1819

U wilt weten waarom ik zo boos ben?

Bent u wel eens verliefd geweest? Ja? Dan weet u dat het u kan overkomen. U ziet iemand en u weet het. Niet alleen vlinders in de buik, nee, u stroomt vol energie, de wereld lacht u toe en u lacht de wereld toe. Borst vooruit, hoofd omhoog, u trotseert de zwaartekracht, u hebt het gevoel los te komen van de aarde, u zweeft met uw hoofd in de wellicht roze wolken. U verlangt, u verlangt naar het leven omdat u verlangt naar die ene. En de mensen glimlachen naar u, ze voelen uw energie, iedereen wil wel met u praten. Alles wordt licht, niets kost meer moeite, het leven is een schaterlach.

U wilt weten wat ik bedoel met depressieve gevoelens?

Bent u ooit depressief of somber geweest? Nee? Wel, het kan u ook overkomen. U wordt op een dag wakker en dan weet u het. Er groeit een steen in uw hoofd. U begint de zwaarte te voelen. De steen wordt naar beneden getrokken. Alsof de kracht van drijfzand uw gedachten naar het duister van de onderwereld trekken. Uw energie om weerstand te bieden vloeit langzaam maar zeker weg. U voelt angst. U raakt in paniek.

Mensen wenden zich van u af, ze denken dat uw steen besmettelijk is. Er zijn mensen die denken dat u zich aanstelt. Er zijn zelfs mensen die opperen dat u zich in een slachtofferrol wentelt.

U bent blij dat u nog kunt huilen, want dan weet u dat u nog iets voelt; uw lach is pijnlijk. U heeft nog één zwak verlangen en dat is het verlangen om weer te verlangen. Het verlangen naar uzelf zonder steen in uw hoofd. Zodat u weer verliefd kunt worden. Op het leven.

Misschien kan een neuroloog u op een scherm laten zien hoe door verliefdheid de genotscentra in de hersenen oplichten als kerstverlichting. Misschien kan dezelfde neuroloog u ook laten zien hoe bij sommige mensen de lichtjes dimmen en uitgaan.

Daarom vraag ik u, zou u iemand die versteend van angst het drijfzand trotseert, iemand die stil - hij durft zelfs niet om hulp te roepen - en onbeweeglijk - weet u hoeveel het kost om onbeweeglijk te zijn? - probeert niet verder opgeslokt te worden, zou u iemand in zo'n situatie louter toeroepen dat hij maar beter zijn best moet doen? Zou u dan niet liever proberen vanuit uw arbo goedgekeurde bureaustoel op uw thuiswerkplek een touw toe te werpen, een tak aan te reiken of wtf u maar kunt verzinnen om diegene eruit te slepen?

Begrijpt u nu waarom ik zo boos en teleurgesteld ... waarom ik zo woedend ben?

15.9.2021

1818 | honderd woorden (11)

Zodra hij ontwaakt begint de carrousel te draaien. Dan wil hij verder slapen, maar hij weet dat dat onverstandig is. Niet verzetten, het op- en neergaan stopt vanzelf! Tijdens het ontbijt surft hij wat en bij een banaal filmpje stromen de tranen en alles wordt zwaar. Hij wil lezen, maar weet na twee bladzijden al niet meer wat hij leest. Hij wil schrijven, maar vreest het wit, de leegte, de verlatenheid. Niet in de afgrond kijken! Wanneer hij zijn wandelschoenen aantrekt, denkt hij aan de dichter. Kom, zegt hij, laten we de wind een hand geven en de horizon begroeten!

1817 (10)   1803 (1) | 14.9.2021

1817 | honderd woorden (10)

Hij liep al zo moeilijk toen ze hem pootje lichten. Jullie overvallen me, zei hij. Je liep zo slecht, antwoordden ze, het is niet persoonlijk, maar als het zo gaat weten we niet of we verder met je willen lopen. Ik ben zo moe, zei hij, misschien moet ik een tijd uitrusten, ik wil de reis graag afmaken. Hij mocht twee weken uitrusten. Twee weken om de opengereten littekens en de schaafwonden van zijn val te genezen, twee weken om weer op te staan. Twee weken om zich af te vragen: waarom. Binnenkort moet hij verder, op de voet gevolgd.

