzag deed bij mij geen vermoeden ontstaan dat zij wel eens journalist zou kunnen zijn. Meisje Heleen van Rooyen kwam doorgaans niet verder dan 'dit is leuk' of 'dit is stom'. Ze kwam zelf als journalist niet boven het niveau van die voetballer uit.

Het domme wichtje Van Rooyen vertegenwoordigde in korte tijd alles wat mij kan tegenstaan en deed dat niet eens op een boeiende manier. Joost Zwagerman zat helaas van begin af aan al met zijn tong op zijn schoenen, hij was natuurlijk al voor de uitzending door Heleentje ingepakt. De VPRO afgezakt tot het niveau van Nieuwe Revue. Het was stuitend oppervlakkig.

26 juli 2004

254

Wat voor beeld van de wereld hebben vissen die zwemmen in een koraalrif? Hebben zij enig idee van de wereld boven het wateroppervlak?

Sommige mensen denken dat er buiten onze waarneembare wereld nog meer werelden zijn.

Voor mij was het goed om wandelingen op de Veluwe te maken. Om weer eens te ervaren dat niet heel Nederland baksteen en asfalt is. Om te ervaren dat de lucht ook anders kan ruiken. Om te bevestigen dat er een mooiere wereld bestaat dan de Randstad. In hoeverre bepaalt de wereld waarin ik woon en werk mijn psychische gesteldheid? Ben ik somberder of cynischer omdat ik doorgaans in een kunstmatige wereld leef?

Hoe mooi de bossen, de heide en zandvlakten ook waren op de Veluwe, helaas was er één zintuig dat voortdurend bevestigde dat de zogenaamde menselijke beschaving nooit ver weg was: het gehoor. Altijd hoorde je wel het geruis van een autoweg of het overvliegen van vliegtuigen. Ik weet dat onze 'superieure westerse cultuur' ooit de laatste natuurgebieden zal verpesten. Het is een kwestie van tijd.

De mens is een rare diersoort. Als organisme zijn we onderdeel van de natuur. Maar we onttrekken ons er ook aan. Dat laatste zorgt voor grote ecologische problemen. Daar helpt geen ideologie of godsdienst tegen.

24 juli 2004

253

Tijdens de vakantie kan je portemonnee helemaal vol raken met allerhande bonnetjes:
– Burgers' Zoo, Arnhem;
– Pannekoekhuis Strijland, Rheden;
– Teddy Top Toys, Barneveld (daar was een oud-Veluwse markt);
– Apenheul, Apeldoorn;
– Texaco De Slenk, Arnhem;
– Toegangsbewijzen Lebuïnustoren, Deventer;
– Tivoli 2 Shrek 2, Apeldoorn;
– veel bonnetjes van 'Het Winkeltje' op Landal Greenpark Rabbitt Hill Nieuw Milligen;
– restaurant bonnen (waaronder het feestelijke onbeperkt spareribs eten); enzovoort.

Geen bonnetjes waren nodig van de mooie wandelingen die we gemaakt hebben op de Veluwe. De wandeling op en langs het Kootwijker Zand was misschien wel de mooiste.

Erg onder de indruk was ik van de Ocean in Burgers' Zoo. Daar had ik nog uren naar kunnen kijken. Naar de prachtige vissen in hun geheel eigen wereld, een prachtig nagemaakt koraalrif.

In Deventer hebben we de kinderspeurtocht gedaan. Dat is een speurtocht van de VVV waarmee je de oude wijken van Deventer goed leert kennen. Zo werden we gewezen op bezienswaardigheden waar we anders wellicht aan voorbij waren gegaan.

Het was onze eerste gezamenlijke campeeravontuur. We zaten niet in een huisje van Landal Greenparks, maar op de camping in onze nieuwe tent. Voor onze zoon was het plekje lekker dichtbij de buiten- en binnenspeeltuin. Er wordt door Greenparks veel georganiseerd voor kinderen (koekjes bakken, kinderbingo en nog veel meer). Daarnaast kun je bowlen, midgetgolven en dergelijke. S. was helemaal dol op het grote springkussen in de speeltuin. Terwijl hij stond te springen konden wij lekker lezen (maar het boek is niet eens uitgekomen).

Het was een fijne vakantie.

23 juli 2004

252

Eindeloze vrijheid maakt niet gelukkig, maar verkrampt. Een onbeperkte keuzemogelijkheid heeft tot gevolg dat de consument helemaal niets meer weet te kiezen, en alles wijst er op dat die wet even hard opgaat voor de vormgeving van zijn leven als geheel.

Ger Groot Bouwen met schuim
In: NRC Handelsblad 25.6.2004, 25

9 juli 2004

251

Iedereen heel erg bedankt voor de boekentips die ik naar aanleiding van de vorige log mocht ontvangen. Al zal ik de boeken niet tijdens mijn vakantie lezen, sommige titels komen zeker op mijn leeslijst.
Wat ik dan wel ga lezen?

Ik nam altijd veel te veel lectuur mee op vakanties. Boeken, tijdschriften ... ik kwam er nooit aan toe. Of ik nam boeken mee die te veel concentratie vroegen. Maar meestal stonden andere activiteiten mijn leeswoede in de weg. Gelukkig maar, want het klinkt misschien gek, soms moet ik eigenlijk ook vakantie nemen van mijn leesgedrag. Lezen kan uiteindelijk heel vermoeiend zijn.

Ik had me er al min of meer mee verzoend om alleen tijdschriften mee te nemen. Ik loop ernstig achter met Filosofie Magazine, er ligt nog een proefnummer van Literatuur, een oude Oor enz. Toen ik gisteren de voorkant van de nieuwe Vrij Nederland zag, moest ik die ook maar meenemen. 'De beste boekhandels. Grote VN-test' prijkt er op de voorkant.

De Vrij Nederland. In mijn studietijd ben ik er heel lang lid van geweest, naast veel andere tijdschriften. Ik vond namelijk dat ik als student 'op de hoogte' moest zijn. Ik had sluimerende intellectuele ambities. 'JWL, je hoeft niet álles te lezen', zei een goede vriend vaak tegen mij. JWL vond dat hij zoveel mogelijk moest lezen.

Maar goed, de Vrij Nederland. Een eigenaardig blad, uiteindelijk heb ik het abonnement opgezegd. Beter dan Elsevier, HP/de Tijd en dat soort pulp, maar de VN viel me steeds weer tegen. Ook na het opzeggen van het abonnement liet ik me vaak verleiden om een nummer aan te schaffen en elke keer was ik teleurgesteld door de schrijnende quasi-intellectuele oppervlakkigheid. De Vrij Nederland heeft uiteindelijk een diepe knieval gemaakt voor een groter publiek en grotere oplagecijfers.

Jaren heb ik mezelf in toom gehouden: ik kocht geen Vrij Nederland meer. Gisteren ben ik er dan weer voor gezwicht. Ik weet nu al dat dat onderzoek alleen maar kan tegenvallen, het zal wel weer hopeloze bladvulling zijn. Daarnaast staat er in een interview in met de dichter Alfred Schaffer, wat aardig kan zijn. En natuurlijk staan er amusante cartoons in. Dat wel.

Maar met goede tradities zoals het kopen van een boek voor de vakantie mag niet gebroken worden. En zoals gebruikelijk dient er zich toevalligerwijs wat aan (ik geloof absoluut in toeval!). Het gebeurt geregeld dat er op mijn werk een boek voorbij komt dat mijn interesse opwekt. Het boek dat ik gisteren ineens op de plank zag liggen voldeed aan alle kenmerken voor een onmiddelijke aanschaf voor de vakantie: klein, goedkoop en interessant. U zult het vast geen vakantieboek vinden. De titel doet een heftig onderwerp vermoeden. Toch is het licht geschreven (ik ben er natuurlijk al in begonnen) en in een mooie, ietwat ouderwetse stijl. Hier is een sympathieke leerkracht aan het woord. Het boek: De Mens in de Filosofie van de Twintigste Eeuw van J. Sperna Weiland. Het is een boek dat – zoals in de inleiding staat – 'om een klassieke, haast vergeten, meditatieve manier van lezen vraagt'. Een boek voor mij dus.

8 juli 2004

250

Meestal koop ik een nieuw boek voor de vakantie, maar dit jaar sla ik dat maar eens over. Er liggen nog zoveel tijdschriften die gelezen willen worden. Bovendien heb ik geen inspiratie.

Maar als u mij een boek voor de vakantie zou willen aanprijzen, waarmee zou u dan op de proppen komen?

6 juli 2004

249

Vanochtend had ik ineens geen zin om de tram in te stappen. Het is gewoonte om 's ochtends met de tram te gaan en 's middags terug te wandelen naar het station. Maar vanochtend wilde mijn lichaam ineens het Damrak op, lopend.

Amsterdam is veel mooier 's ochtends dan 's middags, althans op de route die ik loop. 's Middags moet ik me altijd door toeristen en werkvee heen worstelen. Op een vroeg tijdstip (half acht) is het een stad die langzaam maar zeker tot leven komt. Nu is Amsterdam een stad die altijd leeft, je hoeft maar een been buiten je deur te zetten en je zit er middenin. Veel mensen vinden dat een aanbeveling, mij schrikt het af. Dat ik mijn werk in Amsterdam heb, vind ik meer dan genoeg. Het ligt ook niet in de eerste plaats aan Amsterdam, ik heb sowieso niet veel met grote steden.

Maar zo'n wandeling door een zo'n stad zou ik vaker moeten doen. Winkels die met bevoorraden bezig zijn. Toeristen aan het ontbijt in hotels of al vroeg op pad, de koffers achter zich aan slepend. Minder idylisch: daklozen op zoek naar sigaretten, geld en eten. De drukte bij de warme bakkers. De stadsreining die de troep weer achter de kont van de rijke en verwende westerling moet opruimen. Er is veel te zien op zo'n ochtend in een stad die tot leven komt.

Op de hoek van de Spuistraat en de Raamsteeg is een warme bakker in een mooi pand. Ik had het nog nooit zo goed bekeken, maar een toerist was druk bezig het pand in de ochtendzon te fotograferen. In Amsterdam moet je omhoog kijken. Tussen alle reclame en neonlicht door kun je nog vele mooie gebouwen zien, zoals dat hoekpand in Jugendstill. Prachtig.

Na de Raamsteeg kom ik uit op de grachten. Die zijn erg mooi in de opkomende zon. De zon laat het groen van de bomen mooi uitkomen en het water van de grachten straalt een diepe rust uit. Hier is de horeca bezig hun terrasjes buiten te zetten. Gezinnen komen hun huis uit om naar werk en school te gaan. Sommigen op de fiets, anderen in hun veel te opzichtige auto. Om acht uur stap ik mijn werk binnen op het Molenpad.

En toch ... als ik terugdenk aan mijn jeugd en de tijd dat ik elke schooldag door het Friese landschap naar Leeuwarden fietste ... Nee, dan toch liever een weiland met koeien, boerderijen in de verte, een kerktorentje, de mooie lucht boven de horizon, de wind ... daar kan Amsterdam niet tegen op. Ik denk trouwens dat er ook meer leven zit in het Friese landschap dan in een stad als Amsterdam.

5 juli 2004

248

Op de middelbare school was ik één van de weinige leerlingen die echt enthousiast was voor literatuur, ook voor de Nederlandse literatuur. Ik kon goed opschieten met de leraren Nederlands (beter dan met de leraar Muziek, die vond het alleen maar irritant dat hij een leerling in de klas had die het soms beter wist). Waar andere leerlingen de humor niet begrepen, zat ik te grinniken. Met één leraar had ik een hele goede verstandhouding. Ik ben zijn naam vergeten. Hij was dol op de boeken van Reve, las altijd aan het eind van het jaar De Avonden. Zijn lessen over Nederlandse literatuurgeschiedenis waren een feest. Ik heb zelfs eens vrijwillig een spreekbeurt gehouden over de novelle De Binocle van Louis Couperus. De rest van de klas vond me natuurlijk totaal gestoord – wie gaat er nu vrijwillig een spreekbeurt houden? –, maar ik deed het met plezier. De leraar was lovend.

Toen ik mondeling examen moest doen duurde het bijna een uur in plaats van het geplande half uur. Het was ook wel handig dat ik aan het einde was gepland. Heerlijk een uur over literatuur praten, waren alle examens maar zo leuk. Het cijfer voor dit examen was een negen. Ik was er trots op.

In mijn studietijd heb ik geprobeerd de Nederlandse literatuur bij te houden. De laatste jaren komt het er niet meer van. Ik vind dat ik veel te weinig Nederlandse (en Vlaamse) literatuur lees. Misschien ook wel juist Vlaamse literatuur, een tijd lang vond ik dat een stuk boeiender (ik word niet moe lezers Eriek Verpaele aan te bevelen en dan vooral het boek Alles in het klein, gevolgd door Olivetti 82).

Vorige week stond er in de culturele bijlage van het NRC een stuk over online bibliotheken. Vooral De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren is een prachtig project. Je kunt allerlei teksten uit de Nederlandse geschiedenis online lezen, niet alleen literaire. Nu ben ik weliswaar geen online lezer, maar een beetje rondsurfen op zo'n site vind ik toch heerlijk. De brontekst is aangevuld met annotaties en woordverklaringen. Dat moet wel, want het Nederlands uit de Middeleeuwen is voor een hedendaagse lezer zonder hulp niet meer te begrijpen. Het zou een geweldige bron zijn voor een geïnteresseerde middelbare scholier (bestaan die nog?). Ik heb me ingeschreven voor hun nieuwsbrief, zodat ik op de hoogte gehouden word van nieuwe titels en ik word bijvoorbeeld gewezen op een nieuw gedicht van de maand.

En nu ik het toch over de Nederlandse letteren heb, wijs ik u ook meteen maar op het blad Literatuur. Magazine over Nederlandse Letterkunde. Het is veranderd, wat gerichter op een breder publiek. Ik vond dat niet noodzakelijk, maar voor anderen is nu de drempel wellicht wat lager. Men kan twee proefnummers aanvragen. Probeer het eens!

3 juli 2004

247

's Middags vallen op mijn werk mijn ogen dicht. Als ik in de trein onderweg naar huis ben, gebeurt hetzelfde wanneer ik aan het lezen ben (aan het boek kan het niet liggen). De ogen worden zwaar en willen dicht. Ik ben moe, heel erg moe, de laatste tijd. Ik ga vroeger naar bed. Na een kwartiertje lezen doe ik licht uit, draai me om en meestal val ik dan meteen in slaap. De volgende ochtend blijkt dan vaak dat mijn wekker al een kwartier zachtjes Arrow Jazz laat horen zonder dat ik er wakker van ben geworden. Moe sta ik dan op. En dan nog niet eens zozeer fysiek, maar vooral in mijn hoofd. Volgende week vrijdag: vakantie! Nog even volhouden.

30 juni 2004

246

Twee berichten in de krant.

1. Twee jonge mannen slaan willekeurige mensen in elkaar en laten zich filmen door een vriendin. Alleen voor de kick.

2. Over het ongeluk met de vrachtwagen in Kerkrade. In de geslaagde poging om levens van kinderen te sparen boorde de vrachtwagenchauffeur zijn vrachtwagen in de pui van een winkel en verloor daarbij zelf het leven.

En dan wil ik daar iets zinvols over zeggen, maar ik weet niet wat.

28 juni 2004

245

Eén van de redenen waarom ik gisteren nogal sprakeloos was, was een discussie die ik op een andere weblog voerde. Het begon allemaal met een opmerking van een zekere Marco op de website van Renesmurf. Op dat soort opmerkingen reageer ik altijd als door een wesp gestoken. Dergelijke onvriendelijke redenaties vind ik onbegrijpelijk en ik vind ook dat ze niet onweersproken mogen blijven, want dan is het net alsof iedereen ermee instemt. Op de website van Marco vond ik een vergelijkbare opmerking en aldaar ontpopte zich zowaar een discussie (zie het commentaar bij het stukje van 20 juni getiteld 'oprotpremie asielzoekers') waar ook een zekere Cruler zich mee bemoeide.

Dit soort gesprekken kosten mij altijd veel energie en uiteindelijk leveren ze waarschijnlijk niks op. Mismoedig word ik daarvan. Ik bespeur de neiging om me dan terug te trekken, me niet meer in politieke discussies te mengen. Het is vechten tegen de bierkaai. Alhoewel ik bij Marco nog wel enig sociaal gevoel bespeurde – al richt hij zijn negatieve ideeën op de verkeerde personen –, Cruler hield het bij een kil rationele manier van redeneren, gespeend van elk gevoel. Ik kon me ook niet aan de indruk ontrekken dat hij er nog lol aan beleefde ook.

We zitten met een rechtse regering die louter zakelijke beslissingen neemt en geen oog heeft voor solidariteit, maar slechts egoïsme stimuleert. De huidige regering heeft een meerderheid aan stemmen in het parlement. Er zijn dus veel mensen in Nederland die het ermee eens zijn. Deze regering zal ik moeten accepteren, maar mijn mond zal ik niet houden. In de stille hoop dat ik misschien, misschien iemand aan het denken zet. Vast heel naief van me.

26 juni 2004

244

In juni organiseert mijn schaakclub altijd een open toernooi, het Zuilen Toernooi. Uit Utrecht en omgeving (dit jaar was er zelfs een hele groep uit Leerdam) komen schakers bij ons spelen. Dit jaar waren er 64 deelnemers (voor schakers een mooi getal). Er wordt gespeeld in groepen van 4, waarbij rekening wordt gehouden met sterkte. Je speelt tegen elke groepsgenoot een partij en na drie avonden heb je dan een eindlijst. Voor elke eerste en tweede plaats in zo'n groep is er een prijs. Gisteravond was de laatste ronde. In mijn groepje eindigden er twee met twee punten (waaronder mijzelve) en twee met één punt. Ik werd dus gedeeld eerste (twee remises en één gewonnen partij.

Wist u overigens dat er momenteel ook wereldkampioenschappen schaken worden gehouden? In Libië nog wel, onder het wakend oog van Khadaffi. Het is een schande dat het hele toernooi doorgegaan is. Ten eerste omdat de Israëlische schakers vooraf al geschoffeerd werden (ik vraag me af of ze er wel zijn, volgens mij waren ze niet welkom en ik zie geen enkele Israëlier op de deelnemerslijst) en ten tweede, bijna niemand erkend de wereldkampioen die dit toernooi oplevert. Het toernooi is een afvalrace (zoals bij het tennissen), waarbij de winnaar ongetwijfeld niet de beste schaker is, maar de schaker met de sterkste zenuwen en het beste uithoudingsvermogen. De drie Nederlanders – Sergey Tiviakov, Ivan Sokolov en Loek van Wely – zijn door naar de tweede ronde. Niet dat ik dat belangrijk vind. Bij schakers is weinig aandacht voor de nationaliteit van een schaker. Geen oranjegevoel voor het schaken. Schakers zijn gefascineerd door het spel en hebben zo hun favorieten, nationaliteit is daarbij nauwelijks belangrijk. Momenteel volg ik Alexander Morozevich en de 13-jarige Magnus Carlsen (die overigens in de eerste ronde al in het stof moest bijten). De echte toppers (Kasparov (de beste schaker), Anand (misschien de beste schaker), Kramnik (officieus wereldkampioen)) zie ik ook niet op het lijstje staan. Zelfs de winnaar van de vorige wereldkampioenschappen, Ponomariov, doet niet mee. En om het helemaal genant te maken: er zijn al plannen om op een andere en betere manier de wereldkampioen te bepalen.

23 juni 2004

243

Ze stonden netjes in het gelid. Ik voelde dat er wat aan de hand was. Problemen. Moedig liep ik op ze af.

"Kom op jongens, er moet er nog ééntje tussen," sprak ik mild.

"Nee, beginnen we niet aan, het moet nu maar eens afgelopen zijn." Iemand had zich als woordvoerder opgeworpen. Aan de toon te horen zouden dit wel eens moeilijke onderhandelingen kunnen worden.

"Er is daar nog plek, daar kan hij nog wel tussen!" probeerde ik nogmaals, maar al minder overtuigd.

"Nee, we hebben besloten dat het veel te vol is. Vol is vol! Je kunt ons niet nog dichter tegen elkaar aan plaatsen. Straks zitten we hartstikke vast en kunnen we niet meer weg. Bovendien ben je nog lang niet klaar met ons, bij sommigen ben je nog niet eens op de helft. Maak dat eerst maar eens af."

Ik zuchtte, ik wist dat hij (of was het een zij?) gelijk had. Maar ja, 't is verslavend hè. Ik zette een dwingend en autoritair gezicht op.

"OK, ik geef toe dat ik sommige van jullie te weinig aandacht geef, maar ik doe een beroep op jullie solidariteit. Hij moet ook onderdak en als jullie je verzetten dan moet hij in de open lucht liggen en dat kan niet hoor! Dus, vrijwillig of dwang!"

"Als je ons dwingt zullen we voor eeuwig gesloten blijven voor jou!" Ze speelden het hard. "Dan laten we geen woord meer los!"

De maat was vol! Ik besloot om het hardste wapen in te zetten. Ik deed het niet graag, maar dit soort verzet moet je in de kiem smoren.

"Goed, prima, dan hoef ik jullie niet meer! Dan bel ik de opkoper van tweedehands boeken wel, dan komen sommige van jullie lekker in zo'n stoffig zaakje te staan! Wie weet waar jullie dan terecht komen. Bij iemand die jullie bladzijden omvouwt of jullie ruggen breekt?" Ik lachte als een Amerikaanse gevangenisbewaarder.

Er ging een siddering door de kast! Dat nooit! Schoorvoetend werd er ruimte gemaakt. Met enige moeite, maar met een grote glimlach wist ik de nieuwe aanwinst er tussen te zetten. Er werd nog wat gemokt ("wat een vetzak!"), maar toen was het weer stil. Streng en rechtvaardig moet je voor ze zijn. "Vol is vol", ha! hoe komen ze erbij!

22 juni 2004

242

Soms snap ik niet wat ik met boeken heb, ze staan altijd met de rug naar mij toe.

21 juni 2004

241

Rare vaderdag vandaag. Mijn vrouw was met haar band Tutti Saxi uitgenodigd om op Oerol te spelen. Zij is dus het hele weekend weg. Nu had ik al tegen mijn 7-jarige zoontje gezegd dat ik natuurlijk wel een ontbijt op bed met broodjes en een eitje verwachtte, eventueel een glas vers geperste sinaasappelsap (maar een stevige expresso is ook goed) en heel veel cadeautjes. Maar helaas, hij zag dat niet zitten. Vaderdag is bij ons dus een week uitgesteld. Het kwam wel goed uit, zei mijn zoon plagerig, want het cadeautje was toch nog niet af! Nou ja zeg, die kinderen van tegenwoordig ...

Mijn zoon is een waterrat. Als hij zich ergens kan ontspannen dan is het wel in het zwembad. Zwemles was een feest en hij heeft ondertussen zijn C-diploma gehaald. Sindsdien was het er niet meer van gekomen om naar het zwembad te gaan. Toen ik vanochtend bij het ontbijt voorstelde om vandaag naar het zwembad te gaan was hij de gelukkigste zoon van de wereld. Het zwembad is niet ver, we kunnen het allebei fietsen. Op vaderdag is het ook lekker rustig in het zwembad (op zondag is het altijd gezinszwemmen). Ik wist dat mijn zoon dol was op zwemmen, maar dat hij er verliefd op was ... Toen we de kleedruimten in liepen zei hij: "het ruikt hier zelfs lekker". Ja, dan is er wel sprake van echte liefde!

20 juni 2004

240

Ik zie 'm nu bijna elke werkdag als ik naar het station loop vanuit mijn werk: De Dood. Hij is gekleed in een zwarte pij, heeft een doodshoofd en houdt een zeis in Zijn Hand: het moet 'M zijn. Op De Dam, waar veel mensen De Dood op de foto zetten met Het Paleis of De Nieuwe Kerk op de achtergrond. De Dood laat dan grimmig met zijn zeis het geldbakje rinkelen, want Hij wil best op de foto maar dan wel betalen (De Dood is vast een Hollander). Ik weet niet of God geld wil voor een foto, ik ben Hem daar nooit tegen gekomen. Wel vraagt hij geld voor Zijn Woord, maar dat is dan ook wel een hele Dikke Pil geworden. Nee, De Dood schrijft geen Boeken, De Dood heeft een Eenvoudige Boodschap: je geld of je leven. Hij doet goede zaken, Hij past in deze tijd.

Gisteren liep ik vlak achter Hem langs en ik kon net zien dat Hij gympen droeg.

17 juni 2004

239

Het geluid van blote voeten en ruisende gewaden in de gang, het gekras van de kraaien, het zachte tikken van stokjes tegen kommetjes van lakwerk, de late herfstkleuren in de tuin, de lichtval in de gangen, het getik van regen op het dak, het gelach van kinderen op een nabijgelegen schoolplein, de eenheid in het samenzijn, het samen zingen, samen eten, de bescheidenheid, het respect voor alles wat leeft, de eenvoud, de aandacht voor elke handeling, de zorg voor ieder detail.

De stilte in de diepe, donkere nacht.

Melissandra Lips Nachtzitten in Kyoto
in: kwartaalblad boeddhisme 9/3, 28

15 juni 2004

238

In de duinen liggen, turen naar de hemel en nadenken. Gedachten hebben en kijken naar de voorbijtrekkende wolken. Hopen op een stralende zonsondergang zonder een wolkje aan de lucht.

14 juni 2004

237

IN EEN WERELD BUITEN MIJ

Je wilde alleen zijn om jezelf te vinden
vond je en je vond jezelf alleen
omdat je het wilde

je raapte je lichaam 's ochtends op uit het bed
en je raapte de woorden bij elkaar die je
nu je alleen was tot jezelf wilde spreken

en toch uit je eigen hoofd afkomstig
als uit een ver en voorwerelds universum
waar het oerbos weergalmde

liep je op blote voeten door je kamer
alsof het gras was en een zon je lichaam streelde
met de handen van vroegere beminden
meer kon je niet houden
dan van de wereld

een afscheid als voor een lange reis
maar je ging niet weg,
nog ben jij hier in een wereld
buiten mij waarin ik leef.

Hagar Peeters Koffers zeelucht, 46

14 juni 2004

236

Soms ben ik een beetje in de war. Bijvoorbeeld. Eén van de treinen die ik na mijn werk vanuit Amsterdam naar Utrecht neem vertrekt om 17.10 van spoor 5 in Amsterdam. Meestal staat deze trein al klaar als ik het perron oploop en dan ga ik altijd meteen de trein in. Dat deed ik enige tijd geleden dus ook. Toen ik een zitplaats zocht vond ik het al opvallend druk. En de trein vertrok vroeger dan ik gewend was ... en ... naar Haarlem ...?! Op dat moment realiseerde ik me dat ik een omroepbericht had gehoord met de mededeling dat de trein naar Haarlem 'vandaag van spoor 5 vertrekt'. In Haarlem mijn vrouw maar even gebeld dat ik wat later thuis zou komen (ik werd natuurlijk vierkant uitgelachen). Uiteindelijk stapte ik 20 minuten later in dezelfde trein, ditmaal ging de trein echt naar Utrecht. Wel lekker veel gelezen in de trein.

Vanochtend. Als ik naar mijn werk vertrek liggen mijn zoon en vrouw nog op één oor. Ik ga naar buiten, trek de deur achter mij dicht, sta bij de fietsen ... verkeerde fietssleutel van het rekje gehaald. Deur weer open (iedereen wakker natuurlijk), sleutels omwisselen, naar buiten, deur dicht ... sta ik daar met twee bossen fietssleutels, maar zonder het bos met de huissleutel. Shit, verkeerde sleutels omgewisseld en dat bos heb ik toch echt nodig. Aan de bel trekken (we hebben nog een heuse trekbel), stommel, stommelstommel, vrouw komt de trap af, luikje in de deur gaat open (we hebben een luikje in de deur), slaperig hoofd zegt 'wat is er', ander slaperig hoofd zegt verlegen glimlachend 'ik heb de verkeerde sleutels', 'waarom doe je dan zelf de deur niet openen', 'nou, dat is nu juist het probleem', *zucht* deur gaat open, 'welterusten'.

Nu vanavond wel oppassen dat ik op de goede partij stem.

10 juni 2004

235

Enig idee wat hieronder staat?

;x/%2 xx/%3 ü êx/%2ä/%2~ =;x/%5 ü x/%4~ =x

Daar staat: begin breuk, x, superscript, cijferteken, twee, maalteken, x, superscript, cijferteken, drie, breukstreep, haakje openen, x, superscript, cijferteken, 2, haakje sluiten, superscript, cijferteken, 2, einde breuk, is, begin breuk, x, superscript, cijferteken, 5, breukstreep, x, superscript, cijferteken, 4, einde breuk, is, x.

Als je die code naar een daarvoor ingestelde brailleprinter stuurt, komt er dus brailleschrift uit die door de braillelezer gelezen moet kunnen worden. Zo gaat dat tegenwoordig en het is één van mijn taken om dit soort wiskunde (en het kan veel ingewikkelder) te controleren en te corrigeren of soms zelf te maken.

In de toekomst gaan we het anders doen. Dan wordt er eerst een xml-bestand gemaakt en een programmaatje moet er dan braille van maken. Voor 'gewone' tekst is dat geen probleem, maar wiskunde is moeilijker. Ik zit dus met mijn kennis in een groepje daarover mee te praten. Afgelopen vrijdag kreeg ik de eerste resultaten op mijn bureau: bladzijden vol met braille. Nu is het aan mij om te kijken wat er staat en te bedenken wat er in het boek gestaan heeft. Een hele klus. Ik ben verbaasd over hoe goed de programmeurs hun werk al gedaan hebben, al zitten er nog fouten in.

Maar het is dodelijk vermoeiend dat gepuzzel.

Als u bovenstaande voorbeeld snapt, dan kunt u vast de volgende zelf wel:

;%1 ü %3ü%4~

8 juni 2004

234

Begin januari schreef ik over het Corus Schaaktoernooi in Wijk aan Zee en over het jonge schaaktalent Magnus Carlsen. Carlsen won toen de grootmeester C-groep. Sinds januari is het alleen maar beter gegaan met dit Noorse talent van 13 jaar. In het nieuwste nummer van New in Chess prijkt hij op de voorzijde naar aanleiding van zijn goede prestatie op het Sigemantoernooi, gehouden in Malmö en Kopenhagen. Carlsen werd derde in een zeer sterk bezet veld en hij versloeg als enige de toernooiwinnaar. Dat moet trouwens een mooi gezicht zijn geweest: de jongste grootmeester verslaat de grootste (letterlijk) grootmeester Peter Heine Nielsen.

Gevoel voor humor heeft Magnus ook. Om als dertienjarige Noor in het Engels interviews te moeten geven is al lastig genoeg, al beheerst hij het Engels al goed. Hij leest natuurlijk veel schaakboeken in het Engels. Maar doorgaans komt er niet veel meer uit dan no en yeah. In een interview werd ook gevraagd naar zijn twee rapidpartijen tegen de voormalig wereldkampioen Garry Kasparov. Magnus schijnt geantwoord te hebben: I should have won as White. As Black I played like a child.

Hoe dan ook, Magnus schijnt zo al zijn rituelen te hebben als hij gaat schaken, want een beschrijving van zijn te late aankomst bij het bord herkende ik uit Wijk aan Zee: Magnus Carlsen ran up tot the board in his sports slippers and Walt Disney socks, carrying a bottle of orange juice and a small bowl of raisins.

Zijn oudere collega's zijn vol lof over hem. Ze kunnen slechts één minpuntje aanwijzen: But for the rest he's such a nice and normal boy. That might be a handicap if he wants to be world champion ... Zijn vader blijft redelijk nuchter onder alles: Everything has gone quicker than we expected, Perhaps we should look for other strong grandmasters than he can work with. But that also entails risks. So far Magnus had fully enjoyed everything he had done in chess. I'd hate to see him lose that joy. Dat laatste is het allerbelangrijkste. Ik probeer het mijn zoontje ook bij te brengen: uiteindelijk gaat het om het plezier in het spelletje, niet meer, maar vooral ook niet minder dan dat.

7 juni 2004

233

Schrikt u niet! Maar ik moet het u wel even mededelen. Misschien is het een waarschuwing, u moet er maar mee doen wat u wilt. Maar...

Ik ben vandaag zo vrolijk!

behoorlijk vrolijk

Gaat wel weer over hoor.

4 juni 2004

232

Ik heb het mijn moeder al lang vergeven hoor. Zij kon het ook niet weten, het gebeurde met de beste bedoelingen. Het moet aan het einde van de lagere schooltijd of aan het begin van de middelbare schooltijd geweest zijn. Ik mocht eens mee naar een operette-voorstelling. Helemaal zeker ben ik niet meer, maar het moet Gräfin Maritza (1924) van Emmerich Kalman (1882-1953) geweest zijn. De vage beelden die uit mijn herinneringen bovenkomen bevatten typsiche Weense belle epoque beelden: jurken, pakken, blijheid met een vleugje foute volwassen ondeugendheid. Absoluut niet grappig. Maar ik was toen nog een kind (mijn pubertijd kwam laat) en vond het allemaal heel spannend. Zitten in zo'n zaal (De Harmonie in Leeuwarden), licht uit, doek open en een raar aangekleed toneel. Het orkest begint te spelen en dan ... gaan die mensen daar op het podium zomaar zingen!!! Dat herinner ik me nog het beste: ze gingen zingen en ze zongen ook zo raar, met zo'n vreemde trilling in hun stem. Ik had geen idee waar ze het over hadden – Duits verstond ik nog niet –, maar ik was ongetwijfeld gebiologeerd door wat er allemaal gebeurde. Zoiets had ik nog nooit gezien én gehoord.

De tweede maal dat ik naar een muziektheatervoorstelling ging zat ik ongetwijfeld al op de middelbare school. Ik ging al geregeld naar koncerten, ik had samen met mijn moeder een abonnement op het Frysk Orkest. Zo leerde ik in mijn tienerjaren het ijzeren repertoire kennen. De route op de fiets naar mijn middelbare school (voor de Leeuwarders onder u: ik zat op het Lienward College wat toen nog Achter de Hove zat) ging langs De Harmonie. Ik ging met mijn zwager (mijn zus is elf jaar ouder en was toen al getrouwd) naar een voorstelling van Die Entführung aus dem Serail van Wolfgang Amadeus Mozart. Ditmaal had ik me beter voorbereid. In één van mijn eerste muziekboeken – de muziekencyclopedie XYZ in de muziek van Caspar Höweler – had ik de opera opgezocht en het verhaal gelezen. Opnieuw vond ik het zingen spannend. De voorstelling had nu ook een puzzelelement, want al kon ik een beetje Duits, met het gezongen Duits vroeg ik me nog steeds af waar we in het verhaal waren. Nu is de Entführung een komische opera en het publiek moest geregeld lachen. Ook al ontging mij de tekst, de scènes met Osmin, Blondchen en Pedrillo waren visueel heel grappig. Tegenwoordig is deze opera natuurlijk wat pijnlijk. Ten eerste is de Turk Osmin zeer vrouwonvriendelijk en ten tweede zou hij – gezien zijn gedachten over westerlingen – verdacht worden van banden met Al Qaida (Erst geköpft, / dann gehangen, / dann gespießt / auf heiße stangen; / dann vebrannt, / dann gebunden, / und getaucht; / zuletzt geschunden enz..) Drama in deze opera is er slechts terloops en het loopt allemaal gelukkig weer goed af. Bassa Selim blijkt uiteindelijk een aardige, intelligente en verlichte Turk.

Ik was gegrepen door opera. Thuis haalde ik allemaal platen van mijn ouders tevoorschijn met opera. Het was allemaal opera zoals ik dat gisteren beschreef. Toen was het nieuw, verrassend en luisterde ik zonder vooroordelen. Mijn oren zogen al die nieuwe klanken naar binnen. Mijn zwager legde de basis voor mijn Wagner-liefde door zijn lp's met Wagner-opera's aan mij uit te lenen. Ik was helemaal gek van Der fliegende Holländer en mijn ouders werden er op een andere manier gek van. Heb je een zoon wat niet naar harde popmuziek luistert, maar naar klassieke muziek: gaat hij naar Wagner luisteren!? Vrienden en leerkrachten vonden het eveneens wat vreemd, zo'n tiener die helemaal gek is van klassieke muziek en dan ook nog opera én dan ook nog Wagner.