1818 (11)   1816 (9)   1803 (1) | 4.9.2021

1816 | honderd woorden (9)

Mijn schrijven volgt innerlijke maanstanden waardoor het soms voor lange tijd eb en soms voor lange tijd vloed is. Al durf ik nauwelijks te reppen van 'mijn schrijven', ik ben immers geen schrijver. Ik ben niet iemand die elke dag schrijft, zelfs niet in mijn aantekeningen- en dagboek. Ik beschik niet over het heilig vuur van een schrijver, nee, dat vuur wil bij mij geen vlam vatten. Of het tij ooit weer zal keren, dat weet ik niet. Ik wacht op het wassende water en loop langs de vloedlijn om te zien en lezen wat de zee achter heeft gelaten.

1817 (10)   1812 (8)   1803 (1) | 18.8.2021

1815

Théodore Rousseau (1812-1867)
Sunset Landscape (1855-1860)

11.8.2021

1814

Ze denkt, elke volgende zin is een afgrond.
Judith Hermann Lettipark, 142

De angst om niets van je leven te kunnen maken wordt opgeheven door het besef dat het er ook eigenlijk niets toe doet.
Hans Maarten van den Brink Zwart in: De Gids 2020/6, 19

Het donker begint wanneer wij het verlichten.
Wytske Versteeg Chiaroscuro in: De Gids 2020/6, 13

Alleen vrijwillige, bezielde zelfbeheersing kan de mens boven de wereldomspannende stroming van het materialisme verheffen.
Aleksandr Solzjenitsyn Een verscheurde wereld in: Nexus nummer 85, 190

Alle bejubelde technologische prestaties van de vooruitgang, inclusief de verovering van de ruimte, wegen niet op tegen de morele armoe van de twintigste eeuw, die niemand in de negentiende eeuw – zo kort geleden – zich had kunnen voorstellen.
Aleksandr Solzjenitsyn Een verscheurde wereld in: Nexus nummer 85, 188

Tegenwoordig begint de welvaart in het leven van de westerse samenleving de kwaadaardigheid die achter het masker schuilt te onthullen.
Aleksandr Solzjenitsyn Een verscheurde wereld in: Nexus nummer 85, 178

Mijn ideeën zijn als spookgestalten, ze dansen vlak voor me zonder dat ik ze grijpen kan.
Honoré de Balzac De huid van chagrijn, 142

26.7.2021

1813

Jean-Joseph-Xavier Bidauld (1758-1846)
View of the Waterfalls at Tivoli (1788)

7.7.2021

1812 | honderd woorden (8) la trahison du langage

Het schilderij met een afgebeelde pijp, u kent het vast wel. De schilder heeft er onder gezet dat het geen pijp is om te benadrukken dat het een afbeelding is gemaakt met olieverf op linnen. Het schilderij heet La Trahison des Images, het is een spelletje. De schilder legt een verklaring af, dat er zich tussen de werkelijkheid en onszelf een niemandsland bevindt, een ruimte van taal, tekens en afbeeldingen. Semiotiek noemen filosofen dat en ik vraag me af hoe een wetenschapper iets kan onderzoeken door het iets te gebruiken om het te onderzoeken. Ceci ne sont pas cent mots.