In die tijd was er op een zondagmiddag een documentaire over een componist waar ik nog nooit van gehoord had. Mijn ouders waren niet thuis en ik ging alleen naar deze uitzending kijken. Het ging over de componist Benjamin Britten (1913-1976). Britten was een componist met een geheel eigen stijl. Hij was enerzijds nog heel klassiek, maar gebruikte aan de andere kant het moderne idioom. Dat gaf een zeer boeiend spanningsveld: er zijn aan de ene kant genoeg aanknopingspunten richting klassieke harmonie en aan de andere kant word je geprikkeld omdat het totaal anders is. Na die uitzending was ik helemaal van mijn stuk. Wat een muziek! Nu wilde ik ook componist worden (en ik componeerde al in die tijd). Toen er in De Harmonie vervolgens een voorstelling kwam van Albert Herring moest ik daar naar toe. Alleen desnoods, want er wilde niemand mee naar deze zogenaamde moderne muziek. En ik ging alleen. Het kaartje kocht ik van mijn zakgeld. Wederom was het een komische opera, maar ditmaal was de muziek bij vlagen zo verschrikkelijk indrukwekkend dat de voorstelling als een droom aan mij voorbijtrok. En niet alleen de muziek. De decors, het acteren ... alles was nieuw en pakkend. Vooral de klanken die uit de orkestbak kwamen waren zo anders dan ik gewend was. Ik begreep werkelijk niet dat mijn leeftijdsgenoten hier geen belangstelling voor hadden. Wisten ze wel wat ze misten?

Soms zou ik wel eens terug willen naar die tijd. De tijd van de eerste indrukken. Tijdens mijn studie muziekwetenschappen zou ik natuurlijk nog veel nieuwe muzieken ontdekken, maar zo onbevangen als ik in mijn tienerjaren geweest ben ... dat is jammer genoeg voorbij. Niet dat ik nooit meer kippenvel krijg. Ik zal u nog wel eens vertellen hoe ik met zoveel graden koorts en tranen op mijn wangen de derde akte van Tristan und Isolde in de Stopera heb doorstaan. Maar de verbazing over onbekende muzikale werelden? Dat is minder, veel minder geworden. Helaas.

Maar mijn moeder heb ik het vergeven. Niet dat ze mij meegenomen heeft naar een voorstelling – dat niet! Maar mama ... operette!? wil je me dát nooit meer aandoen!!!

3 juni 2004

231

Soms ben ik een sentimentale zak. Waar anderen misschien makkelijk aan voorbij lopen kan mij dan weer de hele dag blijven achtervolgen. Wat gebeurde er?

Ik liep vanochtend de trap op naar het perron en ik hoorde een angstig gepiep uit de richting van het spoor komen. Ik keek naar beneden, er zaten twee duiven. De één piepte hartverscheurend en de andere fladderde er paniekerig omheen. Ik zag een trein van rechts komen. De ene duif vloog op tijd weg en de andere ... toen realiseerde ik me pas dat de arme duif met zijn pootje vastzat tussen de wissels. Te laat! Maar wat had ik kunnen doen? Onthutst keek ik om me heen, maar niemand gaf blijk het opgemerkt te hebben.

Ik weet het, er sterven elke dag mensen door gruwelijkheden. Ook dat laat me niet onberoerd, maar het is niet gezond om me daar steeds bewust van te zijn. Maar zo'n drama dat in een paar seconden voor je ogen plaatsvindt? Vreselijk!

3 juni 2004

230

Je houdt ervan of je verafschuwt het, een tussenweg schijnt bijna niet mogelijk te zijn. Laat ik het maar vast schrijven: ik vind opera één van de meest fascinerende muzikale vormen. Ook één van de meeste onmogelijke, want eigenlijk komen er verschillende kunstvormen bijelkaar: tekst (vaak beroerd), muziek, toneel, decorbouw, kleding, dans en ik vergeet vast nog wel wat. Om dat allemaal op elkaar af te stemmen is nogal wat organisatie vereist en om alles op een ordentelijke manier op dat podium te krijgen is een hele toer. Opera is niet alleen voor het publiek spannend.

De operahaters – of zij die het 'niet zo mooi vinden' – hebben doorgaans vooral een hekel aan de zang die zij niet mooi vinden: die gillende wijven op het toneel, vreselijk! Meestal hebben deze mensen slechts een bepaald soort opera op het oog, de 19e eeuwse opera en dan vooral de Italiaanse opera met de belcanto zangstijl. Dat is de opera van gouden strotten als Pavarotti, Placido Domingo en consorten. Dat is de opera van cdtjes met operafragmenten waar je van het ene larmoyante drama in het andere gestort wordt. Dat is opera van componisten als Donizetti, Bellini, Verdi en (20e eeuws) Puccini. Of misschien de opera van Wagner, al vind je die maar zelden samengevat op een cd.

Soms komen gespreksgenoten uiteindelijk met een bekentenis: nou ja, ze hebben toch een cdtje met opera: Maria Callas, dat is wel mooi. Tsja, dan noem je er ook één.

Eerlijk gezegd vind ik opera uit die tijd ook niet zo geweldig, al stoor ik me vaak meer aan de verhalen. De gemiddelde opera valt als volgt samen te vatten: de sopraan is verliefd op de tenor (of andersom) en de bas is er niet blij mee. Vaak loopt er dan nog een alt rond als schoonmoeder of oudere kamervrouw van de sopraan en een bariton als vriend van de tenor. Ik ben een keer naar La Traviata van Verdi geweest. Voor de gemiddelde operaliefhebber één van de toppers. Ik vond het verhaal volkomen ridicuul en de muziek zo kitscherig dat ik in de pauze besloot de derde akte maar niet meer te zien en te beluisteren.

Soms vertel ik mijn gespreksgenoot dat de 19e eeuwse opera een tijdlang dezelfde sociale functie heeft vervuld als tegenwoordig de voetbalstadions. Dat mag ik meestal uitleggen. Wel, de gemiddelde operazaal bestond uit loges en die werden gehuurd, vaak voor een heel seizoen. Noem het vip-rooms. Daar zaten mensen niet rustig te luisteren, nee daar werd handel gedreven. Alleen als er een aria, duet of wat dan ook werd gezongen was men even stil en ging men luisteren. Meestal kwamen de rijkeren pas na de eerste akte binnen bij de opera (reden waarom componisten vaak weinig aandacht schonken aan de eerste akte). Gedurende de eerste akte werd vaak gedineerd. In de tweede akte zat dan vaak een ballet, alwaar de maitresses van de rijke heren in meedansten, zo konden zij nog even genieten van het benenwerk. Enkele huurders/bezitters van zo'n loge hadden in het kamertje achter de loge niet alleen een tafel om eventueel contracten te tekenen, maar ook een bed geplaatst voor je weet maar nooit... Maar de gelijkenis met voetbal gaat verder, want vooral in Parijs is het nogal eens voorgekomen dat fans van een bepaalde componist op straat hele veldslagen uitvochten met fans van een andere componist. Ook kwam het voor dat men voorstellingen verstoorde met fluitjes, wat dan vaak weer tot vechtpartijen in het theater leidde.

2 juni 2004

229

Eén van de redenen om níet met een weblog te beginnen was voor mij de naam: weblog. Of: blog, bloggen ... hoe het ook maar genoemd wordt. Het klonk en klinkt allemaal zo ... log, zo ... nou ja, het is gewoon een zeer lelijk woord. Wat doe jij dan op internet? Ik houd een weblog bij. Een wat? Een weblog. *Verbazing* en ik kan me die verbazing heel goed voorstellen. Iets wat klinkt met 'og' kan nooit goed zijn, toch?

Maar hoe moet ik het dan noemen? Het heet nu eenmaal zo. Internetdagboek? Wel, mijn weblog is niet bepaald een dagboek, integendeel. Als u suggesties heeft voor een mooiere naam voor de activiteit waar u nu getuige van bent dan lees ik dat graag!

Trouwens, mijn weblog is geen weblog. Ik stel me zo voor dat een weblog eigenlijk een virtueel logboek is waar iemand verslag doet van zijn reizen op het internet en becommentarieerd wat hij daar zoal tegenkomt. Dat doe ik dus niet, al vind ik het bij anderen – zeker als het om kunst gaat – wel interessant. Een lifelog is het zeker ook niet, dat kan ik u gerust verzekeren. Er is het afgelopen half jaar zoveel gebeurd in mijn leven waar ik hier geen verslag van gedaan heb en wat zo veel belangrijker voor mij geweest is dan wat u hier gelezen heeft. De persoonlijke boodschappen die ik hier achterlaat zijn vaak van lang geleden en ik kan erover schrijven omdat ik al een veilige afstand heb genomen.

Nee, wat ik u zoal voor de voeten werp is tamelijk willekeurig. Zelfs het persoonlijke my beautiful demon ontstond min of meer per ongeluk. Nadat ik het afgesloten had was ik leeg, een leegheid die ik de laatste tijd weer ervaar. Ik schrijf hier meestal over wat mij boeit, kwaad of blij maakt. Ik heb nog vele ideeën, maar op de een of andere manier wil het er maar niet uitkomen. Zo zou ik willen schrijven over de muziek van Claudio Monteverdi en het ontstaan van opera. Ik zou ook willen schrijven over het anarchisme, maar ook daarover moet ik eerst weer wat kennis bovenhalen voordat ik erover durf te schrijven.

Met enige afgunst lees ik dan ook de logs van dionysos alhier. Kon ik me maar zo bezighouden met een hobby. Dionysos inspireert mij weer om te lezen over die filosoof met de walrussnor. Ik voel me zeer aangetrokken tot dat tragische leven waar dionysos verslag van doet. Dat eeuwige reizen en zoeken, dat gezeur over zijn voortdurende ziekte, zijn hang naar eenzaamheid, denken en schrijven ... ik vind het allemaal even treurig en mooi. Net zo mooi als de muziek in de Orfeo van Monteverdi.

Ach, wie weet schrijf ik er binnekort een ... nee geen log – wat een lelijk woord toch! – ik schrijf er binnenkort een stukje over. Dat is vooralsnog een betere typering.

1 juni 2004

228

Vanavond komt er op Nederland 1 om 18.27 uur een documentaire over Donald Duck. Dat moet mijn zoon (7) natuurlijk zien, hij is al heel lang lid van het vrolijkste weekblad. Elke vrijdag zit hij als het ware voor de brievenbus te wachten totdat het geliefde blad weer op de mat valt. Ik ben er zelf nooit lid van geweest en dat verklaart waarschijnlijk dat ik het maar zelden meelees. Maar er zijn veel mannen (en ongetwijfeld ook vrouwen) die nog steeds de Donald Duck lezen.

In Trouw staat een voorbeschouwing over de documentaire en de volgende passage viel me op:

De eend is vooral populair in Europa: in de VS is zijn ster allang gedoofd. Daar is de brave Mickey de tijdloze ster. Donald is namelijk een loser en daar houden ze in Amerika niet van. Hij is onhandig, eigenwijs, ongeduldig en heeft nare trekjes. Hij werkt zichzelf in de nesten en reageert daarna zijn woede af op zijn neefjes. Hij laat zich voortdurend vernederen en bedonderen door de arrogante en steenrijke Dagobert, de bazige Katrien en zijn beetje achterbakse neefjes. In Europa houden ze daar wel van, daar herkennen ze hem als de gemiddelde burger.

Wel ja, zo kunnen we er ook tegenaan kijken. Voelt u zich ook zo Donald Duck?

30 mei 2004

227

Signalement van een etmaal

Dit is de dag waarop ze hem ontmoeten zal
en ze vindt hem op het plein voor een paleis.
Ze vindt hem in een tram. Ze vindt hem in een bioscoop,
in een huis waar hij berekent hoe stevig het ijs op het meer.

Ze reist per trein met een kind aan de hand naar een haven
maar niemand herkent de figuur die zij aanwijst.
Daarna vindt ze hem in een park terwijl het kind
naar haar zwaait vanuit een draaimolen,

dit kind dat een hond in een veld ontdekte
en het verstijfde dier omhooghield als een offer.

En uiteindelijk, precies op tijd, vindt ze hem terug
daar waar hij met een stok in het ijs staat te prikken.

Bladeren filteren het licht. Niet te zien of zij lachen of praten.

Alfred Schaffer Dwaalgasten, 23

29 mei 2004

226

Aan wie doet het volgende mij altijd zo denken ...?

Hoe het ook zij, van de Miserabele Puritein kwam de Rusteloze Pionier en van hem kwam weer de Eenzame Cowboy, die altijd richting zonsondergang rijdt, op zoek naar iets dat net even verderop te vinden is. Uit dit voorgeslacht zonder wortels, zonder tevredenheid, is D. Goutrug voortgekomen, die net als zijn voorzaten nooit een thuis, nooit vrede heeft gevonden in dat Vriendelijke Land. Starre, strijdlustige fanaticus als hij is, is hij gewoon te hard voor zichzelf, te hard voor anderen en te hard voor de wereld die manmoedig probeert door te draaien ondanks alles wat Goutrug hem aandoet.

Het is dus niet zo verwonderlijk dat D. Goutrug vooruitgang beziet als iets dat samengaat met vechten en overwinnen. Een van zijn eigenaardigheidjes, zou je kunnen zeggen.

Echte vooruitgang betekent natuurlijk groeien en evolueren, hetgeen weer betekent dat je van binnen verandert, maar dat is iets waar de onbuigzame Goutrug niet aan wil. De drang naar groei en evolutie, aanwezig in alle levensvormen, wordt in de geest van de Goutruggen misvormd tot een dwangmatige zucht naar Verandering: ze moeten drastisch ingrijpen in alles (de Graafmachine Goutrug) en iedereen (de Geloofsijver Goutrug) behalve zichzelf en zich bemoeien met allerlei zaken waarmee ze niets te maken hebben, met inbegrip van vrijwel elke levensvorm op aarde. In beperkte mate wordt zijn gedrag tot nu toe in toom gehouden door wijzere mensen in zijn omgeving. Maar de wijzen merken, net als de ouders van hyperactieve kinderen, dat ze niet overal tegelijk kunnen zijn. Je wordt er doodmoe van om als baby-sit te fungeren voor de Goutruggen.

Benjamin Hoff Tao van Poeh, 113-114

25 mei 2004

225

RDNZL vroeg in een reactie naar mijn voorkeur. Anti-globalisme, islam, liberalisme?

Ik vind dat zo'n moeilijke vraag: tot welke -isme reken ik mezelf? Om dat te kunnen weten moet ik eerst weten wat mijn opvattingen zijn. Dat klinkt logisch, maar ik heb het idee dat veel mensen zich tot een -isme voelen aangetrokken en hun opvattingen daaraan aanpassen. Het behoren tot een bepaalde politieke of religieuze stroming lijkt een keuze voor een lifestyle. Dat ziet men vaak al aan de kleding die iemand draagt. Soms heeft iemand linkse opvattingen, krijgt vrienden die politiek actief zijn en huppaké, ineens heeft men nog meer radicale linkse ideeën. In bepaalde politieke kringen lijken te opvattingen ook te radicaliseren omdat het dan status geeft binnen de politieke groep. Dat heeft niets meer met overtuigingen te maken, maar met sociale behoeften. Ik ben me daar zeer bewust van en ik ben altijd zeer argwanend naar mijn eigen opvattingen. Ik wil zoveel mogelijk onafhankelijk blijven in mijn bovenkamer. Zoveel mogelijk, want echt onafhankelijk denken is onmogelijk.

Maar wat zijn die opvattingen van mij dan? Eerlijk gezegd: ik weet het niet zo goed. Of beter: het is niet zo uitgekristalliseerd. Dat is ooit anders geweest. Zo'n twintig jaar geleden was ik overtuigd VVD-er, een paar jaar later noemde ik mezelf anarchist. Maar slechts in woorden, ik kan me niet beroepen op veel daadkracht. Het enige linkse wat ik wel gedaan heb is dienstweigeren, een keer meegelopen tegen kernwapens. O ja, ik ben eens op een blauwe maandag naar een vergadering van de gemeentelijke afdeling van GroenLinks in Zeist geweest en dat was slaapverwekkend. In de tijd van de eerste golfoorlog ben ik uit protest lid geworden van GroenLinks, maar daar lag ook niemand wakker van.

Nee, ik noemde mijzelf een anarchist, een religieus anarchist zelfs. Ik vond dat staten afgeschaft moesten worden en de mensen weer in kleine gemeenschappen moesten gaan leven. Terug naar de natuur ook. Geen welvaart maar welzijn. Gezag moest je verdienen maar mocht niet absoluut zijn. Wetten dienden als richtinggevers, niet als dwingend. Ik had (en heb overigens) sympathie voor het Taoïsme en het Zen-Boeddhisme en daarnaast was ik zeer New Age. Ik mediteerde, brande wierook, geloofde heilig in een spirituele werkelijkheid achter de materiële werkelijkheid. Ik kokketeerde met astrologie en numerologie en las boeken als Seth spreekt. Ik interesseerde me eveneens voor theosofie en antroposofie, ik probeerde de boeken van Blavatksy te lezen (maar ik begreep er helemaal niets van) en Rudolf Steiner. Ook Krishnamutri had mijn aandacht, maar ook daarvan snapte ik niets. Muziek was voor mij de poort naar de spirituele wereld, muziek had de kracht om de spirituele kant in de mens wakker te maken. Ik las boeken over sjamanisme en wica en ik vond het allemaal even inspirerend. Ik kan nog wel even doorgaan met opsommen.

Er was één boek dat ik mijn bijbel noemde: de Tao van Poeh. Wanneer ik me ongelukkig voelde las ik bijna altijd in dat boek. Daarnaast las ik veel Nietzsche, maar ik interpreteerde Nietzsche naar mijn eigen spirituele ideeën.

Toch moet er altijd twijfel geweest zijn. Hoezeer ik ook geloofde dat de mens keer op keer reïncarneerde en elk leven zijn les moest leren en zijn weg moest gaan – het waren mooie overtuigingen, maar de wereld veranderde niet. Hoezeer ik ook geloofde dat er in elk mens, dier, misschien wel in alle materie een goddelijke vonk huisde en dat je daar op moest blijven vertrouwen – de wereld veranderde niet. Er knaagde iets: zou het kunnen dat al die prachtige optimistische ideeën gewoon sprookjes waren? Zou het kunnen dat er niet meer is dan de wereld die ik waarneem, dat er geen werkelijkheid achter de werkelijkheid bestaat? En áls dat zo is: is dat dan erg? Maakt het wat uit?

Langzaam maar zeker moet die twijfel de overhand hebben gekregen. Uiteindelijk heb ik al mijn New Age boeken aan een handelaar in tweedehands boeken verkocht en ik mis ze nog steeds niet. De boeken over Zenboeddhisme en Taoïsme bleven en ik vind ze nog steeds inspirerend. Ze hebben niet per se een ware wereld nodig.

Ik probeer het tegenwoordig eenvoudig te houden. Eerst maar eens proberen de wereld te nemen zoals die op mij overkomt. Dát is al mysterieus genoeg. Eerst maar eens proberen gewoon vriendelijk tegen andere mensen te zijn. Dat is soms al moeilijk genoeg. Waarom je bezighouden met metafysica of links radicalisme als er een afwas staat te wachten en die moet nu eenmaal gewoon gebeuren. Ik probeer maar te doen wat ik moet doen. Je kunt nog zulke hoogdravende ideeën hebben, uiteindelijk moet je ademhalen en een boterham eten. Dan kun je toch beter naar de bakker gaan? Ik probeer te doen waar ik plezier in heb. Ik probeer mijn overtuigingen eenvoudig te houden: de natuur is waardevol, de wereld is waardevol, mensen zijn waardevol. Het is beter aardig tegen elkaar te zijn, datgene wat we aantreffen op de wereld eerlijk te verdelen, het ecologisch evenwicht te bewaren. Niet alleen omdat ik wil dat mijn kind ook nog van de natuur kan genieten, maar omdat ik de natuur an sich waardevol vind. Per slot moeten we allemaal schone lucht inademen, moeten we allemaal eten en drinken, willen we graag allemaal gezond zijn enz. enz. Waarom zouden we een godsdienst, een politieke overtuiging of wat dan ook nodig hebben om aardig tegen elkaar te zijn? Waarom zouden we bezittingen hebben? Waarom maken we het elkaar zo moeilijk, waarom vechten mensen? Waarom ... zo kan ik eindeloos doorgaan. Misschien zijn het kinderlijke vragen, maar ze zijn al moeilijk genoeg. Misschien is er maar één antwoord: omdat het de menselijke natuur is.

Wel RDNZL, bij welk -isme zal ik me nu indelen?

21 mei 2004

224

Het kan allang niet meer ontkend worden en ik doe daarmee natuurlijk geen nieuwe ontdekking: er is een openlijke, maar ook een onderhuidse strijd gaande tussen de islamitische en de Amerikaanse, Westeuropese cultuur. Deze wordt niet alleen uitgevochten in Afganistan en Irak, maar ook in Israël en Palestina én en in de steden in westerse landen.

Maar er woedt nog een strijd, één die minder goed herkend wordt en maar al te zeer wordt overschaduwd door de eerste: een strijd tussen liberalisme en de anti-globalisme.

Soms vraag ik me wel eens af of er eigenlijk geen strijd wordt geleverd tussen het liberalisme en de islam? Heeft links, hebben de anti-globalisten vaak niet dezelfde bezwaren tegen de westerse cultuur als de islamieten? Is het niet een driehoeksverhouding waarbij links en islam een kleinere onderlinge afstand hebben en samen tegenover het liberalisme staan?

Het liberalisme is – als ik mijn geschiedenislessen goed onthouden heb – van oudsher een progressieve beweging voortkomend uit de Verlichting. Een beweging gebaseerd op optimisme en vooruitgangsgeloof, op de emancipatie van de burger. Uit vrijheid, gelijkheid en broederschap kozen zij voor vrijheid. De wetenschappelijke ontdekkingen, de industriële revolutie, de ontworsteling aan de dominantie van religie: het droeg allemaal bij aan een optimisme dat we tegenwoordig de maakbaarheid van de samenleving noemen. Ze wilden vrijheid, welvaart en stemrecht voor allen. Het liberalisme had een groot vertrouwen in de goedheid van de mens en zijn rede: de Achilleshiel van het liberalisme.

Tegenover het liberalisme stond niet alleen het conservatisme, maar vooral de Romantiek. De romantici hadden het niet over de rede, maar over twijfel, niet over waarheid, maar over paradoxen, niet over eenheid, maar over gespletenheid, chaos. De romantici waagden de sprong in het duister. Zij kozen niet voor de gulden middenweg en evenwicht, maar weken af van voorgeschreven paden en verzetten zich tegen een opgelegde orde. Zij wilden een andere vrijheid en voor hen lag dat ergens achter de horizon. Zij hadden oog voor de duistere kant van de mens.

Het communisme is gevallen (welk communisme kun je je afvragen) en de liberalisten waren er als de kippen bij om de overwinning te vieren en het einde van de geschiedenis te verklaren. Maar wat is er toch met het liberalisme gebeurd? Zijn ze conservatief geworden? Hadden ze last van een remmende voorsprong? De wetenschap, de industriële revolutie, de vooruitgang waar zij zo in geloofden is verworden tot kapitalisme en roofbouw op de natuur. Het liberale geloof in vrijheid is verworden tot een opgelegde vrijheid in een geloof in het liberalisme. Het is deze opgelegde orde waar ook de islamieten zich tegen verzetten.

Islamieten hebben niets met de burgerlijke handelsgeest die leidt tot zoveel mogelijk (verderflijk) persoonlijk comfort. Islamieten zien in onze vrijheden ook de schaduwzijden: het losbandige, het immorele. Zij zien geen redelijkheid maar lege ratio, een mechanische maatschappij. Zij zien de arrogante mens in de grote stad. Zij zien geen gelukkige mensen die genieten van hun vrijheid, hun auto, hun huis enz.; zij zien mensen die op drift zijn, op zoek naar hun volgende shot consumptie, op zoek naar hun volgende orgasme, op zoek naar verdoving en mensen die hun schouders ophalen als er weer democratische verkiezingen zijn. Zij zien de arrogantie, de zelfgenoegzaamheid, de televisie. Zij zien de leegte die de dood van God heeft achtergelaten en de oeverloze pogingen die leegte weer op te vullen, zelfs door terug te verlangen naar waarden en normen. Ze zijn bang dat hun kinderen ook zo worden en hun kinderen houden ons een zeer scherpe spiegel voor.

Heeft de islam dan geen schaduwzijden? O ja zeker: hun gebrek aan zelfkritiek en debat, hun wantrouwen tegen rationalisme. Hun hang naar religieuze zuiverheid en hun neiging tot vernietiging van datgene dat niet binnen die zuiverheid past. Het zijn de duistere schaduwzijden waar de romantici al op gewezen hebben en het leidde naar de Tweede Wereldoorlog. Het verlangen naar zuiverheid leidt in consequente vorm tot fascisme en gaskamers.

Toch denk ik dat we kunnen leren van de kritiek die de islam op onze westeuropese cultuur heeft en dan vooral als het gaat om de verzoening tussen cultuur en natuur. Want, met alles wat we op de islam zouden kunnen aanmerken, het is niet de islamitische cultuur geweest die de wereld met zijn industrie verziekt. Het is niet de islam geweest die wapens heeft uitgevonden waarmee we de wereld tig keer kunnen vernietigen. Het is niet de islam geweest die werelddelen veroverden en locale bevolkingen uitroeide of kerstende. De islam kent nog steeds een rijke cultuur én een organische samenleving waar onderlinge solidariteit leeft. In plaats van ons zo superieur op te stellen zouden we moeten leren van de goede kanten van de islam, zonder nu direct islamiet te moeten worden. In plaats van ze te bekritiseren en uit te dagen moeten we de dialoog aangaan. Als we dat consequent en met volharding zouden doen, dan weet ik zeker dat het islamitisch fundamentalisme uitdooft als een kaars.

Dit waren zomaar wat gedachtenkronkels op de woensdagochtend. Er valt ongetwijfeld veel op aan te merken. Het is niet af. Ik pretendeer dan ook niet hier een sluitende analyse te geven. Zie het als gedachten die in mijn hoofd spelen en die hier neergelegd zijn. Wie weet leidt het tot gedachten bij u. Schroom niet ze te delen in het reactiedoosje.

19 mei 2004

223

Ik weet wel dat ze bestaan, maar soms vergeet ik het. Misschien heb ik wel een mentale cordonne sanitaire (spel je dat zo?) om me heen, misschien kom ik die mensen gewoon niet tegen. Mensen die spreken over "zwartevriendjes partij als cda/pvda", mensen die medemensen omschrijven als "die schapen/ paardeneukers". Wat dat laatste betreft is het me al vaker opgevallen dat racisten snel overgaan tot sexueel getinte classificaties en ik kan er alleen maar een sexuele frustratie van de schrijver achter zoeken.

Wat doe je met dit soort zielig gespuis? Negeren inderdaad? Iets in mij wil dit soort uitspraken nooit onbeantwoord laten, maar aan de andere kant weet ik dat dat soort uitspraken vaak eerder gebaseerd zijn op een kinderachtige schreeuw om aandacht dan dat het voortkomt uit een geniaal politiek inzicht. Reageren betekent dan het belonen van deze negatieve vorm van aandacht vragen. Sinds die kale op deze wijze kijkcijfers wist te genereren is er een hele bevolkingsgroep die zich geroepen voelt om ook eens 'te zeggen wat we denken'. Dat is niet bij voorbaat slecht, een sluimerend gevaar is erger dan een gevaar dat zich laat kennen.

Maar je hebt ook zogenaamd intelligente aanhangers van die kale. Mensen die wellicht zijn boeken gelezen hebben of zijn columns. Mensen die zich een genuanceerd beeld gevormd hebben, die er prat op gaan de ware kale te kennen. Heb je een opvatting over die kale dat niet in hun straatje past dan word je meteen gediskwalificeerd als iemand 'eigenlijk heel weinig weet' van die kale. Want als ik 'eigenlijk heel veel geweten had' van die kale dan was ik natuurlijk heel positief geweest.

En als er dan een onoverkomelijk conflict dreigt dan zijn er altijd wel van die diplomaten die gaan roepen 'dat de waarheid wel ergens in het midden zal liggen'. Ten eerste: de waarheid bestaat niet of is niet kenbaar en ten tweede: waarheid is niet altijd positief. Waarom zou waarheid altijd iets moois en goeds zijn?

De waarheid van de kale profeet en zijn volgelingen was voor hun dé waarheid. Het gaat er niet om of hun waarheid waar is, maar dat ze hun waarheid als dé waarheid ervaren. Politieke discussies gaan niet over waarheid, maar over wenselijkheid: hoe willen we de maatschappij inrichten en op welke wijze. Willen we mensen uitsluiten of niet? Willen we een leefbare maatschappij of niet? Willen we eerlijk delen of niet? Vinden we dat we al die verschillende mensen gelijk moeten behandelen of niet? Een ieder moet maar zijn eigen antwoord op deze vragen formuleren. Maar ik wil de vrijheid om deze keuzes te maken voor mijzelf en ook voor mijn medemensen. Politici als die kale maar ook Abou Jahjah ontkennen die vrijheid voor een groep mensen. Daarom wil ik hen bestrijden.

Moe word ik van politici die in het zicht van verkiezingen (het europees parlement ditmaal) weer van die kale luchtballonnetjes oplaten. Het neusje heeft ditmaal bedacht dat mensen die leven van de bijstand maar huishoudelijk werk moeten gaan doen. Het is de vertrouwde tactiek van de kale: je roept iets waarvan je denkt dat het potentiële kiezersvee dat ook denkt. Dat kiezesvee denkt, hé dat heb ik ook wel eens gedacht en nou zegt hij het ook, dus ik heb niet verkeerd gedacht, ik ga op de partij van het neusje stemmen! Dat er ondertusssen allerlei steekhoudende argumenten in kranten en andere media tegen dat idee worden aangedragen ontgaat dat stemvee en de politieke winst is weer binnen.

Ik word er moe van en ik dreig me af te wenden van politiek en dat is het grootste gevaar: dat we onze kop in het zand steken voor politiek populisme.

17 mei 2004

222

Ik ben niet behept met de veel voorkomende fout anderen naar mijzelf te beoordelen. Ik neem gemakkelijk aan dat een ander eigenschappen heeft die heel anders zijn dan de mijne. Dat ik mijzelf aan één manier van leven gebonden voel wil niet zeggen dat ik, zoals alle anderen doen, iedereen daartoe verplicht. Ik geloof en begrijp dat er duizend andere manieren van leven zijn; en in tegenstelling tot de meesten ben ik eerder overtuigd van de verscheidenheid dan van de gelijkheid van de mensen. Zo veel men maar wil ben ik bereid een ander niet met mijn leefwijze en principes te belasten; ik beschouw hem enkel op zichzelf, zonder te vergelijken, en vorm hem naar zijn eigen model. Dat ik zelf niet kuis ben verhindert mij niet oprechte waardering te hebben voor de onthouding van de Bernardijners en Capucijners en hun manier van leven te bewonderen. In gedachte kan ik me heel goed in hun situatie verplaatsen.

En ik heb des te meer liefde en respect voor hen omdat ze anders zijn dan ik. Ik heb bijzonder graag dat men ieder van ons op zichzelf beoordeelt en dat men over mij geen conclusies trekt uitgaande van de gangbare voorbeelden.

Michel de Montaigne Essays

16 mei 2004

221

Vanochtend had ik het erover met mijn chef.

Maar misschien moet ik eerst even iets uitleggen.

Mijn werkplek bevindt zich op de tweede verdieping in een oud pand in Amsterdam. Het is een prachtig gebouw. Ik heb de indruk dat er geen hoek negentig graden is in dit gebouw. Nieuwe werknemers hebben veel tijd nodig om erachter te komen hoe het gebouw in elkaar steekt.

Mijn kamer is bovenin onder het dak, een soort zolderkamer. De muren lopen tot halverwege en dan begint het puntdak ondersteund door rondlopende balken. Licht komt binnen door een drietal dakramen aan de ene kant en een uitbouw aan de andere kant. Helaas kan ik door de dakramen geen hemel zien want het geeft uitzicht op het dak van het pand ernaast.

Tussen ons dak en ernaast loopt een waterafvoer en daar blijft wel eens water staan. Ik ben 's ochtends vaak het eerste op deze kamer en ik doe vaak een dakraam open als het wat warm en benauwd is op de kamer. De laatste tijd hoor ik dan veel gespetter, gefladder en gepiep van het dak komen. Het gepiep klonk soms wat angstig en was de laatste tijd behoorlijk heftig. Ik kon niet zien waar het vandaan kwam dus ik besloot eens op een bureau te klimmen en uit het dakraam te kijken wat daar nu allemaal gebeurde. Ik had het kunnen weten: een stelletje duiven hadden van de dakgoot een heuse yab-yum gemaakt, de natuur ging er behoorlijk zijn gang. Amsterdamse duiven, een red-light district op je dak.

Ik maakte mijn chef met een glimlach op dit wangedrag attent. Toen ik zei dat dat nu eenmaal de natuur was vroeg hij zich of verkrachters er misschien ook zo over dachten. Bij mensen werkt het schijnbaar anders. Zouden wij werkelijk het enige dier dat iets van liefde en plezier beleeft aan de geslachtsdaad? Wanneer zou dat bij de aapachtigen begonnen zijn, dat je het vrouwtje niet meer van achteren neemt maar van voren en dat er misschien zoiets als genot, glimlach en liefde ging meespelen? Dat je elkaar in de ogen kunt kijken? En niet alleen in het voorjaar?

Wij hebben wel eens diepgaande gesprekken op het werk.

De rust is overigens weer terug in de dakgoot.

14 mei 2004

220

Ik wist niet wat ik hoorde. Ik hoorde het ongeveer een half uur geleden en ik was ineens klaarwakker. Dat kan toch niet waar zijn: op de Vlaamse radiozender Klara werd in de nieuwsuitzending verteld dat de Belgen het meest sparen en beleggen in Europa!

Jaja, daar word ik even stil van. Leest u het gerust nog even over: zij, de Belgen, die jaar in jaar uit de Hollanders hebben bespot om hun spaarzaamheid, blijken spaarzamer dan hun Noorderburen! Lacht u even mee?

Ok, nog één keer dan. Plaats die geweldige moppen over die kaaskoppen in mijn reactiedoos. Laat ons nog even lachen, maar dan geen grappen meer over Hollanders en geld!

12 mei 2004

219

voor meneer Balkenende

De moraal prediken is gemakkelijk,
de moraal funderen moeilijk.

Arthur Schopenhauer

11 mei 2004

218

Hoe lang is die kale nu al dood? Ik kan me nog steeds woedend maken. Niet zozeer om die kale zelf maar wel om die blinde verering en massa-hysterie die die man veroorzaakte. Dat hij de taal van het volk zou spreken was mij niet opgevallen, charismatische personen wordt wel vaker eigenschappen toegedicht die zij niet bezitten. Laat hem nu maar snel tot een remspoor in de geschiedenisboeken van de Nederlandse politiek worden en over tot de orde van de dag.

Een ander Nederlands vip-eikeltje is Theo van Gogh, maar om hem kan ik smakelijk lachen. Overigens kan hij goed films maken. Ooit presenteerde hij een spelletje voor de jeugd ('wie ben ik' of zoiets, je moest het beroep van een persoon raden) in een leeg zwembad en ik heb me daar kostelijk mee geamuseerd. Dat Van Gogh te ver gaat in zijn eerlijkheid vind ik ook, maar ik kan niet helpen dat ik ook voortdurend om hem moet lachen. Vanochtend was Van Gogh weer eens in het nieuws. Van Gogh was gespreksleider van een aantal discussieronden over de toekomst van Nederland in de Stadsschouwburg in Amsterdam. In de derde ronde zouden Boris Dittrich en Abou Jahjah de degens kruisen. Echter, meneer Jahjah (toch geen familie van Nehneh mag ik aannemen?) accepteerde Van Gogh niet als voorzitter. Natuurlijk moest Jahjah even laten merken dat hij invloed heeft en de zaken naar zijn hand wil zetten. Het liep anders. Voordat Van Gogh plaats maakte legde hij het publiek zijn vertrek uit en ik citeer uit Trouw: Ik zei dat ik het raar vond dat de pooier van de profeet met Allah aan zijn kant en een paar indrukwekkende lijfwachten niet aan de discussie mee wilde doen als ik die zou leiden. Toegegeven niet erg aardig van die Van Gogh, maar Jahjah was overtroefd en vertrok. Bravo meneer Van Gogh!

En wat hebben die kale en Jahjah met elkaar gemeen denkt u? Meer dan u denkt.

10 mei 2004

217

Wat gebeurt er met je als soldaat in een oorlogssituatie. Daar zijn vast veel studies naar verricht. Ik mag hopen dat er in de opleiding van soldaten ook aandacht aan geschonken wordt. Maar er zullen maar weinig mensen kunnen indenken hoe het is om te overleven in een oorlogssituatie, als soldaat niet, als burger niet. Ik heb Vietnam-films op televisie gezien en ik werd als kijker soms een beetje deelgenoot van de spanning die iemand moet voelen in dergelijke extreme omstandigheden.

Wat gebeurt er toch met je als soldaat. Wat is er toch met die Amerikanen gebeurt in Irak? De families die hun kinderen, neven, nichten, echtgenoten enz. herkennen op die foto's uit die gevangenis snappen er niets van. En dat geloof ik wel. Hoe afschuwelijk die foto's ook zijn, ze verbazen me niet. Oorlog maakt mensen gek. Elke dag leven met de dreiging dat je doodgeschoten of opgeblazen kan worden, dat moet wel iets met je doen. Daar is geen verschil tussen een Middeleeuwer die rovend en verkrachtend door het oorlogsgebied trekt en een Amerikaanse soldaat. Geen verschil? Schijnbaar niet, misschien valt alleen de kleinschaligheid mee. Of is het nog maar het topje van de ijsberg? Niet dat ik hun gedrag wil goedpraten. Dat het gebeurt verbaast me alleen niet. De morele verontwaardiging is terecht, maar ook hypocriet.

En wat zou ik doen in hun situatie?

Nee, onze levensomstandigheden zijn wellicht wat verbetert: betere voeding, betere medische mogelijkheden enz. enz. Maar mensen blijven mensen: een nog ongedetermineerde diersoort.

7 mei 2004

216

Mijn grootvaders heb ik niet gekend. De vader van mijn vader was al lang overleden toen ik werd geboren. De vader van mijn moeder leefde nog, heeft mij nog gezien, maar overleed toen ik drie maanden was. Ik schijn erg op hem te lijken qua karakter. Niet zozeer zijn opvattingen – hij was een zeer gelovig man – maar de wijze waarop ik met mijn opvattingen omga. Toen ik een keer aan de eettafel de krant zat te lezen (ik lees het liefste aan een bureau of aan een tafel) verzuchtte mijn moeder: het is net of ik mijn vader zie, die zat ook altijd aan tafel de krant uit te spitten.

Veel weet ik niet van mijn grootvader. Mijn vader had ik een hekel aan zijn schoonvader, maar mijn moeder sprak altijd met respect over hem, al gaf ze toe dat het geen gemakkelijke man was. Ik heb begrepen dat hij zwijgzaam was en streng. Hij dulde geen tegenspraak.

Ongeveer vijftien jaar geleden kwamen we onverwacht meer over hem te weten. Iemand belde op uit Amsterdam en kreeg mijn moeder aan de lijn. De beller deed onderzoek naar de rol van de politie in de Tweede Wereldoorlog in Friesland. Mijn grootvader was in die tijd hoofd van de politie in Bergum. De onderzoeker wist dat mijn grootvader overleden was, maar hoopte nog met mijn grootmoeder te kunnen praten. Mijn grootmoeder leefde nog, maar was helaas zeer dement, de onderzoeker kwam te laat, de herinneringen waren verloren gegaan.

Desalniettemin volgde er interview met mijn moeder. Ze had er nooit zo bij stil gestaan. Ze was tien jaar toen de oorlog begon. Ze woonde tegenover het stadhuis/politiebureau in Bergum en haar vader was hoofd, dat meende ze zich te herinneren. Dat er veel 'ooms' kwamen logeren in die tijd herinnerde ze zich ook wel. Dat vader veel weg was 's nachts en dat haar moeder dan zo bezorgd was geweest kon ze zich ook wel herinneren. Na de oorlog was daar nooit over gesproken, haar vader sprak daar niet over.

Een van de weinige herinneringen die ze had was dat vader eens zijn been had gebroken. Hij had extra lang het gips laten zitten. Overdag droeg hij het en ging niet naar zijn werk, maar 's nachts ging het gips af en was hij veel weg. En o ja, eenmaal was haar vader verschrikkelijk kwaad op een Duitser geworden en had hem het huis uitgezet, dat had vreselijke indruk op haar gemaakt.

Toen later het boek van de onderzoeker binnenkwam kwam pake er een paar maal in voor. We begrepen dat hij een behoorlijke rol gespeeld had in het verzet in Friesland, vooral bij het laten ontsnappen van Engelse piloten. Hij moet een dubbelleven geleid hebben: overdag als politieagent werken naast de vijand, 's nachts de vijand een hak zetten in het verzet. De informatie die hij overdag kreeg als politieagent moet zeer nuttig geweest zijn in het verzetswerk. Hij heeft nooit verteld over die tijd, het was eenvoudigweg zijn plicht geweest.

Op 4 mei denk ik die twee minuten altijd even aan hem en ik vraag me af wat ik in die omstandigheden gedaan zou hebben. Ik hoop dat ik ook daarin op hem zou lijken.

6 mei 2004

215

Als we het over verslaving hebben dan denken we vaak aan drugs, sigaretten, drank enz. Sommigen denken misschien aan vetzucht of aan sportverslaving, telkens weer die kick willen ervaren. Weer anderen weten dat er zoiets als koopzucht bestaat: jezelf belonen of verwennen voor een geleverde prestatie door een nieuw kledingstuk of iets anders te kopen. Dan heb je nog mensen die er een verzamelwoede op nahouden, blij worden als er een ontbrekend item aan de verzameling toegevoegd kan worden. Luguber is de lust die moordenaars (maar ook soldaten) kunnen beleven aan het doden van iemand anders.

Soms denk ik wel eens dat de hedendaagse mens aan allerlei vormen van verslaving lijdt. Of het meer is dan vroeger dat weet ik niet. Ik vermoed dat het samenhangt met media en commercie. Elke dag worden we met zijn allen gebombardeerd door beelden en boodschappen die ons vertellen hoe we moeten zijn, die ons vertellen waar we behoefte aan moeten hebben. Bevredig die behoefte, voldoe aan de ideaalbeelden, dan ben je gelukkig. Ik vraag me af hoe dat werkt. Over het algemeen vinden we toch dat we onszelf in de hand hebben en dat we verantwoordelijk zijn voor onze woorden en daden. In de rechtspraak hebben we het wel eens over ontoerekeningsvatbaar dus we weten dat er redenen zijn om aan te nemen dat iemand zichzelf niet in de hand heeft. Hij was onder invloed, had een slechte jeugd of wat dan ook. Dan rekenen we hem zijn daden minder zwaar aan.

Waar zit die 'ik' in ons hoofd. Hebben we werkelijk iets wat we ziel kunnen noemen? We hebben nog nooit zoiets in een laboratium kunnen isoleren: dames en heren, tatereta: de ziel. Er zijn mensen die niet in goden en spoken geloven. Die kun je immers niet bewijzen. Maar hoe zit het dan met onze ziel? God is dood liet Nietzsche de dwaas op het marktplein uitroepen. Nu onze ziel nog, zou ik eraan willen toevoegen. De ziel bestaat niet. Als ons lichaam dood is, dan zijn wij ook dood. Of niet soms.

Het zijn dit soort gedachten die ik niet los kan laten. Onlangs werd het weer gevoed door een artikel in Trouw. Ik citeer:

Drugs stoken om te beginnen de dopamine-kachel op in ons brein, in neuraal jargon het beloningssysteem genoemd. Omdat de boodschapperstof dopamine een zalig gevoel, een soort onberedeneerde heerlijkheid in het hoofd teweegbrengt.

Bij zoogdieren onderhoudt het systeem nauwe contacten met andere hersengebieden, met het geheugen en met stukjes brein die de ervaringen kleuren. Er blijft iets hangen van het genot. Maar helaas, dopamine wekt spoedig de aanmaak op van een eiwit (CREB) dat het lekkere gevoel enigszins tempert. Al gauw een tweede, een derde biertje nodig. Tolerantie is het gevolg.

En dan dreigt de verslaving: met het aanhoudende spuiten of drinken verliest het eiwit CREB zijn invloed, de tolerantie ebt wat weg. In plaats daarvan dringt zich een ander eiwit (delta FosB) op dat erg stabiel blijkt. En dat bij dieren welig tiert als ze zich te buiten gaan aan genoeglijke zaken. Aan suiker, of aan het eindeloos rennen in de tredmolen. En dan gebeurt het in het kopje van muis en rat: sommige neuronen beginnen als een razende te spruiten en nieuwe contacten te zoeken. Ze staan blijvend op scherp. Een andere boodschapper in het brein (glutamaat) zorgt voor permanente verankering van de genotservaringen in het geheugen, waardoor de overgevoeligheid zich ten slotte uit in een obsessief verlangen naar drank of drug. Zo wordt op den duur bij een kleine groep gebruikers de bovenkamer bewoond door hunkerhersenen, in dienst van drank of drug, waar alle andere gedrag voor wijkt.

Zou het erg zijn als we alleen maar bestonden uit chemische processen? Wat is er mis mee? Er verandert toch niet zoveel? Nou ja, ok, onze rechtstaat kan op de helling, want we zijn dan eigenlijk nergens meer verantwoordelijk voor. Is het dan zo erg dat wat ons bezielt en ons knecht een chemische oorsprong heeft? Levert een potje schaak en het winnen van het potje mij een lekkere stoot dopamine op?

Aarzelt u net zo erg als ik om de vraag met 'ja' te beantwoorden? Waarom toch?

30 april 2004

214

Störig heb ik gelezen en Copplestone en dat prachtige kijk- en leesboek De verbeelding van het denken, maar elke keer heb ik hetzelfde probleem met die Grieken. Ditmaal in De droom der rede van Anthony Gottlieb. Lezen over de presocraten en de sofisten, allemaal even boeiend. Maar dan komt het hooggebergte: Socrates, Plato en Aristoteles. Mijn interesse stokt. O ja, Plato schrijft prachtig en zijn Ideeën vind ik aardig gevonden, maar tegelijk ook zo lachwekkend. Aristoteles is de mindere schrijver, maar bij hem zie ik door de bomen het bos niet meer. In die geschiedenisboeken gaat het maar eindeloos over die twee. Het liefst zou ik ze overslaan, maar ja, zonder die twee had de filosofie er totaal anders uitgezien. Sommigen vinden zelfs dat de hele filosofiegeschiedenis een voetnoot bij Plato is. Overdreven, maar het zegt veel. (Nietzsche noemde het christendom Platonisme voor het volk, wat ik ook een aardige vind).

Gelukkig heb ik ze nu weer even gehad. Anthony Gottlieb schrijft aantrekkelijk, maar bij Plato en Aristoteles begon het kunstje te vervelen. Nu ben ik bij de Epicuristen, de Stoïcijnen en de sceptici: veel interessanter wat mij betreft. Als ik over Epicuris lees kan ik me een beetje epicurist voelen. Ik kan me stoïcijn voelen en scepticus. Het staat dichter bij mijn ervaring van het leven en de wereld.

29 april 2004

213

U zult er wel niet van wakker liggen, maar ik vind het schandalig. Ze doen 't volgens mij om mij te pesten. Ze weten dat ik geregeld kom. Eigenlijk moet ik ze straffen door altijd naar de concurent te gaan in de toekomst. Maar zij zullen daar ook niet wakker van liggen.

Ik ging naar mijn vertrouwde boekhandel in de middagpauze. Ik had even behoefte aan de geruststellende aanwezigheid van boeken. Ik loop als altijd naar de verdieping waar ik altijd naartoe ga en ik loop naar de kasten om te kijken of er wat nieuws is. Ik kijk en denk: hier klopt iets niet. Ben ik op de goede afdeling? Verward kijk ik rond. Het zal toch niet ... Ja hoor! Het is weer zo ver. Men heeft in hun oneindige wijsheid besloten dat de afdelingen weer eens verhuisd moeten worden. Sta ik zomaar voor de kast psychologie waar vroeger filosofie stond! Dat ze me dat aandoen! Psychologie! Stel je voor dat ze besloten hadden Economie daar neer te zetten!! Was ik zomaar naar ... nee, dit is te erg!!! Dit kan ik u niet aandoen. Mijn oprechte verontschuldigingen.

Het was even zoeken, maar ik heb ze gevonden hoor! 't Was een hele opluchting. Bijna had ik om mezelf te troosten een boek gekocht.

Nee heus, het gaat wel weer hoor. Ik ben nog wat nerveus, maar dat gaat wel weer over. Ik wen er wel weer aan. Ik begrijp alleen niet dat ze je niet even waarschuwen!

28 april 2004

212

'Onlangs reed ik in mijn auto achter een bus en werd aangestaard door een hele rij billen in een string. Al die reclames, ik vind het gek dat zoiets kan in de openbare ruimte. Ik kan begrijpen dat hele groeperingen zich daartegen verzetten en dat islamieten het Westen onzedelijk vinden. Je ziet dan zo'n bh-reclame bij een abri en dan staat daar zo'n islamitische vrouw in een jurk tot aan de grond op de bus te wachten. Het contrast kan niet groter en zorgt voor een scheuring in de samenleving. Mensen zullen me wel een trut vinden als ik dit allemaal zeg.'

Jerney Kaagman
in: De Groene Amsterdammer 128/17, 43

Beste mevrouw Kaagman,

Nee, ik vind u geen trut. Ik ben het warempel hardgrondig met u eens! Desalniettemin ga ik niet roepen dat dit soort reclames verboden zouden moeten worden, dat soort krampachtige reacties laat ik aan de regering over. Wel zou ik willen dat de openbare ruimte verschoont blijft van reclame. De openbare ruimte is van ons allemaal, van alle Nederlanders en onze gasten. Ik vind reclame – zeker in de hoeveelheid van vandaag de dag – een inbreuk op deze openbaarheid.

Dus liever ook geen reclame meer voor Idols alstublieft. Overigens vind ik al weken dat Boris moet winnen.

met vriendelijke groet,

jwl

27 april 2004

211

Toen ik nog op de middelbare school zat ging ik vaak in vrije uren naar de Provinciale Bibliotheek in Leeuwarden. Deze bibliotheek lag aan de rand van de Prinsentuin en tegenover de Oldehove. Het was misschien vreemd voor een middelbare scholier om vrijwillig zijn uurtjes in een bibliotheek door te brengen, maar zo zat ik nu eenmaal in elkaar. Ik hield van boeken en wie van boeken houdt, houdt van bibliotheken.

In de centrale hal kon je zoeken in catalogi. Geen computers, maar kaartenbakken. Ik heb daar eindeloos gezocht naar boeken over componisten en filosofen, vooral Wagner en Nietzsche natuurlijk. De medewerkers aan de balie keken me wel eens verbaasd aan. Sommige waren al aan me gewend. Ik vond het prachtig. Je vulde een kaartje in dat je daar aan een medewerker gaf en dan wist je dat er iemand de catacomben inging om het boek voor je tevoorschijn te halen. Misschien was je wel de eerste die dat boek kwam inkijken, misschien had dat boek al jaren en jaren ongeopend daar gestaan en werd er eindelijk aandacht aan hem besteed. Ze hadden één van de eerste complete uitgaven van Wagners geschriften, de rode bandjes. Het was in gotische letter gedrukt, prachtig vond ik dat.

Toen we voor geschiedenis een werkstuk moesten schrijven had ik daar mijn weg al aardig gevonden. We mochten zelf een onderwerp uitzoeken en ik wilde iets schrijven over de politieke opvattingen van Wagner. Wagner (1813-1883) was door de nazi's misbruikt en ik wilde laten zien dat Wagner eerder linkse ideeën had dan dat hij een proto-fascist was.

Ik wist dat Hitler in een passage in Mein Kampf over Wagner had geschreven en dat wilde ik nu eens zelf gaan lezen. Maar dat boek is niet in de boekhandel te krijgen en internet had je toen nog niet in de huidige vorm. De Provinciale Bibliotheek had een exemplaar. Ik durfde het niet aan te vragen. Stel je voor dat ze me voor een neo-nazi zouden aanzien. Toch was ik zeer nieuwsgierig naar dit verboden boek. Uiteindelijk heb ik met zenuwen in mijn lijf het kaartje ingevuld en schichtig op de balie gelegd toen er even niemand stond. Terwijl ik in een ander boek zat de bladeren zag ik in mijn ooghoeken dat het kaartje werd gepakt. Er gebeurde niets ongewoons. Tien minuten later hoorde ik mijn naam en ik liep met kloppend hart naar de balie. Ik werd kritisch opgenomen. "Waar heeft u het boek voor nodig?" (Ze spreekt me met u aan, dacht ik nog) "Euh, voor een werkstuk voor school," antwoordde ik naar waarheid. "U weet dat u het boek niet kunt lenen, u kunt het alleen inkijken," de blik van de medewerkster werd steeds strenger.

Ik weet niet meer of ik nu een Duitse tekst of een Nederlandse vertaling had aangevraagd, ik vermoed het laatste. Ik zie me nog steeds naar een leestafel lopen met het boek. Dit boek voelde anders, het was eigenlijk een verboden boek. In dit boek stonden Erge Dingen die je eigenlijk niet mocht lezen. Het boek werd er alleen maar spannender door. Heus, ik overdrijf niet, maar ik vond het heel spannend om het boek open te slaan. Voorin stond een foto van de Führer. Het is echt!

Het kostte me geen moeite om de passage over Wagner te vinden. Ik heb het keurig overgeschreven en geciteerd in mijn werkstuk. Op het mondeling tentamen over het werkstuk vroeg mijn leerkracht geschiedenis hoe ik eraan was gekomen. Hij vond het geweldig dat ik er moeite voor had gedaan, zoiets schrijf je niet over uit een ander boek.

Ik heb lang in Mein Kampf zitten lezen. Letters op bladzijden die verwijzen naar vreselijke gruweldaden, daden die nog moesten gebeuren toen de schrijver de tekst verzon. Kun je dat een boek verwijten? O ja, ik weet nog dat ik een half uur te laat binnenkwam bij het volgende uur wiskunde. Ik moest een briefje halen bij de concierge en hij wilde natuurlijk weten waarom ik te laat was. Ik heb het maar gelaten bij 'de tijd vergeten'.

26 april 2004

210

Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijke geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, – beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.

Leviticus 20:13

Misschien moet de Bijbel ook maar verboden worden.

24 april 2004

209

'Een belangrijk neoconservatief uitgangspunt is dat mensen sterk moeten zijn. Voor de zwakkere is in hun wereldbeeld geen plaats. Dat is een fascistisch idee. Sterk zijn staat gelijk met economisch succesvol zijn. Maar omdat we een competitief systeem hebben, kan per definitie niet iedereen succesvol zijn. Ik zie nu een toenemende tendens om armen en behoeftigen te beschouwen als sociale vervuiling. Men ergert zich aan mensen die gebruik maken van sociale voorzieningen, men ergert zich aan zwervers. Dat is echt fascisme.'

Simon Blackburn
in: Filosofie Magazine 13/1, 15

23 april 2004

208

Gisteravond. Mijn vrouw is met haar studie bezig bij een vriendin. Ik heb net mijn zoon voorgelezen (Tonke Dragt Geheimen van het Wilde Woud) en naar bed gebracht. Trap af. Gang door. Huiskamer in. Blik in de keuken. Afwas. O ja, die afwas moet nog weggewerkt worden. Nee, geen afwasmachine, dit moet bij ons nog met de hand. Vanuit praktisch en culinair oogpunt hebben mijn vrouw en ik een afspraak: zij kookt, ik was af.

Bij afwassen moet er muziek op, dat is de enige manier om het nog een beetje aangenaam te maken. Welke muziek zal ik opzetten. De eerste gedachte is vaak de beste en mijn gedachte gaat ditmaal uit naar een cd die ik al lang niet meer beluisterd heb: Johann Sebastiaan Bach Actus tragicus, BWV 106 met het Monteverdi Choir, The English Baroque Soloists en de dirigent John Eliot Gardiner. Deze laatste is een dirigent die ik bewonder, alleen doorgaans niet bij Bach. Zijn Bach is de mijne niet. Deze cd is een uitzondering, misschien is het wel mijn mooiste Bach-cd.

De cd gaat het apparaat in. Volume lekker hoog, het moet goed in de keuken te horen zijn en de buren, ach ... opvoeden die lui (grijns). Afwasbak, kraan aan, afwasmiddel, schuim en de eerste klanken van de cd.

Wie deze muziek niet kent zal het niet kunnen navoelen. Wat gebeurt er toch met iemand als hij gevoelig is voor deze muziek? Deze muziek neemt bezit van je in, geeft hoop en troost. Dat er op zo'n lelijke wereld nog zoiets moois bestaat! Bach is de componist die dat altijd weer teweeg weet te brengen. Zijn mijn laatste uren geteld, kom bij mij zitten om samen naar deze muziek te luisteren, dan kan ik rustig sterven. Die eerste maten! Een paar akkoorden, orgel, viola da gamba's en dan de blokfluiten, vooral die mooie klank van de blokfluiten. Zoiets moois, zoiets simpels, hier kan niets tegenop. Dan het koor:

Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit.
In ihm leben, weben und sind wir, solange er will.
In ihm sterben wir zur rechten Zeit, wenn er will.

Dan de tenor:

Ach, Herr, lehre uns bedenken, daß wir sterben
müssen, auf daß wir klug werden.

Dan de bas:

Bestelle dein Haus; denn du wirst sterben
und nicht lebendig bleiben!

Tot slot van dit deeltje afwisselend de sopraan en koor:

Es ist der alte Bund: Mensch, du mußt sterben!
Ja, komm, Herr Jesu, komm!

Ach, de tekst is niet zo verschrikkelijk indrukwekkend misschien, maar de combinatie met de muziek (die blokfluit!) komt het helemaal tot leven.

Heute wirst du mit mir im Paradies sein wordt er gezongen. Wel, met deze muziek ben ik al in het paradijs!

Zou Bach ook wel eens de afwas gedaan hebben?

De cd:
Johann Sebastiaan Bach
Actus Tragicus BWV 106; O Jesu Christ mein Lebens Licht BWV 118b; Lass, Fürstin, lass BWV 198
Nancy Argenta – sopraan; Michael Chance – alt; Anthony Rolfe Johnson – tenor; Stephen Varcoe – bas; The Montverdi Choir; The English Baroque Soloists olv John Eliot Gardiner (1990)

22 april 2004

207

"Snif, snif, wat ruik ik jwl?"

"euh ..."

"jwl gerookt?"

"nou ...?!"

"JWL GEROOKT?!?!?!"

"ja, luister 's. Stoppen met roken is niet moeilijk. Je voelt je een paar dagen rot enzo. Maar ja, dan komt de avond dat er op de club geschaakt moet worden en ja, waar geschaakt wordt daar moet gerookt worden. Een schaakclub is een soort rookbordeel, probeer je dan maar eens te beheersen. Dat snap je toch wel? Toch?"

"Foei! Over de knie!! Met de kop in de prullenmand!!! IN DE HOEK!!!! OPSLUITEN IN DE KOELKAST!!!!! VIEZERD!!!!!!"

"Maar ik heb niet verloren gisteravond."

"OK, dan is het goed. Brave jongen. Niet meer roken?"

"jwl rookt niet meer"

21 april 2004

206

Vrienden zijn er in alle soorten en maten. Vrienden met wie je alleen op aangename wijze de tijd doorbrengt met bijvoorbeeld een gemeenschappelijke hobby. Vrienden met wie je een gemeenschappelijke geschiedenis hebt. Met sommige vrienden kun je vooral lachen, sommige zijn om te huilen.

Ik heb altijd vrienden gehad, in mijn studietijd heel veel. Vrienden gingen werken, gingen samenwonen, trouwen, er kwamen kinderen, je ziet elkaar minder. Bij sommige is het contact spaarzaam geworden, sommige zie je nooit meer, praktische bezwaren. En als je elkaar weer ziet is het vaak weer als vanouds, al verbaas je je over wat het nieuwe leven met hun gedaan heeft.

Pijnlijk zijn de onevenwichtige vriendschappen, waarbij de vriendschap voor de ene helft meer betekende dan voor de andere. Er waren vrienden die misschien meer kennissen waren, die toch proberen – al is het maar één keer per jaar – contact te houden terwijl ik daar niets meer bij voel. Die 'vriendschappen' stimuleer ik niet meer, men is welkom, ik ben gastvrij en vriendelijk, maar ik voel geen behoefte om een tegenbezoek te brengen.

Bij die onevenwichtige vriendschappen zitten er ook bij die ík mis. Zij betekenden veel voor mij, ik vind het verloren contact moeilijk en ik snap het niet, maar ik houd de eer aan mezelf, ik wil niet keer op keer teleurgesteld worden als het van één kant komt. Zo gaat dat.

Ik ben blij met de vrienden die ik nog steeds zie. Bijzonder zijn de vriendschappen met wie je toch een kijk op het leven deelt, de vrienden die je niet steeds hoeft uit te leggen, ze hebben aan een half woord genoeg. Dat is rijkdom.

En dat is het eigenaardige aan webloggen. Je leest de teksten van iemand en je proeft in de teksten een verwantschap. De schrijver zou zich daarover kunnen verbazen, maar jij als lezer ervaart dat zo. Het zijn de logs die je in ieder geval dagelijks wilt lezen. Soms gebeurt het dat iemand stopt met schrijven en je een tijd in spanning laat of de weblog zal verdwijnen of niet. Na een paar weken kun je dan weer opgelucht adem halen: gelukkig, ze is weer terug. Het zijn vriendschappen met teksten, zoals ook een boek je kan raken.

Misschien is het net als met muziek: goede muziek doet je iets aan. De beste vrienden ook. De beste teksten ook.

20 april 2004

205

jwl voelt zich kut

jwl wil ruzie maken

jwl wil gooien met dingen

jwl wil door porseleinkasten stampen

jwl wil vloeken

jwl wil janken

jwl wil zijn hoofd door een strop doen

jwl stopt weer eens met roken

18 april 2004

204

Ze bestaan. De mensen die op jacht zijn naar hun zoveelste spirituele ervaring alsof ze op jacht zijn naar het nieuwste modelletje Nike. Het behoort tot onze moderne vorm van verveling: de behoefte aan spirituele kicks. Zoals sommige mensen zich met een elastisch touwtje de diepte in laten storten, zo maken anderen reizen, bezoeken koncerten, bekijken schilderijen om later bij het haardvuur met een wijntje te kunnen verklaren hoe spiritueel het allemaal wel niet was.

Wordt wakker.

17 april 2004

203

Ik ben geen taalwonder. Mijn stukjes alhier zullen niet opvallen door taalschoonheid. Integendeel, menigeen zal struikelen over de spelfouten. Mijn excuses voor het ongemak. Geloof me, ik doe mijn best om de spelfouten te voorkomen, maar ze zijn me steeds te slim af. U mag me er altijd op wijzen, ik heb daar geen moeite mee.

Iets anders is spreektaal. Taal is in eerste instantie een vorm van communicatie. Tijdens het spreken verspreken we ons wel eens. We gebruiken een verkeerde uitdrukking, maken slechte zinnen enz. Heel normaal in de wandelgang. Er zijn mensen die er genoegen in scheppen om anderen daar fijntjes op te wijzen. Ik heb daar een godsgruwelijke hekel aan. Ik zie de zin daar niet van, ik zie daarin alleen maar ongeïnteresseerdheid in wat je zegt ten koste van hoe je het zegt.

Maar de laatste tijd vraag ik me wel eens af of bepaalde woorden, uitdrukkingen, zinsneden eigenlijk wel goed zijn. Zinnen als de computer opstarten, het document uitprinten. Is dat nou goed of fout? Wat is er mis met de computer starten? Een auto start je toch ook niet op? Is de Nederlandse taal aan het veranderen als het gaat om het plakken van in-, op-, uit- voor woorden?

Verontrust werd ik een beetje toen mijn zoontje van 7 in een baldadig ogenblik zei: lekker het ijsje afzuigen. Pardon? Het is aflikken en opzuigen mijn zoon! Wat ze al niet opvangen op het schoolplein.

16 april 2004

202

Muziek en religie hebben altijd bijelkaar gehoord. Ze kunnen zonder elkaar, maar zonder religie had de muziekgeschiedenis er geheel anders uitgezien. Muziek is zelf geen religie, het is de tekst of de context die van muziek religieuze muziek maakt. Maar als we de context niet kennen, de tekst niet kunnen verstaan, zou je dan kunnen horen of de muziek religieus is of niet? Gregoriaanse muziek is voor de westeuropese luisteraar meteen religieus ook al verstaan we de Latijnse tekst niet altijd. Het zou mogelijk zijn een wereldlijke Latijnse tekst te zingen op Greogoriaanse noten, is het dan nog religieuze muziek? Vaak functioneert religieuze muziek niet meer in een religieuze context. Het uitvoeren van het Requiem van Wolfgang Amadeus Mozart op een koncertpodium geeft aan dat we niet naar een kerkdienst gaan maar naar een koncert. Veel religieuze muziek is koncertmuziek geworden, kerken zijn zelfs koncertpodia geworden. Ik herinner me een koncert in een kerk in Utrecht waar de Hohe Messe van Johann Sebastiaan Bach werd uitgevoerd. De dirigent Gustav Leonhardt had vriendelijk verzocht na afloop niet te applaudiseren, dat vond hij niet passend na een mis. Na wat aarzelend geklap van een enkeling die niet op de hoogte was, schuivelden we met z'n allen stilzwijgend naar de uitgang, niet wetend waar we met ons enthousiasme voor deze geweldige muziek en deze geweldige uitvoering naar toe moesten.

Onlangs leende ik van de bibliotheek de cd Brush Music van Woven Hand. Achter deze naam zit David Eugene Edwards die eerder bekend is als frontman van de band 16 Horsepower. Waarom ik deze cd indertijd op mijn lijstje had gezet wist ik niet meer, toen ik cd in de speler stopte was de muziek een grote verrassing voor mij. Bij het eerste nummer Cripplegate (Standing On Glass) moest ik even glimlachen: mmm, meneer speelt banjo, wat grappig. Het tweede nummer Animalitos (Ain't No Sunshine) greep mijn aandacht. De stem van Edwards was acceptabel (ik houd niet zo van popzangers), misschien zelfs mooi. Maar dat was het niet, het was het gepiel met geluiden, geluiden uit het dagelijks leven en het even later een bepaald ritme. Waar doet me dit toch aan denken? Pink Floyd! Het is geen Pink Floyd, maar de associate dringt zich op. Ik was verkocht. De stem van Edwards werd steeds sympathieker en ook al zitten er veel banale instrumentale stukken in, ze worden afgewisseld met verfrissende vondsten. Dus op zoek naar informatie op het internet.

Toen ik de foto van Edwards zag ging er bij mij een lampje branden. O ja, dat interview in Oor waarin hij zonder blikken en blozen zijn christelijke overtuiging naar voren bracht. Is het dan reli-pop? Ik zag een link naar een EO-bespreking. De cd wordt daar positief besproken. Religieuze muziek dus? Maakt het wat uit?

Natuurlijk maakt het niets uit waar de inspiratie vandaan komt als de muziek maar mooi cq interessant is. Ik houd wel van deze melancholische, ietwat droevige, eigen sound van David Eugene 'Woven Hand' Edwards.

15 april 2004

201

Bestaat er ergens een Museum voor Schoone Principes?

14 april 2004

200

Een aantal jaren geleden las ik in de krant dat april De Maand van de Filosofie zou worden. Ik schoot in de lach. Toemaar, dacht ik, niet een dag, nee, meteen maar een maand! Wil je aandacht voor je zaak dan roep je De Maand van ... uit.

Als kind was het lekker overzichtelijk. Je had Vaderdag en Moederdag, Dierendag en vijf december was Sinterklaas jarig. Eerst kwam daar in je leventje Koninginnedag bij, dan mocht je een dag lang spelletjes doen in de buitenlucht op school. Dan bleek er ook nog Herdenkingsdag en Bevrijdingsdag te bestaan ... en o gruwel ... De Dag van de Arbeid. Ik vergeet vast nog wel een Dag ergens.

Vader-, moeder- en dierendag zijn redelijk verzand in commercie. Koninginnedag heeft allang mijn aandacht niet meer. Sinterklaas doe je voor de kinderen en is altijd feest. Op Herdenkingsdag en Bevrijdingsdag vertellen we elkaar dat we nooit mogen vergeten, zodat we nog dagelijks door kunnen gaan met oorlog voeren, genocide en bomaanslagen.

Maar misschien hoort De Maand van de Filosofie wel meer bij Boekenweek, Kinderboekenweerk, De Maand van het Spannende Boek en meer van dat soort horrortijden voor de echte boekenliefhebber. De laatste jaren wordt de markt overspoeld door de zoveelste Nederlandse vertaling van het zoveelste filosofische hoogtepunt uit de geschiedenis. Dat moet toch maar weer door de strot van de filosofische hoogopgeleide veelverdiende consument gedouwd worden. Ik leen het soms wel van de bibliotheek om eerste even te kijken of het wel iets voor mij is.

De Maand van de Filosofie is aardig voor de mensen die toch al van filosofie hielden. Zelf lees ik er het liefste over en laat het daarbij. Maar anderen laten zich natuurlijk graag zien op allerlei debateeravonden waar Beroemde Namen zich mogen vertonen. Prima. Maar dat kon zonder Maand van de Filosofie natuurlijk ook al. Zo belangrijk is filosofie nu ook weer niet. Het is een aardige tijdsbesteding als je je niet druk hoeft te maken over een rammelende maag en onderdak. Filosofie is voor luie, rijke mensen die niets beters te doen hebben dan overal een probleem van maken. Mensen zoals ikzelf dus. Nee, een Maand van de Filosofie is wat mij betreft volkomen overbodig. Een dagje van de filosofie was aardig geweest (komt dat zien: één dag alle filosofieboeken halve prijs!!! JWL rennen!).

Het goedkope boekje wat uitkomt naar aanleiding van de Filosofiemaand koop ik wel trouw. In 2002 was het een essay van Patricia de Martelaere, vorig jaar van Hans Achterhuis en dit jaar van Connie Palmen.

Het woord fan is een afkorting van fanatiek en fanatisme staat in het woordenboek beschreven als een felle, hartstochtelijke, blinde, dwepende ijver voor iets, voor een geloof of idee, gepaard met onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden. De fan dweept op kritiekloze wijze met een ideaal of met een persoon die tot ideaal verheven wordt. Een geïdealiseerd iemand is geen persoon meer, maar een symbool. Want het meest eenvoudige dat er over het ideaal te zeggen valt, is dat het geen werkelijkheid is. Het ideaal behoort tot de wereld van de voorstellingen, een symbolische wereld, een fictionele wereld. Het is niet echt. Je kunt er geen verhouding mee beginnen. De verhouding die je met een ideaal hebt, is een verhouding in je eigen, veilige wereld van de fantasie, een wereld waarin je zelf natuurlijk fantastisch bent en die ander ook, en waarin die liefde ook fantastisch is, hoe kan het anders in een ideale verhouding. God snurkt niet.

De moderne geschiedenis heeft ons talloze tragische voorbeelden geleverd van fans en fanatici die moordenaars werden. Het is tekenend voor wat er sinds de tweede helft van de twintigste eeuw steeds meer verloren is geraakt en dat is het onderscheid tussen het echte en het onechte, tussen fictie en werkelijkheid, tussen het ideaal en de realiteit, tussen de woorden en de dingen, tussen een symbool en wat er door het symbool vertegenwoordigd wordt. Je kunt een ideaal niet als een realiteit behandelen en omgekeerd een realiteit niet als een ideaal. Zodra je dat wel doet, bega je een vergissing. Soms een dodelijke.

Connie Palmen Iets wat niet bloeden kan
z.p. 2004

13 april 2004

199

Misschien ... misschien ...

moeten af van een wat-we-willen-hebben-maatschapij en moeten we toe naar een wat-we-zouden-kunnen-missen-maatschappij.

en misschien ...

Zoals de roker zijn longen verziekt, zo verziekt onze consumeerdrift het natuurlijk evenwicht.

11 april 2004

198

De film The Return is een zeer indrukwekkende film. De vader van twee broers komt op een dag na twaalf jaar weer thuis en neemt ze mee op reis. Hun vader ontpopt zich als een zeer zwijgzame en stoere man. Hij vertelt niets, geeft bijna alleen maar barse opdrachten.

De jongste zoon komt in opstand, begint zijn vader te haten en zou hem wel kunnen vermoorden. Waarom komt vader ineens terug? Waar is hij geweest? Waarom doet hij zo naar tegen hun?

De oudste zoon is onder de indruk van zijn vader. Terwijl zijn jongere broer alleen maar wil vissen probeert hij van zijn vader te leren.

De reis voert uiteindelijk naar een verlaten eiland. Daar vindt de verrassende ontknoping plaats.

Indrukwekkend is de film in de eerste plaats door het ongelofelijke acteerspel van de twee jongens. Prachtig zijn de beelden van de personages in het landschap, het landschap is wellicht zelf een personage. De leegte overheerst.

Indrukwekkend is de film ook door het verhaal. De vrouw die rechtsachter van mij in de bioscoopzaal zat en naar haar buurvrouw fluisterde "wat een rotfilm" had het duidelijk niet begrepen.