1816 (9)   1811 (7)   1803 (1) | 27.6.2021

1811 | honderd woorden (7)

Je bent altijd zo negatief, je ziet alleen maar problemen. Deze verwijten zijn me meerdere malen gemaakt, vooral door vrouwen die me lief waren. De verwijten verbaasden mij, omdat ik ten diepste lijd aan een optimistisch gemoed. Waarom het onverwoestbare vertrouwen, dat alles uiteindelijk altijd goed zal komen mij maar niet wil verlaten, is mij ook een raadsel. Misschien komen mijn negatieve gedachten juist voort uit mijn optimisme, omdat ik altijd voor ogen houd dat de wereld mooier en rechtvaardiger kan zijn, zodat de werkelijkheid wel moet tegenvallen. Alleen pessimisten zijn immer vrolijk, voor hen valt het leven altijd mee.

1812 (8)   1810 (6)   1803 (1) | 26.6.2021

1810 | honderd woorden (6)

Voor veel mensen is het leven een uitroepteken en zo willen zij ook leven. Voor mij is het leven een vraagteken en zo wil ik leven. Het is een vraag zonder antwoord. Er zijn zoals in detectives soms aanwijzingen, maar de zaak zal zich nooit sluiten en de dader zal niet gevonden worden. Eeuwenlang hebben mensen aanwijzingen verzameld, voorlopige conclusies getrokken, gemeend antwoorden te vinden en er een mooi en vaak intrigerend verhaal van gemaakt. Ik deel met hen de verwondering. Het is één van de redenen waarom ik zo graag lees en boeken verzamel. Mensen met uitroeptekens schrijven niet.

1811 (7)   1809 (5)   1803 (1) | 19.6.2021

1809 | honderd woorden (5)

Soms wanneer ik wakker word, weet ik dat hij er is. Ik zeg hem goedemorgen, ik ontbijt met hem, we drinken samen koffie en we babbelen. Soms lachen we een pijnlijke lach, dan weer zijn we stil en voel ik zijn zwaarte. Maar ik vecht niet met hem en al negeer ik hem ook niet, ik doe verder gewoon wat er gebeuren moet met hem in dezelfde ruimte. Op een gegeven moment merk ik, dat hij vertrokken is, zomaar, zonder gedag te zeggen. Dan zie ik weer die alledaagse, geruststellende saaiheid van het bestaan en ben ik verlost van mezelf.

1810 (6)   1808 (4)   1803 (1) | 16.6.2021

1808 | honderd woorden (4)

Ik hoef niet alles te weten. Ik hoef niet alles te zien. Of te horen. Ik wil alles lezen, maar ik weet, dat ook dat niet hoeft, laat staan dat het mogelijk zou zijn. Ik behoor tot de generatie die op volwassen leeftijd moest leren omgaan met de oeverloze hoeveelheid informatie die internet biedt. Dat waar ooit moeite voor gedaan moest worden, was nu met een muisklik bereikbaar. Maar vaak onbetrouwbaar en manipulatie ligt altijd op de loer. Men kan hopeloos verdrinken in de corrupte informatie die internet biedt. Minimalisme wat betreft nieuws en informatie geeft ruimte in mijn denkwereld.

1809 (5)   1807 (3)   1803 (1) | 13.6.2021

1807 | honderd woorden (3)

De laatste tijd dient de slaap zich steeds vaker aan wanneer ik aan het lezen ben. Mijn ogen worden zwaar, kunnen zich steeds slechter focussen en geruime tijd later word ik wakker met het boek nog in mijn handen. Het maakt niet uit waar ik me bevind, in mijn leesstoel, liggend op de bank of lezend aan de eettafel of bureau. In slaap vallen is een vreemd fenomeen, ik heb er geen herinneringen aan, het gebeurt eenvoudigweg. Het is ergerniswekkend, het komt tussen mij en het lezen van een boek. De slaap dient zijn plek te kennen, in mijn bed.