The Return is een verhaal over het raadsel leven. We zijn verwekt en op de wereld geworpen zonder te weten wat we hier doen. Het leven zelf blijft zwijgen en blijft een mysterie. Sommigen gaan vissen (de verwijzing naar het Nieuwe Testament kan nauwelijks toeval zijn), anderen proberen te leren van het leven.

De film zal mij nog wel een tijd bijblijven.

9 april 2004

197

Mijn chef en ik hebben wel eens een stevig conflict gehad, maar ik heb absoluut geen hekel aan hem. Integendeel, ik vind dat ik het getroffen heb met hem. Doorgaans beschouw ik hem dan ook niet als chef, maar als een "hogere collega". Zo nu en dan gaan wij samen met de auto naar een filiaal in Rijswijk. Als we Amsterdam uit zijn gereden komt altijd zijn standaardzin: '"en wat gaan we vandaag doen in Rijswijk? Allereerst gaan we er natuurlijk een prettige dag van maken, werken kan altijd nog".

Een ander aspect aan hem is voor sommige collega's minder eenvoudig. Illustratief is het onderzoekje dat jaren geleden eens gedaan werd naar de werkwijze op onze afdeling. De conclusie laat zich als volgt samenvatten: het is er een complete chaos, maar laat het vooral zo, het werkt. Ik durf te wedden dat mijn chef daar heimelijk trots op is. De chaos is alleen maar uiterlijk, achter die chaos zit een structuur. In de tijd van dat onderzoek werkte de afdeling als een tierelier. In piektijden waren er wel eens achterstanden, maar dramatisch werd het nooit. Toen de blindenbibliotheekwereld begon de reorganiseren werd het pas een echte chaos. Mijn chef zag een goed lopende afdeling helemaal vastlopen. Ik kan me nog herinneren dat ik op een ochtend geen werk meer had te doen en de krant zat te lezen terwijl ik wist dat er een enorme achterstand was. Wat ik ook deed of riep het werk kwam maar niet op mijn bureau of op die van mijn collega's. Je weet dan dat er heel veel visueel gehandicapte scholieren en studenten zitten te wachten op hun aangepaste boeken, maar door slecht beleid was het pas echt een chaos geworden.

Die tijden zijn gelukkig voorbij. Mijn chef heeft zijn gestructureerde chaos weer stevig in handen en op mijn afdeling loopt alles weer op rolletjes. Maar het zit er dik in dat er straks weer een reorganisatie komt. Bang voor mijn baan hoef ik niet te zijn, maar ik vrees dat er weer veel kapot gemaakt gaat worden. Vanaf augustus – wanneer scholieren en studenten hun boekenlijsten gaan inleveren – wordt het weer heel druk. Dan komt er ook weer een nieuw administratiesysteem en wellicht is dan het nieuwe xml-produktiesysteem klaar. Ik weet niet hoe ze het voor elkaar krijgen, maar dit gebeurt altijd in de piekperiode. Het wordt vast weer een leuke tijd.

En wat ga ik vandaag doen? Allereerst ga ik er een prettige dag van maken, me zorgen maken kan altijd nog. Doet u dat vooral ook!

8 april 2004

196

Eigenlijk mag ik niet mopperen, want ik hang immers de overtuiging aan dat de geschiedenis geen ontwikkeling naar beter of slechter vertoont. Ik zie geen ontwikkeling naar 'boven', ik zie als het ware een eeuwige wederkeer van hetzelfde. De wereld verandert, ontwikkelt zich – dat wel – maar niet noodzakelijkerwijs naar een betere of slechtere wereld. Het is als met het weer: soms regent het, soms schijnt de zon en het lijkt allemaal nuttig te zijn.

Ik zou dus beter moeten weten en gelaten het nieuws tot me moeten nemen. Irak? Spanje? Is van alle tijden dus waar maak ik me druk over? Mensen die zich druk maken kom je ook overal in de geschiedenis tegen. Idealistische mensen vaak. Ze willen het religieuze geloof in een betere wereld, een paradijselijke wereld niet opgeven. Je kan als scepticus nog wat in de marge mompelen dat zo'n wereld wel erg saai zal zijn en dat je als vanzelf gaat verlangen naar de slang met de appel, maar dat mag niet baten. God heeft de wereld in zes dagen geschapen en hij zag dat het saai was en viel dus op de zevende dag in slaap (u maakt mij niet wijs dat een god moet uitrusten van zijn werk).

Of zou juist dat verlangen naar een betere wereld al die ellende in de wereld veroorzaken? In kroeggesprekken gooi ik die optie wel eens over de toog. Al dat streven onrecht en geweld uit de wereld te helpen, al die visioenen van een betere wereld ... een verlangen naar zuiverheid. We formuleren met elkaar wat er schort, waarom niet alle mensen gelukkig kunnen zijn. Vervolgens besluiten we dat daar iets aan gedaan moet worden. Dan moet je dus weten wat niet in orde is en wat dus bestreden moet worden. Of je nu George W. Bush bent of een vriendelijke linkse pacifist, het patroon is wezenlijk hetzelfde.

Dus als we nu eens met z'n allen stopten met de wereld te verbeteren – om te beginnen bij onszelf – wie weet verbetert de wereld dan wel vanzelf?

O paradox van de scepticus! De scepticus die roept dat De Waarheid (als deze al bestaat) nooit kenbaar zal zijn en dat vervolgens als De Waarheid poneert.

En dan kom je weer uit bij het idee dat je de wereld, de werkelijkheid moet accepteren zoals zij is, ook als je dat niet doet moet je dat accepteren.

Er zal niets veranderen, dus wat maakt het allemaal uit. Het maakt niets uit en daarmee zijn we terug bij af. Als het allemaal niets uitmaakt kunnen we er net zo goed een aardige tijd van maken met z'n allen in dit wonderbaarlijke, mysterieuze leven. Zullen we dat dan maar doen?

6 april 2004

195

Terwijl de hele wereld naar The Passion of Christ gaat moest jwl natuurlijk weer naar een totaal andere film, wellicht wel de absolute tegenpool: Spring, Summer, Fall, Winter and ... Spring van de 43-jarige Zuid-Koreaan KIM Ki-duk. Een film die enerzijds overweldigd door de prachtige landschapsbeelden en anderzijds overweldigd door alles wat juist níet getoond wordt.

Het verhaal is eenvoudig: een leerling en een meester leven als kluizenaars. Een moeder brengt een zieke dochter om de meester om raad te vragen. De dochter blijft achter en de leerling krijgt last van zijn hormonen. Wat volgt is een drama, al krijgen we dat niet te zien. Ik vertel het verhaal niet verder, omdat dat verrassend moet blijven.

Het is ongetwijfeld typisch aziatisch om de spanning niet uit te spelen, maar onderhuids te houden. Dat is in de film zeer goed gelukt. De wijze waarop met deze spanning en emoties wordt omgegaan is weinig herkenbaar voor ons in het westen en misschien daarom wel zo fascinerend. Het vraagt om een allerte kijker, het verhaal wordt subtiel vertelt.

Ik ben met het passieverhaal van Jezus opgegroeid, we leven in een christelijke cultuur. De Mattheus Passion van Bach is hét muzikale symbool van de westeuropese muziekgeschiedenis. In de passie heeft Bach het lijden van de méns Jezus centraal gesteld. Maar dat de zondige natuur van de mens gezuiverd zou moeten worden door het lijden van Christus aan het kruis heb ik als volwassene nooit acceptabel kunnen vinden. Het zondebesef zit in onze christelijke cultuur ingebakken en juist vaak bij de mensen die zich verzetten tegen alles wat met kerk en geloof te maken heeft.

Het boeddhisme heeft een kant die meer uitgaat van het accepteren van de menselijke natuur zoals zij is. Niet boetedoening voor de menselijke zonden staat hier centraal, maar het opgeven van gehechtheid. Is er iets gevaarlijker voor onze maatschappij dan onthechting? Het ontkent immers onze economische structuur die werkt met het creëren van vraag en aanbod. Wij willen juist dat we ons gaan hechten aan materiële zaken, zodat we gaan kopen, gaan consumeren.

Een boeddhist verbaast zich niet over het lijden en accepteert de gang van de seizoenen in een mensenleven. Een boeddhist ziet de dynamiek van het onderweg zijn en de leerprocessen die daar bij horen. Een boeddhist oordeelt niet en leeft voor. De film Spring, Summer, Fall, Winter and ... Spring vertelt hier een mooi verhaal over. Het is geen verhaal die terneer drukt, maar die je als kijker geïnspireerd de bioscoopzaal doet verlaten.

Mochten de berichten in de media u afschrikken om naar The Passion of Christ te gaan, bezoek dan eens deze film. De film kreeg goede kritieken, alleen vonden de critici de symboliek wat te nadrukkelijk zo nu en dan. Daarmee kan ik instemmen maar ik maal er niet om, want het is nauwelijks storend.

5 april 2004

194

Het stokje dat ik kreeg van Leez: een foto van mijn liefste bezit. Dat was nog niet zo eenvoudig, want toen ik de opdracht gelezen had kwam er niet direct iets in mij op. Ik heb er echt over na moeten denken. Natuurlijk, mijn boeken zijn mij dierbaar, de zwarte doos met brieven, kaarten enz. van vrienden en vriendinnen zijn mij dierbaar, de foto-albums zijn belangrijk. Maar ... boeken zijn vervangbaar, dus die vielen al snel af. De zwarte doos of foto-albums fotograferen leek mij niets. Bovendien gaat het daarbij om iets wat niet te fotograferen valt. Dus werd het iets wat niet te vervangen is en wat ik niet graag kwijt zou raken:

In 1996 besloten mijn schoonouders om nog één keer met alle kinderen plus aanhang op vakantie te gaan. Er werd een huis gehuurd in het westen van Ierland. Mijn vrouw was toen zwanger van onze zoon en we zouden in oktober gaan trouwen. We hadden al een heleboel geregeld voor de huwelijksdag, maar met het vinden van de trouwringen was het nog steeds niet gelukt. En zoals het meestal gaat: je vindt het juist als je er niet naar zoekt, tijdens onze vakantie in Ierland. Het was een klein winkeltje, eigendom van een kunstenaar die ringen maakte met motieven uit The Book of Kells. The Book of Kells is een zeer bijzonder Middeleeuws manuscript met unieke afbeeldingen. Voor de Ieren is het belangrijk boek. Er valt veel over te vinden op internet.

Mijn vrouw en ik vielen voor één van die ringen en besloten om er onze trouwring van te maken. Het was nog wel even spannend, we waren maar een week in Ierland en één van de ringen moest aangepast worden omdat de ring mij niet paste. Natuurlijk wilden ze de ringen wel opsturen naar Nederland, maar soms wil je eerst zien wat je krijgt voordat je betaalt. Het kwam allemaal goed, op de voorlaatste dag konden we de ringen halen. Op deze foto [foto verwijderd – jwl] ziet u mijn exemplaar.

3 april 2004

193

Wist u dat momenteel in Dresden Europees Kampioenschap Schaken voor Vrouwen plaatsvindt? En wist u dat de Nederlandse Zhaoquin Peng op een gedeelde eerste plaats staat? Peng is al meervoudig Nederlands kampioene. Het zou een groot succes zijn voor Peng wanneer ze dit toernooi weet te winnen, want de concurentie is niet mis.

2 april 2004

192

Afgelopen maandag zei ik nog gekscherend tegen een collega of ze mijn biologische klok misschien ook een uur vooruit kon zetten. Maar vanochtend las ik in de krant dat dit zo gek nog niet is. In de Verdieping van de Trouw las ik dat veel, zeer veel mensen last hebben van het veranderen van de klok. Wetenschappers in Amerika hebben nu ontdekt dat je met stroomstootjes in een bepaald gebied in de hersenen de biologische klok van de mensen kunt beïnvloeden. Een uur verzetten behoort tot de mogelijkheden aldus de enthousiaste onderzoekers.

Ik kan niet wachten totdat dit in het ziekenfondspakket komt.

1 april 2004

191

OK, daar komt ie:

IK BEN HET ZAT!!!

euh, wat ben je zat?

DAT GEOUWEHOER OVER DIE HOOFDDOEKJES! MIJN BROEK ZAKT ER VANAF! SPUUGZAT BEN IK HET! WAT EEN NON-ISSUE! HET GAAT NERGENS MEER OVER! STOP ERMEE! IK KRIJG LAST VAN PLAATSVERVANGENDE SCHAAMTE! WE LEVEN IN ZO'N RIJK LAND EN HET ENIGE WAAR WIJ ONS OVER DRUK KUNNEN MAKEN ZIJN .... DIE GODVERGETEN HOOFDDOEKJES!!!

IS HET NOU EENS AFGELOPEN!!!!!!!

Zo, lucht dat op?

jaaaah, heeeeerlijk

Zeker weer verloren met schaken gisteravond?

Hoe raadt u het.

31 maart 2004

190

Gisterochtend was ik extra vroeg opgestaan want ik moest 's middags eerder weg van mijn werk. Het lukte om een trein eerder te halen dan ik gewend ben. De trein was mooi op tijd, maar vertrok iets te laat. De trein had nog niet het perron verlaten of stond alweer stil. Technische storing, zo verholpen. Technische storing, duurt even wat langer (hé, daar vertrekt de trein die ik normaal heb ...). Technische storing, wij kunnen er momenteel niets aan doen, we worden teruggesleept naar het perron (hé, daar gaat alweer een trein ...). Uiteindelijk heb ik drie kwartier in een stilstaande trein gewacht en vertrok ik uiteindelijk een uur later met een andere trein. Kan gebeuren. Blijft mensenwerk. Zucht.

Maar ik had wel alle tijd om de krant aandachtig te lezen. Zo las ik een bespreking van het boek De droom der rede. Een geschiedenis van de filosofie van de Grieken tot de Renaissance geschreven door Anthony Gottlieb. De recensent was zeer enthousiast over het boek. Een journalist heeft op geheel eigen wijze nogmaals het ontstaan en ontwikkeling van de Griekse filosofie beschreven in een zeer lezenswaardige stijl. Ik wist meteen: dat moet ik lezen, dat is de manier op mijn filosofie-lees-project nieuw leven in te blazen.

Zo'n acht jaar geleden ben ik met dat project begonnen. Ik vond het tijd worden om eens wat te doen aan mijn onwetendheid in de filosofiegeschiedenis. Dus kocht ik een 10-delige filosofiegeschiedenis en begon te lezen. Daarnaast wilde ik ook de filosofieboeken lezen. Ik kwam tot aan de sofisten. Ik las weliswaar door tot in de Middeleeuwen, maar van systematisch lezen kwam niks meer. De uitstapjes naar andere boeken werden steeds frequenter en uiteindelijk lag het project stil. Enkele pogingen tot reanimeren mislukten. Ik stond aan de poort van Plato en Aristoteles, maar ze trokken mij niet.

Ik heb veel van dit soort leesprojecten. Het werk van Nietzsche is er ook zo één. De jongste loot aan de stam der leesprojecten is Pessoa. Het is teveel. Ik kan niet alles tegelijk. Ik moet me erbij neerleggen dat ik geen tijd en concentratie heb om dit allemaal tot een goed einde te brengen. IK heb me er ook al bij neergelegd en laat me meer leiden door wat er toevalligerwijs op mijn weg komt. Zoals dit boek van Gottlieb.

De droom der rede is prachtig geschreven. Feest der herkenning, want de eerste hoofdstukken gaan natuurlijk over datgene waar ik me jaren geleden ook al mee bezighield. Het is waar: de Grieken lezen is ontdekken waar de wortels van onze cultuur liggen.

30 maart 2004

189

Het is nog wel even wennen. Mijn werkplek bestond al enige tijd uit twee bureaus. Bureau 1 bevat mijn pc met windows en bureau 2 de Apple. De Apple heb ik nodig om bestanden van uitgevers te converteren. Zij maken hun bestanden vaak op in het programma QuarkExpress. Het is aan mij om via slinkse wegen het qxp-bestand om te toveren naar kale tekst in wp5.1. Bij dit vakkundige sloopwerk treden nogal eens onaangename effecten op.

Nu is op bureau 2 een pc bijgeplaatst met twee beeldschermen, Windows. Die beeldschermen zijn aanelkaar gekoppeld en vormen zo een extra breed bureaublad. Nu beschik ik ook over de mogelijkheid om te werken met QuarkExpress voor Windows. Dan heb ik op het linker beeldscherm het boek en op het rechter beeldscherm een leeg document, erg handig voor het saaie knip- en plakwerk dat soms niet te vermijden is. Voor de liefhebbers: de tekst die ik uit het oorspronkelijke bestand heb geplukt sla ik in het nieuwe document op als een rtf-bestand (na eerst de fonts aangepast te hebben aan Windows). Dat rtf-bestand wordt geopend in Word alwaar het te lijf wordt gegaan met macro die er allemaal troep en bagger uithaalt. Is dat gebeurt dan gaat de volgende macro de boel exporteren naar WP5.1 alwaar opnieuw een macro conversiezooi eruit haalt. Is dat alles gebeurd dan blijft er een prachtig bestand over met de tekst van het boek netjes in alinea's verdeeld, kopjes erboven enz. enz. Dat kan naar een tekstverwerker (dat kan ikzelf zijn) die er bestand cq braille van maakt voor de uiteindelijke klant.

Deze klus heeft een mooie kant. Je haalt alle franje die een vormgever in een studie- of schoolboek gepropt heeft eruit en je eindigt bij de kern waarom het in een boek uiteindelijk gaat: de kale en niets dan de kale tekst. Vertaalt u dit maar naar een levensfilosofie. Misschien snapt u nu ook waarom ik in mijn lay-out voor mijn website probeer de boel zo kaal mogelijk te krijgen: beroepsdeformatie.

29 maart 2004

188

Het gaat niet lekker de laatste tijd. Ik wil zoveel, maar er gebeurt niks. Zoveel boeken nog om te lezen, maar ik kom er niet toe. Muziek zet ik liever ook al niet op, ik heb meer behoefte aan stilte. Mijn hoofd zit te vol met gedachten en voornemens, maar er komt allemaal niets van. Ik moet de boel op een rijtje zetten, ik moet weer prioriteiten stellen, maar ik wil niet. Ik wil geen keuzes maken, het is allemaal even boeiend. Beter dus: ik kan geen keuzes maken. Ik wil me overal op concentreren, ik wil overal mee bezig zijn. Het resultaat: chaos en een onbevredigend gevoel. Waarom heb ik hobby's die zoveel tijd kosten? En dan te bedenken dat er mensen zijn die zich vervelen! Nou ja, voor hen is de televisie uitgevonden nietwaar?

Er moet meer structuur komen in wat ik doe. Ik wil niet alleen een boek lezen, ik wil er ook over schrijven, hier, maar ook elders. Dat vergt concentratie, tijd. Tijd ook om het gelezene te laten bezinken. Eigenlijk heb ik er ook wel tijd voor, maar die gebruik ik om te zitten en somber te denken.
Ja, er logeert een hypochonder in mij. Soms zet ik Heer Zwaarmoedigheid het huis uit, maar ik laat hem de volgende ochtend even hard weer binnen. Ik ben wel eens jaloers op al die mensen die in het voorjaar weer vrolijk worden van zon en bloemetjes. Ik heb dat niet, bij mij begint het pas weer te leven als de zomer ten einde loopt. Zomertijd! Ha! De zomertijd ontneemt mij de schemer en ik ben een schemermens, ik sta niet graag in het volle daglicht. Ook niet in het donker dus, maar ergens er tussenin. In de tijd dat je een boek pakt, een pianosonate van Schubert opzet, een gedicht leest.

Voorjaar en zomer: dat zijn donkere tijden voor mij.

28 maart 2004

187

(vervolg van 186)

3. – Wie/wat zou je niet meer kunnen missen?

Deze vraag klinkt als "Zonder wie/wat zou je niet kunnen leven?" Als ik de vraag zo zou willen begrijpen is het twijfelachtige antwoord: niets. Zolang ik kan ademhalen, zolang ik eten en drinken heb, zo ik moeten kunnnen leven. Maar of ik gelukkig zou zijn met deze minimale voorwaarden?

Mijn vrouw en zoon, mijn familie en schoonfamilie, een paar zeer goede vrienden: ze zijn mij zeer dierbaar. Mocht ik één van hen kwijtraken dan zou ik daar zeer verdrietig over zijn.

Ik kan mooie boeken lezen, naar mooie muziek luisteren, een partijtje schaak spelen: ook dat zijn dingen die het leven mooier maken, ik zou het niet graag missen.

Als ik dat allemaal zou moeten missen, dan zou ik diep ongelukkig zijn, het zou het leven minder mooi maken. Maar het leven moet onder alle omstandigheden geleefd worden. Het leven zelf is het doel van het leven, geeft het zin, hoe moeilijk soms ook. Mijn dierbaren en hobby's verfraaien het leven, maar zijn niet de voorwaarde. Ik voel me thuis bij mij dierbaren en hobby's, maar bovenal ben ik thuis waar ik zelf ben. Ik ben geen asceet die streeft naar onthechting. Ik ben gehecht aan deze mensen en activiteiten. Ik voel me rijk.

27 maart 2004

186

(vervolg van 185)

2. – Hoe ziet je leven er over vijf, vijftien en vijfentwintig jaar uit?

Er kunnen jaren voorbij gaan waarin niets wezenlijks veranderd in mijn leven en dan is er ineens een jaar waarin alles tegelijk lijkt te komen. Zoals het jaar waarin ik dertig werd: vast aanstelling, mijn vrouw in verwachting en geboorte van mijn zoon, huwelijk enz. Dat waren prettige veranderingen. Wie vijftien jaar geleden mijn leven van nu had voorspeld die had ik vierkant uitgelachen.

Ik heb gelezen dat het menselijk lichaam zich eens in de zeven jaar helemaal vernieuwd. Dan lijkt het me niet vreemd dat er ook in de persoonlijkheid van de mens de nodige veranderingen plaatsvinden.

Hoe mijn leven er over vijf, vijftien of vijfentwintig jaar uit zal zien, ik heb geen idee. Uiterlijk zullen er ongetwijfeld veranderingen plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een verhuizing. Misschien dat over vijf jaar mijn ouders nog leven, misschien over vijftien jaar niet meer. Zouden mijn vrouw en ik het nog vijf jaar volhouden? Ik zie zoveel relaties stranden, ook van mensen die ervan overtuigd waren dat hun nooit zou overkomen. Zou ik over vijftien jaar nog steeds in dienst zijn bij dezelfde baas? Ik zou er geen bezwaar tegen hebben. Zou ik over vijfentwintig jaar überhaupt nog leven?

Nee, ik kan geen zinvolle voorspellingen doen en ik heb ook geen vastomlijnde doelen voor de toekomst. Ik hoop vurig dat mijn zoon over vijftien jaar een gezonde volwassen zoon is die een eigen leven kan opbouwen. Dat is mijn grootste zorg.

Ongetwijfeld zal ik over vijfentwintig jaar innerlijk een ander mens zijn. Je draagt dan weer vijfentwintig jaar extra geschiedenis mee. Bovendien schijnt er ook een soort (hormonaal) draaiboek in onze genen te zitten die op gepaste tijd de wissels verzet. Ook dat is niet geheel voorspelbaar.

(wordt vervolgd onder 187)

25 maart 2004

185

Er waart een vragenstokje door blogland. Beantwoordt drie vragen en geeft het stokje door aan twee anderen met drie nieuwe vragen. Bijna iedereen moet op deze wijze wel aan de beurt komen lijkt me zo. SanZine gaf het stokje door aan mij. Haar vragen:

1. Wat is je slechtste eigenschap en waarom?

2. Hoe ziet je leven er over vijf, vijftien en vijfentwintig jaar uit?

3. Wie/wat zou je niet meer kunnen missen?

Voorwaar niet eenvoudig!

1. – Wat is je slechtste eigenschap en waarom?

Hier heb ik flink over na moeten denken. Heb ik slechstte eigenschappen? Ja, er zijn eigenschappen waar ik minder trots op ben, eigenschappen waar ik aan probeer te werken. Zo kan ik schijnbaar vanuit het niets heel driftig worden. Het is alsof er iemand op de verkeerde kant van de weegschaal is gaan staan en dan ontplof ik. Vaak is het een druppel die een emmer doet overlopen en u mag gerust de conclusie trekken dat ik een binnenvetter ben. Ik stoor me aan zaken, maar ik vind dat ik me er niet aan hoor te storen. Ik vind dat ik me moet beheersen. Ik houd mijn mond, totdat ... Nu zijn mijn uitbarstingen alleen verbaal en meestal loop ik gauw een blokje om om af te koelen. Dan realiseer ik me hoe onredelijk ik weer geweest ben en voel ik spijt.

Dit is gelukkig geen dagelijkse routine en ik ben blij dat het lang geleden is dat het voorkwam. Ik probeer eerder mijn ongenoegen uit te spreken, al vind ik dat zeer moeilijk. Ik herken nu zeer tijdig de symptomen en stimuleer mezelf rustig en kalm te blijven, tel tot tien, en zeg dan gewoon wat ik op mijn hart heb. Zo kwets ik niet onnodig anderen. Natuurlijk ligt aan deze slechte eigenschap een soort angst voor de (reactie/oordeel van de) ander ten grondslag, zoals aan bijna alle slechte eigenschappen van mensen.

Waar deze drift vandaan komt weet ik niet zo goed. Misschien ... Als kind had rood haar en een lichte huid. Ik werd daar door 'de grote jongens' nogal eens mee gepest. In het nauw gedreven leek het mij verstandiger om dan maar mijn mond te houden en rustig af te wachten totdat de storm weer was gaan liggen.

Ik kan me herinneren dat ik me op een keer op het plein van de lagere school zo ingesloten voelde (er stonden allemaal lachende jongens om mij heen) dat ik uit pure angst de aanstichter keihard met mijn klompen (jaja, ik droeg wel eens klompen) tegen zijn knie getrapt heb. Al mijn woede en frustratie heb ik toen in die uitbarsting gelegd. Die trap kwam hard aan, de jongen in kwestie heeft wekenlang niet meer fatsoenlijk kunnen lopen. Ik weet niet of mijn herinneringen mij in de steek laten, maar ik herinner mij dat ik sindsdien niet meer gepest ben.

(wordt vervolgd onder 186)

22 maart 2004

184

Je wordt cynisch, negatief en zelfs depressief omdat je blijkbaar stiekem nog altijd behoefte hebt aan een hoger doel, terwijl je rationeel beseft dat dat er niet is. Het gaat erom überhaupt, in je hele wezen, niet bezig te zijn met dat concept van het hogere doel. Je moet er zijn, dat is alles wat er is.

Bas Haring in:
Bart Vanegeren Ik maak denken sexy
in: De Groene Amsterdammer 128/12, 23

21 maart 2004

183

Afgelopen donderdag overleed de oma van mijn vrouw. Ze was 90 jaar en al lang ziek. Haar lichaam wilde niet meer terwijl ze geestelijk nog zo helder was. Het was geen vrouw om stil te zitten, ze ondernam graag. Tot op hoge leeftijd reed ze nog auto en ging ze graag met vriendinnen op stap.

Ik had veel respect voor haar, vooral omdat ze toch maar een gezin door de jappenkampen in Nederlands Indië geloodst heeft. Het was een vrouw met veel verhalen. Ze kon erg goed piano spelen. Ze had heel veel steun aan haar geloof.

Vanochtend vernam ik dat Juliana overleden is. Ik heb altijd gezegd: ik ben tegen het instituut koningshuis, maar dat neemt niet weg dat de leden van het koningshuis aardige mensen kunnen zijn. Juliana heeft mijn sympathie altijd gehad, misschien wel omdat ze een onconventionele en ietwat rebelse aard had. Ergens was ze koningin tegen wil en dank. Ze heeft er het beste van gemaakt en dat verdient onze respect. Ik zal haar altijd met een glimlach blijven herinneren.

Wie weet komen de twee oma's elkaar tegen in de wachtkamer bij Petrus. Ze hebben elkaar vast veel te vertellen. Lekker roddelen over de kinderen daar beneden.

20 maart 2004

182

Dat je na lange tijd weer eens iets van iemand hoort, al is het via haar e-mail adres van haar werk. Dat ze het leuk vindt om iets van me te lezen. Ja, ze had ze zich ook wel eens afgevraagd hoe het mij vergaan zou zijn. Zij had een nare tijd achter de rug. Gescheiden, twee kinderen, combineren met werk. Maar gelukkig ondertussen een stabiele relatie gevonden.

En zo gaan er een paar e-mails heen en weer. Totdat ... Kent u dat? Ineens blijft het weer stil, geen antwoord meer. Wat te doen? Geen foonnummer of adres. Heb ik iets verkeerd geschreven? Is de belangstelling alweer verflauwd?

Zo teleurstellend.

19 maart 2004

181

Gistermiddag was ik om vijf uur op het station Amsterdam Centraal, een bijna dagelijks ritueel. Normaal gesproken ben ik vrij op woensdag, maar deze week had ik mijn vrije dag verschoven. Een ongelukkige keuze zo zou blijken.

Het zit 'm in kleine dingen. De wijze waarop mensen bijelkaar staan, hoe ze kijken. Er was iets mis dat was duidelijk en algauw hoorde ik de omroepster vertellen dat er een stroom- en wisselstoring was. Gepokt en gemazeld in het reizen per trein schakel ik meteen over op een houding van geduld: dit kan wel even duren. Eerst maar even wat eten.

Rustig overweeg ik de alternatieven. Met tram 5 naar Amstelveen om daar een doorgaande bus naar Utrecht te nemen, daarvoor is het te laat. Ik kan de metro nemen naar Amstel of Duivendrecht, maar of daar nog treinen komen weet ik niet. Mocht het helemaal niet lukken dan kan ik een neef van mijn vrouw in Amsterdam bellen of ik daar een nachtje mag logeren. Ik besluit te wachten, ook al adviseert de omroepster dat de reizigers beter naar alternatief vervoer kunnen gaan kijken, excuses voor het ongemak.

Ongemak. Het enige ongemak wat ik eraan heb is dat het me tijd kost die ik liever anders had willen besteden. Dat valt nog wel mee. Ik hoef geen afspraken te halen, ik loop niet rond met kleine kinderen, ik zit niet in een rolstoel enz. enz. Nee, ik wil alleen maar naar huis en dat gaat nu wat langer duren. Geen ramp, beetje vervelend alleen. Ik heb altijd wel wat bij me om te lezen en mensen observeren is ook een aardige tijdsbesteding, zeker bij dit soort calamiteiten. De blikken, de loopjes, het mobiele gebel, roken, cynische grappen maken, irritatie, schelden op de NS, de mensheid laat zich weer kennen, er is weinig voor nodig om het laagje beschaving kwijt te raken. Gelukkig dat de meeste mensen redelijk rustig blijven en er het beste van proberen te maken. Bovendien raak je zo nog in gesprek met mensen die je anders nooit zou spreken.

Dan adviseert de stem uit de geluidsboxen de reizigers voor de richting Utrecht om de metro naar Duivendrecht te nemen, daar zullen treinen vertrekken naar het oosten. De mensenmassa komt in beweging, gezellig met z'n allen ondergronds. De controleurs van het metrobedrijf bij de toegangspoortjes vervloeken de Nederlandse Spoorwegen. Ze zouden beter het privatiseringsevangelie van de koene Nederlandse liberaaltjes kunnen vervloeken.

Metrolijn 54 naar Gein is de enige die rechtstreeks naar Duivendrecht gaat. De Geinlijn, denk ik nog. Ik laat enkele metro's met ingeblikte sardientjes zonder mij vertrekken, maar uiteindelijk sta ik ook in een volle metro.

Station Duivendrecht staat vol met gestrande reizigers. Oud en jong, Nederlands en buitenlands, mensen met koffers, kinderen, vouwfietsen. Je kunt niet over het perron lopen, alleen maar schuifelen. Wie een aanslag met veel doden had willen plegen had op dat moment zijn kans moeten grijpen. Bovendien is station Duivendrecht een ongelijkvloerse kruising van sporen, dus perron 8 was met beetje rugzak met explosieven ingestort op de reizigers langs spoor 1. Succes verzekerd.

Er wordt omgeroepen dat reizigers in de richting Utrecht de stoptrein via Hilversum kunnen nemen op spoor 1. We gaan met z'n allen kijken hoeveel mensen de (rol)trappen aankunnen. De massa verplaatst zich naar benedendeks. Daar maakt de middenstand ongekende omzetten en nemen velen een houding aan waarbij een apparaatje tegen het oor wordt gedrukt. Ik zie in dat het einde van dit avontuur nog niet in zicht is en besluit buiten het staton even wat rust op te zoeken en een sjekkie te roken. Aldaar zie ik een vrouw druk pratend en gesticulerend met zo'n apparaat aan haar oor. Uit de flarden van het gesprek maak ik op dat: a. zij naar huis wil; b. zij gewend is om haar zin te krijgen; c. haar man in aantocht is om haar met de auto op te halen; d. hij niet goed weet waar station Duivendrecht is; e. als ik een relatie had met deze vrouw meteen met mijn auto rechtsomkeerd zou maken.

Ik bedacht me dat ik nog een alternatief had gehad. Ik had ook naar station Muiderpoort kunnen gaan en daar buslijn 120 naar Utrecht kunnen nemen. Het leek me echter beter om nu maar de ontwikkelingen af te wachten. Ondertussen was er een trein naar Almere vertrokken vol met mensen die ook naar Utrecht wilden. Inderdaad, je kunt in Weesp overstappen voor Hilversum, maar het leek mij beter om nog even wachten ... als ik al ín de trein was gekomen.

Dan deelt de stem uit de hemel mee dat de stroomstoring is opgelost en dat het treinverkeer weer langzaam op gang komt. Met zijn allen weer naar de (rol)trappen, terug naar spoor 8. En inderdaad, er komt een trein naar Utrecht binnen. De trein zit al redelijk vol. De reizigers die naar binnen willen springen als leeuwen op hun prooi. Reizigers die de trein willen verlaten moeten maar zien hoe ze zich er doorheen wurmen. Vervolgens het prachtige fenomeen van het niet doorlopen in de trein. Op het perron zie je dat er in de gangpaden van de trein nog voldoende ruimte is, maar binnenin lopen de mensen niet door. Woede op het perron. Uiteindelijk vertrekt de trein zonder dat dat opgelost wordt. Het blijft druk op het perron. Dan komt er een internationale trein naar Keulen binnen. Normaal gesproken moet je daarvoor een toeslag betalen, maar men heeft een behoorlijke mentale dikke vinger richting de NS opgeheven en ook deze trein loopt helemaal vol. Nu het perron aardig leeg gelopen is en het niet veel drukker is dan een normale spits weet ik dat ik in alle rust met de volgende trein mee zal kunnen.

Twee mensen op leeftijd spreken mij aan, ik had ze al een tijdje zien staan. Enige latente paniek begon zich af te tekenen op hun gezichten. "Meneer, is dit het enige spoor?". "Nou, nee, aan de andere kant is ook een spoor voor de treinen naar Centraal en beneden zijn ook nog sporen." "O. Wij moeten naar Enschede, dan moeten we toch niet over Utrecht?" "Nee, dan kunt u beter over Amersfoort gaan, die trein vertrekt waarschijnlijk van spoor 1". "Ach, dank u wel, dank u wel meneer!". Ik wist dat het een rede moest hebben dat ik daar zolang op een trein stond te wachten. De volgende trein kon ik dus met een gerust hart nemen.

Om half negen was ik thuis, twee en een half uur later dan normaal. Ik plofte met een beker drinken neer in een stoel, benen op de tafel, ogen dicht en verzuchtte: "hèhè, eindelijk stilte".

18 maart 2004

180

Minister Verdonk en Jan Pronk (dat rijmt) hebben ruzie. In verband met het uitzettingsbeleid van Verdonk heeft Pronk het woord deportatie in de mond genomen. Mevrouw Verdonk is daar boos over, want het woord roept associaties op met de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

Nu heeft Verdonk niet bepaald mijn politieke voorkeur, maar ik kan me haar reactie wel voorstellen. Pronk heeft ongetwijfeld een politiek spel gespeeld met het woord deportatie en ook al heeft hij mijn sympathie, ik vind het kinderachtig van hem om net te doen alsof hij van de prins geen kwaad weet. Hij had een kalm excuus kunnen maken en van de gelegenheid gebruik kunnen maken om uit te leggen dat het beleid van Verdonk emoties oproept waarbij je snel verkeerde associaties hebt.

Ik las met verbazing het onderstaande fragment uit een artikel (Asielzoekers in terreurgevangenis) van Iris Ludeker in de Trouw van vanochtend (blz. 6):

In Groot-Brittannië is het gebruikelijk om asielzoekers hun vrijheid te ontnemen, en niet alleen als een asielaanvraag is afgewezen en iemand moet wachten op deportatie (zoals in Nederland kan gebeuren).

17 maart 2004

179

Be a philosopher; but,
amidst all your philosophy,
be still a man

David Hume

16 maart 2004

178

Soms zegt iemand tegen mij dat hij iets of iemand anders zo spiritueel vindt. Ik vind dat altijd zo'n dooddoener.

En wat zou er eigenlijk mee bedoeld worden?

15 maart 2004

177

Ik kijk weinig naar nieuwsuitzendingen op televisie. In dezelfde tijd kun je namelijk ook een krant lezen waar veel meer in staat. Dan kun je zelf je nieuws selecteren en er staat zelfs nog meer in dan nieuws.

De aanslagen in Madrid vielen rauw op mijn bord de volgende ochtend, het was me totaal ontgaan. Niet dat ik het erg vind om niet 'bij' te zijn. Ik vind het niet nodig om a la minute de hernieuwde toestand in de wereld te kennen. Ik heb er ook niks aan.

Maar goed, ik ben gevoelig voor dit soort groot nieuws. Een artikel over martelpraktijken onder een of ander regime? JWL zit zijn tranen alweer te bedwingen. Aanslagen op treinen in Madrid? JWL zit bijkans te janken in de trein terwijl hij de krant leest. Ik heb waarschijnlijk een te groot inlevingsvermogen en dat is lastig, maar ik ben tenminste niet afgestompt door de televisie en ik zie tenminste het onderscheid nog tussen de gruwelen van een horrorfilm en wat echt is.

Maar ik ben me niet onveiliger gaan voelen. De automobilist die modieus door het rode stoplicht rijdt is voor mij nog steeds een groter gevaar dan Al-Qaida.

13 maart 2004

176

Ik werk bij de FNB in Amsterdam. De FNB in Amsterdam zet studie- en vakliteratuur om in aangepaste vorm. Op de lokatie in Rijswijk wordt in deze tijd van het jaar druk gewerkt aan het omzetten van alle middelbare school examens. Dat is een hele klus. Alle examens van het VMBO, MAVO, HAVO, VWO enz. komen daar binnen, er moet over vergaderd worden, examenopgaven die te visueel zijn worden aangepast. De hele onderneming is omgeven met veel geheimzinnigheid. Iedere medewerker die ermee in aanraking komt heeft een geheimhoudingsplicht. Als er maar iets inhoudelijks van de examens naar buiten komt moet dat examen opnieuw opgesteld worden. Dat zou een flinke schadepost zijn. De examens zelf, de cd-roms, de brailleboeken, alles wat ermee te maken heeft wordt in een enorme kluis bewaard. De kluis is zo groot dat je er in kunt rondlopen. Er staat een pc in waarop alles nog een keer digitaal bewaard wordt.

Vorig jaar was ik er ook bij betrokken en reisde ik dagelijks naar de voormalige lokatie in Den Haag. Ik moest alle examens omzetten in Word-formaat. Het jaar ervoor hadden twee medewerkers daarvoor een prachtige, maar ingewikkelde macro geschreven. Helaas hadden die twee medewerkers een conflict met de baas en weigerden medewerking (ze zijn uiteindelijk ontslagen!). Ik moest de macro aan de praat krijgen (er zaten veel bugs in) en dat was een heel avontuur. Je zit met deadlines en alhoewel het resultaat geweldig was als de macro werkte, was het een ramp als de macro niet werkte. Veel gepuzzel en gezoek, maar het is uiteindelijk gelukt. Ik heb toen in een paar weken tijd wel honderd examens onder ogen gehad. Maar elke keer als ik mijn kamer verliet moest ik afsluiten. Als ik naar huis ging moest de pc zonder examenmateriaal achter blijven. Al het materiaal moest weer in de kluis en daar waren natuurlijk weer allerlei procedures voor. Een heel gedoe allemaal.

De macro was prachtig. Als het examen uit twee boekjes bestond dan verbond de macro de onderdelen van de boekjes met elkaar (bijvoorbeeld de tekst in de ene en de opgaven in de andere). Het creëerde een helpfunctie, je kon appart de antwoorden invoeren, verbeteren, opslaan, achteraf beveiligen, zoeken op opgaven enz. enz.

Dit jaar gaat het allemaal weer anders. Gisteren ging ik met mijn chef naar Rijswijk om controles uit te voeren. Er mag geen enkele fout in de examens staan, geen komma, geen spatie, cijfer of wat dan ook mag verkeerd staan. Alles wordt eindeloos gecorrigeerd. Dat controlewerk is zeer intensief, zeker als het om wiskunde en aanverwante examens gaat. Het zag er allemaal prachtig uit, al heb ik hier en daar toch nog wat moeten corrigeren. In een wiskunde examen ontbrak een maalteken. Zo'n opgave was niet te maken geweest voor de leerling als deze er niet had gestaan. Na zo'n dagje beeldscherm turen ben je 's avonds erg moe, maar het geeft ook voldoening. Het idee dat straks scholieren examens maken waar jij aan gewerkt hebt, dat ze dat in een voor hun handicap aangepaste vorm kunnen doen en dat er voor hen geen onderscheid hoeft te zijn met de andere leerlingen, dat geeft een goed gevoel.

Natuurlijk kijk ik wel eens of ik de opgaven zelf nog zou kunnen maken. Ik kan u verzekeren: ik ben blij dat ik geen examen meer hoef te maken!

12 maart 2004

175

Vanochtend stonden er in Trouw twee foto's van de ruimtetelescoop Hubble op de voorpagina. De foto's van de telescoop waren gemaakt met de langste sluitertijd ooit en toont onder andere stelsels die hun licht al vierhonderd jaar na de oerknal uitzonden. Het probleem dat ik met dit soort nieuws heb is dat ik me er niets bij kan voorstellen. Maar daar gaat het mij niet om.

In het krantenartikel bij de foto's staat het volgende: Inmiddels is die oerknal, denken de sterrenkundigen, al een kleine veertien miljard jaar geleden. Proeft u wat ironie net als ik? Waarom die toevoeging denken de sterrenkundigen? Hoezo denken? En dan dat een kleine veertien miljard? Wilde de verslaggever lekker vlot schrijven? Of speelde de doelgroep van de krant een rol?

Trouw staat bekend als een protestants-christelijke krant waarin meer aandacht wordt gegeven aan kerknieuws, religie's en filosofie. Zou de redactie van Trouw er ernstig rekening mee houden dat een deel van hun lezers van die rationeel hardleerse mensen zijn die denken dat God de wereld in zeven dagen schiep? Jammer dat God geen foto's heeft gemaakt van zijn werk.

10 maart 2004

174

Gisteren plaatste ik een muziekvoorbeeld op mijn weblog [is verwijderd – jwl], een wild idee. Ik vroeg me af of er lezers zouden zijn die het meteen zouden herkennen. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat er überhaupt reacties zouden komen. De eerste reactie van Neneh was eigenlijk prachtig. Ze balanceerde tussen de Mattheus en moderne muziek en dat was eigenlijk zo gek nog niet! De tweede reactie kwam van een vriend (JW) en die moest het wel weten, ik heb hem ooit er tot vervelends toe mee vermoeid. Kwamen er vrienden op visite dan sloeg ik het eerste akkoord in het voorbeeld op de piano aan en keek mijn vrienden dan verwachtingsvol aan. Natuurlijk keken ze vaak terug met een blik: ben jij gek geworden?

Op een technische manier over muziek schrijven op een medium als een weblog is moeilijk, maar ik wil het eens proberen.

Het muziekvoorbeeld bevat de beroemde eerste maten van het Vorspiel tot het muziekdrama Tristan und Isolde (gecomponeerd ongeveer in de jaren 1856-1859; première in 1865) van Richard Wagner (1813-1883). Dat deze maten zo beroemd zijn geworden wordt vooral geïllustreerd door het feit dat er boeken over geschreven zijn en dat er congressen aan gewijd zijn. Tijdens mijn studie muziekwetenschappen is er een keer een heel college aan besteed. Musicologen kunnen erg kicken op soms maar een paar noten.

Grofweg (muziekkenners moeten maar niet verder lezen) zou je kunnen zeggen dat de geschiedenis van de harmonieleer van de westeuropese muziek gebaseerd is op samenklanken die spanning en ontspanning oproepen, dissonanten en consonanten. In de Middeleeuwen en Renaissance mochten wel dissonanten voorkomen, maar ze moesten keurig weggestopt worden, ze mochten niet op opvallende plaatsen staan. Claudio Monteverdi en zijn tijdgenoten rond 1600 waren zeer revolutionair door dat juist wél te doen. Ze gebruikten dissonante akkoorden om gevoelens uit te drukken en tekst uit te beelden in muziek. Maar de dissonanten moesten wel netjes opgelost worden in goed klinkende akkoorden, op spanning moest ontspanning in de muziek volgen. Je zou dat de klassieke harmonieleer kunnen noemen.

Een mooi voorbeeld is het slotakkoord van de Mattheus Passion. De fluiten spelen in dat akkoord even een 'foute', dissonante noot die snel 'opgelost' wordt in het consonante slotakkoord. Je zou dit als een samenvatting van het hele stuk kunnen beschouwen. De dissonant staat dan voor het lijden van de mens Christus en de oplossing voor het wegnemen van de zonden van de mensen.

In de Romantiek kwam langzaam maar zeker de klassieke harmonieleer onder druk te staan. Het romantische verlangen naar onbereikbare verten was smartelijk en de componisten wilden dat gevoel zo lang mogelijk vasthouden, de ontspanning werd steeds meer uitgesteld. Het muziekvoorbeeld van Wagner kun je beschouwen als een scharnierpunt in Wagners oeuvre, maar vooral ook in de muziekgeschiedenis. Het eerste akkoord is een sterk dissonant akkoord (voor kenners: een halfverminderd septiemakkoord in wijde ligging) en lost op naar een consonanter, minder dissonant akkoord (een dominant septiemakkoord). Dit laatste akkoord zou eigenlijk ook nog moeten oplossen, maar het vreemde is dat als je dat doet het niet meer logisch klinkt. Door de zetting wordt het laatste akkoord ervaren als een oplossing, maar niet helemaal, er blijft spanning voelbaar. De basistoonsoort (in dit geval a-klein) wordt gevoeld, is aanwezig, maar wordt niet tot klinken gebracht. Wat rest is een gespannen ontspanning, een paradox. We noemen dit zwevende tonaliteit. Deze drie maten (plus opmaat) aan het begin van de Tristan geeft samengevat weer waar het hele stuk overgaat: onbereikbare liefde. Het is dus een compositorische, technische en muzikale samenvatting van het hele muziekstuk.

Wagner geeft dit overigens niet alleen verticaal weer (dus in akkoorden), maar ook horizontaal. In het voorbeeld zit een dalende lijn van halve toonsafstanden (f-e-dis) wat een muzikaal symbool voor smart is en een steigende lijn van halve toonsafstanden (gis-a-ais-b) wat staat voor hoop en verlangen. De akkoorden versterken dit.

Het zou nog wel even duren voordat de hele klassieke harmonieleer zou worden opgeblazen in het begin van de 20e eeuw door Arnold Schönberg met zijn twaalftoonsmuziek. Hij gooide de klassieke harmonieleer over boord en emancipeerde de dissonant. De hierarchie tussen consonant en dissonant werd opgeheven en mochten in zijn visie zelfstandig naast elkaar staan, zonder dat er nog een relatie van spanning en ontspanning is. Je zou het een democratisering van de muziek kunnen noemen, elke noot, interval en akkoord kregen evenveel stemrecht. Misschien is het vergelijkbaar met het opgeven van figuratieve schilderkunst ten gunste van de abstracte schilderkunst: de herkenbaarheid verdween en maakte plaats voor iets anders. (Je zou Wagners zwevende tonaliteit kunnen vergelijken met het vervagen van het figuratieve: Monet, Renoir enz.) Het betekende ook een breuk met het grote publiek, want de klassieke harmonieleer is nog altijd de basis voor de populairste muziek.

De reactie van Neneh was dus zo gek nog niet. Het muziekvoorbeeld is heel modern, maar tegelijk nog klassiek.

9 maart 2004

173

Ik heb een lichte voorkeur voor vocale muziek. Alleen maar instrumenten kan prachtig zijn, maar ik zal sneller muziek met zang opzetten. Binnen de vocale muziek heb ik een voorkeur voor vrouwen, zeker als het om popmuziek gaat.

Een zangstem moet body hebben, er moet zuiver gezongen worden (vals doet zeer aan mijn oren) en bovenal moet er expressief gezongen worden.

Binnen de popmuziek ben ik al jaren een fan van Tori Amos, Alannis Morissette, Heather Nova, PJ Harvey en Jewel. (Nou ja, ook Nina Hagen, maar daar horen we maar heel weinig meer van. Zij is weer een klasse apart.) Ze hebben allemaal op hun eigen wijze iets interessants. Met name de eerste twee zijn zeer creatief en muzikaal.

Het album Supposed Former Infatuation Junkie van Alanis Morissette is voor mij een hoogtepunt, ook al staan er stukken op die ook weer niet zo goed vindt. Bij het nummer Unsent krijg ik vaak waterige ogen en een brok in mijn keel, daarbij moet ik denken aan al die mensen die ik uit het oog ben verloren en met wie ik een speciale band had. Dan moet ik vooral denken aan my beautiful demon (de vast lezers van deze log wel bekend, de anderen moeten maar in het archief gaan lezen vanaf 16 december 2003). De tekst is natuurlijk niet letterlijk van toepassing op mij. Ik kan me in de geest van het nummer zo goed verplaatsen in het missen en het nieuwsgierig blijven naar mensen die je zo dierbaar zijn geweest ... en eigenlijk nog steeds zijn. Ik heb nooit afscheid kunnen nemen van vrienden en geliefden, ik zal altijd nieuwsgierig blijven naar ze.

unsent

dear matthew i like you a lot i realize you're in a relationship with someone right now and i respect
that i would like you to know that if you're ever single in the future and you want to come visit me in california
i would be open to spending time with you and finding out how old you were when you wrote your first song
dear jonathan i liked you too much i used to be attracted to boys who would lie to me and think solely about themselves and
you were plenty self-destructive for my taste at the time i used to say the more tragic the better the truth is
whenever i think of the early 90's your face comes up with a vengeance like it was yesterday
dear terrance i love you muchly you've been nothing but open hearted and emotionally available and supportive
and nurturing and consummately there for me i kept drawing you in and pushing you away i remember
how beautiful it was to fall asleep on your couch and cry in front of you for the first time you were the best platform from
which to jump beyond myself what was wrong with me
dear marcus you rocked my world you had a charismatic way about you with the women and you got me
seriously thinking about spirituality and you wouldn't let me get away with kicking my own ass but i could never really feel
and it's kinda too bad because we could've had much more fun
dear lou we learned so much i realize we won't be able to talk for some time and i understand that as i do you
the long distance thing was the hardest and we did as well as we could we were together during a very tumultuous time
in our lives i will always have your back and be curious about you and your career your whereabouts

5 maart 2004

172

Gedachten voor meneer Balkenende:

Als God een beetje econoom was had hij of geld gevraagd voor het opgaan van de zon of de zon geprivatiseerd.

Maar nee, de zon gaat nog steeds voor niets op.

Tip: ga niet altijd na wat iets kost, maar ook wat iets waard is.

Laten we het niet over normen en waarden hebben, maar over waarden en normen. Kwestie van volgorde.

4 maart 2004

171

Lao-tse meende dat hoe meer de mens ingreep in het natuurlijk evenwicht dat werd voortgebracht en geregeerd door de universele wetten, hoe meer de harmonie zich terugtrok in de verte. Hoe meer hij forceerde, hoe meer moeilijkheden. Zwaar of licht, nat of droog, snel of langzaam, alles droeg zijn eigen aard al in zich en deze kon men geen geweld aandoen zonder problemen te veroorzaken. Wanneer er van buitenaf abstracte en willekeurige regels werden opgelegd, was strijd onvermijdelijk. Pas dan werd het leven zuur.

Voor Lao-tse was de wereld geen vallenzetter, maar een leermeester die waardevolle lessen leerde. Zijn lessen moesten worden geleerd, precies zoals zijn wetten moesten worden nagevolgd; dan zou alles goed gaan. In plaats van anderen te adviseren 'de wereld van het stof' de rug toe te keren, raadde hij hen 'zich te voegen bij het stof van de wereld'. De werkzame kracht die hij zag achter alles in hemel en aarde noemde hij Tao, 'de Weg'. Een grondprincipe van Lao-tse's leer was dat deze Weg van het Universum niet adekwaat in woorden kon worden beschreven en dat het zowel voor zijn onbeperkte macht als voor de intelligente menselijke geest een belediging zou zijn daartoe een poging te doen. Toch kon men zijn aard bevatten en zij die de Weg, en het leven waarvan hij niet te scheiden is, het meest aan het hart lag, begrepen die het beste.

Benjamin Hoff Tao van Poeh, 14-15

3 maart 2004

170

Gistermiddag liep ik in gedachten van mijn werk naar het station (ongeveer een half uur lopen). Mijn gedachten waren bij een bespreking die ik gistermiddag had. Ineens realiseerde ik me dat ik mezelf als een deskundige mocht beschouwen. Een deskundige op een klein gebied, maar toch ...

Ik werk bij een bibliotheek voor mensen met een visuele handicap. Dat is niet een gebouw waar mensen naartoe kunnen gaan en waar ze boeken kunnen uitzoeken om thuis te gaan lezen. Ik werk bij een bibliotheek waar studie- en vakliteratuur wordt omgezet in aangepaste vorm. Eén van die aangepaste vormen is braille. Ik kan geen braille lezen (nou ja, een heel klein beetje ondertussen wel), maar ik weet hoe ik tekstbestanden moet maken die door een speciale printer in braille worden omgezet. Het mag u verbazen, maar deze tekstbestanden worden gemaakt in WP5.1. In de toekomst gaat het produktieproces veranderen (we gaan werken met een XML-standaard) en met name op braille-gebied is dat een lastig proces. Binnen het braille is er een gebiedje wat we voor het gemak maar wiskunde-braille noemen en dat is helemaal geheimtaal voor veel mensen. Ik realiseerde me gisteren ineens dat er waarschijnlijk maar heel weinig mensen in Nederland zijn die weten hoe je dat maakt.

Wat is er zo moeilijk aan? Een tipje van de sluier. Braille maakt gebruik van zes punten en het aantal combinaties die je daarmee kunt maken is beperkt. Cijfers en letters, lees- en rekentekens, daarin is wel voorzien. Maar hoe maak je in braille bijvoorbeeld derdemachtswortels, ingewikkelde breuken, integralen, Griekse letters, matrices, sub- en superscript enzovoort enzovoort. Bedenk daarbij dat braille een horizontaal schrift is met slechts één niveau: je kunt niet in de regel ineens hoger of lager gaan. Daar zijn oplossingen voor verzonnen en we kunnen nagenoeg alles aan. Problematisch zijn bijvoorbeeld structuurformules in scheikunde: het kan, maar eenvoudig is het niet.

Straks moeten er hier programmeurs aan de slag die een programma gaan maken die vanuit een XML-bestand braille genereerd. Zij willen graag de regels weten op wiskunde-braille gebied. Gistermiddag (en straks is de voortzetting) zat ik met een andere collega met iemand om de tafel die dat coördineert. Je moet iemand op een 0-niveau uitleggen hoe een en ander werkt, samen ontdekken hoe consequent en inconsequent het soms is, aangeven dat er vaak goede redenen zijn om van regels af te wijken, dat er soms niet is voorzien in bepaalde situaties en dat je dan soms zelf creatieve oplossingen moet verzinnen. Voor mij het leukere werk dus: ooit ben ik uren bezig geweest met één bladzijde vol met ingewikkelde statistiekformules. Je moet waanzinnig precies zijn, één spatie verkeerd en er kan totaal iets anders staan.

Toen ik naar huis ging realiseerde ik me dus ineens dat er waarschijnlijk niet veel mensen in het land zijn die zoveel weten van deze materie. Goh, dacht ik, ben ik toch nog ergens specialist in geworden.

2 maart 2004

169

Ongetwijfeld hebben we ook een internationaal wetboek nodig dat tot het brandmerken van tirannieke regimes dient, en indien mogelijk zelfs tot omverwerping ervan door geweld van buitenaf. Maar volgens mij zou een internationale conventie ons betere diensten bewijzen dan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: een conventie die zou bepalen wat de overheid wel en niet mag doen, een conventie van beperkingen, niet van rechten. Kortom, geen lijst van zaken waar ik recht op heb, maar een opsomming van handelingen die geen enkele staat mag begaan.

Leszek Kolakowski Het gevaar van mensenrechten
in: De Groene Amsterdammer 128/7, 27

29 februari 2004

168

Gisteravond heb ik weer de film Stalker van Andrej Tarkovski gezien. Eén van de indrukwekkendste films die ik ken. De film vertelt een verhaal, maar niet een verhaal zoals we dat gewend zijn. Het is een onderhuids verhaal. Natuurlijk wil ik dat iedereen die film gaat bekijken, maar ik weet ook dat mijn liefde voor deze film erg persoonlijk is.

De film is niet geschikt voor mensen die romantiek en spanning verwachten in een film, niet geschikt die hopen op een onderhoudend verhaal (niets is dodelijker voor een film), niet geschikt voor mensen die lekker in een luie stoel vermaakt wil worden. Stalker verlangt van de kijker uithoudingsvermogen en een open mind.

De film dendert nog steeds in mijn kop rond. Heb ik ooit geschreven dat een kenmerk van een goed boek is dat deze je blik op de wereld tijdelijk of definitief verandert? Dan is Stalker een geniale film. Je blijft achter na een bombardement van ogenschijnlijk simpele beelden in sepia, maar de opbouw van de film, de archetypische beelden, de dialogen, het geluid (vooral het geluid!) hebben toch iets teweeggebracht. Na afloop vraag ik me af waar deze film toch over gaat. Ik heb geen idee en toch heb ik het gevoel dat mijn wereld gekantelt is, er is iets verschoven in mijn kop.

27 februari 2004

167

Het begon er al mee dat ik me vanochtend een uur versliep. Dat overkomt me zeer zelden.

Maar de wereld was mooi geworden met al die sneeuw. Fietsen is dan wat avontuurlijker. Dat vonden de andere fietsers ook en die gingen zeer langzaam fietsen. Onverstandig, want dan ben je erg wankel, je kan beter wat tempo houden.

Op het station hoorde ik dat al het treinverkeer van en naar Amsterdam door weersomstandigheden onmogelijk was. Wisselstoringen. Toch vertrok er uiteindelijk een trein, ik had mijn werk al gebeld dat ik na een uur wachten weer naar huis zou gaan en een vrije dag zou nemen. Ik moest staan, maar gelukkig was er ruimte genoeg. De trein was Utrecht nauwelijks uit of er trok iemand aan de noodrem. Je weet niet waarom, maar het had er alle schijn van dat het een ongelukje was. De trein reed vervolgens langzamer dan normaal naar Amsterdam, met hier en daar een stop om in alle rust van het witte landschap te kunnen genieten. Op het station Duivendrecht werd er omgeroepen dat er een mankement was aan de trein, het kon even duren. Fijn. Dan ga je afwegen of je de metro zult nemen, maar net op het moment dat ik wilde uitstappen gingen de deuren weer dicht en de trein kwam weer in beweging. Voor Amsterdam Centraal moesten we een kwartier wachten omdat er geen sporen vrij waren op het station. Gelukkig heb ik altijd wat te lezen bij me.

Bij de trams was het razend druk. Zo druk dat de meneer in het hokje niet wilde afstempelen: loop maar door, loop maar door! Legaal zwartrijden, dat ik dat nog mag meemaken.

Het zonnetje schijnt, de koffie smaakt heerlijk, deze teletubbie gaat maar eens aan het werk. Ik ben benieuwd hoe ik thuiskom vanavond.

26 februari 2004

166

Vanochtend zag ik op mijn werk dat een deel van het bovenste frame wegviel. Heel irritant dat je html-maaksel er niet altijd overal hetzelfde uitkomt. Ik heb de boel een beetje aangepast en nu maar de vingers kruisen dat het er nu op elke pc ordentelijk uit komt rollen.

Wanneer ik een roman heb uitgelezen dan duurt het een tijdje voordat ik weer aan een ander boek kan beginnen. Ik kan nooit zomaar een nieuw boek pakken en lezen alsof ik het andere boek alweer vergeten ben. Schijnbaar duurt het uit lezen van een boek langer dan het daadwerkelijke lezen. Het is vergelijkbaar met het verlaten van de bioscoop na een indrukwekkende film: de wereld buiten de bioscoop is een andere dan in de film en het lijkt wel alsof je hersens wat traag zijn om zich aan te passen. De menselijke geest is weerbarstig. Dat heb ik ook wanneer ik meteen aan een nieuw boek zou beginnen. De wereld van de nieuwe roman is een andere dan de vorige.

De wereld in Tongkat. Een verhalenbordeel van Peter Verhelst is een geheel andere dan vele andere romans. Het is een mythische fantasiewereld. Het is een taalwereld. Verhelst is zich flink te buiten gegaan aan het creëren van een totaal andere talige werkelijkheid. In de geest van de titel van het boek zou je kunnen spreken van een taalorgie. Het is prachtig, het is poëtisch, maar het levert een stijl op dat ik typeer als meergranenbrood: op elke zin en alinea moet je kauwen en herkauwen om de rode draad niet te verliezen. Dat vereist een zeer trage consumptie van het boek en het boek lijkt dan ook eindeloos dik. Ik heb het boek meermalen weggelegd: nu even wat anders.

Laat ik maar eerlijk zeggen dat ik ook niet veel begrepen heb van het boek. Ik vermoed een doorwrochte constructie achter de verhalen, ze verwijzen naar elkaar. Het zou me niet verbazen wanneer er een symmetrie in het boek zit. Het verhaal lijkt nog het meest op een zeer fantasierijke hervertelling van de mythe van Prometheus. Ik ken die mythe zeer slecht, maar ik heb begrepen dat het gaat om Prometheus die het vuur van de goden stal en het aan de mensen gaf. Als straf wordt hij aan rotsen geketend waarbij elke dag een vogel zijn ogen komt uitpikken, de ogen die ook elke keer weer aangroeien. Een variant op het zondeval gegeven.

Tongkat is vast meer dan alleen maar een bewerking van dit verhaal, maar het boek is zo overdonderend, dat ik geen coherent verhaal over dit boek kan maken. Dat er vele prachtige passages in zitten maakte dat ik het boek heb uitgelezen. Eigenlijk zou ik het nog een keer moeten lezen.

24 februari 2004

165

Zo, ik ben weer een stapje dichter bij de beschaving gekomen. Ik werd al zo vaak met opgetrokken wenkbrauwen aangekeken: heb jij nog steeds ...? Ja, ik heb nog steeds! De kosten begonnen de pan uit te rijzen. Niet dat ik zo'n internetgek ben. Klinkt misschien vreemd van iemand die toch bijna dagelijks zijn log schrijft. Eerlijk gezegd vind ik webloggen niets met enthousiasme voor het internet te maken hebben, het heeft veel meer te maken met liefde voor taal en schrijven. Het is meer de schaakkant. Schaken leent zich uitstekend voor internet. Om te spelen, maar ook om informatie uit te wisselen. Ik onderhoud zelf al een tijdje een website voor mijn schaakclub Oud Zuylen. Het is weliswaar een vrij zakelijke website, maar de leden zijn er tevreden mee. Ze hoeven niet zo nodig allerlei frivoliteiten, ze vinden het juist prettig dat ze er de informatie kunnen vinden die ze willen hebben zonder dat ze allerlei leukigheid moeten omzeilen. In september stop ik met deze website, gelukkig heb ik een aantal leden gevonden die het eventueel willen overnemen. Ik ben ze nu html aan het leren. Nou ja, dat wil zeggen: ik heb ze een boek geleend. Lees dat eerst maar eens door.

Maar goed, die stap dichter bij de beschaving. Het idee dat ik dit hele stukkie online zit te tikken. Ik beschik sinds gisteren over een asdl-aansluiting. Wat nu pas? Ja, nu pas. Zat je dan de hele tijd telefoontikken op te hoesten? Yep. Het is vreselijk onwennig. De hele tijd ben ik geneigd om de verbinding te verbreken en ik kan maar niet geloven dat dit niet handen vol met geld kost. Laat ik het maar eerlijk zeggen: ongekende luxe. Voor anderen misschien al zo normaal, voor mij: luxe. Zo ervaren wij onze auto ook nog steeds: luxe. We hebben jarenlang alles met het openbaar vervoer gedaan en we vonden dat heel normaal. We hebben die auto nu ongeveer twee jaar en nog steeds beschouwen we dat ding als ongewoon.

Soms vraag ik me wel eens af hoe de wereld er uit ziet als ik bejaard ben. Zal ik dan de wereld ook niet meer kunnen volgen zoals mijn ouders daar nu moeite mee hebben. Eerlijk gezegd: ik kan de wereld al niet meer volgen.

23 februari 2004

164

De laatste tijd (je verzint wat als je ziek bent) heb ik wat zitten bladeren in een oud, groot aantekeningenboek. Ik was daar ooit mee begonnen omdat ik zo vergeetachtig ben. In dat boek schreef ik zo veel mogelijk op wat ik tijdens het lezen van boek, krant of tijdschrift wilde onthouden. Of als ik mooie muziek hoorde die ik zou willen lenen van de bibliotheek en dit boek lag in de buurt, dan maakte ik er snel even een notitie in. Soms ook was er geen aanleiding en kwam een simpele gedachte of ingeving in het boek te staan. Het resultaat is een chaotische lap tekst. Het boek is nooit vol gekomen, de laatste jaren zit de klad erin. Bovendien is het een groot, dik en zwaar formaat dat eingelijk te onhandig is om mee te nemen.

Het begin op woensdag 4 maart 1992 met aantekeningen die ik maakt voor een programmatoelichting bij de Matthäus-Passion van Bach:

In april 1827 ging de Matthäus-Passion van Johann Sebastiaan Bach (1685-1750) na ruim tachtig jaar stilzwijgen op nieuw in Leipzig in première olv Felix Mendelssohn-Bartholdy.

Dan volgen er bladzijdenlang aantekeningen bij Der Antichrist van Nietzsche. Op bladzijde 16 begint een eindeloze analyse van de Johannes-Passion van Bach. Bladzijde 22 fascineert me: ik heb daar ooit een schema getekent van de symmetrische opbouw van de Johannes met daarin verschillende varianten en theorieën.

Ik schoot in de lach op bladzijde 35. Schijnbaar heb ik me ooit verdiept in een artikel dat Immanuel Kant en de vraag naar de waardigheid van de muziek heette. Nu zou ik zo'n artikel om de titel al overslaan.

Zelfs een opzet voor een roman kom ik tegen. Dat was ik echt helemaal vergeten, ik dacht dat ik me daar nooit aan bezondigd had!

En dan, zomaar, onderaan bladzijde 59, tussen allemaal blokken tekst in mijn priegelende handschrift, luid en duidelijk deze regels:

Dichter!
Kam je haar, poets je schoenen!
Trek je innerlijk aan!

K. Michel

Dit trof me nog het meest.

Het heeft toch gewerkt dat aantekeningenboek. Ik leg het nu maar weer terug in de black box. Of zou ik het weer in ere herstellen?

22 februari 2004

163

Vandaag is de lente begonnen. Hoe nu? Heeft jwl de kolder in zijn kop door een beetje zon? Nee, nee, ik zal het u allemaal uitleggen.

Het gebeurde 11 jaar geleden. JWL stond in de keuken van de studenteneenheid zijn befaamde en overheerlijke lasagna te maken. Hij was blij dat bijna iedereen van de eenheid weg was dat weekend. Nog even en zij zou aanbellen. JWL maakte zich wel wat ongerust, want de saus van de lasagna verdomde het om te binden. Juist deze avond waarop alle goed moest gaan, juist op deze avond dreigde zijn ongeëvenaarde lasagna te mislukken. Dan maar hopen dat het in de oven goed zou komen.

Ze aten die avond lasagnasoep. Zelden zo lekkere soep gegeten. Het werkte. De volgende dag was het begin van een nieuw avontuur. JWL merkte op dat het wel symbolisch was dat het juist op deze dag – het begin van de lente – plaatsvond. Een paar dagen later bedacht hij pas dat hij zich een maand vergist had. Of ... nee, de lente had zich natuurlijk een maand vergist en doet dat sindsdien elk jaar. Geen gat in de ozonlaag, maar een eenvoudige lasagnasoep deed het klimaat veranderen.

Het is maar dat u het weet.

21 februari 2004

162

Prutsen aan de lay-out van een website vind ik een geweldige bezigheid. Maar ik ben heel beperkt in mijn mogelijkheden, ik weet hooguit iets af van html. Php, zelf scripts schrijven en dergelijke, dat kan ik niet. Ik heb me ooit een tijdje verdiept in Flash en dat is iets waar ik nog wel eens tijd voor zou willen vrijmaken, maar voorlopig zit dat er niet in. Ondertussen kijk ik wel met bewondering naar de websites van anderen. Ik heb wel eens gekeken naar Greymatter, Pivot en aanverwant materiaal. Ik vermoed dat je daar veel mee kunt, maar het schrikt me af om er zelf mee aan de slag te gaaan.

Dus maak ik van mijn beperktheid maar een deugd en houd ik alles heel simpel. De nieuwe lay-out stelt heel weinig voor. Ik weet niet zeker of het af is, ik balanceer nog tussen 'zo laten, niet meer aankomen' en 'er mist nog iets'. Misschien vind ik het gewoon jammer dat het al af is, ik vind het veel te leuk om uit te proberen. Er komen nog nieuwe links bij, maar dat zal nog wel even duren. Er ligt een ASDL-doe het zelf-pakket beneden.

20 februari 2004

161

Als kind had ik rood haar. Op sommige foto's lijkt het wel peentjesoranje. Andere kinderen riepen wel eens 'vuurtoren' naar mij.

Een vuurtoren brengt licht in de duisternis. Jammer dat mijn haar allang niet meer rood is en saai bruin.

19 februari 2004

160

De gedachte was: wat is het toch vreemd dat de hele Nederlandse pers en opinie over die Moberg van Ahold heen viel toen bekend werd wat voor een beloningen hij tegemoet mocht zien. En wat is het toch vreemd dat diezelfde Nederlandse pers en opinie zwijgt als het gaat over die exorbitante beloningen van voetballers.

Daar wilde ik over schrijven, maar ik heb mij maar verschanst tussen de tissuedozen. Het schijnt niet anders te kunnen: elke winter moet ik wel een keer zwaar verkouden of griep krijgen. Gisteren viel het nog mee, al kwam er toen ook al niet veel uit mijn handen op mijn werk.

Maar ik zit met de 'uitdaging' dat ik vanavond met een achttal van mijn schaakclub tegen een team in Giessenburg moet schaken. Een colere eind reizen en dan met een hoofd vol snot achter het bord gaan zitten? Daarbij te bedenken dat de Giessenaren nog ongeslagen zijn, zeker kampioen zullen worden en wij al tevreden zijn als we niet degraderen. Slachtvee zullen we zijn vanavond.

Moet ik afzeggen? Ik kan het de teamleider zo op het laatste moment niet aandoen. Bovendien heb ik wel eens eerder onder deze omstandigheden geschaakt. Soms lijkt het wel dat hoe minder ik nadenk over de zetten, hoe minder ik aanwezig lijk achter het bord, hoe beter ik schaak.

Morgen heb ik tenminste vrij.

17 februari 2004

159

Gisteren was er dan de documentaire met Martha Argerich. Ik kende haar niet zo goed. Slechts wat vage artikelen in tijdschriften had ik gelezen. Maar ik was verliefd op haar spel en op de foto's op de lp-hoezen. Dus was het bekijken van de documentaire ook een risico: hier zou iemand van haar voetstuk kunnen vallen in mijn ogen.

De enige ontnuchtering was dat ze doorgaans Frans sprak. Ik weet niet zo goed hoe het komt, maar ik heb een hekel aan de Franse taal. Op zich een vooroordeel waar ik ook even snel weer overheen kan stappen. Meer verbaasd was ik over haar openhartigheid, ik had eigenlijk verwacht dat ze heel moeizaam zou zijn in de gesprekken. Dat viel erg mee, ze sprak eerlijk en open over zichzelf.