1808 (4)   1806 (2)   1803 (1) | 9.6.2021

1806 | honderd woorden (2)

Een deel van mijn leven bestaat uit routines. Handelingen die ik elke dag ongeveer hetzelfde doe. Wellicht komen ze voort uit mijn behoefte aan orde. Alhoewel ik niet rigide ben in mijn ordelijkheid en geen man ben die schematisch leeft, functioneer ik beter wanneer bezigheden tamelijk voorspelbaar verlopen, zodat ik me kan concentreren op wat ik het liefste doe. Pas als de wereld buiten mij me niet voortdurend afleidt, kan ik me bezig houden met het temmen van mijn onrustige gedachten. Liever geen chaos in mijn zichtbare wereld, omdat ik er onder mijn schedel al meer dan genoeg van heb.

1807 (3)   1803 (1) | 5.6.2021

1805 | mijn vrolijke wetenschap

Economische vooruitgang is onze nieuwe religie. Zoals in vroeger tijden vroomheid onze status bepaalde, zo bepaalt tegenwoordig onze werkzaamheden en vooral onze productiviteit onze positie. Gasten in talkshows die iets gedaan hebben wat maakt dat ze de dure zendtijd mogen komen vullen, vertellen niet zelden dat ‘het wel hard werken was’. Zij hebben als een heilige offers gebracht voor het algemeen welzijn. Of gewoon voor ons vermaak, want niet zelden zijn het gasten die uitblinken in één of andere vaardigheid, sport of het zingen van een liedje bijvoorbeeld. Wij dienen deze harde werkers te bewonderen. Of zoals bij de harde werkers van weleer: wij dienen de heiligen te aanbidden.

Productief zijn is een belangrijk onderdeel van onze samenleving. Wie niet bijdraagt aan de vooruitgang van - bij voorkeur - onze economie, is mede verantwoordelijk voor stilstand en stilstand kan niet rekenen op bijval. Wij wensen beweging, voortdurende beweging naar … ja, wat? Een betere wereld? Welvaart? Of zoals religieuze mensen hun beloning voor hun offers in andere wereld verwachten, zo verwachten wij onze beloning ergens in de toekomst van ons leven, al was het maar de bewondering die ons ten deel valt. Of een lintje van de koning. We willen graag Iemand zijn, wij willen graag Bijzonder zijn, heilig. Onze zogenaamde seculiere wereld is ten diepste een religieuze seculiere wereld, we hopen nog steeds op een paradijs, waar dan ook, wanneer dan ook. Zoals vroeger de kerk de vrijheid van mensen beperkte met waarden en normen, zo beperkt de samenleving nu mensen met waarden en normen volgens het evangelie van het liberalisme: wij moeten allen ons steentje bijdragen (lees: gij zult hard werken ende productief zijn) aan een betere economie en nog meer welvaart. Roem, geluk en eventueel een uitnodiging voor een talkshow voor fifteen minutes of fame zullen uw deel zijn. We hebben nog steeds een protestantse ethiek van een arbeidzaam leven, zonder protestants te zijn.

Hoeveel welvaart kan een mens aan? Vanaf welk punt gaat toenemende welvaart ten koste van welzijn? Wanneer wordt welvaart zo complex dat de instandhouding ervan een toename van oververmoeidheid en depressie veroorzaakt? En dan heb ik het nog niet eens over de vervuiling van onze leefwereld.

Ik ben uit de kerk van economische vooruitgang gestapt, ik ben een ongelovige geworden, al heel lang geleden. Mijn wandeltempo in het leven mag in de ogen van anderen een vorm van stilstand zijn, mij bevalt het. Ik houd zoveel mogelijk de complexiteit van onze samenleving buiten de deur. Mijn soberheid zal in de ogen van anderen armzalig zijn, ik zie het als mijn rijkdom. Mijn televisie blijft steeds vaker uit en ik heb geproefd van de sociale media, maar de nasmaak ervan maakt dat dit ingrediënt langzaam maar zeker steeds vaker ongebruikt zal blijven. Onnodige spulletjes schaf ik niet aan, de eredienst van het consumentisme bezoek ik niet meer (toegegeven, alleen wat betreft boeken lukt dat niet zo goed).

Het is 2 juni 2021. Ik zit aan mijn eettafel een tekst te tikken op mijn laptop, omringd door boekenkasten met boeken. De muziek zwijgt, maar door de openstaande deur naar het balkon hoor ik de vogels zingen. Wanneer ik naar buiten kijk, zie ik het door de zon beschenen lentegroen van de bomen. Ik ben het eens met de boeddhisten: er is geen weg naar geluk, geluk is de weg. Mijn geluk is, dat ik kan en mag toegeven aan de stilte en de eenvoud van het moment, waarbij ik geen gehoor meer hoef te geven aan de oproep tot het gebed de samenleving te dienen met hard werken. Dat is mijn luxe, dat is mijn rijkdom. Geen behoefte aan een licht aan het einde van een duistere tunnel, want mijn wereld wordt manmoedig beschenen door het schijnsel van mijn lantaarntje. Op klaarlichte dag.

2.6.2021

1804

En hij [Vladimir Nabokov] lanceert een verontrustend gedachte-experiment: 'Stel dat we op een dag wakker worden en ontdekken dat we totaal niet meer in staat zijn om te lezen?'
Irene Vallejo Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken, 355

Een zeker ongemak voelen is onderdeel van de leeservaring; er schuilt veel meer pedagogie in verontrusting dan in verlichting.
Irene Vallejo Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken, 257

In de woorden van Jacques Lacarrière: Herodotos spande zich in om de vooroordelen van zijn Griekse landgenoten weg te nemen door het te laten zien dat de scheidslijn tussen barbarij en beschaving nooit een geografische grens is tussen verschillende landen, maar een morele grens binnen elk volk, sterker nog, binnen elk individu.
Irene Vallejo Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken, 217

In mijn geval voert alles terug naar de kindertijd, en ik geloof dat daar een essentiële reden voor is: mijn eerste contact met literatuur verliep via het voorgelezen worden, de veelsprong waar alle tijden samenkomen – het heden van het schrijven en het verleden van de oraliteit; het verliep als klein theater met slechts een toeschouwer, als vaste afspraak, als bevrijdende smeekbede.
Irene Vallejo Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken, 129

Ik ben groot geworden, maar heb nog steeds een zeer narcistische verhouding met boeken.
Irene Vallejo Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken, 128

Ik stel me voor dat ik de bibliotheek van Alexandrië binnenga – het moet een ervaring zijn vergelijkbaar met wat ik voelde toen ik voor het eerst op internet surfte: de verrassing, de duizeling van de immense ruimte.
Irene Vallejo Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken, 45-46

Hoewel het hem onmogelijk was aan een magische invloed te geloven, bewonderde hij de toevalligheden van het menselijk leven.
Honoré de Balzac De huid van chagrijn, 41

24.5.2021

1803 | honderd woorden (1)

Foto’s en filmpjes online van massa’s mensen in diverse steden. Koningsdag, voor veel mensen een dag om feest te vieren en dat laten ze zich niet ontnemen. Dus op hun vrije dag verlaten mensen hun huizen en trekken de stadsparken in om gezelligheid te zoeken. Corona of niet. Een dag later zitten ze wellicht allemaal vanaf twaalf uur met hun biertje trots op een terrasje. Nu maar hopen dat diezelfde mensen straks niet hun feestje moeten voortzetten op de corona afdelingen van een ziekenhuis of, als er nog genoeg plaatsen beschikbaar zijn, op de ic-afdeling. Blij dat ik republikein ben.

1806 (2) | 28.4.2021

1802 | brieven aan A. (12)

Lieve A.,

Een mevrouw vertelde voor de camera dat er soms dagen zijn dat ze haar eigen stem niet hoort. Ze keek erbij alsof dat het heel erg was en ik wilde best geloven dat het voor haar verschrikkelijk is. Een dag niemand om mee te praten, een dag geen aandacht, dat moet wel heel eenzaam zijn. Dan hoef je voor de camera niets uit te leggen, dat begrijpt iedereen.