Ik kreeg een beeld van Argerich van een uitzonderlijk getalenteerde pianiste. Een talent dat haar overkomen is. Op jonge leeftijd is ze in het diepe gegooid en ze heeft zeer geleden onder haar (zelf opgelegde) perfectionisme en eenzaamheid. Het is vervreemdend om iemand te horen spreken over haar pianistische onzekerheden terwijl ze zo verschrikkelijk goed kan piano spelen. De angst dat ze niet de prestatie kan leveren waarvan ze vindt dat ze die moet leveren. Het publiek als een veelkoppig monster ervaren. Dat ze van zichzelf vindt dat ze dood mag neervallen als ze een noot verkeerd speelt. Het feit dat ze met niemand die angsten kon delen. De anecdote dat ze op een gegeven ogenblik een koncert heeft afgezegd om eens te kijken hoe dat zou zijn en om te zorgen dat haar alibi klopte had ze zichzelf in een vinger gesneden. Volgens mij moet ze psychisch wel erg aan de grond gezeten hebben om zo ver te komen. Een schreeuw om aandacht, maar ook een schreeuw om vrijheid. Het is de tragiek van wonderkinderen. Anderen gaan op een gegeven ogenblik de lat voor jou hoog leggen. Jij moet voldoen aan de eisen die anderen stellen. Argerich heeft voor haar vrijheid gekozen en verdient daarmee veel respect. Ze is haar eigen leven gaan leiden. Ze wil niet meer eenzaam zijn, ze heeft mensen om zich heen nodig en wil alleen nog maar met vrienden recitals geven en samenwonen in een soort commune in Brussel.

Qua muzikale opvattingen had ze nog wat verrassingen in petto. Eén van mijn problemen met het 'klassieke publiek' is de overtrokken ernst waarmee ze die muziek benaderen. Muziek is in essentie net zo banaal als een schilderij doek en verf is. Het is niet de muziek die spiritueel is, maar de luisteraar die het spriritueel maakt. Muziek is ook humor en spel en het was heerlijk om dat uit haar mond te horen. Muziek is ook gewoon muziek maken, plezier hebben in het spelen. Niet dat quasi onderdanige religie maken van muziek, alsof muziek iets goddelijks is. Argerich houdt zeer van muziek, ze zal de magische kant van muziek niet ontkennen, maar ze houdt tevens ook voor de zeer aardse kant van muziek. Ze blijft met beide benen op de grond staan en het is dat aan haar wat mij zo aanspreekt. Niet mystificeren, maar verhelderen.

Dit verhelderen komt terug in haar weergaloze speelstijl. Dat ze verschrikkelijk virtuoos kan spelen werd maar al te vaak getoond in de documentaire. Bijzonder aan haar stijl is haar kracht, maar vooral ook haar helderheid. Hoe snel de passages ook zijn, elke noot krijgt aandacht, alles is te horen, het is volkomen doorzichtig en logisch. Alle stemmen in de pianopartij zijn te horen en krijgen betekenis. Er wordt geen wollen deken over de vleugel heen gelegd. Zelden iemand gehoord die zo met kracht zacht (pianissimo) kan spelen. De klank die zij aan uit een piano krijgt heeft ten allen tijd body, het staat als een huis. Die stijl hoorde ik al toen ik ooit het pianokoncert van Tsjaikovsky kocht door haar gespeeld. Dat was mijn kennismaking met haar spel en vanaf dat moment was ik verliefd op haar. Dat stuk wat al honderden keren is opgenomen klonk alsof ik het voor het eerst hoorde, omdat zij noten uit de verf liet komen die ik bij anderen niet hoorde. Het tweede deel van dat koncert werd in mijn oren altijd verschrikkelijk saai gespeeld, maar bij Martha Argerich zit ik op het puntje van mijn stoel. Zij maakt de muziek verschrikkelijk spannend.

Ze vertelt met de muziek niet alleen een verhaal, ze maakt het tot haar verhaal. Een verhaal van vlees en bloed. Ik denk dat Argerich nog meer dan ze al was tot een van mijn heldinnen in de muziek geworden is.

16 februari 2004

158

café Sisyphus (3)

JWL komt terug van het toilet.

JWL: Dat is nu vervelend aan bier: het wil er altijd weer even snel uit als het naar binnen geslagen is.

Maar goed, Raas, is het leven nu een essay?

Raaskalnikov: Het leven is het leven.

JWL: Ok, een tafel is een tafel. Toch zijn er vele verschillende tafels. Een object wat ik nooit eerder gezien heb kan ik toch herkennen als een tafel, omdat het schijnbaar aan bepaalde kenmerken voldoet waardoor ik het kan herkennen als tafel. Ik kan geen sluitende definitie geven van een tafel, maar dat is geen belemmering om een tafel te herkennen.

R: Jij hebt muziekwetenschappen gestudeerd, jij moet weten wat muziek is. Als je niet weet wat muziek is kun je het ook niet onderzoeken. Welke definitie heb jij van muziek?

JWL: Het is van geen belang om een sluitende definitie van muziek te hebben. Je hoeft alleen maar te weten waar je de muziek kunt vinden. Waar is muziek? is een betere vraag.

R: En waar is muziek?

JWL: In onze geheugens: in ons hoofd, in een bibliotheek, bladmuziek, op een cd ... overal waar het antwoord is: daar is de muziek. Meer hoef ik niet weten om de muziek te vinden die ik wil bestuderen. Kijk een definitie van muziek hebben kan heel praktisch zijn, maar je moet er rekening mee houden dat er altijd iets buiten kan vallen. Je definitie moet dus geen dogma zijn, maar altijd voorlopig. Je zou dus een formulering kunnen vinden die ongeveer zo verloopt: muziek is dit ... maar ook dat ... en dat ... enz. enz. ... totdat je alle muziek hebt opgenoemd.

R: Dus: het leven is een essay, maar ook ...

JWL: ... maar ook niet, om het nog leuker te maken!

R: Maar dan wel een essay in progress, immers het is nog niet af.

JWL: Zoiets ja. Kijk, het gaat er mij niet om of de gedachte waar is, maar wat het opleverd. Misschien is het wel een gevaarlijk vorm van leven. Je leven leven als proef: dit eens proberen, dat eens proberen, ervaringen opdoen. Je hebt van die mensen die niet weten wat ze met hun leven willen. Ze rennen van het een naar het ander. Nergens vinden ze voldoening. Werken ze een jaar hier, dan willen ze weer wat anders. Volgen ze een studie, dan zijn er na een paar maanden al weer op uitgekeken. Ze leven van ervaringen, hun leven is in a way essayistisch.

R: Ik weet het JWL, je beschrijft mijn leven. Vanavond wil ik dat meisje, morgenavond weer een andere. Hoe zou het zijn als ik zus, hoe zou het zijn als ik zo... No wishfull thinking, just a way of life. Ik wil weten hoe het leven in elkaar steekt, ik bekijk het van vele kanten. Ik probeer een rode draad te vinden, ik probeer erachter te komen, wat het leven tot het leven maakt. Niet uit boeken, maar in de praktijk.

...

JWL: Ik ben jaloers op je Raas, maar ik zou het niet kunnen als jij, ik kan niet zo gevaarlijk leven. Bovendien zou ik andere antwoorden vinden. Ieder mens schrijft zijn eigen filosofie, hij kan niet anders. De antwoorden die jij zult vinden zullen alleen voor jou gelden.

R: En ik ben jaloers op jou JWL. Ik zou wel die rust willen hebben van baan, vrouw en kind, dat je je daar geen zorgen meer over hoeft te maken.

JWL: Dat begrijp je verkeerd R. Ik heb meer van jou leven dan je denkt en jij meer van mij dan je denkt. Er is geen onderscheid.

JWL en R rekenen af. De laatste ronde heeft een tijd geleden geklonken. R. zou wensen dat hij nog een biertje zou kunnen drinken om moed te verzamelen, moed om de nacht in te gaan en alleen thuis te komen. Geen meisje vanavond. JWL loopt met gebogen hoofd het cafe uit, draait zich om: het ga je goed Raas! Dan voelt Raas een hand op zijn linker schouder. Zo mannetje wat kijk je somber. Raas draait zich om. Het meisje! En het glas bier is – o wonder – gevuld. Het leven lacht hem tegemoet.

15 februari 2004

157

café Sisyphus (2)

Raaskalnikov en JWL zitten stil naast elkaar. JWL draait een sjekkie. Raaskalnikov leunt met zijn armen op de toog en probeert in de spiegel naar het meisje in het cafe te kijken. Hij zucht. Hij weet dat hij nu onmogelijk zijn hormonen achterna kan springen nu JWL in zo'n stemming is. Deze avond komt niet meer goed. Het beste is om nu maar snel het ergste gehad te hebben.

R: Luister JWL. Zero heeft het ons niet zo verschrikkelijk moeilijk gemaakt. Er zitten dingen in waar een weldenkend mens meteen over zou struikelen. Dat de dood de normale toestand is omdat zij nu eenmaal het langste duurt. Klinkt mooi, maar klopt niet. Waarom zou iets normaler zijn omdat het langer duurt? Hoe weet je wat dood is? Afwezigheid van leven zou je kunnen zeggen, maar dan zeg je niet wat dood is, alleen maar wat het niet is. Er is nog nooit iemand teruggekomen uit de dood die ons heeft vertelt hoe het was om dood te zijn. Is dood meetbaar? Is dood iets? Of veeleer niets?

JWL: Ja, maar om nu te zeggen dat het leven de normale toestand is ...

R: Je leeft en dat is vooralsnog je referentiekader, je kan er niet voorbij kijken.

JWL: Misschien heb je gelijk Raas. Persoonlijk heb ik het gevoel dat de mens niet meer is dan zijn lichaam. Een ongelofelijk vernuftig lichaam, dat wel, dat het illusies kan creëren van god en ziel en geest. Met de dood van het lichaam zijn we vast uitgeblust. Er rest niets van ons.

R: Nou ja, herinneringen van jou in geheugens van anderen, maar of dat lang duurt ...?!

JWL: Leuk Raas, heel leuk...

R: Nou dan denk je toch gewoon dat je een ziel bent dat zijn lichaam ontsnapt en elders vertoeft? Sommige mensen denken dat je vele levens leeft. Sommige mensen denken dat je elk leven één of meer lessen te leren hebt in je leven. Dat je een soort essay leeft. Kan een heel prettige en troostrijke gedachte zijn, dat het leven ergens toe dient... Ga je dood en blijkt het niet zo te zijn is er nog geen man over boord. Heb je in ieder geval fijn geleefd, ook al ging het gepaard met illusies.

JWL: En als je dood bent, ben je in de herinnering van anderen een verhaal!

R: Ook als je leeft al, hoor. Niet dat de verhalen over jou nou zo spannend zijn hoor: "JWL zat in zijn stoel en las een boek ..."

JWL: Jaja, soms zou ik willen dat jij geen taal had. Wie heeft dat aan jou gegeven?

R: Gegeven? Taal? Kom nou man! Mensen worden geboren met de aanleg om een taal te verwerven. We immiteren de omgeving, we assimileren taal en dat zonder dat we ons bewust zijn van de grammatica. Eigenlijk is het een ramp: taal. Taal maakt onderscheid. Ze zeggen wel eens dat baby's nog niet weten waar zij zelf ophouden en waar de wereld begint. Bovendien, als iets uit hun blikveld weg is, dan is het er voor hun ook niet meer. Hun geheugen is nog niet bewust, kent nog geen taal. Nee, met het leren van taal leren we ook onderscheiden, discrimineren. Misschien leren we met taal pas wat goed en slecht is. Taal vernauwt onze blik op de wereld. Is dat erg?

JWL: Denk het niet, we weten niet wat we missen ook al denken we dat we wat missen. Maar de mensen willen graag dat we wat missen. Dit leven kan het toch niet zijn? Of zou je aan taal kunnen ontsnappen?

R: Waarom zou je dat willen? Om die vraag te stellen heb immers ook taal nodig. Als je geen taal hebt zou je niet weten wat je overkomt: immers je bent je gereedschap kwijt om het te beschrijven. Je zou waarschijnlijk ook geen onderscheid meer ervaren tussen jezelf en de rest van wat is. Sommige boeddhisten proberen te ontsnappen aan taal. Ze geven zichzelf een spreuk of raadsel op en gaan daarmee mediteren. "Wat is het geluid van één hand?" bijvoorbeeld. Net zo lang mediteren totdat er iets in jezelf gebeurd. Misschien knakt er iets in je hersenen, misschien is het een moment van één of andere chemische reactie. Hoe dan ook, zij noemen het verlichting, het gevoel één te zijn met de wereld, geen onderscheid meer. En toch verliezen zij hun taal niet. Taal bezit jou namelijk niet, taal kan je niet parasiteren. Je bent namelijk zelf die taal. Er is geen onderscheid.

JWL: Raas, je verbaast me. Ik wist niet dat jij je met dit soort dingen bezig hield.

R: En toch lezen we dezelfde boeken.

JWL: Zullen wij ons nog een keer verenigen met een glas bier?

R: Lijkt me een goed idee.

14 februari 2004

156

café Sisyphus (1)

JWL zit aan de bar van café Sisyphus. Hij kijkt naar zijn glas Grimbergen. Waarom, denkt hij, waarom bestaat niet het eeuwige glas bier? Zo'n glas wat nooit leeg raakt? Ik wens en verlang al zoveel jaren naar zo'n glas, maar elke keer als ik een slok neem wordt het glas leger en uiteindelijk zit er dan weer niets anders op dan de omzet van de kroegbaas te verhogen.

Incipit Raaskalnikov.

JWL krijg een flinke klap op zijn rechter schouder. Hij kijkt rechts en hoort links van hem:

Raaskalnikov: Zo Satan, wat zit je weer te turen in je glas. Daar mot je niet over nadenken, dat moet je naar binnen gieten!

JWL: Hé Raas! Wat drinken?

R: Doet mij maar een Amsterdammertje ... en vertel Raas eens even waarom jij nou weer zo zit te somberen.

JWL: Ik somber niet, ik denk na.

R: En waarover denkt JWL terwijl hij zo somber kijkt?

JWL: Of het werkwoord zijn overeenkomt met het is-gelijk-teken in de wiskunde.

R: Tsjezus, man, ik zei toch dat dat Belgische bier niet te vertrouwen is, voordat je het weet krijg je ge-dach-ten. Pas maar op, dat zit niet in het ziekenfonds.

JWL: Raas, effe serieus, dat komt door die stelling van jou ...

R: ... die jij zonodig op je weblog moest zetten, hou toch eens op met die ...

JWL: Kop dicht Raas, ik moet toch wel reageren op die ZeroHero, op z'n minst van gedachten wisselen. Jij verbergt je alleen maar.

R: Kijk JWL, ik ga niet wakker liggen van zo'n reactie. Dat jij zonodig mijn dronkemansgeouwehoer op je websitetje moet zetten moet jij weten. Dat is jou zoveelste poging om mij erbij te betrekken.

JWL: Heb je dat stuk van ZeroHero gelezen eigenlijk?

R: Ja ... geen idee waar hij over heeft. Wel aardig geschreven denk ik.

JWL: Heb je nog over een reactie nagedacht, dat zou je doen Raas!

R: Ja, ik heb erover nagedacht, maar ik snap er geen hout van. Jullie intellectuelen maken het altijd zo verdomde moeilijk. Je ken niet normaal in een café zitten en een pilsje drinken...

JWL: Het leven is niet alleen maar zuipen en neuken Raas!

R: Niet? Luister naar ome Raas: je moet de natuur zijn gang laten gaan, dan komt alles goed. Als je dat gaat tegenwerken komen er problemen. Jullie intellectuelen forceren teveel. Heb je honger dan eet je, heb je dorst dan drink je en als je jeuk heb dan neuk je. Zo simpel is dat. Gesnopen?

...

R: Kijk daar zit een lekkere meid. Als je nou niet de hele tijd dat glas leeg had zitten staren, had je een leuk avond kunnen hebben. 't Is net als met die Magriet waar je het laatst over had. De man had succes, verdiende geld met zijn schilderijen, hij had het goed bekeken. Maar nee hoor, daar komt JWL: wat denk je als je dit schilderij ziet Raas? Pijpen JWL. Nee fout Raas: het is een schilderij, het is geen pijp, staat er nog onder ook Raas. Ja Jezus, als we zo beginnen... Was trouwens ook weer Belg he, je gaat je toch echt afvragen wat voor zooi die katholieken in dat bier stoppen.

...

JWL: nog een Amsterdammertje?

de glazen worden bijgevuld

13 februari 2004

155

Vriend R en vriend JWL kletsen in gezelschap van vriendin A. Het gesprek komt op een nieuwe vlam van vriend R. Vriendin A hoort hem uit en wil alles weten. Dan bemoeit JWL zich er weer eens mee:

JWL: ... en ze houdt ook nog van Kant.

A: Nou ik niet hoor, daar krijg ik jeuk en uitslag van.

R en JWL: ...???

JWL: De FILOSOOF Kant A, de filosoof Kant, zo'n fossiele denker uit de 18e eeuw die boeken geschreven heeft!

A: Ooh, ... nou ja, daar krijg ik vast ook jeuk en uitslag van.

Ik heb nooit een letter van deze Immanuel Kant (1724-1804) gelezen. Hij geldt als grootheid in de westeuropese filosofiegeschiedenis. Het schijnt dat hij vandaag 200 jaar dood is.

Requiem aeternam Immanuel!

12 februari 2004

154

ZeroHero schreef een uitgebreide reactie op zijn log op de stelling van Raaskalnikov hieronder op 6 februari. Raaskalnikov heeft nog niet gereageerd, helaas. Ik heb hem er verscheidene malen op gewezen, maar hij verdomt het. Ik lees Pessoa, val me niet lastig is zijn repliek. Sorry ZeroHero, nog even wachten, meneer mot zijn boek weer eens eerst uitlezen.

10 februari 2004

153

Voordat ik ging studeren en dus de lessen bij hem zou gaan beeindigen, wilde mijn muziekleraar mij nog confronteren met een bepaald muziekstuk. Ik zie hem nog staan met het boek in de hand, één grote glimlach. Ik bespeurde enig leedvermaak in die glimlach. Hij wist bij voorbaat dat hij me nu te pakken had. Ik brande van nieuwsgierigheid. Het zette het boek op de lessenaar en ik bekeek de eerste pagina met noten. In mijn ooghoeken zag ik dat hij mijn reactie monsterde, ik zou me niet laten kennen. Ik speelde over het algemeen redelijk goed prima vista dus ik begon. Na enkele maten wist ik het: dit wordt helemaal niks. Mijn wanhoop verbergend keek ik hem aan en vroeg of ik er misschien eerst een weekje op mocht studeren. Probeer maar de bovenste stem met je rechterhand. Hij was duidelijk van plan om even te genieten van dit moment, zelden had hij mij zo in verwarring gezien. Ik probeerde de rechterhand, maar ik begreep er niets van. De maat houden lukte niet eens! Hoe moest ik toch al die stemmen ordentelijk onder elkaar krijgen?

Een week later speelde ik de eerste bladzij, slechts de eerste bladzij. Het was een ramp! Het leek nog niet eens op wat het moest worden. Ik kon me niet eens voorstellen hoe het moest worden. Complete chaos. Dit was niet leuk, maar mijn muzieleraar scheen zeer enthousiast. Nog een keer. Elke stem appart, zo langzaam mogelijk en geen fouten maken. Het was hopeloos. Qua noten was het niet moeilijk, maar het ritme kreeg ik niet in mijn vingers en harmonisch begreep ik er al helemaal niets van. Wat was dit voor muziek? Ergens vond ik het wel intrigerend, maar het werd overschaduwd door mijn irritatie dat ik het niet voor elkaar kreeg. Meer dan die ene bladzijde heb ik nooit geprobeerd.

Jaren later zag ik de componist op televisie in een documentaire. Een klein mannetje liep met een notatiebord voor zijn buik door het bos. Alpinopetje op zijn hoofd. Hij luisterde naar de vogels. Zijn vrouw liep voor hem uit met geluidsapparatuur, zij nam de vogelgeluiden op. Het Franse mannetje ging helemaal op in wat hij hoorde, hij speurde met zijn oren naar de vogels. Soms schreef hij driftig op het papier, muzieknoten en tekst. Hij leek wel een beetje op mijn muziekleraar met zijn olijke gezicht.

Olivier Messiaen (1908-1992). Ik hou niet van die vragen, maar als je mij vraagt wie ik de beste componist van de twintigste eeuw vind dan is hij het wel. Naast componist was hij ornitholoog (vogeldeskundige) en hij gebruikte vogelgeluiden in zijn muziek. Iemand die in een tijd waarin alle componisten meer bezig waren met discuzeuren over hoe je moest componeren, ging hij stoïcijns zijn eigen weg. Hij was een enthousiast katholiek, maar zijn muziek heeft er wonderwel niet onder geleden. Hij ontwikkelde zijn eigen compositorische principes, wars van alle modes. Het was middel, geen doel. Doel was zingen voor God, zoals de vogels dat deden. Maar ik vergeef hem deze vaagheid, want zijn muziek is monumentaal. Hij durfde grenzen te overschrijden. Ondanks zijn religie had hij belangstelling voor muziek uit andere culturen. Zo bestudeerde hij de ritmiek uit India en verwerkte dat in zijn eigen werk. Dat hij daarmee een zeventien jarig knulletje achter een kerkorgel tot waanzin dreef kon hij daarmee niet vermoeden. Hij had geen boodschap aan onze strakke maatstrepen waarbinnen alles in tweeën en drieën verdeeld moest worden.

In zijn orgelwerk Livre du Saint Sacrement zit een opeenvolging van akkoorden die adembenemend is. Tergend langzaam, een reus op betonnen schoenen, wordt akkoord naast akkoord geplaatst. De abstracte dissonanten luisteren naar een interne wetmatigheid die een onnavolgbare opbouw bevatten uiteindelijk culminerend in een geweldige consonant akkoord, een grote drieklank, die soms wel verboden leek in de 20e eeuwse "klassieke" muziek. Het resultaat is een gevoel van bevrijding, een opgaande zon die zijn hoogste punt bereikt, een muzikaal orgasme wellicht, de opstanding van Jezus Christus voor Messiaen.

Zijn vrouw, Yvonne Loriod, was een begenadigd pianiste en voor haar schreef hij het poëtische Catalogue d'oiseaux. Elk deeltje is een muzikale beschrijving van een streek in Frankrijk waarin de vogels die daar leven muzikaal zijn verwerkt. Ze heeft het zelf opgenomen en het is waanzinnig moeilijk om te spelen. Ik moet zeggen dat ik haar spel wat hard en ongenuanceerd vind, maar haar echtgenoot heeft het ongetwijfeld zo gewild. Het is niet verwonderlijk dat de componist die ook ornitholoog was een opera geschreven heeft over het leven van Franciscus van Assisi. Ik heb het stuk nog nooit beluisterd en het moet er zeer zeker een keer van komen. Mocht het stuk ooit in Amsterdam gaan dan ga ik er zeker naar toe.

Maar dat ene orgelwerk van Messiaen wat ik op een zaterdagochtend op mijn lessenaar vond heb ik nooit kunnen spelen. Ik weet zelfs niet meer welk stuk het was. En als ik weer denk aan die glimlach van mijn leraar dan moet ik zelf weer grimlachen. Verdorie, had hij me mooi te pakken! Op de valreep had hij mij nog geleerd dat er ook nog andere muziek mogelijk was.

9 februari 2004

152

Het leven van de mens is geen roman maar een essay.

Raaskalnikov

6 februari 2004

151

Mijn vader had geen muzikaal talent, maar hij kon op zijn gehoor populaire deuntjes van de radio naspelen op zijn elektronisch orgel. De melodie vond hij als vanzelf en de harmonie verzon hij er zelf bij. Ik vond dat als kind al heel erg knap. Ik was een kleuter en zat met bewondering naar mijn vader te kijken als hij orgel speelde. Op een dag moet ik tegen mijn moeder gezegd hebben dat ik wilde dat ik ook muziek kon maken. Dan moet je je vader vragen of hij je dat wil leren. Dat wilde hij wel. Ik leerde noten lezen van mijn vader, in een tijd dat ik nog niet eens letters kon lezen. Het heeft misschien een half jaar geduurd, een half jaar met veel conflicten. Menige les verzande in geruzie en chagrijn, mijn vader stopte ermee. Ik ben zelf verder gaan spelen en leerde mezelf het eerste en tweede lesboek, daarna werd het moeilijker.

Ik zat al op de lagere school toen mijn moeder mij vroeg of ik misschien orgelles wilde. Het was haar niet ontgaan dat ik bijna elke dag achter dat instrument zat te spelen, soms uit een boek, maar soms ook gewoon wat improviseren. Klanken zoeken die mooi bij elkaar pasten. Ik wilde wel en zo werd de kerkorganiste van het Friese dorpje Menaldum waar ik ben opgegroeid gevraagd of ze mij orgelles wilde geven. Ze had nog nooit les gegeven, maar ze wilde er wel over nadenken. Ze stemde toe en zonder dat ze het wist begon ze met mij aan een hobby die spoedig uit de hand zou lopen: een paar jaar later had ze bijna mijn hele schoolklas op les, begon ze een kinderkoor en later een bejaardenkoor.

Van de lessen van mevrouw Herrema herinner ik me één les heel goed. Wat er precies gebeurd is weet ik niet meer, waarschijnlijk moest ik een passage die ik niet kon eindeloos herhalen en dat verdomde ik. Ik zal ongetwijfeld – net zo als mijn zoontje dat kan – chagrijnig en boos hebben gereageerd, onwillig om te doen wat ze wilde. Ze stuurde me woedend naar huis met een zin die ik nooit zal vergeten: 'Als je één van mijn dochters was had ik je voor je blote billen gegeven'. Dit was niet het einde van de lessen, maar op een gegeven ogenblik vond ze dat zij mij niet zoveel meer leren kon en mijn ouders gingen op zoek naar een professionele leraar.

Meneer Wieling, hij kwam uit het naburige dorp Berlikum. Elke zaterdagochtend kwam hij zingend en fluitend naar de deur, hij had duidelijk plezier in zijn vak. We mochten elkaar heel erg graag en hij begon mij vertrouwd te maken met de Oude Meesters. Bij hem leerde ik mijn eerste klassieke werkjes spelen. Hij leerde snel mijn drift kennen. In al die jaren dat hij mij les gegeven heeft heb ik hem maar één keer boos gezien. Ik smeet de muziekboeken door de kamer en hij beende woedend naar mijn ouders al roepend dat het zo echt niet langer kon. Een week later kwam hij weer fluitend en zingend aan de deur en hebben we het bijgelegd.

Toen ik in de (toenmalige) zesde klas van de lagere school zat trouwde mijn zus (ze is elf jaar ouder). Ik mocht het voor- en naspel van de kerkdienst op het kerkorgel spelen. Dat was een geweldige ervaring om zo'n enorm instrument te mogen bespelen. Mijn ouders maakten een afspraak met de kerkeraad en de koster: als ik op het kerkorgel mocht oefenen en daar les mocht krijgen storten zij maandelijks een bedrag in het restauratiefonds. Vanaf die tijd ging ik bijna dagelijks na school, als mijn vriendjes gingen voetballen op het schoolplein, naar de kerk om kerkorgel te spelen. Zaterdagochtend was ik er vroeg en als mijn leraar binnenkwam stond hij wel eens stiekem een tijdje te luisteren naar mijn improvisaties of een stuk van Bach. Ik leerde ook met mijn benen spelen, het pedaal had ik snel onder de knie. Wist ik veel hoe moeilijk het was om die preludes en fuga's van Bach te spelen, die stukken waarbij linker- en rechterhand en het pedaal een zelfstandige stem hadden. De stemmen liepen tegen elkaar in, duikelden overelkaar heen, soms met gekruisde armen, het was voor mij spel en in mijn onbevangenheid leerde ik het snel. Pas later ben ik gaan beseffen hoe moeilijk die stukken eigenlijk waren.

In mijn middelbare schooltijd begon mijn leraar te dromen dat er nu misschien toch een leerling van hem naar het conservatorium zou gaan. Hij begon mij ook theoretische zaken te leren: hoe onze westeuropese harmonieleer in elkaar stak, hoe de toonladders werkten. Daarnaast kreeg ik muziekdictees van hem: hij speelde een melodie en ik moest het dan op muziekpapier noteren. Uiteindelijk gingen we tot en met driestemmige muziekdictees. Ik heb later tijdens mijn studie muziekwetenschappen veel gehad aan deze trainingen.

Had ik talent? Hij geloofde vast en zeker van wel, maar ik geloofde er zelf niet in en achteraf denk ik dat ik gelijk had. Als ik naar het conservatorium was gegaan had ik piano willen studeren (ook daar had ik ondertussen lessen in gekregen van mijn leraar) en dan had ik ook concertpianist willen worden. Dat had er voor mij niet in gezeten: hooguit was ik een middelmatige pianoleraar op het platteland geworden die les zou hebben gegeven aan ongetalenteerde kindjes van ouders die vinden dat muziek bij de opvoeding hoort. Dat zag ik niet zitten en omdat mijn belangstelling voor muziek verder reikte dan het spelen ben ik muziekwetenschappen gaan studeren. Ik denk dat ik mijn muziekleraar daarmee heb teleurgesteld. Toen ik op kamers woonde heb ik hem nog wel eens gebeld, maar ik merkte al gauw dat zijn belangstelling geforceerd was. Ik had hem een droom ontnomen. Toen mijn moeder me opbelde dat hij overleden was hadden we allang geen contact meer. Ik ben toen achter de piano gaan zitten en speelde (zonder pedaal) een beroemd orgelwerk van Bach, dé Toccata en Fuga in d klein (BWV 565 als ik me niet vergis). Het was één van mijn en zijn lievelingswerken. Ik herinner me die zaterdag dat ik dat stuk bijna foutloos uit mijn hoofd voorspeelde. Hij was toen zichtbaar ontroerd. Nu had ik tranen in mijn ogen, mijn muzikale vader was dood.

6 februari 2004

150

Onze verbazing. – Er ligt een diep en grondig geluk besloten in het feit dat de wetenschap dingen ontdekt die standhouden en telkens opnieuw de grondslag leggen voor nieuwe ontdekkingen: – het had immers ook anders kunnen zijn! Ja, wij zijn zozeer overtuigd van al de onzekerheid en fantasterij van onze oordelen en van de eeuwige veranderlijkheid van alle menselijke wetten en begrippen, dat het ons eigenlijk hogelijk verbaast hoezeer de resultaten van de wetenschap standhouden! Vroeger wist men niets van deze veranderlijkheid van al het menselijke, de zede der zedelijkheid hield het geloof staande dat het hele innerlijke leven van de mens met eeuwige krammen aan ijzeren noodzakelijkheid gehecht was – misschien ervoer men destijds een vergelijkbare wellust van verbazing, wanneer men zich sprookjes en feeënverhalen liet vertellen. Het wonderlijke deed die mensen zo goed, omdat ze de regel en de eeuwigheid van tijd tot tijd wel eens moe werden. Voor één keer de grond onder je voeten verliezen! Zweven! Dolen! Dol zijn! – dat hoorde bij het paradijs en bij het zwelgen van vroeger tijden: terwijl onze gelukzaligheid lijkt op die van de schipbreukeling, die aan land geklommen is en met beide voeten postvat op de oude, vaste aarde – verbaasd dat zij niet wankelt.

Friedrich Nietzsche De Vrolijke Wetenschap §46

5 februari 2004

149

Het was misschien wel zijn enige verdienste als politicus: de kloof tussen regering/volksvertegenwoordiging en het publiek aan de kaak stellen. Onze democratie is verworden tot een druk op de knop wat resulteert in een volksvertegenwoordiging dat het volk niet vertegenwoordigd. Democratie is en blijft een paardemiddel.

In de kroeg pleit ik nog wel eens voor de zelfverzonnen anarchistische variant: vertegenwoordig alle kiezers en laat het percentage zetels leeg overeenkomstig het percentage dat niet gestemd heeft. Dan is de zwijgende minderheid ook vertegenwoordigd. Mochten er minder dan vijftig procent van de stemgerechtigden gaan stemmen dan kan er dus geen meerderheid meer gevormd worden in de tweede kamer, dan heb je een aardig probleem.

Maar goed: de kloof. Er was al een behoorlijke onvrede te proeven over het uitzettingsbeleid van juf Verdonk. Ook bij CDA en VVD-stemmers. Ik ben zelf lid van GroenLinks, een kritisch lid, want dat ik mijn lidmaatschap nog steeds niet opgezegd heb komt omdat ik nog geen alternatief voor mijzelf gevonden heb. Ik mis het elan van de PSP, PPR en CPN. En daar moest ik even aan denken toen ik vanochtend las over de oproep van Koole tot bestuurlijke ongehoorzaamheid. Geweldig! Zo mag ik het horen. En hoe bozer die Verhagen zich maakt, hoe meer ik me zit te verkneukelen. Heel kinderachtig van mij, maar laat mij nu ook een keer. Of Koole redelijk is, dat kan me even niet schelen. Het gaat me om de geest van de boodschap, dat je ondanks je respect voor democratie mag verzetten tegen zaken die tegen je geweten en opvattingen ingaan. Ik hoop dat de PvdA nu voet bij stuk houd, dat ze nu niet weer gaan terugkrabbelen. Hulde!

5 februari 2004

148

Volgens mij scoren mensen die besloten hebben om samen het leven te delen altijd ongeveer hetzelfde op de schaal van schoonheid.

4 februari 2004

147

Wanneer ik iemand vertel dat ik muziekwetenschappen heb gestudeerd leidt dit vaak tot amusant gedrag. Afgezien van de standaardvraag 'wat kun je ermee' komen dan vaak de vragen 'wat vind jij van ...' en dan komt er meestal de favoriete muziek van de vragensteller. Als ik pech heb gaan ze die muziek ook nog laten horen, want dan blijkt maar al te vaak dat men mij met iets wil shockeren. Dan komt er een popband te voorschijn die wel eens wat met een klassiek werkje heeft gedaan en dat moet ik dan heel erg vinden. Of er komt wat hardrock of punk te voorschijn en de glimmende oogjes van de liefhebber kijken mij dan verwachtingsvol aan of ik al niet zit te huiveren. Schijnbaar is een muziekwetenschapper iemand die altijd op de American Eagle uit de Muppet Show lijkt. Ik doorsta dit maar gelaten.

Zouden ze nog bestaan op de middelbare scholen? De muurbloemetjes, de sociaal gehandicapten, de impopulairen, de jongetjes en de meisjes die niet voldoen aan de heersende norm van schoonheid, die altijd de verkeerde kleding dragen, de verkeerde muzieksmaak hebben, die boeken lezen en naar saaie muziek luisteren ... ach, u kent ze wel. Ik was er ook één, ik heb er niet onder geleden.

Ik kwam ze tegen bij mijn studie muziekwetenschappen: de gefrustreerden, de sociaal uitgekotsten. De eerste maanden was een paradijs voor ze, ze kwamen allemaal gelijkgestemden tegen. Met sommige raakte ik bevriend. Het waren geen gemakkelijke vrienden. Er was maar één gespreksonderwerp: muziek, muziek en nog eens muziek. Kwamen ze op mijn studentenkamer dan doken ze mijn platen- en bandjescollectie in. Dan werd er met verbazing de lp's van Madonna, Talking Heads, Jeanette Jackson, de bandjes van The Cure, Nina Hagen, Miles Davis en John Coltrane tevoorschijn gehaald. Dat riep om een verklaring, maar die gaf ik niet. Fundamentalistische klassieke muziek liefhebbers kun je niet uitleggen dat ook andere genres muziek mooi en interessant kan zijn. Over smaak valt te twisten en met sommigen is dat heel aangenaam, maar met muziekwetenschappers niet. Ik kan ze niet uitleggen dat hun beperking tot de historische muziek een zelfopgelegde beperking is, dat ze zichzelf muzikaal te kort doen, dat ze hun studieterrein onterecht inperken. Soms liet ik ze wel eens ter illustratie een nummer van Sting horen. Of ze het nu mooi vonden of niet, toch was het knap van Sting om de tekst van The Seven Brothers te illustreren aan de hand van een zevenkwarts maat en dat hij dat zo gedaan heeft, dat je er toch nog op kunt swingen. Soms probeerde ik ze uit te leggen dat onze westeuropese muziek een rijke geschiedenis kent qua harmonische en melodische ontwikkeling, maar dat we in vergelijking met andere werelddelen een schrijnend primitief ritmegevoel hebben. Het mocht allemaal niet baten.

Ondertussen schijnt het allemaal veranderd te zijn. Nog tijdens mijn studieperiode werden de eerste colleges jazz- en popgeschiedenis gegeven. De studie gaat mijn zijn tijd mee. (Ik schrijf hier over de studie in Utrecht, over Amsterdam – waar ook ethnomusicologie gestudeerd kan worden – kan ik niet spreken).