Het komt geregeld voor dat ik een dag niemand spreek. Het zijn de dagen waarop ik juist mijn stem hoor. Het zal voor velen verwonderlijk zijn dat ik mijn eenzaamheid koester. In deze tijd waarin mensen zo hunkeren naar sociaal contact, voel ik me als een vis in het water in mijn alleenzaamheid. Natuurlijk, ik heb contact met collega's en ik zie mijn kinderen geregeld, ik maak wel eens een praatje in de wandelgangen van de flat of ik wissel even een paar woorden met een medewerker van de Albert Heijn – er valt zo nu en dan niet aan te ontkomen –, maar op vrije dagen komt het voor dat ik 's avonds kan constateren dat ik die dag niemand heb gesproken en dat ik dat uitermate prettig vind.

Ik voldoe daarmee niet aan het beeld van een geslaagd en succesvol leven. Ik heb geen baan waarmee ik veel centjes verdien, ik heb geen grote auto, ik heb geen rijk sociaal leven, ik ga niet op vakantie ... om maar een paar aspecten te noemen waaraan vaak gedacht wordt bij een geslaagd leven. Afgezien van mijn kinderen zal ik ook niets nalaten, geen enkel spoor. De gedachte ooit een boek te schrijven is maar spel, iedereen weet dat ik geen schrijver ben en dat dat boek er nooit zal komen. Ik ben niet gevoelig voor het idee dat je iets zou moeten bereiken in je leven, dat je je dromen zou moeten najagen. Dat anderen dat wel doen en er wellicht gelukkig van worden, prima, ik laat liever geen voetstappen achter. Voor mij is de gedachte dat het leven volstrekt nutteloos en zinloos is een bevrijdende gedachte. Ik hoef niet mijn best te doen om in de hemel te komen, hoe je die hemel dan ook wilt omschrijven. Als ik iets van Nietzsche heb overgenomen dan is het wel dat ik mijn leven omhels zoals het is, mijn eenvoudige leven met al zijn vrolijke en verdrietige momenten, ik zou geen ander leven wensen, want het is mijn leven. Dat is mijn luxe.

Ik hecht ook steeds minder aan mijn principes, opvattingen, meningen. Ze zijn niet meer uitgesproken en ik merk dat ze steeds vaker bij gelegenheid zijn, een momentopname. Ik hoor mezelf in een gesprek van alles beweren en ik wist niet dat ik er zo over dacht. Daarom is een goed gesprek op z'n tijd altijd welkom, dan kom ik er weer achter wat ik vind. Toch zullen er ergens op de bodem van mijn gedachten, op een plek waar bijna geen licht meer valt, vast wel een aantal principes hebben postgevat, maar ik laat ze daar kwijnen. Ik voel geen behoefte meer aan een vastomlijnd wereldbeeld die je als een bastion om je heen kan bouwen. Voordat je het weet kijk je door een bril waarmee je de wereld kunt verklaren door alles aan de blokkendoos van jouw wereldbeeld aan te passen. Ik kom ze tegen, die versteende mensen die volledig overtuigd zijn dat zij alles juist zien omdat zij alles naar hun illusies toe kunnen verklaren. De laatste tijd ging het in de media vaak over complotten, maar ik vermoed dat elke religie, politieke overtuiging of wat dan ook, wezenlijk een complot in zich draagt.

De wereld als een kippenren waarin mensen luid kakelend voortdurend meningen, opvattingen als een onvruchtbaar legsel uitpoepen. Allemaal met de beste bedoelingen, om de wereld te verbeteren, om onrechtvaardigheid te bevechten of om zelfs een paradijselijk wereld te willen creëren. En, dames en heren jongens en meisjes, heeft al dat gekrakeel wezenlijk iets opgeleverd?