Klassieke muziek zal ongetwijfeld nooit echt van haar stoffige imago afkomen en dat moet vooral zo blijven. Veel mensen zullen het moeilijke muziek blijven vinden. Anderen zullen Bach altijd als zware muziek ervaren. Allemaal prima. Toch denk ik dat het niet aan de muziek zelf ligt. Ik heb gemerkt dat ik in staat ben om vrienden en bekenden in één avondje enthousiast te krijgen voor klassieke muziek. Een beetje vertellen, laten horen en uitleggen hoe het werkt. Ik snap best dat iemand een fuga van Bach saai en moeilijk vind. Geef mij 10 minuten om aan de piano uit te leggen wat een fuga inhoudt, geef mijn 10 minuten om het vervolgens te laten horen en ik verzeker u dat het slachtoffer binnen een half uur elke fuga van Bach zeer spannend zal vinden. Echt, zo moeilijk is het niet.

3 februari 2004

146

Als ik iets achter mij gelaten heb dan is het wel mijn waanzin tot compleetheid. Niet dat ik een complete persoonlijkheid wilde zijn, het gaat hier om boeken en muzieken. Het was een behoefte die ontstond wanneer ik enthousiaste raakte voor het werk van een auteur of componist. Beviel een muziekstuk of boek dan wilde ik het complete oeuvre van zo'n kunstenaar kennen en het liefst nog bezitten ook, al moest ik daarvoor droog brood eten en water drinken om het allemaal te financieren. De behoefte werd natuurlijk versterkt om het moment dat ik er achter kwam dat het oeuvre van de schrijver uniform was uitgegeven. Dat stond natuurlijk prachtig in de boekenkast, het complete werk van ....

Ik kwam met het idee in aanraking toen ik een jaar of twaalf was en iemand ontmoette die het complete oeuvre van Mozart verzamelde. Hij was van mening dat als je een kunstenaar goed wilde leren kennen je ook al zijn werk moest kennen. Het idee viel op zeer vruchtbare bodem. Ik was toen in de ban van Johannes Brahms en dus begon ik mijn zakgeld op te potten om zoveel mogelijk goede uitvoeringen van zijn werk op lp te kunnen kopen. Ver kwam ik daar niet mee, want algauw was ik in de ban van Richard Wagner. Wagner had als voordeel dat hij een relatief overzichtelijk oeuvre had. In de eerste plaats een heleboel opera's en wat orkestwerken. Zijn vroege werk was niet interessant en nauwelijks opgenomen, dus daar moest ik van afzien. Algauw ontdekte ik dat hij ook veel boeken geschreven had. Dat was een verzoeking, want hoe interessant hij als denker over muziek en drama ook was, zijn Duits was onleesbaar. Nog steeds prijken deeltjes Wagner in de boekenkast, maar ik heb er geen één uitgelezen. Dus stortte ik mij op de secundaire literatuur over Wagner. Dat was niet te overzien, daar zou je een bibliotheek in een wolkenkrabber voor nodig hebben. Men zegt wel eens dat er na Jezus en Napoleon het meeste over Wagner geschreven is. Alhoewel nooit compleet (met de edities van zijn brieven zijn ze nog jaren zoet) ben ik met het verzamelen van Wagner ver gekomen. Ergens op zolder moeten nog de orkestpartituren liggen, maar zijn opera's op lp heb ik niet meer.

Het volgende slachtoffer van mijn waanzin tot compleetheid was Nietzsche. Het grote voordeel van Nietzsche is dat er complete edities bestaan van zijn werk. Zijn oeuvre (ook zijn jeugdwerk) is gemakkelijk verkrijgbaar (zelfs in pocket). Nu de vertalingen ook enigszins uniform zijn uitgegeven ben ik wel zo'n beetje compleet. Ik vermoed dat ik met Nietzsche ook nog een lange weg zal oplopen en luisteren naar zijn gesprekken. Het is een blijvende liefde.

Wagner en Nietzsche waren niet de enigen. Nog steeds heb ik de neiging tot het kopen van 'het complete werk' van deze of gene. En hoe omvangrijker het oeuvre, hoe erger ik begin te kwijlen. Maar het komt er niet meer van. Onlangs ben ik voorzichtig begonnen met het lezen van Pessoa en opnieuw kwam even de behoefte op om dan ook alles te lezen van de rare Portugees. Het zal er niet van komen. Compleetheid is ook een beperking. Wanneer je je stort op een schrijver en alles van hem wilt kennen en lezen, zul je al gauw (baan, gezin) moeten afzien van andere auteurs, omdat je daar dan eenvoudigweg niet meer tijd voor hebt. En dat heb ik er niet meer voor over. Het is een praktische reden.

Een andere reden is dat ik me steeds meer begin af te vragen of het niet een vorm van ijdelheid is zo'n boekencollectie. Gaat het bezitten van boeken niet het lezen overvleugelen. Wordt het bezitten van boeken niet op deze manier een vorm van verwerving van intellectuele status: kijk eens naar mijn boekenkast, je begrijp nu toch wel hoe intelligent en slim ik wel niet ben?! Voordat je het weet heb je nog zoveel te lezen boeken in je kast staan dat de tijd die je op het ondermaanse nog tot je beschikking hebt niet genoeg zal zijn om het allemaal te lezen. Is dat niet volkomen belachelijk?

Wanneer ik nu in de boekhandel sta en ik dreig me niet te kunnen beheersen (zou er een Jellinek voor boekverslaafden bestaan?) dan denk ik aan al die boeken in mijn kast die ik nog moet lezen. Vaak is dat genoeg om me te kunnen beheersen ... vaak ook niet trouwens.

2 februari 2004

145

zweet, zweet zweet

brrr, brrr, brrr

zwem, zwem, zwem

ontspan, ontspan, ontspan

drink, drink, drink

eet, eet, eet

herhaal dit zeven maal

zo dat was weer eens fijn: een dagje sauna!

1 februari 2004

144

Ze hield een potlood onder mijn rechter onderarm. Je moet de arm ontspannen. Als ik de potlood weghaal moet hij vanzelf naar beneden vallen.

Potlood weg, mijn arm blijft gewoon in de lucht hangen.

Pianisten spelen met hun armen, dat moet je afleren. Klavicinisten spelen met hun vingertoppen. Eigenlijk moet je je hele arm niet meebewegen als je speelt. Op een piano breng je een hefboom in beweging als je een toets indrukt; je slaat een hamertje tegen een snaar. Bij een klavecimbel tokkel je een pen langs een snaar, dat is ander soort inspanning.

Ik begreep het. De weken erna werkte ik aan het ontspannen van mijn armen wanneer ik klavecimbel speelde. Zelfs mijn pianospel ging erdoor op vooruit. Ik begon het Wohltemperierte Klavier van Bach steeds lichter te spelen. Ik had het gevoel dat ik opnieuw leerde spelen.

Wie uit de richting van Amsterdam langs de Vecht het plaatsje Maarssen binnen rijdt kan het niet ontgaan: aan de Vecht staat een theekoepel. Daar woonde mijn lerares met haar man die een instrumentenbouwer en -restaurateur was. De theekoepel hebben ze zelf gebouwd naar een historisch model dat er eerder gestaan had. De lessen vonden niet daar plaats. Daarvoor moest je een stukje over een grasveldje lopen en dan kwam je bij een oud vrachtschip (eentje die nog met zeilen voerde). De laadruimte was helemaal omgebouwd en gaf nu plaats aan een tweemanuaals Vlaams klavecimbel, een kleinere, Italiaans klavecimbel, een vleugel, een contrabas en ontzettend veel boeken en bladmuziek. Het was heel sfeervol om daar les te krijgen, je betreedt even een andere wereld.

Ik heb maar een seizoen les gehad. Aan het einde van het seizoen kwamen haar privé-leerlingen een avond voorspelen. We luisterden naar elkaar en mochten elkaar van commentaar voorzien. Ik speelde op de Italiaan een Capriccio van Johann Jakob Froberger. Ik herinner me niet meer of het goed ging en wat de kritiek was. Ik geloof dat ik het best mooi gespeeld heb en dat de kritiek goedmoedig was.

Mijn vrouw (toen nog vriendin) was toen al enige tijd gestopt met haar studie klavecimbel (veel talent, geen heilig vuur). Ze verkocht het instrument en ik moest noodgedwongen stoppen met lessen. Soms spelen we nog wel eens met de gedachte om een klavecimbel te laten bouwen.

28 januari 2004

143

Enkele jaren geleden kocht ik een ansichtkaart met de afbeelding van een bronzen beeld van Amida erop. Amida (of in het Sanskriet: Amitabha) is één van de vele gedaantes van Boeddha. Amida wordt de Boeddha van het westen en van het onbegrensde licht genoemd. Hij is de Boeddha van de ondergaande zon en van het hiernamaals. Hij zetelt in het westers paradijs, waar mensen herboren worden, bevrijd van al het lijden van hun aardse bestaan. Amida wordt vooral in Japan vereerd. Het beeld op de ansichtkaart blijkt in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden te staan. Uit de informatie over het beeld maak ik op dat het in 1716 is gegoten en aan een tempel op de berg Higashi bij Kyoto geschonken is. Eind 19e eeuw hebben twee handelaren het beeld (samen met andere beelden) naar Nederland gebracht voor een Internationale Koloniale en Uitvoerhandelstentoonstelling in Amsterdam. Schijnbaar zijn de beelden nooit teruggebracht.

Toen ik de ansicht voor het eerst zag trof het mij meteen. Later kocht ik er meer van. Ze staan op mijn bureau op mijn werk en thuis, andere exemplaren worden gebruikt als boekenlegger. Ik ben geen boeddhist, al hebben het (zen)boeddhisme en het taoïsme wel mijn belangstelling. De uitstraling van het beeld raakt mij schijnbaar zo dat ik het in de buurt wil hebben. Waarom weet ik niet precies, maar dat geeft niet. Schijnbaar ontkom ik ook niet aan de behoefte een religieuze afbeelding in mijn omgeving te hebben.

Grappig vind ik die bronzen toefjes slagroom op zijn hoofd. En soms vraag ik me af wat hij in zijn handen houdt.

27 januari 2004

142

Hij was vijf minuten te laat, maar hij maakte geen gehaaste indruk. Wellicht had hij de fotografen willen ontlopen. Het plastic tasje werd naast de tafel gezet. Eerst kwam er een flesje drinken uit, toen een pakje drinken en een doosje Noorse rozijntjes. Toen gingen zijn sportschoenen uit en deed hij zijn meegebrachte slippers aan. Plaatsnemen achter het bord. Rustig het notatieformulier invullen. Hij glimlacht verlegen door al die aandacht van de fotografen en als de eerste zet op het bord staat worden de fotografen ook verzocht door de wedstrijdleider om te vertrekken. Het is een belangrijke partij voor de 13-jarige Magnus Carlsen, hij speelt met de witte stukken tegen zijn naaste concurent Sipke Ernst. Het gaat om de eerste plaats van grootmeestergroep C. Na drie kwartier de zetten live gevolgd te hebben ga ik naar de commentaartent op de grote weide in Wijk aan Zee. Tot mijn voldoening hebben ze ook de partij Carlsen-Ernst uitgekozen om van commentaar te voorzien.

Op het bord komt een klassieke Caro-Kann verdediging. Interessant voor mij omdat ik deze verdediging vaak met succes heb bestreden en dus graag zou zien hoe Carlsen dat aanpakt. Op de twaalfde zet wijkt hij af van mijn schema, hij kiest een andere variant. Ernst reageert niet allert en voelt zich duidelijk niet thuis in deze opening. Als Carlsen een bekend offer in de stelling brengt gaat het snel. Groot is de verbazing in de commentaartent als Carlsen een tweede offer uitvoert. Vakkundig sluit Carlsen het net rond de zwarte koning en voordat we het weten staat zwart zelfs mat! Er klinkt een luid applaus. De publieksprijs kan Magnus bijna niet meer ontgaan. Een van de commentatoren, Hans Ree, verlaat de tent en komt later terug met de kleine grote Magnus. Hij doet het niet graag, maar hij wil toch wel even de partij van een toelichting voorzien. Daar staat hij dan, een klein verlegen jongetje tussen de twee schaakreuzen uit het verleden Hans Ree en Genna Sosonko. Nee, hij had de varianten thuis niet al voorbereid. Hij had zich net na de partij pas laten vertellen dat zijn aanval al eens eerder was gespeeld alleen was het toen remise geworden omdat de witspeler de winstweg duidelijk niet gezien had. De amateurs in de zaal reageren lacherig en met applaus als Carlsen weer vertrekt. Hebben we even mogen luisteren naar een toekomstig wereldkampioen?

Gisteren was dan de laatste dag in Wijk aan Zee. Carlsen won grootmeestergroep C, haalde zijn eerste grootmeesternorm en mag volgend jaar terugkomen in groep B. Vishwanathan Anand won, net als vorig jaar, grootmeestergroep A en zal dus als winnaar van Corus 2004 de boeken ingaan. Anand sprak met bewondering over het aankomend talent. Natuurlijk moet Carlsen nog veel ervaring opdoen en leren, maar dat deze jongen ooit een geduchte concurent zal vormen dat zal hem niet ontgaan zijn.

26 januari 2004

141

Door de actualiteit rond de transfers van de radiopresentators moest ik weer aan die tijd terugdenken: ik ben zelf een tijdje radiopresentator geweest. Het was in de tijd dat de Concertzender Amsterdam de Concertzender Nederland werd. Hoe het nu gaat met die zender weet ik niet, maar toen werd de zender naast 2 of 3 betaalde medewerkers helemaal gemaakt door vrijwilligers. De programma's, de techniek, de administratie, de presentatie, alles werd gedaan door enthousiaste muziekliefhebbers. De Concertzender probeerde die muziek aan bod te laten komen die de publieke en de commerciële omroepen links lieten liggen. Niet de luistercijfers waren bepalend maar de liefde voor de muziek van de programmamakers. Zij bepaalden vanuit hun achtergrond wat ze moeite waard vonden. Dat leverde soms prachtige, soms tegenvallende programma's op.

Ik kwam in aanraking met de Concertzender door enkele vrijwilligers die op mijn werk studieboeken kwam voorlezen voor visueel gehandicapten. Ik was studiomedewerker, ik leidde de opnames. Soms las ik zelf ook een boek en ik vond het leuk werk. Ik wende aan mijn stem en aan de microfoon. Op een gegeven moment heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik eens gaan kijken op de zolders van de Beurs van Berlage waar de Concertzender toen huisde. Er heerstte een studentikoze sfeer. Aanvankelijk deed ik administratief werk, ik archiveerde cd's in de computer. Ik werkte toen nog maar weinig en ik had dus voldoende tijd om zo nu en dan na mijn werk even binnen te lopen en wat werk te verzetten.

De Concertzender leefde van donaties en sponsors en dat bleek niet altijd voldoende. Op een gegeven moment dreigde de zender het onderspit te delven. Redding kwam toen uit zeer onverwachte hoek. Veroncia (ja, u leest het goed) was bereid geld te steken in de noodlijdende zender. De Concertzender verhuisde toen naar het Veronicagebouw in Hilversum en voor mij was het niet meer mogelijk om zomaar even langs te wippen. Ik gaf aan dat ik wel presentator wilde worden en ik werd uitgenodigd voor een test. Ik doorstond de proef en werd de eerste maanden begeleid in het presenteren. Het duurde niet lang of ik zat geregeld op maandagavond in Hilversum live de uitzending te presenteren.

Het was wel rennen vanuit mijn werk (ik was ondertussen meer uren en op een andere afdeling gaan werken), maar ik ben nooit echt te laat geweest. Ik had altijd wel voldoende tijd om het programma voor de avond door te nemen en het middagprogramma af te kondigen. Op maandagavond was het altijd Oude Muziek avond (ondertussen niet meer geloof ik), muziek waar ik toen de meeste affiniteit mee had. Tussen 7 en 8 was er meestal een programma waarin muziek uit de 20e eeuw werd verbonden met muziek uit voorgaande eeuwen. De programmamaker was een pietje precies. Soms kwam hij me wel eens op mijn werk opzoeken om de tekst door te nemen. Ik kreeg dan tot in detail uitgelegd wat de bedoeling was, hoe sommige voor mij onbekende namen werden uitgesproken. Deze programmamaker had iets provocerends, hij wilde de hedendaagse avant-garde verdedigen, ten koste van minder vooruitstrevende muziek. Hij had pech dat ik musicoloog was en dus de discussie met hem kon aangaan. Ik heb hem nog voor vele stommiteiten behoed.

Tussen 8 en 9 waren er vaak concertopnames of een programma over de Engelse Renaissance. De programmamaker kende ik vaag uit mijn studietijd. Dit was veruit het moeilijkste programma omdat mijn uitspraak van het oude Engels niet altijd even vlotjes was. Ik werd na die uitzending nogal eens opgebeld door de maker en dan werd me fijntjes verteld wat er weer in zijn ogen allemaal fout gegaan was. Dat hij daarbij schromelijk overdreef was heel vermoeiend. Dat was wel het nadeel van dat werk, je kwam in aanraking met gefrustreerde eenzame musicologen die dit werk gebruikten om contacten en status te vergaren. Dat daarbij een zeer negatieve houding een averechts effect had ontging hen duidelijk.

De uitzending duurde tot 11 uur. Iets voor elven kondigde ik de nachtprogrammering aan, de technicus startte dan de banden die automatisch de nacht verzorgden, daar kwam geen mens meer aan te pas. Dan rende ik naar de trein om nog enigszins op tijd in Utrecht te komen.

Het presenteren vond ik erg spannend. Het was natuurlijk de kunst om dat niet te laten merken. Veel tekst stond op papier, maar een voorleesstem boeit niet. Veel tekst moest ik ook zelf verzinnen en dat viel niet altijd mee. Je kunt natuurlijk niet elke keer als een robot dezelfde formules gebruiken bij het aan- en afkondigen van een muziekstuk. Dan waren er nog de momenten van improvisatie. Een technicus die per ongeluk het verkeerde stuk opzette. Of je hield onverwacht tijd over en je moest het uur nog vullen met een extraatje. Snel de cd-kasten in duiken om iets toepasselijks te vinden dat bij het programma pastte en ook nog een bepaalde lengte had. Aan de andere kant was er wel eens tijd te kort en dan moest je schrappen. De afspraak was dat de programma's nooit te vroeg mochten beginnnen en het liefst precies op tijd. In de studio stond een klok en het was een sport om met je tekst precies voor het hele uur uit te komen, zodat de technicus op **.00 de tune voor het volgende programma kon aanzetten.

Het contact met de technicus was heel belangrijk, je moest elkaar goed aanvullen. Vaak was je ook maar samen en moest je dus alles samen oplossen en de spaarzame telefoontjes aannemen die binnenkwamen. Het rondlopen in het Veronicagebouw wende snel. Het was een heel gewoon kantoor eigenlijk. Soms zag je een gezicht die je bekend voorkwam, maar dat was zeldzaam. Ik had meer moeite met het gebouw zelf. Ik had vaak last van een soort sick building syndrome. Ik hoefde maar een uur in dat gebouw te zijn of er kwam hoofdpijn en misselijkheid opzetten. Ik dronk liters water want de lucht was er erg droog. Aanvankelijk dacht ik dat het van de spanning kwam, maar toen het werk enigszins routineus werd gingen de klachten niet over. Het waren deze verschijnselen en het vaderschap dat ik uiteindelijk met het presenteren ben gestopt.

Ik heb de Concertzender nog een tijdje gevolgd, het bestaat nog steeds, maar of het nog door vrijwilligers wordt gemaakt weet ik niet. Ik heb nog jarenlang last gehad van dezelfde tune. Elke keer als ik de herkenningstune van de Concertzender hoorde kwam er een automatische allertheid in mij boven en als ik dan de presentator hoorde wist ik weer dat ik veilig thuis zat. De programmering is nog altijd even divers en spannend. De Oude Muziek is geloof ik verhuisd naar de dinsdagavond en de jazzavond naar woensdag (maar zeker ben ik niet). Daarnaast hebben ze ook nog een onnavolgbare avond met wereldmuziek, een avond met opera, een avond met moderne muziek enzovoort enzovoort. Zoek de zender voor de aardigheid eens op!

23 januari 2004

140

Toen ik ruim een jaar geleden met webloggen begon (de eerste maanden zijn verloren gegaan) had ik me het één en ander voorgenomen. Zo zou ik voornamelijk voor mezelf schrijven. Als een toevallige voorbijganger mijn schrijfsels interessant zou vinden zou dat mooi meegenomen zijn, maar niet het doel op zich. Een website voor allen en voor niemand dus. Een reactiemogelijkheid wilde ik aanvankenlijk niet. Toch heb ik me ertoe laten verleiden, ik ben nieuwsgierig van aard. Het aantal bezoekers is toegenomen en er heeft zich een harde kern gevormd. Er wordt geregeld gereageerd op wat ik schrijf. Langzaam maar zeker ben ik gaan schrijven met de lezer in gedachten, ik ben anders gaan schrijven en dat was niet de bedoeling. Soms heb ik de neiging om de reactiemogelijkheid en de tellers weer weg te halen om weer alleen voor mezelf te schrijven. De nieuwsgierigheid wint het nog steeds van deze neiging.

Een ander voornemen was om niet over trivialiteiten te schrijven. Geen gezeik over het kapsel van Jan-Peter, geen larmayant geouwehoer over het roken en dergelijke zaken. Geen etalge voor leuke filmpjes en flauwe grappen. Anderen zijn daar veel beter in dan ik. Ook geen nietszeggende berichten over het weer en mijn gang naar de tandarts. Ook geen quasi-literaire observaties, ook daar zijn anderen beter in. Het is niet mijn bedoeling om andere webloggers op hun tenen te trappen. Ik geef aan wat de beperkingen waren die ik mezelf wilde opleggen.

Als ik er bij stil sta hoeveel tekst er per dag geproduceerd wordt – in kranten, tijdschriften, boeken enz. enz. – dan vraag ik me af waarom ik nog mijn tekst daaraan zou willen toevoegen. Waarom niet alleen maar een dagboek bijhouden in plaats van tijd steken in zoiets triviaals als een weblog? Retorische vraag.

Als je een archief zou maken van een selectie van de weblogs waarbij je rekening houdt met leeftijd, achtergrond, inkomen enz. enz., zouden historici over pak 'm beet 500 jaar dan een aardig beeld krijgen van wat een vroeg 21-eeuwer zoal bezig hield? Of zouden ze alleen maar een beeld krijgen van hoe we onszelf graag wíllen zien (dus alleen indirecte informatie)? Is onze tijd wel zo bijzonder? Is het niet kenmerk van elke tijd om zichzelf als een hoogtpepunt van de geschiedenis te zien, als een eindpunt?

Wil ik weer terug naar mijn oorspronkelijke doelstelling: schrijf alleen voor jezelf, heb lak aan de lezer? Hoe weet ik wanneer ik me aanpas aan de lezer? En als ik dat doe, zegt dat dan ook niet iets over mezelf? Hoeveel woede verpak ik in mijn milde ironie? Ben ik niet veel arroganter dan dat ik mij voordoe?

22 januari 2004

139

Terwijl ik nog nadenk over de fragmenten uit Tongkat (zie onder) dringt zich een associatie op met de filmregisseur Andrej Tarkovsky (1932-1986). Tarkovsky wilde van film een zelfstandig kunstwerk maken, niet een toneelstuk met extra mogelijkheden (zoals film doorgaans is). Het resultaat zijn films met een enorme poëtische beeldenrijkdom. Sinds ik Solaris (1972) (niet te verwarren met een remake van Söderström die enige tijd geleden uitkwam) gezien heb ben ik verkocht aan deze eigenzinnige Rus. Het is een film die wat van je vraagt en niet alleen qua lengte. Mirror (1974) is zo mogelijk nog mooier en hier is al bijna geen plot meer te bekennen. De kijker zal zelf aan de slag moeten met de beelden. Deze films tonen een andere filmwereld dan we gewend zijn. Hier worden beelden gemaakt om emoties te tonen en wij moeten zelf een logica ontdekken, als deze er al is. The Sacrifice (1986) wordt over het algemeen als zijn beste film beschouwd, maar ik heb meer met Stalker (1979; het verhaal heeft niets met stalken te maken) en de beelden uit deze film komen bij mij boven als ik Tongkat lees. Ik ga u niets over deze film vertellen, maar als u eens in een avontuurlijke stemming bent in de videotheek en u kunt 'm lenen: doe het! Maar ik waarschuw u wel: als u gevoelig bent voor deze filmtaal, zult u merken dat u nooit meer hetzelfde zult kijken naar andere films.

20 januari 2004

138

Ik mocht hem niet aankijken. Wie? Die man. Dat had de kamerjongen me bezworen. Niet kijken. Wie ondergronds leeft, heeft de gedaante van onze angsten aangenomen. Wie zijn diepste angsten in de ogen kijkt, sterft. Ik wachtte tot de veerman de lange roeispaan door het water begon te roeren. Toen keek ik. Een rug die zo breed was dat hij nauwelijks een glimp liet zien van de rest van het lichaam. Twee armen. Een kap over het hoofd.

Peter Verhelst Tongkat
Amsterdam 1999

'Weet jij wat het ergste is wat je kan overkomen?'

Ik haalde de schouders op. 'Sterven?'

Hij schudde zijn hoofd. 'Nee. Niet het sterven.'

'Pijn?'

Hij glimlachte.

Ik wist het niet.

'Je weet het wel,' zei hij. 'Je hebt er zelf al een voorproefje van gehad. Weet je nog? De eerste keer. In de metrotunnel?'

'De ratten!'

'Juist. De ratten. Die zijn het ergste. Niet voor mij. Maar voor jou. En weet je waarom?'

'...'

'Omdat ze je diepste angst zijn. Daarom. Wat is dus het ergste wat je kan overomen?'

'De ratten,' begon ik.

'Algemener, abstracter,' zei hij. 'Probeer eindelijk eens van jezelf los te komen. Abstractie jongetje, abstractie!'

'Abstractie,' herhaalde ik.

Hij zuchtte. 'Het begint met a en het eindigt op ngst.'

'Angst.'

'Goed zo. Goed zo. Angst. De diepste angst. Die is de ergste. Geconfronteerd te worden met je diepste angst. En het allerergste is nog als die diepste angst zo tot leven wordt gewekt dat hij in je begint te groeien tot hij jou helemaal heeft overwoekerd.'

Ik wist niet wat te zeggen. Het klonk als een bedreiging.

'En dat willen wij niet, of toch?'

idem.

'Wat wil je weten?'

'Wie we zijn.'

Hij vertelde me het verhaal van een jongen die het vuur achter zijn tanden bewaarde.

idem.

20 januari 2004

137

Sommigen lezen in de boekhandel snel even de eerste zinnen van een roman. Die zijn van groot belang. Is de eerste zin niet goed, dan gaat het boek terug in de kast en gaan we naar de volgende. Er zijn ook mensen die verzamelen eerste zinnen. Zij kunnen vele beroemde eerste zinnen uit hun hoofd opzeggen.

Ik kan dat niet en eerlijk gezegd let ik wel op een eerste zin, maar ik hecht er niet zoveel waarde aan. Een pakkende eerste zin is mooi, maar niet het belangrijkste.

Onlangs pakte ik De Kleurenvanger van Peter Verhelst weer eens uit de kast en begon voorin te lezen. O ja, die prachtige eerste zinnen:

Toen ik mijn eerste graf schond, was ik zeventien jaar oud. Het was hartje zomer. Ik legde mijn wang tegen de warme brokstukken en keek omhoog in de heldere nacht, waar iemand, hoog boven me, zat te lezen in een boek. De bladen ervan blonken als zwart glas en waren bestrooid met diamanten.

Geweldig! Met een paar zinnen ben je in een totaal andere wereld. Nu weet ik weer waarom ik Verhelst zo'n boeiend schrijver vond: zijn poëzie. Ik ga gauw verder met Tongkat. Een verhalenbordeel.

19 januari 2004

136

Het spijt me, maar het zit niet in me. Doodmoe word ik er ook van: mensen die maar blijven benadrukken dat je vooral hoopvol en positief tegen het leven aan moet kijken. Voordat je het weet beginnen ze ook nog over het kind dat je in jezelf moet zoeken en dat dat zo belangrijk is. Welk slecht geweten proberen deze mensen te maskeren?

Niet dat ik onsympathiek sta tegen over een positieve, kinderlijke instelling, maar het is soms die blijmoedige drammerigheid waar ik niet tegen kan. Het is dat optimisme tegen-beter-weten-in waar ik niet tegen kan. Niets kan mij zo somber en sarcastisch maken als iemand die geforceerd het leven alleen maar als iets heeeel moooois wil zien. Sodemieter op!

19 januari 2004

135

Zwei Menschen gehn durch kahlen, kalten Hain;
Der Mond läuft mit, sie schaun hinein.
Der Mond läuft über hohe Eichen
Kein Wölkchen trübt das Himmelslicht,
In das die schwarzen Zacken reichen.
Die Stimme eines Weibes spricht:
Ich trag ein Kind, und nit von Dir
ich geh in Sünde neben Dir.
Ich hab mich schwer an mir vergangen.
Ich glaubte nicht mehr an ein Glück
Und hatte doch ein schwer Verlangen
Nach Lebensinhalt, nach Mutterglück
Und Pflicht; da hab ich mich erfrecht,
Da liess ich schaudernd mein Geschlecht
Von einem fremden Mann umfangen,
Und hab mich noch dafür gesegnet.
Nun hat das Leben sich gerächt:
Nun bin ich Dir, o Dir begegnet.
Sie geht mit ungelenkem Schritt.
Sie schaut empor, der Mond läuft mit.
Ihr dunkler Blick ertrinkt in Licht.
Die Stimme eines Mannes spricht:
Das Kind, das Du empfangen hast,
sei Deiner Seele keine Last,
O sieh, wie klar das Weltall schimmert!
Es ist ein Glanz um Alles her,
Du treibst mit mir auf kaltem Meer,
Doch eine eigne Wärme flimmert
Von Dir in mich, von mir in Dich.
Die wird das fremde Kind verklären
Du wirst es mir, von mir gebären;
Du hast den Glanz in mich gebracht,
Du hast mich selbst zum Kind gemacht.
Er fasst sie um die starken Hüften.
Ihr Atem küsst sich in den Lüften.
Zwei Menschen gehn durch hohe, helle Nacht.

Richard Dehmel Verklärte Nacht
uit: Weib und Welt

16 januari 2004

134

De partij tegen Galeh Khongaloos op het Open toernooi in Leuven, november 2003 is één van mijn mooiste partijen. Niet alleen vanwege de zetten, maar ook omdat ik zo'n winstpartij weer eens nodig had. Het kwam op het juiste moment. Wie naar de foto kijkt ziet dat ik aan zet ben en dat ik al meer dan een half uur meer tijd verbruikt heb dan mijn jonge Iraanse tegenstander. Ik had risicovol gespeeld en moest zorgen dat ik goed bleef spelen. De foto is genomen zo rond de 23e zet. Later kwam ik in hevige tijdnood (zet 34 t/m 40 moest ik bijna a tempo zetten) en mijn tegenstander probeerde daar gebruik van te maken. Ik redde de 40e zet net op tijd (het zal een seconde of 30 gescheeld hebben). Toen Khongaloos ook gezet had ging hij de wedstrijdleider halen om de klokken een kwartier terug te zetten. Ik dacht na over mijn volgende zet. En toen zag ik het ineens. Ik liet de wedstijdleider rustig zijn werk doen en nadat hij klaar was genoot ik van het moment. Rustig zette ik mijn dame achter zijn koning en wachtte tot mijn tegenstander het onvermijdelijke mat tot zich door liet dringen. Khongaloos was er ellendig aan toe en kon het niet geloven. Ik had wel een beetje leedvermaak, de slotstelling is ook wel grappig.

De partij is niet gaaf: aan beide kanten zijn fouten gemaakt en zeker zwart had het hier en daar beter kunnen doen.

15 januari 2004

133

Big Exit

Look out ahead
I see danger come
I wanna' pistol
I wanna' gun
I'm scared baby
I wanna' run
This world's crazy
Give me the gun

Baby, baby
Ain't it true
I'm immortal
When I'm with you
But I wanna' pistol
In my hand
I wanna' go to
A different land

I met a man
He told me straight
'You gotta' leave
It's getting late'
Too many cops
Too many guns
All trying to do something
No-one else has done

I walk on concrete
I walk on sand
But I can't find
A safe place to stand
I'm scared baby
I wanna' run
This world's crazy
Gimme' the gun

PJ Harvey Big Exit
uit: Stories From The City, Stories From The Sea

15 januari 2004

132

Er is iemand doodgeschoten in Den Haag, zoals er eens iemand is doodgeschoten in Hilversum. En we vinden het allemaal verschrikkelijk, we zijn allemaal geschokt. De ene logger buitelt over de andere om te schrijven hoe 'erg' het is. NATUURLIJK IS HET VERSCHRIKKELIJK! Maar laten we godverdomme met z'n allen niet zo hypocriet doen. Laten we niet net doen alsof we niet hadden kunnen weten dat dit een keer zou gebeuren. Ook de Amerikanen hadden kunnen weten dat er eens een grote aanslag in hun land zou plaatsvinden. We weten toch zolangzamerhand allemaal wel dat onze enorme welvaart zo zijn negatieve kanten heeft? We weten toch zolangzamerhand allemaal wel dat de secularisatie een maatschappij heeft opgeleverd waarin god en gebod verdwenen zijn? We weten toch allemaal wel dat de tv ons en onze kinderen leert dat je conflicten oplost met geweld en als je dat tot een goed einde brengt dat je dan een held bent? Het kwaad roei je uit met geweld, nietwaar meneer Bush? En dan ben je iemand, nietwaar meneer Bush?

Wie weet dat ik morgen een mes op mijn keel krijg voor die paar stomme centen die ik bezit. Hij mag ze hebben en ik mag blij zijn dat mijn hals niet doorgesneden wordt. En de dader heeft gelijk. We leven immers maar één keer. Na de dood is toch niks. Dus als je plezier wilt hebben, als je luxe wilt hebben, als je geen problemen wilt hebben, kortom: als je nu iemand wilt zijn, met geld, een mooie vrouw, een dure auto, alles wat Rob Out (god hebbe zijn ziel) en zijn klote Veronica ons decennia lang als begeerlijk en als een jong en snel leven hebben voorgehouden, waarom zou je wachten tot je het verdient hebt als je het kunt pakken? Er is toch geen natuurwet die dat verbiedt? En waarom zou ik me iets gelegen laten liggen aan de wetten die anderen maken? Ik wil een rijk leven met status en ik wil het nu, desnoods ten koste van anderen. Dit is de boodschap van onze kapitalistische kutmaatschappij. Dit is wat we met z'n allen willen. Dus geen krokodillentranen als er weer eens iemand wordt neergeschoten!

...

Heh, dat lucht op. Nu ga ik ook even een potje janken.

15 januari 2004

131

Ik zag hem alleen 's ochtends: de meneer van de fietsenstalling. Baard, niet lang en mager. Altijd vriendelijk naar zijn klanten en wat onhandig in het maken van grapjes. Soms had hij de radio luidt aan staan als er weer een cabaretier op de radio was. Dan galmde de stem van Freek of van Youp door de catacomben van het treinstation. Ik mocht hem wel, maar ik vond het wel eigenaardig dat hij mijn 'goedemorgen' nooit beantwoordde. Ik hield stug vol, ik zou me niet laten verleiden tot onvriendelijkheid.

Maar op een ochtend vergat ik het, misschien zag ik hem niet staan, misschien was ik in gedachten of sliep ik nog gewoon. In ieder geval, ik liep door (want abonnement) en ik hoorde ineens boos achter mij: JA, GOEDEMORGEN MENEER! Krijg nou wat dacht ik nog en toen ik me omdraaide zag ik een grote greins. Vanaf die ochtend groetten wij elkaar.

Nu had ik al de indruk gekregen dat hij niet jong meer was en op een dag was hij er niet meer. Een jonger iemand had zijn plaats ingenomen, tijdelijk zo zou blijken.

Die middag was ik wat vroeger uit mijn werk gegaan en dus ook wat vroeger bij de fietsenstalling. Terwijl ik mijn fiets uit het rek haalde zag ik hem staan, druk in gesprek met klanten. Hij had een wit t-shirt aan wat bepaald niet bij hem paste met zijn baard en postuur. Toen ik dichtbij kwam bleek er 'Real men loves Jezus' op te staan. Ik schoot in de lach, hij zag mij en we zeiden beide bijna tegelijk: goedemorgen!

Sindsdien heb ik hem niet meer gezien.