Ik doe er steeds vaker het zwijgen toe en wellicht is dat ook de reden dat mijn website steeds stiller wordt. Achttien jaar is het nu, een leeftijd waarop een mens meerderjarig wordt. Ermee stoppen kan ik niet, ik geef toe dat de mogelijkheid en de ruimte die het me biedt me dierbaar is. Een plek waar ik me zo nu en dan even kan terugtrekken om in alle stilte en alleenzaamheid mijn ei te kunnen leggen. Totdat de Kippenboer mijn productiviteit te laag vindt en mijn kop op het hakblok legt.

Vaert wel ende levet scone,
jwl

1672 (11)   1090 (1) | 24.4.2021

1801

En hij opent de buitendeur en loopt een eindje de Markt op en hij legt zijn hoofd in zijn nek en kijkt naar de drie verlichte ramen op de eerste verdieping, en door het middelste raam ziet hij haar, ze veegt de vloer met gebogen hoofd en rug, en ze beseft het niet, maar ze wordt ingesloten door het gebouw van de apotheek en het enorme boven haar uittorenende bankgebouw, en buiten de ramen, waar hij is, loert de duisternis op haar en haar droeve eenzaamheid zweeft door de ruiten naar hem toe, en hij staat naar haar te kijken en hij denkt dat haar schuld met hem te maken moet hebben, dat kan niet anders, hij zou haar kunnen vergeven als hij wist wat ze had misdaan en dan zou ze hem vrijlaten. En alsof ze zijn blik voelt kijkt ze op en ze ziet hem in de lichtkring van de lantaarn voor het huis staan, en ze aarzelt, maar ze kan het niet laten, ze opent het raam en leunt naar buiten, wat doe je, roept ze, en hij geeft geen antwoord, hij loopt naar binnen, de trap op, en zij heeft intussen het raam gesloten en de bezem weer gepakt, hij gaat in de vensterbank zitten en volgt haar bewegingen met zijn ogen, en hij zegt dat hij op weg was naar huis. Ik ga zo met je mee, zegt ze, en hij zegt dat hij het niet over haar huis had maar over de zijne, en ze stopt met vegen en ze vraagt waar dat dan is, en daar heeft hij geen antwoord op, hij weet het niet, en een benauwd gevoel vult zijn borst, alsof hij voorgoed in haar fantasie zit opgesloten, afgesneden van de wereld waar de jaren van zijn echte leven ongemerkt voorbijglijden.
Anjet Daanje De herinnerde soldaat, 431

2.4.2021

1800

There is a persisting attraction in the escape from the company of others.
David Vincent A History of Solitude, 257

We cannot yet know how the digital natives will perform as they grow up to be lovers, parents, and pensioners and face new challenges in moving between electronic and verbal communication.
David Vincent A History of Solitude, 249

The digital revolution represents the culmination of the search not only for sociability but, as important, also for its absence.
David Vincent A History of Solitude, 247

The key question is under what circumstances solitude tips over into loneliness.
David Vincent A History of Solitude, 240

De punt aan het eind van een zin is de dood, die dood moet worden uitgesteld.
Arnon Grunberg Rijneveld en de buitenwereld. Jus blijft jus in: De Groene Amsterdammer 2021/6, 57

Me in deze tijden staande houden komt er steeds meer op neer dat ik weet wat ik wel en niet wil weten.
Marja Pruis God in: De Groene Amsterdammer 2021/6, 65

Tussen de wooden in de stilte. Daar gebeurt het!
Roeland Schweitzer Tao Te Tjing voor kinderen en andere volwassenen, tekst 11

Het kan heilzaam zijn om te beseffen dat achter je lijden niet per se een stoornis schuilgaat, maar een wereldbeeld.
Nina Polak Hoogmoed en zelfhaat: welkom in het hoofd van de hedendaagse student, de Correspondent

Niet van jezelf of je leven iets maken, maar het iets laten worden.
Dirk van Weelden Ik verdom het in: De Gids 2020/5, 10

17.3.2021

1799

Gwen John (1876-1939)
A Lady Reading (1909-1911)

14.3.2021

1798

Niets ergers dan het theater van lijsttrekkersdebatten. Potje debattechnisch armpje drukken en kijken wie het meeste succes heeft met de ingestudeerde frasen en oneliners, met spinnen en framen, het is soms van een pathetische treurigheid, ik kijk en luister er niet meer naar. Bovendien, wie er aan de vooravond van de verkiezingen nog achter moet komen op wie of welke partij hij moet stemmen, die gedraagt zich als een student die op een avond het tentamen van de volgende dag toch maar eens gaat leren (en geloof me, ik was daar expert in). Beter is om de politiek te volgen buiten verkiezingstijd, bijvoorbeeld door een krant te lezen en zo nu en dan bij gelegenheid de debatten in de Tweede Kamer te volgen en dan bij voorkeur niet bij grote onderwerpen alleen, maar ook de alledaagse werkzaamheden. Als er dan een kamerlid is waarbij je steeds denkt juist, inderdaad, zo denk ik er ook over, dan is de kans groot dat diegene een goede vertegenwoordiger voor jou zou kunnen zijn. Alleen, de parlementsleden bij wie ik dat had de afgelopen jaren, keren niet terug en nu voel ik me verweesd en vervreemd van de partij waar ik altijd op stemde. Zoveel partijen en kandidaten en ik heb werkelijk geen idee op wie te stemmen dit jaar.

1.3.2021

1797

Józef Pankiewicz (1866-1940)
The Old City Market, Warsaw, at Night (1892)

21.2.2021

1796

Het was niet het binnendringen van het parlement dat me zo verbaasde, dat immers was toch één van mogelijkheden geweest die kon voortvloeien uit de afgelopen tijd. Nee, het was vooral het circus van de berichtgeving en vooral de grote woorden die meteen aan de gebeurtenissen gekoppeld werden. Zoals elke recensent die een boek bijzonder mooi vindt het meteen bombardeert tot meesterwerk, tot het beste boek van het jaar enz., zo lijkt elke journalist en sommige particulieren op sociale media zo snel mogelijk te spreken van een historische gebeurtenis. Alsof het snel snel snel een label moet krijgen, beschreven en geduid moet worden, alsof snel snel snel opvattingen en meningen geventileerd moeten worden, zodat we de gebeurtenissen een plekje kunnen geven, een historisch plekje welteverstaan, en weer over kunnen tot de waan van de dag, het kopje koffie dat gezet moet worden, de boodschappen die gedaan moeten worden, met een mondkapje. Alsof er alles, alsof er niets gebeurd is. Wij, de toeschouwers hebben gezien en willen dit graag laten weten. Wij, de toeschouwers hebben er een mening over en willen dit graag ventileren. Like me, reageer als je durft. De kortademige nieuwsduiding regeert, de meningenfabriek schuift aan aan de tafel van de talkshows, met professionele verbijstering wordt kond gedaan, vertelt hoe het allemaal kon gebeuren, zodat iedereen straks weer rustig kan gaan slapen. Binnenkort een nieuwe historische gebeurtenis ...

17.2.2021

1795

Er was nachtvorst geweest, de grond was hard. Daar waar de modder door de regen een zuigende massa was, daar waren nu reliëfs van schoenafdrukken van vorige wandelaars zichtbaar. Hier en daar gevuld met tot ijs bevroren water, wit door de lucht eronder. Als kind liet ik het ijs graag breken om met verwondering naar de stukjes ijs te kijken, stukjes ijs die op glas leken. Gebroken spiegels. Er lag rijp als witte aanslag op de bladeren, bladeren die dan zo lekker knisperen wanneer ik er overheen loop. De rijp op de takken begon te smelten, zodat het knisperen werd vermengd met het geluid van vallende druppels.

Ik wandelde in het bos, nu wandelt het bos in mij.

10.1.2021

1794

Jan Steen (1626-1679)
The Morning Toilet (c.1665)

1.1.2021