13 januari 2004

130

Het schaaktoernooi is veel te snel voorbij gegaan. Van de grootmeesters heb ik weinig mee gekregen. Gisteren heb ik na de laatste partij nog een tijd in de commentaartent gezeten. Daar kan het publiek naar toe om toelichtingen te krijgen bij een selectie van de grootmeesterpartijen die gaande zijn. Dat is heel leerzaam. Deskundigen proberen inzicht te geven in wat er allemaal speelt in zo'n partij. Soms zit je ben stomme verbazing te kijken naar wat die grootmeesters allemaal zien in zo'n partij. Tegelijk lijkt het zo eenvoudig en dan vraag je je af: waarom zie ik dat niet als ík schaak? Het stimuleert de fascinatie voor het spel bij mij. Ik hoef niet zo nodig veel beter in het schaken te worden. In die zin is het geen sport voor mij. Ik wil wel proberen het spel beter te begrijpen, leren meer te zien in een schaakstelling. Dat betekent niet aleen dat je meer zetten vooruit kunt denken, maar ook dat je stellingskenmerken herkent en patronen ziet. Hoe is de pionnenstructuur en hoe kun je daar het beste mee om gaan bijvoorbeeld. Schaken is voor mij een spel waar ik nog lang niet klaar mee ben.

Ik voel me tamelijk brak vanochtend, alsof ik een flinke avond heb doorgezakt. De hoofdpijn is weg, het slapen heeft goed gedaan. Of ik gisteren de partij gewonnen had als ik geen hoofdpijn had gehad weet ik niet. Ik had namelijk ook weer eens last van perfectionisme. Met de witte stukken een goede stelling opbouwen, dat gaat nog wel, maar om dan de beslissende slag uit te delen is een stuk moeilijker. Je kunt in je enthousiasme altijd iets over het hoofd zien en voordat je het weet krijg je een tegenaanval over je heen. Toch had ik misschien pragmatischer moeten spelen, gewoon goede zetten doen. Natuurlijk zat de hoofdpijn in de weg, het leidt hinderlijk af. Maar net zomin als ik zoiets als argument wil gebruiken bij verlies, wil ik het ook niet gebruiken als argument dat ik niet gewonnen heb.

Waarschijnlijk ga ik nog eens een dag in een weekend alleen maar kijken in Wijk aan Zee. Mijn goede vriend begint komende vrijdag met een tienkamp, negen ronden dus. Ik zou ook wel eens een tienkamp willen spelen, maar het kost me teveel vrije dagen. Bovendien wil ik dan eerst een rijbewijs hebben, zodat ik niet dag in dag uit met het openbaar vervooer een ommelandse reis hoef te maken.

Ik kan het niet nalaten om het nog eens te zeggen, al was het maar om mijn eigen verbazing te bezweren: de schaakwereld is aan het veranderen. Dat de profs op een steeds professionelere manier met het schaken omgaan is een trend die al heel lang gaande is. Nee, het is opvallend hoeveel jonge mensen er rond lopen op zo'n toernooi en ze lijken ook steeds jonger te worden. En dan vooral meisjes. Wijk aan Zee had zelfs een meidengroep georganiseerd. Een lange rij tafels met alleen maar jonge meiden vanaf zes jaar. Zeer fanatiek allemaal. Ik liet me vertellen dat één van de jongsten zelfs in tranen uitbarste toen de wedstrijdleidster haar vertelde dat ze verloren had omdat ze door de vlag ging (te weinig zetten gedaan in de voorgeschreven tijd). Maar je kan er ook kanttekeningen bij plaatsen, zeker als het gaat om jonge tieners die al bij de grootmeesters spelen. Waar ligt de grens? Hoe vroeg mag je ze al belasten met het spelen van dit soort uitputtende toernooien? Hoe snel raken deze talenten op deze wijze al opgebrand? Waarom mag de dertienjarige Magnus Carlsen niet gewoon lekker puber worden, vrienden en vriendinnetjes krijgen, uitgaan enz.? (Nou ja, misschien mag hij dag wel, dat weet ik niet.) Wat is de keerzijde van zo'n jong talent? Ik weet het niet, ik stel de vragen alleen maar. Mijn eigen zoon kan leuk schaken voor zijn leeftijd, zoals hij ook andere spelletjes leuk vindt om te doen. Als hij plezier blijft houden in het schaken, dan hoop ik dat hij er een aardige hobby aan overhoud. Ongetwijfeld zal hij ooit zijn vader verslaan en de baas zijn op het schaakbord. Dat lijkt me fantastisch.

Het doet me ineens denken aan de film Innocent moves ook wel Searching for Bobby Fisher genoemd. Het is gebaseerd op het jonge talent Josh Waitzkin. Josh blijkt een groot talent voor schaken te hebben en vader loopt stad en land met hem af. Naarmate Josh meer succes krijgt, verandert er iets in het schaken. Het moeten winnen verpest zijn plezier in het spel. Hij kan geen hekel krijgen aan zijn tegenstanders. Ook de echte Josh Waitzkin heeft besloten om het plezier voorrang te geven en heeft uiteindelijk gekozen voor een andere levensvervulling (al schrijft hij wel schaakboeken). Ik heb veel geleerd van die film.

12 januari 2004

129

Ik stond op met hoofdpijn, een verdachte hoofdpijn. Ik heb al heel lang geen echte migraine gehad, maar vanochtend leek het er even op. Als ik migraine heb dan helpt alleen maar kou en donker en dat zijn geen omstandigheden om te schaken. Maar de hoofdpijn trok al snel weg en bleef slechts in de verte aanwezig. De derde ronde zou om twaalf uur beginnen en ik kon vandaag met mijn goede vriend meerijden, omdat hij vandaag voor publiek wilde spelen.

Er kon in ons groepje nog van alles gebeuren. Ik kon nog zowel gedeelt eerste als gedeelt laatste worden. De partij verliep prima voor mij. Ik heb geen moment minder gestaan en had mijn stukken klaar staan voor een vervaarlijke koningsaanval. Mijn hoofd bonkte als een gek, dus ik nam uiteindelijk toch maar een paracetamolletje. Het was moeilijk om de beslissende slag uit te delen, omdat er zoveel tactische wendingen in de stelling zaten. Ik gebruikte veel tijd en koos uiteindelijk eieren voor mijn geld. Ik deed een remise-aanbod en mijn tegenstander accepteerde natuurlijk. De eindstand van mijn groepje werd uiteindelijk:

1. Peter Siekerman (1765) 3 pt.

2. Jan Willem Lubbers (1643) 1½ pt.

    B.J. vd Net (1740) 1½ pt.

4. Jan Boer (1706) 0 pt.

(De getallen tussen haakjes zijn KNSB-ratings)

Een gedeelde tweede plaats dus en daar ben ik tevreden mee. De prijs was 5 euro en daar kun je altijd weer iets lekkers voor kopen. Ik ben nu erg moe en ga vroeg naar bed.

11 januari 2004

128

Vandaag waren de grootmeesters er ook. Al die schaakhelden waarover je leest in schaaktijdschriften zie je dan in levende lijve. Niet alleen afgeschermd op de podia, maar ook gewoon in wandelgang vooraf of na de wedstrijd. De beste schaker van de wereld Garry Kasparov is er dit jaar niet bij. De beste vrouw Judit Polgar ook niet en wat betreft deze laatste is dat extra jammer. Ik vond het altijd wel mooi, zo'n vrouw in het mannenbastion dat het schaken toch altijd geweest is. De officieuze wereldkampioen Vladimir Kramnik is er wel en ik ben jarlenlang een fan van hem geweest. Niet dat zijn schaken zo spectaculair is, geen waanzinnige aanvallen en gevechten, maar zijn spel is uitermate subtiel en esoterisch. Bij hem komt het spectaculaire pas in de analyse aan het licht. Verder speelt in groep A een groot talent uit China mee: Zhang Zhong. China gaat ongetwijfeld een wereldkampioen afleveren in de toekomst.

In de B-groep komen we de eerste vrouwen tegen: het talent Antoaneta Stefanova en de huidige wereldkampioene Zhu Chen uit China. Hichem Hamdouchi uit Marokko is voor mij de eerste Afrikaanse grootmeester die ik ooit gezien heb. Hiertussen zit dan Daniel Stellwagen, een 18(?)-jarige Hollander die het vorig jaar ook al zo goed deed.

Wat natuurlijk echt de aandacht trekt zijn de kleintjes in groep C. Je kunt ze nog niet eens pubers noemen. De 13-jarige Magnus Carlsen uit Noorwegen is bijna zo klein als mijn 7-jarige zoon en komt nauwelijks boven de stukken uit. Hij moest vandaag tegen de 14-jarige Kateryna Lahno uit de Oekraïne, een meisje nog, maar al behorend tot de top tien van de vrouwen. Ze speelden remise.

Verder was er veel publiek en pers. Vooral veel jonge kinderen die elkaar verdrongen om een glimp op te vangen van de goden op de Olympus. Op een gegeven moment stond ik bij Carlsen en Lahno te kijken. Er stonden ook twee meiden over de balustrade te leunen om te kijken wat de naam van dat jongetje was. Ze vonden hem duidelijk wel schattig. 'Magnus' fluisterde de ene net iets te luid. Magnus keek prompt op en de meiden giechelden. Waar is de tijd gebleven dat schaken alleen nog maar werd bedreven door stevig rokende, wereldvreemde mannen?

Mijn tweede ronde verliep aanvankelijk goed. Ik kreeg gelijk spel en moest voor mezelf gaan uitmaken of ik tevreden zou zijn met remise. Het zou een goed uitgangspunt zijn voor morgen, want dan heb ik wit. Ik ben alleen geen remise-schaker. Ik houd ervan als het spannend is en wanneer er gevochten wordt. Ik werd onvoorzichtig, speelde specalutief en viste in troebel water. Het pakte niet goed uit. Op een gegeven moment zat ik zwaar in de problemen en stak veel tijd in het zoeken naar een oplossing en – als deze er niet was – naar een redelijke zet om het nog even vol te houden. Uiteindelijk vond ik een aardige tactische wending en na twintig minuten denken speelde ik die zet. Mijn tegenstander kwam weer aan het bord, doorzag mijn plan en speelde een rustig zetje. Dat kwam onverwacht, ik had erop gerekend dat hij meteen zou toeslaan en blij met een extra kans speelde ik bijna zonder na te denken een totaal verkeerde zet. Ik was even een zeer belangrijke kenmerk in de stelling vergeten: ik kon die toren niet spelen, want dan zou ik mijn dame verliezen. Ik voerde de zet uit, noteerde de zet, keek naar het bord en besefte mijn blunder. Eén van de grootste nachtmerries van een schaker: zomaar je dame weggeven. Ik gaf het meteen op. Nu is het minder erg om zoiets te doen in een partij waar je toch al tamelijk verloren stond, dus ik haalde maar snel mijn schouders erover op. Morgen heb ik de kans met de witte stukken.

10 januari 2004

127

De reis naar Wijk aan Zee ging voorspoedig. Eerst met de trein naar Beverwijk en dan met de bus naar Wijk. Tussen trein en bus is maar weinig tijd, ik heb 'm meermalen gemist. Ditmaal was de trein laat, maar samen met een opvallend aantal andere heren zette ik er flink de pas in en zowaar: we haalden de bus. Zo was ik tegen half vijf op de plaats van bestemming. Inschrijven en koffie drinken in het café. Wat gelezen en om me heen gekeken. Een grote tafel met allemaal schakers met dezelfde witte overhemden en donkerblauwe truien. Op de truien een logo van hun schaakclub. Vreemd. Ik heb nooit zo begrepen waarom het fijn is om er hetzelfde uit te zien. Na een uurtje even de speelzaal verkennen. Een grote sporthal met waanzinnig veel tafels, stoelen, schaakborden, schaakklokken enz. De traditionele snert heb ik aan me voorbij laten gaan. Nog even naar buiten waar het licht regende. Bij de plaatselijke kruidenier wat leefgang gehaald voor het geval mijn maag in de loop van de avond zou gaan knorren. Wijk aan Zee heeft midden in het dorp een groot weilend, een dorpsweide. In mijn trage tempo doe je er ongeveer 20 minuten over om deze weide rond te lopen. Ik doe dat altijd voor de eerste partij. Nog even buiten zijn, ontspannen, concentratie vinden en herhalen wat ik me allemaal had voorgenomen voor die avond. Vorige jaren liepen er paarden op de weide die naar me toe kwamen rennen, maar dit jaar waren ze er niet. Weer terug in de speelzaal is het ondertussen tijd geworden om mijn plekje te zoeken. Schaakstukken recht zetten, notatieboekje klaar leggen, al dat soort rituelen. Kennis maken met de andere leden van het viertal met wie ik dit weekend ga strijden. Mijn tegenstander laat op zich wachten. Het begin van de eerste ronde laat op zich wachten. Natuurlijk zijn er weer mensen die zich op het laatste moment hebben afgemeld of gewoon niet zijn komen opdagen. Dan moet er weer een herindeling gemaakt worden door de wedstrijdleiding en dat duurt ditmaal lang. Mijn tegenstander komt 10 minuten te laat, maar tot zijn opluchting is de ronde nog niet begonnen. Ik begrijp waarom hij te laat is. Mijn tegenstander is visueel gehandicapt en komt helemaal uit Drenthe.

In het openingspraatje zit goed nieuws. Het bestuur van Corus heeft toegezegd dat het Toernooi tot en met 2010 zeker gesteld is (was 2005). Als de gong gaat mogen we de klokken aanzetten.

Omdat mijn tegenstander niet goed kan zien (hij ziet alleen maar donkere en lichte vlekken) heeft hij zijn eigen bordje bij zich. De witte velden zijn ietwat verlaagd, de stukken kun je met pennen in het bord steken en de zwarte stukken (mijn kleur in de eerste ronde) hebben ter herkenning een spijkertje aan de bovenkant. Ook de klok is aangepast. Het glas ontbreekt zodat mijn tegenstander kan voelen wat de stand van de klok is. Verder heeft hij een recordertje bij zich om de zetten op te nemen. We spreken af dat ik op het wedstrijdbord de zetten doe. Verder moet ik mijn zetten ook zeggen als ik ze uitvoer, hij herhaalt de zet voor zijn recorder. We beginnen en het gaat prima. Soms spreek ik te zacht om mijn buren niet te storen, maar dan vraagt hij rustig om het te herhalen. Het is prachtig om te zien hoe hij helemaal in zijn gedachten lijkt te verzinken. Opperste concentratie. Op een gegeven moment begrijp ik dat hij eigenlijk de stellingen visualiseert en zijn bordje gebruikt om zijn geheugen te controleren. Bijzonder knap, want ik zou het niet zonder bord en stukken kunnen. Hij speelt erg goed en komt wat beter te staan. Ik verdedig rustig en wacht zijn plannen af. Positioneel staat hij wat beter, maar zijn stukken werken nog niet goed samen. Dan doet hij een voor de hand liggende zet en na enig denkwerk zie ik dat het wel eens een foute zet kon zijn. Mijn zet brengt hem in de problemen en hij lost het niet goed op. Ik kan materiaal verzamelen en een pion naar de overkant dirigeren. Als verder materiaalverlies onafwendbaar is geeft hij het op. Ik win mijn eerste partij. We bespreken de partij nog even na op zijn bordje. Ongelofelijk hoe hij alles in zijn hoofd heeft, ook de varianten die niet op het bord verschenen zijn.

Mijn tegenstanders voor de komende dagen voeren een heftig gevecht, maar ook daar wint de zwarte partij. Ze hebben hun visitekaartje afgegeven, ik krijg het nog zwaar.

Morgen (nou ja, vandaag dus eigenlijk) gaan ook de grootmeestergroepen van start. Die zitten in dezelfde zaal in een afgezette ruimte. De partijen kun je op een afstandje volgen of op televisieschermen. Dit jaar zijn er voor het eerst drie grootmeestergroepen. In groep C zitten Katharyna Lahno, een 14-jarig meisje uit de Oekraïne (als ik me niet vergis; ze zit al bij de top tien van de vrouwen) en een 13-jarig jongetje uit Noorwegen (Magnus en dan nog wat). Morgen moeten ze meteen al tegen elkaar. Ook bijzonder is dat er een grootmeester uit Afrika meedoet, uit Marokko. Het topschaak wordt steeds mondialer. Nu eerst slapen. Morgenmiddag tweede ronde.

10 januari 2004

126

Eerst nog een halve dag werken en dan naar Wijk aan Zee. Ik heb geen rijbewijs dus moet ik de reis met het openbaar vervoer doen. Ik vind dat geen probleem. Al duurt de reis wat langer, het lijkt me een stuk ontspannender dan achter het stuur zitten in een auto. Nadeel is dat de eerste ronde op vrijdagavond is. Er wordt begonnen om half zeven (meestal later) en aangezien de spelers 2 uur voor de eerste 40 zetten plus een half uur voor de rest van de partij hebben, zou de partij tegen 5 uur kunnen duren. Dat zou voor mij veel te laat worden om nog op een normale manier terug in Utrecht te komen. Nu duurt een partij maar heel zelden zo lang, maar 4 uur behoort tot de mogelijkheden. Daarom ben ik blij dat een goede vriend van mij elk jaar weer op vrijdagavond komt ophalen (bedankt!!!).

Vanochtend mijn werktas natuurlijk weer veel te vol met schaakboeken gestopt. Ik heb de neiging om mij op zo'n dag te gedragen als een scholier die veel te slecht voorbereid naar een examen gaat (en geloof me, daar weet ik alles van). Ik zorg ervoor dat ik ruim op tijd in Wijk aan Zee ben om me rustig in te kunnen schrijven, nog wat te kunnen wandelen, wat eten (de traditionele snert) en uiteindelijk in het aanpalende café een strategische plek uit te zoeken om wat te lezen en de binnendruppelende schakers te observeren. Het is altijd weer een feest om dat eigenaardige sociale gedoe van schakers te zien. Daar zijn de fanatieke jonge pubers en de rustige "wij hebben alles al meegemaakt" heren op leeftijd. Ik ben benieuwd of het aandeel meisjes en vrouwen dit jaar weer is toegenomen. Eigenlijk is dat nog wel één van de aardigste kanten van schaken: de deelnemers zijn heel divers, je ziet jongens en meisjes van een jaar of 12 (onderschat ze niet, ze schaken vaak heel sterk!) tot bejaarde schakers en alles er tussenin. Je ziet heel aanwezige zelfverzekerde groepen mannen (vaak schaakclubgenoten) en de bedeesde, alleenzame jongemannen. Ook deze laatsten mogen niet onderschat worden, zij voldoen maar al te vaak aan de randvoorwaarden om een goed schaker te worden: geen werk, geen relatie, geen vrienden ... alle tijd om je toe te leggen op het heilige spel.

Ik heb geen idee hoe ik het er dit jaar vanaf zal brengen. Het wordt mijn vierde Corus Toernooi. Vorig jaar speelde ik een goede vierkamp, ik won met 2½ uit 3 het groepje. Dat betekent dat ik dit jaar een klasse hoger schaak en dus sterkere tegenstanders zal treffen. Het groepje winnen zou geweldig zijn, maar daar reken ik niet teveel op. Belangrijker is om in ieder geval niet laatste te worden waardoor ik weer een klasse zou terugvallen. Het schaakseizoen valt voor mij tot nu toe erg tegen. Het toernooi in Leuven verliep goed, maar de competities op mijn schaakclub gaan slecht. Mijn posities op de ranglijsten zijn voor mij erg laag en het lijkt er zolangzamerhand op dat ik niet meer kán winnen. Ik probeer dus alle zelfvertrouwen bijelkaar te rapen die ik nog heb. Ik mag van mezelf niet bang zijn verkeerde zetten te doen (op clubniveau horen die er nu eenmaal bij), ik mag van mezelf niet eindeloos turen naar de beste zet om uiteindelijk in tijdnood te geraken. Rustig spelen en de kansen grijpen die zich aandienen is het parool voor vandaag.

Ik zal proberen hier verslag te doen van mijn observaties en schaken.

9 januari 2004

125

Ik heb het boek The Seven Deadly Chess Sins van Jonathan Rowson maar weer eens tevoorschijn gehaald. Een opmerkelijk boek door een opmerkelijke jonge schrijver, Rowson was begin twintig toen hij het schreef. Het boek gaat nu eens niet over de technische kanten van het schaken (daar zijn bibliotheken over vol geschreven), maar over de psychologische kant ervan. Als er iets is wat me fascineert aan het schaken is het wel de psychologie van het schaken. Je kunt je nog zo goed voorbereiden op een schaakpartij door partijen na te spelen, openingen te bestuderen, eindspelen te oefenen enz. enz., als het tussen de oren niet goed zit (en dat geldt voor andere sporten natuurlijk ook) dan heb je een probleem. Een schaakpartij kan uren duren waarbij je geheel op jezelf teruggeworpen bent. Natuurlijk, je kunt van het bord weggaan als je tegenstander aan zet is, hier en daar een praatje maken, wat drinken kopen, maar de concentratie op de strijd die geleverd wordt blijft. Ik moet toegeven dat dit niet mijn sterkste kant is. Ik ben geen schaker die eindeloos achter het bord zit te turen. Ik maak graag een praatje met iemand, ik wil nogal eens de tijd vergeten en als ik dan terugkom om te zien wat mijn tegenstander verzonnen heeft moet ik weer helemaal in de partij komen. Ik probeer daar van alles aan te doen, maar erg lukken wil het niet. Ik heb een aardige middenweg gevonden: ik loop gewoon wat te ijsberen waarbij ik probeer me te blijven concentreren op de stelling op het bord. Zo ben ik toch even in beweging en houd ik de partij vast. Maar concentratie is een belangrijk, maar niet het enige psychologische probleem.

Rowson verdeelt zijn boek in zeven hoofdstukken:

– Thinking (unnecessary or erroneous)

– Blinking (missing opportunities; lack of resolution)

– Wanting (too much concern with the result of the game)

– Materialism (lack of attention to non-material factors)

– Egoism (insufficient awarereness of the opponent and his ideas)

– Perfectionism (running short of time; trying too hard)

– Looseness ("losing the plot"; drifting; poor concentration)

Ik ga hier niet op alle details in, ik geef het maar om een idee te geven wat er allemaal kan spelen. Ik heb door dit boek geleerd om dit soort verschijnselen te herkennen. Rowson analyseert ze en geeft tips. Eén van zijn aanbevelingen vind ik zelf altijd erg grappig en ik heb het een tijdje uitgeprobeert. In de schaakfilm Lang leve de koningin komt het ook voor: praten met de schaakstukken. Zoals schaatsers wel wordt geadviseerd in gesprek te gaan met het ijs, zo kun je een stil gesprek voeren met je schaakstukken. Het helpt je te concentreren en voor je zelf te formuleren waar het in de schaakstelling om gaat. Een ander advies is 'spelen voor de drie resultaten', iets wat ik zelf altijd 'spelen met minachting voor het eindresultaat' noem. Je kunt bij het schaakspel nu eenmaal verliezen, winnen of gelijk spelen. Het gaat in het spel om het winnen, maar de angst om te verliezen mag je spel niet verlammen.

Verder helpt het natuurlijk om vooral uitgerust aan het bord te verschijnen. Topschakers schijnen steeds meer aan conditietraining te doen. Fit zijn geeft meer ruimte aan het denken en kijken achter het bord. Uren geconcentreerd zijn vraagt ook het een en ander van je lichaam al is het op een andere wijze dan een bewegingssport.

Je hoeft voor zo'n schaaktoernooi niet veel mee te nemen. Bij het inschrijven krijg je vaak een pen en een notatieboekje, dus je kunt volstaan met het paraat hebben van een reservepen. Bij mij mag het flesje water niet ontbreken, want ik heb geleerd dat het vochtig houden van de hersenen voorkomt dat je aan het einde van de partij – wanneer je het concentratie-elastiekje weer loslaat – een flinke hoofdpijn krijgt. Een speciaal tenue kent het schaken niet. Topschaker komen steeds vaker in pak (vroeger zag je dat bijna alleen bij de Russen), maar de amateurs grossieren nog steeds in onverzorgd. Zelf geef ik er de voorkeur aan om vooral onopvallend gekleed te gaan, ik draag graag zwarte kleding.

Verder houd ik me aan het advies van de onconventionele Britse schaker Tony Miles: Perhaps the most important trait a player needs is a warped sense of humour.

8 januari 2004

124

Begin januari stond jaren geleden voor mij altijd in het teken van het USKO-kamp. USKO staat voor Utrechts Studenten Koor en Orkest. Ooit ontstaan in de oorlog toen een paar studenten regelmatig bijelkaar kwamen om Bach te zingen, nu een studentenvereniging. In mijn tijd bestond het voornamelijk uit studenten die naast hun studie muziek wilden maken, al begon het orkest wel steeds meer uit conservatoriumstudenten te bestaan. Dat laatste was wel fijn, want de stukken die werden uitgevoerd waren niet bepaald eenvoudig. Het USKO hield er een cyclus op na. Rond Pasen werd òf de Mattheus-Passion òf de Johannes-Passion òf de Hohe-Messe (allemaal van Bach) uitgevoerd. Voor mij als student musicologie een uitgelezen kans om die stukken van binnenuit te leren kennen. Begin januari hadden we dan een week lang een repetitie-kamp in conferentie-oord Woudschoten nabij Zeist. Dat betekende acht uur per dag stemrepetities, koorrepetities, orkestrepetities en koor- en orkestrepetities. Zelf was ik een opgevoerde bariton die zich manmoedig als tenor ergens in het koor had verstopt. Naast die acht uur werd natuurlijk vooral tot laat in de nacht gefeest om dan de volgende ochtend met een door de drank verlaagde stem weer present te zijn. Het waren geweldige weken, ik heb er veel mooie herinneringen aan.

Januari 1992 moet de Mattheus-Passion op het programma gestaan hebben. Van het kamp herinner ik me niet veel. Wel dat er in het voorjaar ineens een nieuwe klaveciniste in het orkest zat. Ze trok meteen mijn aandacht, maar ik viel als grijze muis in het koor natuurlijk niet op. Na Pasen ging het USKO op toernee naar Murcia, Spanje en zij ging ook mee. Ik was ongetwijfeld verliefd op haar, maar zij was niet bereikbaar en ik was teveel met mezelf en my beautiful demon bezig. In september 1992 stopte ik met studeren maar kon wel lid blijven van het USKO. In januari 1993 stond wederom de Johannes-Passion op het programma, ik begon aan mijn tweede cyclus. De aankomst op de eerste dag van zo'n kamp is natuurlijk een groot ritueel van zoenen en gelukkig nieuwjaar wensen. De klaviciniste kwam naar me toe met de woorden 'nou, dan zal ik jou ook maar zoenen'. Dat was het eerste echte contact (we hadden elkaar ooit wel eens gesproken). Die week zouden we elkaar ineens vaker zien. Vaak zocht ze de gezelligheid van het rokersgroepje op al rookte ze zelf eigenlijk niet. 's Nachts wanneer ik met iemand zat te schaken kwam ze er vaak bij zitten. We wandelden in de bossen rondom Woudschoten. Ik was verliefd en ik kreeg de indruk dat zij ook niet geheel neutraal bleef.

Aan het einde van zo'n kampweek gaf het USKO altijd een gratis proefkoncert in de Broederkerk in Zeist om te kijken hoe het stuk in de grondverf stond. U moet zich dat eens voorstellen: een grote groep studenten die een week lang gezongen, gespeeld, gedronken en vooral niet geslapen heeft. Het was altijd het koncert van de rode oogjes, maar op één of andere manier gingen die koncerten altijd wel goed. In de pauze van het koncert kwam een vriend die op de hoogte was van de ontwikkelingen naar mij toe. Jammer voor jou, maar ze heeft al een vriend. Ik schrok me te pletter en ging voorzichtig eens kijken wat er aan de hand was. En inderdaad, ze deed heel close met een jongen die bij mij even later werd voorgesteld als ... haar broer!

Het contact bleef. We gingen een wandeling maken op het strand bij Scheveningen. We gingen naar de film Il ladro di bambini in filmtheater 't Hoogt. Nou ja, om een lang verhaal kort maken, we kregen verkering, gingen samenwonen, haar broer werd mijn zwager en begin januari 1997 werd mijn zoon geboren.

USKO-kampen bezoek ik al lang niet meer en worden ook niet meer in Zeist gehouden. Hun koncerten bezoek ik ook al lang niet meer, want muzikaal gezien was het wel prettig om in het koor te zitten en niet in het publiek. Geen idee welk stuk dit jaar op het programma zou staan. Maar ik moet altijd nog wel even aan die tijd denken zo begin januari. Nu heb ik een andere bezigheid in januari die zolangzamerhand traditie begint te worden. Nog een paar nachtjes slapen en dan barst het weer los: het Corus Toernooi!

6 januari 2004

123

Een Nederlandse militair heeft in Irak iemand doodgeschoten. Hij is overgebracht naar Nederland op verdenking van moord. Wat is er gebeurd? Nederlandse militairen van de stabilisatiemacht in Zuid-Irak traden op tegen een groepje Irakezen dat probeerde een van een vrachtwagen gevallen container te plunderen. Volgens de officier van justitie die is belast met militaire strafzaken, schoot de marinier vanaf grote afstand een Irakees in de rug. las ik vanochtend in Trouw. Als het zo simpel is dan kan ik me voorstellen dat deze militair zich moet verantwoorden. Ongetwijfeld is dat al gebeurd door zijn superieuren in Irak. Het gaat dan ook niet om zomaar wat: er is iemand dood geschoten. Maar er wordt gereageerd alsof de militair een groot onrecht wordt aangedaan. Ik proef de geest van: laten we nou niet zeuren, het is Irak, er is daar oorlog geweest en een Nederlandse soldaat heeft iemand doodgeschoten. So what, de Amerikanen doden dagelijks mensen en daar wordt toch ook niet over gezeurd.

Ik ben er niet bij geweest, dus ik kan er niet over oordelen. Werd er op de Nederlanders geschoten? Was het zelfverdediging?

Als er geen sprake is geweest van noodzaak om te schieten vind ik het volkomen terecht dat een Nederlandse militair zich voor de rechter verantwoord. We schieten toch ook niet zomaar Nederlandse voetbalsupporters dood wanneer zij zich misdragen? Als er goede redenen waren voor onze Nederlandse militair om te schieten, dan zal de rechter dat ongetwijfeld zwaar laten gelden en is er niets aan de hand. Als er geen redenen waren zal de rechter heus wel de bijzondere omstandigheden laten meewegen, maar hij mag niet vergeten dat er ten onrechte iemand een leven ontnomen is. Ik mag toch hopen dat Nederlandse militairen geleerd wordt zich te beheersen in moeilijke omstandigheden.

De reactie van de vakbondsvoorzitter Van den Burg slaat werkelijk nergens op: "Dit is precies het scenario dat we vreesden. De Amerikaanse en Britse bezettingsmachten kunnen ver gaan. De Nederlandse mariniers worden nu geconfronteerd met Nederlands recht, waarbij vanuit Nederland wordt geoordeeld. Alsof het daar een normale situatie is. Optreden in Irak vergt grote spanningen, niet elke handeling is dan overwogen of beredeneerbaar." Klinkt bijna als een vrijbrief om dan dus maar gewoon een Irakees neer te schieten in de rug. Dit zit gevaarlijk dicht bij rascisme. "Als dit de manier is waarop wij met onze militairen omgaan. Hoe gaat het dan als zij straks vaker in de voorste linies optreden, zoals mininster Kamp wenst. Moeten ze dan bewust mis schieten?" Appels en peren vergelijken. Was hier sprake van een gevecht met een leger en was er dus een linie? Was er in dit geval wel geprobeerd om bewust mis te schieten? Natuurlijk, het is sympathiek dat Van den Burg zo voor zijn achterban opkomt, maar om bij voorbaat iets al goed te praten zonder dat je weet wat er nou precies gebeurd is vind ik zeer onverstandig. Laten we blij zijn dat we in Nederland een redelijk werkende rechtspraak hebben. Ik kan me zo voorstellen dat die militair zich behoorlijk beroerd zal voelen door wat er gebeurd is. Echt verplaatsen in zijn situatie kan ik me niet. Ik hoop dat hij een goede advocaat krijgt en een eerlijk proces. Maar of de familieleden en andere dierbaren van die Irakees daardoor minder verdriet zullen hebben ...? Simpel onze schouders ophalen en doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is, dat kunnen we beter overlaten aan minder beschaafde landen als de Verenigde Staten.

5 januari 2004

122

Dat het alweer 7 jaar geleden is. Tempus fugit. Dat het alweer 7 jaar geleden is dat mijn vrouw weeën kreeg en op televisie het startschot klonk voor de elfstedentocht. Dat het alweer 7 jaar geleden is dat de schaatsers de tocht voltooiden en wij naar een operatiekamer gebracht werden. Dat het alweer 7 jaar geleden is dat mijn zoon met een keizersnee ter wereld kwam.

Gefeliciteerd S.!

4 januari 2004

121

Gisteravond dan eindelijk eens de film The discovery of Heaven naar het boek van Harry Mulish gezien. Het viel me reuze mee. Toch miste ik veel gedachtensprongen in de film die ongetwijfeld wel in het boek zullen zitten. Film en literatuur zijn nu eenmaal niet hetzelfde. Het boek heb ik nooit uitgelezen. Niet omdat ik het een slecht boek vond, maar het is er eenvoudigweg niet van gekomen. Deel 1 heb ik gelezen en toen besloten om met deel 2 nog even te wachten en dat wacht nog steeds, jaren later. De werkelijke reden voor mijn wens om deze film eens gezien te hebben is dat Stephen Fry de rol van Onno Quist speelt. Het personage Onno Quist is gebaseerd om een goede vriend van Harry Mulish de schaker J.H. Donner (familie van de huidige minister van justitie; J.H. Donner gold zo'n beetje als zwart schaap in de familie Donner door zijn onconventionele gedrag). Helaas is Hein Donner in 1988 overleden. Hoe treffend de overeenkomsten tussen Onno Quist en Hein Donner zijn weet ik niet, wel is zeker dat Stephen Fry zeer geschikt was voor deze rol en naar mijn mening de film redt.

Er bestaat een goede biografie van Hein Donner door Alexander Münninghoff en de krantenstukken van Donner zijn samengebracht in het boek De Koning, zeer lezenswaardig, want Donner kon goed schrijven. De Koning, dat was Harry Mulish volgens Donner. Een mooi moment in de film was dat Onno uitlegd dat het probleem met vrouwen is dat ze veel te raioneel zijn. Dat doet denken aan een beroemd stukje van Donner waarin hij uitlegd dat vrouwen niet kunnen schaken:

In alles is de vrouw superieur aan de man, maar zij mist één ding: intuïtie.

Hier moet direct gewaarschuwd worden tegen een misverstand. Het begrip intuïtie wordt hier niet gehanteerd in de afgesleten, vulgaire zin waarin het maar al te vaak gebruikt wordt. Zo kon het zelfs gebeuren dat een paradoxale samenvoeging 'vrouwelijke intuïtie' ontstond, waarmee echter niet meer wordt aangeduid dan de combinatie van het fijn ontwikkeld waarnemingsvermogen van de vrouw waar het de man de voorkeur betreft, samen met haar ongelooflijke geheugen. Het begrip intuïtie wordt hier natuurlijk in een veel oorspronkelijker zin genomen. Bedoeld wordt: de echte 'inval'. Men doet iets of men laat iets na, zonder enige aanwijsbare bedoeling, en achteraf blijkt deze daad de enige juiste te zijn geweest. Men worstelt bijvoorbeeld met een probleem en in de drukke winkelstraat wandelt men een willekeurige boekhandel binnen, waar men een willekeurig boek van de plank neemt. Het boek valt open op pagina 84 en daar staat precies de oplossing van het probleem.

(...)

Vrouwen handelen over het algemeen nooit zonder reden en doel. Of dit haar altijd duidelijk voor de geest staat is slechts een kwestie van het niveau van haar intelligentie. Toch weet ieder die wel eens iets met vrouwen gehad heeft, getrouwd geweest is of zo, dat het zinloos handelen ook bij vrouwen voorkomt.

Toch heeft men dan nooit met een echte 'inval' te doen. Beter ware het van 'gril' te spreken. Het grote verschil met de mannelijke intuïtie is dat het doelloos handelen bij de vrouw altijd, onder alle omstandigheden, tot een catastrofe voert. Er kan nooit iets goeds van komen en achteraf kan men slechts zeggen: het is een vrouw.

(...)

De ervaring heeft echter geleerd dat dit diepe besef van waarheid, zoals wij het in de vrouw zo sterk aantreffen, niet voldoende is voor het spelen van een behoorlijke partij schaak. Maar wat zou dat! Er is zoveel meer: godsdienst en kunst, roddel, politiek, kinderen krijgen, filosofie en het maken van nuttige handwerken.

Avenue, augustus 1968

J.H. Donner De Koning
Amsterdam 2002

De anecdote gaat dat er zeer veel boze ingezonden brieven kwamen op dit stukje. Eén mevrouw schreef boos dat mijnheer Donner straks nog ging beweren dat negers niet konden schaken. Het schijnt dat Donner geantwoord heeft: mevrouw begrijp het niet, negerinnen kunnen niet schaken!

2 januari 2004